+ Meer informatie

Als je Christus kent, komen al die uiterlijke vormen vanzelf toch wel?

14 minuten leestijd

In deze rubriek worden wel eens vragen behandeld over "uiterlijkheden": lange broeken voor dames, haardracht, make-up, enz. Sommige lezers vinden dat maar niets. Deze vragenstelster noemt het zelfs "gemekker". Ze vindt dat in onze kringen die uiterlijke vormen veel belangrijker zijn dan de Hoofdzaak. De persoonlijke kennis van Christus is toch het belangrijkste?

In het probleem dat jij in je brief aansnijdt zullen vele jongeren zich herkennen. Gaan niet heel veel vragen en gesprekken in onze kring over uiterlijke vormen? Neemt dat niet vaak de gestalte van "gemekker" aan? En is het op grond hiervan niet waar dat soms de indruk gewekt wordt dat in onze kring uiterlijke vormen belangrijker zijn dan de hoofdzaak, namelijk dat Christus gekend wordt? En is al dat gepraat eigenlijk niet overbodig, omdat wanneer iemand Christus persoonlijk leert kennen, al die uiterlijke vormen vanzelf wel komen? Ik kan je redenering best wel volgen en ben ook geneigd met je in te stemmen. Ik beaam in ieder geval van harte je diepste bedoeling: het belangrijkste is het kennen van Christus. Maar daarmee is de kwestie voor mij niet klaar. Zo eenvoudig ligt het niet. Het is niet zo dat we kunnen zeggen: „Wanneer iemand Christus niet kent, dan zijn uiterlijke vormen niet belangrijk en als iemand Christus wel leert kennen, dan komt het vanzelf." Nogmaals: ik kan je begrijpen, maar je redenering klopt niet helemaal en dat voel je zelf ook weer aan, omdat je tegelijk schrijft: „Zelf zit ik ook best met die vragen." Maar waar zit de knoop dan? Ik zal proberen dat duidelijk te maken.

Vorm en inhoud
Het gaat om de relatie tussen uiterlijke vorm(en) en innerlijke inhoud. Allereerst wil ik de vraag stellen of het mogelijk is om te spreken over een inhoud zonder vorm. Dat is onmogelijk. Er is geen inhoud zonder vorm. Over welke zaak we ook spreken: alles neemt een uiterlijke vorm aan, wordt zichtbaar. Je zou ook kunnen zeggen dat de wijze waarop wij denken van buiten zichtbaar wordt. Als iemand innerlijk heel perfectionistisch is, dan zie je dat aan het feit dat er geen haartje verkeerd zit. Als iemand heel erg in kleren opgaat zie je dat eveneens aan de buitenkant, terwijl je omgekeerd een innerlijke slordigheid ook kunt aflezen uit de kleding. Of om nog een ander voorbeeld te nemen: als hippies zich in een bepaalde tijd verzetten tegen bestaande vormen van kleding e.d. dan komt hun protest en verzet ook tot uiting in hun kleding. In principe is dus ons uiterlijke gedrag een vertolking van ons innerlijke denken.

Anders leren denken
Ik hoop dat het tot zover duidelijk is. Nu ga ik eerst de lijn nog verder positief doortrekken. In het Grieks is een van de drie woorden voor bekering "metanoia" = verandering van denken. We leren denken vanuit het Woord. Dat betekent een principiële beïnvloeding van ons denken. We gaan de vraag stellen: Wat wilt U dat ik doen zal? Dat raakt niet alleen de kerkruimte, maar ook ons kantoor, onze huiskamer, onze slaapkamer en ga maar door. Het raakt zowel het beheer van ons geld als de wijze waarop wij ons kleden. We doen de dingen niet zomaar meer spontaan vanuit ons eigen gevoelen en naar ons eigen goeddunken, maar we gaan vragen of de Heere er in Zijn Woord iets over zegt en daarbij proberen wij het geestelijke geheim te proeven van hetgeen de Heere vraagt. We weten dat het gaat om het eren van de Heere in de weg der gehoorzaamheid en eveneens dat Gods wil tot heil van ons is. Hierbij is het wel noodzakelijk dat wij positief onderwijs krijgen om de geestelijke dimensies in het oog te krijgen. De Heere leert Zijn kinderen niet zomaar de dingen vanzelf Er is ook de roeping om elkaar de dingen aan te reiken en uit te leggen. Als we zo aangaande bepaalde zaken vanuit de Schrift helderheid krijgen, dan willen wij dat graag ook aan onze kinderen overdragen. Maar als het echt en recht ligt, gaat het ons niet alleen om het 'dat', maar vooral om het 'waarom' en het 'hoe' van de dingen. Zo heeft de traditie een positieve toonzetting en tegelijk een geestelijke inhoud en doelstelling.

