+ Meer informatie

DE EVANGELISATIE-AMBTSDRAGER

10 minuten leestijd

Achtergrond

Tijdens de generale synode van 1962 in Haarlem-Santpoort werd voor het eerst de suggestie gedaan om evangelisatie-ouderlingen te benoemen in de wat grotere kerken.1) Dit gebeurde op voorstel van de toenmalige deputaten evangelisatie. De achtergronden van dat voorstel waren tweeledig. In de eerste plaats waren de jaarlijkse statistieken toen al zorgwekkend. Er werden meer Christelijke Gereformeerden onkerkelijk dan er van buitenaf bijkwamen door belijdenis en volwassendoop. In die situatie is in het jaar 2000 nog geen verandering gekomen, al mogen we blij zijn dat ook vandaag de dag mensen met een onkerkelijke achtergrond de weg vinden naar onze kerken. In de tweede plaats bleek uit een gehouden onderzoek (1953) dat het grootste deel van de kerkenraden in die tijd nauwelijks enige visie had op evangelisatie. Deputaten evangelisatie hadden de verwachting dat met het benoemen van evangelisatie-ouderlingen kerkenraden “zelf met de neus op het evangelisatiewerk gedrukt” zouden worden.2)

Gegevens

Momenteel hebben ongeveer 60 van onze 189 Christelijke Gereformeerde plaatselijke gemeenten een evangelisatie-ouderling of evangelisatie-diaken. Bij een enkele gemeente is de kerkenraad op een andere manier vertegenwoordigd in het evangelisatiewerk (bijvoorbeeld via de predikant). Een handvol andere gemeenten heeft iemand in dienst die geheel of gedeeltelijk is vrijgesteld voor de organisatie en uitvoering van het evangelisatiewerk. Nog weer enkele andere gemeenten hebben de betrokkenheid van de kerkenraad bij evangelisatie wellicht op een andere manier georganiseerd. Maar al met al betekent dit toch dat bij maximaal de helft van de kerken tot stand is gekomen (althans naar de letter) wat de GS van 1962 beoogde. Hiermee wil ik niet suggereren dat bij de kerkenraden die niet vertegenwoordigd zijn in deze cijfers geen aandacht zou bestaan voor evangelisatie. Toch kunnen deze cijfers iets zeggen over de officiële betrokkenheid van de kerkenraden van een groot deel van onze kerken bij het evangelisatiewerk. Als deze cijfers een betrouwbaar beeld geven, kunnen we over die betrokkenheid nog altijd niet juichend zijn.

Waarom moet de kerkenraad betrokken zijn bij evangelisatiewerk?

In een van de vorige nummers van Ambtelijk Contact heb ik bij deze vraag stilgestaan. Wanneer evangelisatie een taak is voor heel de gemeente en een onmisbaar ingrediënt voor kerk-zijn, moet de kerkenraad hierin zijn verantwoordelijkheid verstaan. Daarbij komt dat evangelisatie tot de ambtelijke opdracht behoort, ook volgens de KO (art. 23). Tenslotte is het de opdracht van ambtsdragers “de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon” (Ef. 4:12). In het vorige artikel heb ik enkele suggesties gedaan hoe de kerkenraad deze drievoudige verantwoordelijkheid gestalte kan geven met het oog op evangelisatie.

In dit artikel wil ik ingaan op een bijzondere mogelijkheid die de kerkenraad heeft: het aanstellen van een evangelisatie-ambtsdrager. Met zo’n aanstelling kan een kerkenraad laten zien dat het hem ernst is met de bijbelse opdracht om het Evangelie te verkondigen aan alle volken, te beginnen dichtbij huis. Het geeft de kerkenraad ook gelegenheid om structureel aandacht te besteden aan evangelisatie, wellicht meer dan bij afwezigheid van een evangelisatie-ambtsdrager.

Het praktische nut van een evangelisatie-ambtsdrager is dat de ‘natuurlijke kloof tussen de kerkenraad en de evangelisatiecommissie zo klein mogelijk moet zijn. Zo’n kloof ontstaat heel gemakkelijk, omdat een kerkenraad ook niet alles kan bijhouden. Bovendien is het helaas nog altijd vaak zo dat een evangelisatiecommissie er een beetje ‘bijhangt’ in een kerk: het is een groep hobbyïsten of enthousiastelingen, maar geen centrale commissie in het kerkelijk werk. Op deze manier ontstaat gemakkelijk een wederzijds besef dat de commissie er niet echt bijhoort. Zo’n besef is een uitstekende voedingsbodem voor verwijdering en wrijving. Er zijn teveel gemeenten waar de kerkenraad nauwelijks weet wat de evangelisatiecommissie doet. In sommige kerken heerst zelfs een wederzijds wantrouwen. Het hoeft geen betoog dat dit schadelijk is voor het uitvoeren van de Grote Opdracht door onze kerken. De instelling van een evangelisatie-ambtsdrager kan dit in principe tegengaan, omdat de kerkenraad zo niet alleen het belang van het evangelisatiewerk erkent, maar ook permanent vertegenwoordigd is in de evangelisatiecommissie.

