+ Meer informatie

VOOR ONZE Militairen

DE NATIONALE-RESERVE

7 minuten leestijd

Daar heb ik al eens meer over geschreven. Dat ik er nu weer een artikel aan ga wijden vindt zijn oorzaak in het ontvangen van een brief over dit onderwerp. Die man die mij schreef is lid van de N.R. en hij zegt: „Krijgsman, wij zijn nu ook militair dus we hebben er wel een beetje recht op dat je om ons ook eens denkt." Vriend den O., je hebt me aan het schrijven gezet en dat is niet erg hoor, ik vind dat juist fijn. In jaarg. 5 de nrs 16, 17 en 18 heb ik 3 artikelen aan dit Instituut gewijd Op eenvoudige wijze heb ik toen mijn standpunt ten opzichte van de N.R. uiteengezet. Ook heb ik toen mijn bezwaren tegen dit Instituut naar voren gebracht. Ik wil dit nog wel eens nader herhalen en toelichten.

Uit mijn artikelen heb je kunnen lezen dat ik niet enthousiast ben voor de N.R. Hoe komt dat? Dit heeft 2 oorzaken en als ik die nu ga noemen dan moet je niet boos worden hoor. Ik ben van mening dat de N.R. altijd een Instituut zal blijven van dilettanten. Ik bedoel daar niets kwaads mee hoor, want dat ligt niet aan de mensen die lid zijn van de N.R. maar datj ligt aan de aard van het Instituut zelf. Ik zal dit straks nader verklaren. Laat ik eens een voorbeeld noemen. Daar zijn beroeps musici en daar zijn nu musici die dat zijn uit liefhebberij. Tussen die twee is een groot verschil. De ene oefent van 's morgens tot 's avonds. Ook hij heeft zijn beroep vrijwillig gekozen. Hij gaat — omdat het zijn vak is — er veel dieper op in.

De mensen die krachtens de dienstplicht de wapernhandel beoefenen doen dit van 's morgens vroeg tot 's avonds laat. Deze oefening is intenser maar de grote waarde ligt in het aankweken van de tucht! Tucht is één van de grootste en voornaamste peilers waarop een leger rust. Wanneer de tucht in een leger gemist wordt dan is het waardeloos. Een afschrikwekkend voorbeeld hiervan is het Boerenleger. Waren de Boeren geen dappere kerels? Was hun schietvaardigheid niet groot? En toch het ontbrak hen aan krijgstucht.

Wat is krijgstucht? Wanneer wij het woord „tucht" in zijn etymologise — d.w.z. in zijn afleidende — betekenis — nagaan, dan vinden we, dat het samenhangt met „tij-en", dat „trekken" betekent. Optrekken betekende in het Oud-Nederlands Opvoeden.

De tegenwoordige betekenis van „tucht" is:

le Volgens van Dale's Groot Woordenboek der Nederlandse taal: Leiding om iemand aan het goede te gewennen en van het verkeerde terug te houden, zedelijke leiding;

2e Het resultaat van die leiding, een toestand.

Welnu, de tucht die moet heersen bij de krijgsmacht, heet krijgstucht. En weet je nu wat in ons Reglement van krijgstucht staat? In Art. 1 lees ik het beginsel der krijgstucht. Zonder dit artikel verder te verklaren geef ik dit woordelijk weer:

„De krijgstucht omvat de handhaving van regelmaat en orde in alle, zelfs in de schijnbaar nietige zaken, de militaire dienst betreffende; stipte nakoming van alle voorschriften en nauwgezette voldoening aan de terzake van de dienst gegeven bevelen, ook waar deze slechts kleinigheden betreffen. Zij eist een voortdurend besef van ondergeschiktheid aan iedere hoger geplaatste, het nalaten van elk min voegzaam en niet de waardigheid van de militaire stand strijdig gedrag en in het algemeen onafgebroken plichtsbetrachting."