Traditie
Misschien moet ik even tussendoor iets zeggen over het woord traditie. Sommige moderne mensen nemen nogal eens schimpend het woord traditie in de mond: „O, dat is alleen maar traditie." Deze wijze van woordgebruik is echter misleidend. Ieder mens op de wereld doet aan traditie. Traditie komt namelijk van het werkwoord 'tradere' dat overdragen, toevertrouwen, overleveren betekent, ledere ouder geeft zijn kind wat mee: hetzij goed, hetzij kwaad. Zelfs degene die zijn kind niets meegeeft, geeft iets mee: hij laat zijn kind zonder waarden, zonder inhoud het leven ingaan. De vraag is dus niet of wij iets meegeven, maar wat en hoe wij meegeven.

In breder kader
Ik pak de lijn weer op. In een oprecht christelijk gezin, op een echt christelijke school (dat is: waar niet een vertekende Mozes, maar Christus Zelf profeet, priester en koning is) komen dan allerlei vormen aan de orde in hun geestelijke betekenis en bedoeling. Vader en/of moeder weten te vertellen waarom zij iets doen of nalaten en waarom en hoe dat verbonden is met hun geloof Vormen komen dus aan de orde in het brede kader van geloof en bekering. Als kind proefje dan dat vader en moeder, dat de leraar godsdienst, de conrector op je eeuwig behoud uit zijn. Zij zullen je in liefde dringen de Heere te zoeken, terwijl Hij te vinden is en Hem aan te roepen terwijl Hij nabij is. En in die sfeer komen dan ook de vragen aan de orde waar je zelf ook best mee zit. Dit is nu het grote onderscheid tussen oprechte christenen die verlangen te leven tot Gods eer in kinderlijke gehoorzaamheid en tot zegen van de naaste en anderzijds wettische 'christenen' die leven als orthodoxe joden. Laatstgenoemden letten niet op de persoonlijke relatie met God en ook niet op personen. Het gaat hen alleen om het stipt nakomen van regels, geïsoleerd van hun geestelijke inhoud. Hiervan kunnen wij in de Evangeliën talloze voorbeelden vinden. Als de Heere Jezus op de sabbat een kreupele geneest tonen zij in geen enkel opzicht enige vreugde voor de betrokkene. Hun gezichten vertrekken en krijgen een koude, harde uitdrukking: er is een regeltje overtreden. Een regel die bovendien niet aan de Bijbel te ontlenen is, maar die voortgekomen is uit haarkloverijen hoe zwaar een voorwerp mag zijn wil het geen last(dragen) genoemd worden op de sabbat. Zij zien geen onderscheid tussen het geval dat de Heere Jezus Zijn discipelen met een matrasje naar de markt zou sturen om het te verkopen en het feit dat Hij een ellendig mens door Zijn genezen met zijn matrasje vreugdevol het 'ziekenhuis' laat verlaten. Ze snappen het doel, het geheim van de sabbat niet. Dat is nog het ergste van deze mensen. Terwijl zij schijnbaar zich het meest serieus voor de sabbat inzetten, hebben juist zij niets begrepen van Gods heilige o en liefdevolle bedoeling met het vierde gebod.

Gebruik en misbruik
Hiermee ben ik tegelijk bij het wezenlijke onderscheid aangekomen. Jij, en zo vergaat het velen, bent geneigd om vanwege een verkeerd gebruik van vormen met het badwater de baby weg te gooien. Waar we tegen moeten strijden is echter niet het goede gebruik, maar het misbruik. Maar dat geldt dan niet alleen de vragen over lange broeken, maar alle vragen van het leven. Zowel de zogenaamd 'kleinere' als ook de 'grotere'. Om even duidelijk te maken hoever de problematiek van 'vormen' strekt: voor veel moderne mensen is het klassieke huwelijk ook alleen maar een vorm zonder inhoud. Heel het denken over liefde en trouw, over seksualiteit en huwelijk is veranderd en daarom zoekt men andere vormen. En om de zaak nog even naar de kerk door te trekken: het laten dopen van een kind kan ook alleen maar vorm zijn. Het doopformulier waarschuwt niet voor niets zo ernstig om de Heilige Doop „niet uit gewoonte of bijgelovigheid" te gebruiken. Het formulier waarschuwt niet tegen het gebruik van het teken, maar tegen een op verkeerde wijze daarvan gebruik maken.