Wat is een evangelisatie-ambtsdrager?

Een evangelisatie-ouderling of -diaken is iemand die namens de kerkenraad net evangelisatiewerk behartigt. Hij is de schakelfiguur tussen de evangelisatiecommissie en de kerkenraad. Voor alle duidelijkheid: hij is niet iemand die de verantwoordelijkheid van de kerkenraad overneemt. Zoals de evangelisatiecommissie niet plaatsvervangend het evangelisatiewerk kan overnemen van de gemeente, zo kan ook de evangelisatie-ambtsdrager dit werk niet doen om de andere ambtsdragers van nun verantwoordelijkheid te ontlasten. Wel is hij de eerst verantwoordelijke. Wat dat betekent voor de praktijk van zijn werk, is een vraag die ik verderop nog behandel.

De evangelisatie-ambtsdrager is voor de volle 100% ouderling of diaken, met alle rechten en plichten van dien. Hij heeft echter een bijzondere opdracht gekregen, zoals bijvoorbeeld ook de scriba of de jeugdouderling is vrijgesteld voor bijzondere taken. De evangelisatie-ambtsdrager woont dus de kerkenraadsvergaderingen bij en als hij ouderling is, doet hij op zijn tijd dienst net als elke ouderling. Hij wordt door de gemeente gekozen, zoals elke ambtsdrager. Voor de kandidaatstelling verdient het aanbeveling om in overleg te gaan met de evangelisatiecommissie.

Hier is overigens een waarschuwing op zijn plaats: de beste evangelisten zijn niet altijd de beste evangelisatie-ambtsdragers! Mensen van de praktijk kunnen soms zo dicht op de praktijk zitten, dat ze het overzicht missen. Omdat de taak van een evangelisatieouderling of -diaken vooral bezinnend, toerustend en organiserend is, moet eerst gekeken worden naar kwaliteiten op dat gebied. Uiteraard moet het iemand zijn met visie, inzicht en ervaring op het gebied van evangelisatie, maar het hoeft niet noodzakelijk iemand te zijn die veel langs de deuren gaat. Het is de verantwoordelijkheid van de kerkenraad dat de goede mensen op de goede plaatsen terechtkomen. Dat geldt ook voor het ambt van evangelisatie-ouderling of diaken. In het ideale geval is hij iemand die weet wat evangelisatie is, openstaat voor nieuwe ideeën, de cultuur kent, behept is met goede contactuele eigenschappen en een goed oog heeft voor de kwaliteiten van mensen.

De taak van de evangelisatie-ambtsdrager: praktische uitvoering

Veel van de praktische bezigheden van de ambtsdrager zullen afhangen van de situatie ter plaatse. Stapt de evangelisatie-ouderling of -diaken in een goed georganiseerd geheel of is er bijna niets wat functioneert? Is er een breed gedragen visie op evangelisatie in de gemeente of wordt hij aan zijn lot overgelaten, zo van “zoek het nu maar uit”?

In het algemeen zijn er vier aandachtsvelden voor de evangelisatie-ambtsdrager:

1. In de eerste plaats dient hij zorg te dragen voor een goede organisatie van het evangelisatiewerk. Voor alle duidelijkheid: die goede organisatie vertaalt zich in wat er daadwerkelijk gebeurt op het terrein van evangelisatie! We moeten een goede organisatie niet vereenzelvigen met het aantal vergaderingen dat een commissie belegt. Maar al te vaak is een evangelisatiecommissie hoofdzakelijk op die manier actief. En dat is niet de bedoeling. Bij een goede organisatie hoort ook dat de evangelisatie-ambtsdrager op zoek gaat naar geschikte personen voor het evangelisatiewerk. Daarbij gaat het om ‘uitvoerders’, maar ook om mensen met goede ideeën, zeg maar de wat meer theoretisch ingestelde mensen. Kortom, wat zijn de gaven in de gemeente?

