+ Meer informatie

Bijgeloof tiert nog welig in vele streken

Verzameling vreemde volksverhalen

5 minuten leestijd

„De belangstelling voor zaken waarbij je eigenlijk niet meer met beide benen op de grond staat, neemt sterk toe. Vooral bij jongeren. Denk maar eens aan de astrologische rubrieken in tijdschriften en kranten, of aan de tekens van de dierenriem, die veel meisjes als sieraadje aan een halsketting dragen. Maar ook oude verhalen doen het tegenwoordig weer goed".

Dit constateert de heer Graad Engels te Helden-Dorp in Noord-Limburg. Hij wijst op de vele boeken over volksverhalen die de laatste jaren zijn verschenen. Wellicht een vlucht van de jonge mensen uit een koude geïndustrialiseerde wereld naar de romantiek, de geheimzinnigheid.

Oraad Engels (60) heeft ruim 30 jaar lang de boeren in zijn geboortestreek in Noord-Limburg bezocht als bedrijfsvoorlichter van de Rijkslandbouwvoorlichtingsdienst. Na de gesprekken over de wijze waarop de boeren het meeste gewin van hun bedrijf zouden hebben, zette Engels graag nog een boom op over oude volksverhalen en -gebruiken. Hij schreef ze voor zichzelf wel op, maar daar bleef het bij. Totdat anderen hem aanspoorden de beste verhalen samen te voegen tot een boek. Het resultaat was de bundel „Volksverhalen tussen Peel en Maas".

Consument

„Eigenlijk ben ik een consument, geen producent", zegt Graad Engels, waarmee hij bedoelt, dat hij veel boeken leest, maar zich niet zozeer geroepen voelt zelf te schrijven. De gepensioneerde bedrijfsvoorlichter vindt zichzelf in de eerste plaats een „landloper", zij het dat hij er graag met de fiets op uit gaat. Toen hij nog bij de Landbouwvoorlichtingsdlenst werkte, wilde hij geen dienstauto hebben. „Dan verlies ik het contact met de natuur", zei hij.

De belangstelling voor oude verhalen is aangewakkerd door zijn grootvader. Die vertelde graag over heksen, spoken en kabouters. Trouwens ook vader en moeder Engels wisten merkwaardige geschiedenissen uit de streek te vertellen.

Graad viel bij de boeren dus met zijn neus in de boter. Zijn grootouders en ouders geloofden zelf niet in heksen en spoken, maar op zijn tochten heeft Graad verscheidene mensen ontmoet, die er van overtuigd waren, dat hetgeen zij wisten te vertellen, werkelijk waar was. Graad: „Toen een 88-jarige boer mij eens een verhaal aan het vertellen was, hield hij — bij de clou gekomen — ineens op. „Ik vertel je niets meer", zei hij".

Verband

Soms ook durven oude mensen in afgelegen streken hun verhaal niet te vertellen, hoewel vast staat dat zij oude vertelsels kennen. De heer Engels, die ook graag in oude boeken en archieven pluist, heeft dikwijls verband kunnen vinden tussen een volksverhaal en iets dat soms enkele eeuwen eerder werkelijk is geschied. Als voorbeeld vertelt hij het wonderlijke verhaal van de graaf van Kessel, wiens geest na zijn dood geen rust zou kunnen vinden, omdat hij op oneerlijke wijze aangeslibd land langs de Maas verwierf.

's Nachts zou men soms daar aan de Maas een geklots kunnen horen. Zijn geest is dan bezig het gestolen land terug te scheppen. Een onzinnig verhaal? Engels heeft in oude geschriften inderdaad een en ander gevonden van een proces, dat een van de heren van Kessel om grond aan de Maas heeft gevoerd.

Gang

Er zou ook een gang onder de Maas lopen, die begon bij de burcht van Kessel. Kan niet, zou men zeggen. Maar... op een oude kaart kan men zien, dat de gang er wél kan hebben gelopen, echter niet onder de rivier door. Want die had vroeger een andere loop. In het land kan men ter plaatse nog de oude bedding terugvinden.

De gang is er werkelijk geweest. De ingang in het kasteel is indertijd op verzoek van een moeder-overste — er was een internaat in het kasteel gevestigd — dichtgemetseld. De nonnetjes vonden de gang, afgesloten door een plaatijzeren deur met gaten, veel te griezelig.

In de oorlog toen de geallieerden aan de westelijke oever van de Maas zaten en de Duitsers aan de overkant, zag een Engelse kolonel in die gang een mogelijkheid de Duitsers in de rug aan te vallen. Doch het kasteel was inmiddels platgeschoten en de gang was niet meer terug te vinden.

Kabouters

Graad Engels verhaalt in zijn boek ook over kabouters en dwergen. Menig verhaal heeft hij oude streekgenoten horen vertellen. Zij hadden nooit zelf kabouters gezien, maar zij kenden de vertellingen van mensen die de kabouters wel hadden gezien. De vertellers hebben Graad Engels indertijd de boerderijen waar de kabouters kind aan huis waren, zelf gewezen. Zij wisten ook waar de huisjes van de kabouters hebben gestaan tot het ogenblik waarop er iets gebeurde, dat de kabouters noopte weg te trekken.

Oorsprong

Graad Engels: „Ik denk dat de „kabouters" zijn te herleiden tot de mensen uit vroeger tijden, die kleiner geweest moeten zijn dan de mens van tegenwoordig. Overleveringen kunnen tot onheuglijke tijden teruggaan. Mogelijk ook vinden de verhalen over kabouters hun oorsprong in de misvormde, gedrochtigde mensjes die vroeger in groepen door het land trokken, op zoek naar wat werk en wat eten. Tegenwoordig ziet men dergelijke zielige wezentjes niet meer — zij zitten in tehuizen".

Graad herinnert zich nog zo'n mannetje, dat vroeger van tijd tot tijd bij zijn school kwam kijken. Te wijde (gekregen) kleren had hij aan en hij droeg een zak op de rug, waaruit hij brokken krijt haalde voor de kinderen.

Dialect

De heer Engels, die op zijn tochten door het land ook zeker 2.000 merkwaardige woorden uit zijn eigen dialect ontdekte en meer dan honderd volksliedjes uit zijn geboortestreek opschreef, heeft hiermee bewezen een neus voor de oude volkscultuur te hebben. Het Instituut voor dialectologie en volkskunde van de Koninklijke Nederlandse Academie voor wetenschappen te Amsterdam en de universiteit te Nijmegen hebben hem dan ook als medewerker aangesteld.

Bekijkt men de volksverhalen niet zozeer van de romantische, maar van de wetenschappelijke kant, dan kan men zich het hoofd breken over de vraag, hoe het komt, dat men elementen van de Limburgse volksverhalen ook terugvindt in verhalen die in andere delen van ons land spelen. Sterker nog: Graad Engels heeft soortgelijke verhalen ook gevonden in volksvertellingen uit Rusland, van zigeimers en zelfs uit Japan.

Fantasie

De menselijke fantasie is een rijke bron van allerlei verhalen. Maar met de waarheid wordt het niet zo nauw genomen. Allerlei bijgelovigheden worden er in verwerkt. Zeker in rooms-kathoüeke streken is dat het geval, zoals uit het boek van de heer Engels duidelijk blijkt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.