Aversie
Maar wat roept nu bij sommige jongeren zo'n weerstand op tegen allerlei gangbare normen en vormen in onze kringen? Daar is geen eenduidig antwoord op te geven. Er zijn er die zich eraan ergeren omdat zij mee willen met de moderne tijd. Het interesseert hen niet dat achter allerlei veranderingen een heel ander denkkhmaat schuilgaat. Dat willen zij juist en daar voelen zij zich in thuis. Hier hoef ik niet verder op in te gaan. Als dit het geval is, dan is er iets heel ernstigs aan de hand: wij willen leven naar het schema van de wereld en niet naar dat van het Koninkrijk Gods. De conclusie is eenvoudig: wij willen, zo daar nog sprake van is, God wel dienen, maar op onze eigen wijze. Dat kan niet en dat mag niet.

Schijnheiligheid
Maar als ik eerlijk rondkijk, dan is de hierboven genoemde mogelijkheid bepaald niet de enige. Ik herken met jou en met andere jongeren een zekere verstarring. Omdat velen eigenlijk geen antwoord hebben op de moderne secularisatie trekt men zich terug achter allerlei kenmerken en dat op een bepaalde wijze. Bepaalde vormen worden belangrijk als teken van het echte. Een echt net, christelijk meisje heeft een rok aan; heeft lang haar en draagt zondags een hoed. Dat datzelfde meisje nogal jaloers is en daarom op school geregeld de een tegen de ander opzet, is niet zo belangrijk. Thuis en op school voldoet ze echt aan de kenmerken van een net meisje. Haar buurmeisje dat in een lange broek loopt, maar hartelijk is en graag voor een ander klaar staat, is toch minder. Wat wil ik hier even mee duidelijk maken? Dat het ook voorkomt dat de vorm niet meer functioneert als uitingsvorm van het denken en van een innerlijke relatie met de Heere, maar als een veruitwendigde zaak met het karakter van groepskenmerken. Ze zijn tekenen geworden van het behoren tot een bepaalde, tot de echte groep.

Mens en regel
Hier boven liet ik al zien dat het dan niet meer gaat om de mens maar om de regel; niet meer om de eer van de Heere en het heil van de naaste. Ik noem een voorbeeld. (Dat ik lange broeken voor meisjes afkeur is in de beantwoording van diverse vragen wel naar voren gekomen.) Stel dat er zondag in onze kerkdienst een vrouw uit de buurt komt binnenlopen in een lange broek. Misschien heeft zij haar kind verloren en is zij op zoek naar troost. Misschien is zij door een radio-uitzending of door een ingrijpende gebeurtenis op zoek naar zekerheid en vrede. Hoe gaat het er in onze gemeente dan toe? Hoe is onze reactie als wij haar zien binnenkomen? Wordt zij bij de deur al tegengehouden? Kijken wij haar allemaal aan met ogen als schoteltjes? Of gaan wij op onze plaats voor haar bidden? Zeggen wij: „Heere, ik zie aan die vrouw dat zij niet gewend is om naar de kerk te gaan, in ieder geval niet in ons soort kerken, wilt U haar alstubheft treffen door Uw Woord, zodat zij U mag leren kennen en dienen?!" Als zij bij ons in de buurt zit en we lopen samen de kerk uit, wat doen we dan? Zeggen wij: „Als u nog eens komt, dan moet u wel een rok aan trekken!?" Of richt onze eerste aandacht zich op haar persoon en haar onsterfelijke ziel? „Bent u hier voor het eerst? Hebt u er wat aan gehad?" Of ja dat kan ook nog, zeggen wij helemaal niets tegen haar en spreken wij er na afloop schande over? Wat is dan het verschil met de Parizeen en hun houding tegenover die genezen man met zijn bedje?