Tot zover art. 1. Dat is een zeer belangrijk artikel. Nu moet je de geest en de handelwijze van de N.R. eens aan dit artikel toetsen. Je weet ik ben zelf instructeur geweest bij de N.R. en dan is mijn ervaring dat de naleving van dit artikel zeer veel te wensen overlaat. Of dit bij het Leger dan stipt wordt nageleefd is ny niet aan de orde, misschien later eens. Maar bestaat de mogelijkheid in de N.R. om dit in practijk te brengen? Mijns inziens niet. Regelmaat en orde zelfs in de schijnbaar niettige zaken is bij de N.R. niet te handhaven. Op tijd zijn is een kenmerkende trek van een militair. Ik vraag je nogmaals is hier de hand aan te houden bij de N.R. ? Men komt van heinde en ver en menigmaal is de klas op het tijdstip van beginnen nog niet present. Tucht moet aangeleerd worden en daarvoor is het m.i. nodig dat de militair van 's morgens tot 's avonds herinnerd wordt aan zijn verplichtingen.

Het is een ander leven wat men tijdelijk beleefd. Het is voor velen een grote omschakeling. Men leeft in een andere maatschappij waarin het noodzakelijk is dat er andere rechtsregels gelden. Deze rechtsregels leer je alleen maar als je midden in die maatschappij wordt geplaatst. De man van de N.R. is 's morgens en 's middags volop boer en 's avonds — d.w.z. één maal per week — is hij militair. Leert hij zo de krijgstucht in z'n volle draagwijdte? Geen sprake van. De man kan zich maar niet met één handomdraai omschakelen van boer op militair. Wat blijft het dus: dilettanten werk. Kan dit werk dan helemaal niet nuttig zijn ? Dat zeg ik niet, maar stel je verwachtingen niet te hoog.

Als ik het goed heb heeft men de aanvankelijke taak van de N.R. zelfs uitgebreid. Ik geloof niet dat daar veel van zal terecht komen. Liever had ik gezien dat men de N.R. zuiver zou gebruiken voor de binnenlandse veiligheid. Daar ik als beroepsman de krijgstucht zeer hoog aansla, zul je het mij niet ten kwade duiden dat dit één van mijn bezwaren is tegen de N.R.

Mijn tweede bezwaar is meer van principiële aard en dat is, dat op sommige, misschien wel op vele plaatsen de jongens door middel van films, gezellige avonden enz. gelokt worden naar de N.R. Dit bezwaar moet je niet klein achten hoor! Veel zal ik daar nu niet over schrijven, want ik heb dit reeds vroeger breedvoerig gedaan. Laat men toch eenvoudig en zakelijk blijven. Men sluite de gelederen van de N.R. met de film toch niet voor onze jongens. De tijden zijn daar veel te ernstig voor. Het doel waarvoor de N.R. in het leven is geroepen is ernstig en gewichtig genoeg. Daar komt geen film aan te pas.

In mijn vorige artikelen heb ik gezegd, dat ik niet tegen de N.R. als zodanig ben, maar heb ik gtezegd, wees voorzichtig. Wij behoren niet bij de film en onze aanwezigheid op zgn. onschuldig gezellige avondjes is niet geoorloofd. Daar moeten wij een krachtig neen laten horen. Kunnen en doen onze jongens dit? Wanneer hier twijfel over is, kiest dan de voorzichtigste weg, en vliedt de ijdelheid. Ik wil het nog eens duidelijk zeggen, principiële bezwaren tegen het instituut als zodanig kan ik niet zien maar voorzichtigheid is geboden.

Het is al om de zonden dat een dergelijk Instituut nodig is. Mochten we daar eens meer bij leven. De wereld maakt zich rijp voor een nieuwe oorlog. Een kind kan dit zien. Wat zal het einde zijn van de geweldige wedloop der bewapening? De zonde openbaart zich al driester en het ergste is, ons volk wil het niet meer opmerken. Zal God Neerland overgeven aan het oordeel der verharding? De Heere beware ons land en volk en Hij geve dat Vorstenhuis en onderdaan nog eens vragen naar de God onzer Vaderen en dat wij Zijn inzettingen leerden betrachten.

D.V. hoop ik de volgende keer verder te gaan met de behandeling van de ontvangen brief.

Allen Gode bevolen en hartelijk gegroet van

„KRIJGSMAN".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.