Uitbreiden
Het bovenstaande voorbeeld kan ik uitbreiden. Hoe spreken wij als ouders met onze kinderen als het gaat om een lange broek? Zijn dat de enige punten die zij ons aan de orde horen stellen? Helaas gebeurt dat: vele kinderen hebben hun ouders alleen maar horen vertellen wat allemaal zondig is, maar zij hebben nooit gehoord dat onbekeerd zijn en ongeloof de grootste zonde is èn tegen de Heere, èn tegen Christus, èn tegen de Heilige Geest. Ze besteden meer tijd aan de vormen dan aan de Formeerder. Kinderen weten wel van verboden en geboden, maar niet van gebeden. Dat kan niet. Dat mag niet. Zegt de apostel niet, dat op die wijze de wet toorn werkt? De zaken moeten aan de orde komen in het kader van geloof en bekering. Aan de kinderen moet uitgelegd worden wat Gods bedoeling en Gods geheim is met bepaalde vormen. Waarom vraagt de Heere, bij voorbeeld, dat vrouwen hun hoofd bedekken in de eredienst? Ik vrees dat de meeste ouders en anderen het niet verder weten te brengen dan de argumentatie dat als je naar de Koningin gaat je het ook doet. Maar zo'n antwoord heeft niets van doen met de geestelijke diepte die er achter zit. En zo heb ik het meer dan eens meegemaakt dat meisjes en vrouwen die in hun eigen kerk 'netjes' met een hoed op zitten, dat 'ding' van hun hoofd laten als zij een keer in een Hervormde Kerk kerken. Dit hebben zij in ieder geval dan duidelijk laten zien: ze doen het misschien voor hun eigen kerkeraad, maar niet voor de Heere, want dan maken tijd en plaats niet veel verschil. Dit is een logisch gevolg wanneer vormen los van de inhoud zijn komen te staan. Dan leidt dit of tot verstarring en verstening, of tot afschaffing.

Oplossing
Het is mijns inziens van het allergrootste belang dat wij in onze gezinnen, scholen en kerken zien wat er in onze tijd speelt. De machten maken zich breed om onze jeugd mee te sleuren. Vele leerlingen van reformatorische scholen ken je soms na een jaar studeren qua uiterlijk niet meer terug. Ze hebben misschien in al die jaren op school geen enkel probleem gegeven, maar ze hebben er schijnbaar ook niets van meegenomen. Of kon dat ook niet? Stonden de regels alleen afgedrukt in het programmaboekje en in de agenda en werd nooit op positieve wijze de bedoeling duidelijk gemaakt en overgedragen? Dit stelt ons met elkaar voor de ernstige vraag of jongeren gelijk hebben wanneer zij stellen dat zij vanwege al dat "gemekker" over uiterlijke vormen de kerk de rug toekeren. De vormen dan maar laten vallen? Geenszins, maar deze laten schitteren als de geschikte uitingsvorm voor een rijke, diep geestelijke inhoud. Met onze jongeren bezig zijn vanuit de drang van de liefde hen voor Christus te mogen winnen en hun eeuwig behoud te zoeken. Dat dat ons beweegt moeten zij proeven. Dat moet de eigenlijke intentie van ons als ouders en schooldirecties zijn. Het moet ons niet genoeg en tot vreugde zijn wanneer de regels uiterlijk netjes gehandhaafd worden maar dit zij onze blijdschap dat wij mogen zien en horen dat het volgende geslacht in de waarheid wandelt. Hiermee wil ik de vormen niet laten vallen, maar ze op de juiste plaats en de juiste waarde schatten. Het gaat om Gods eer en het behoud van de naaste. De samenvatting van de wet is God lief te hebben boven alles en de naaste als onszelf Van deze liefde zullen de vormen uitingsvorm dienen te zijn wil onze godsdienst geen vormendienst zijn.

Vragenrubriek
Met opzet ben ik heel uitvoerig op deze vraag ingegaan. Eigenlijk speelt deze vraag in vele vragen mee. Tegelijk is het wat mij betreft een verantwoording van de bedoeling van deze vragenrubriek. Als er vragen gesteld worden over het dragen van een hoed of van een broek, dan gaan we daar uitvoerig op in om de gelegenheid te gebruiken de diepere achtergronden te laten zien. Als een enkeling dan stelt dat het in de rubriek alleen maar om uiterlijke vormen gaat, protesteer ik. Als ik een bepaalde vorm niet vanuit de Schrift zie opkomen als uitingsvorm van een geestelijk gedachtengoed, dan zal ik niet optreden als een conservator van een museum. Maar als dat wel het geval is, dan zal ik proberen vragen over vormen te herleiden tot de geestelijke inhoud. Ik hoop dat zo dit uitvoerige antwoord daar mede dienstbaar aan mag zijn. Ik denk dat ik in de toekomst best nog een en andermaal naar dit antwoord teruggrijp, omdat het niet iedere keer zo duidelijk herhaald kan worden. Daarom: bedankt voor je brief!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.