2. In de tweede plaats draagt de evangelisatie-ambtsdrager de verantwoording voor een goede en praktisch-gerichte toerusting van de gemeente op het gebied van getuigezijn. Hij dient zich te oriënteren op de mogelijkheden die er zijn. Hierbij valt te denken aan prediking, catechese en cursussen. Om zich goed te kunnen oriënteren, is het belangrijk dat hij ook zelf toerusting ontvangt via cursussen, conferenties en dergelijke. De kerkenraad zou hem verder een zeker budget kunnen toewijzen om materialen en boeken aan te schaffen voor Zeitstudie.

3. In de derde plaats is de evangelisatie-ambtsdrager contactpersoon tussen de kerkenraad en de evangelisatiecommissie. Daarom moet hij ervoor zorgen dat het evangelisatiewerk regelmatig op de agenda van de kerkenraad verschijnt. Verder verdient het sterke aanbeveling dat de evangelisatie-ambtsdrager ook zorgt voor toerusting voor de kerkenraad. Deze toerusting moet vooral gericht zijn op de beleidskant van evangelisatiewerk en de integratie daarvan in het geheel van de gemeente (missionaire gemeenteopbouw). Tenslotte draagt de evangelisatie-ambtsdrager verantwoor-delijkheid voor een goed evangelisatiebeleid in de gemeente. Dit betekent niet dat hij het alléén moet ontwerpen (bij voorkeur niet!), maar wel dat hij er zorg voor draagt dat het op papier komt, dat het wordt uitgevoerd en dat het regelmatig wordt geëvalueerd in de kerkenraad en in de evangelisatiecommissie.

4. In de vierde plaats is de evangelisatie-ambtsdrager doorgaans degene die het eerste ‘officiële’ contact legt met belangstellende niet-gelovigen of jonggelovigen. Hij verzorgt bijvoorbeeld een eerste catechese voor mensen die lid willen worden van de kerk. Voor hen vertegenwoordigt hij de kerkenraad en daarmee de bestuurlijke en organisatorische laag van de kerk. Evangelisatiewerkers die goede contacten hebben met buitenkerkelijken en voelen dat deze mensen rijp zijn voor verder onderwijs en introductie in de christelijke gemeente, kunnen dat via de evangelisatie-ambtsdrager vormgeven.

Graag wil ik benadrukken dat de evangelisatie-ambtsdrager er altijd op gericht moet zijn zoveel mogelijk mensen te betrekken in het evangelisatiewerk. Voor de vier aandachtsvelden hierboven betekent dat dat hij weliswaar de eindverantwoordelijkheid draagt, maar niet dat hij het allemaal zelf hoeft te doen. Zeker in een wat grotere gemeente is het goed mogelijk om coördinatoren of commissies aan te stellen die bijvoorbeeld gaan over toerusting, bezinning, materialen en dergelijke.

In het algemeen kunnen we dus zeggen dat de evangelisatie-ambtsdrager een overkoepelende functie heeft ten aanzien van het evangelisatiewerk. Hij is niet zozeer uitvoerder (al is het natuurlijk zeer aan te bevelen dat hij praktische ervaring heeft) als wel degene die stof aanreikt ter bezinning en zorg draagt voor de voortgang van het werk. Hij is degene die de goede mensen op de juiste posities probeert te krijgen. Soms is hij ook degene die bepaalde evangelisatie-activiteiten uitzoekt. Overigens is het altijd beter om dit in overleg met de evangelisatiecommissie te doen.

Nog enkele suggesties voor de praktijk

Tot slot nog enkele zaken die van praktisch belang kunnen zijn:

1. Beleidsmatig verdient het aanbeveling -zeker in een grotere gemeente- om twee evangelisatie-ambtsdragers aan te stellen, met een overlappende termijn. Dit bevordert de continuïteit in het werk. De praktijk leert dat de overdracht nu eenmaal - vaak - nogal gebrekkig gebeurt. Dat vraagt weer om een langere inwerktijd en bij een ambtsperiode van vier jaar blijft er dan weinig ‘effectieve tijd’ over.

2. De evangelisatie-ambtsdrager moet ruim de tijd nemen (en krijgen!) voor persoonlijke bezinning.

3. De evangelisatie-ambtsdrager is bij voorkeur lid van de evangelisatiecommissie, maar hoeft geen voorzitter te zijn.

4. De evangelisatie-ambtsdrager moet rekening houden met de gevoeligheden in de evangelisatiecommissie ten aanzien van de kerkenraad in het algemeen, maar ook ten aanzien van zijn persoon in het bijzonder. Helaas is het nogal eens zo dat evangelisatiecommissies op grand van ervaringen in het verleden met een zeker wantrouwen kijken naar de kerkenraad. Dit is niet altijd onterecht! Zeker als het instituut van een evangelisatie-ambtsdrager nog niet vast geworteld is in de gemeente, moet hij zijn inspraak bij de mensen uit de praktijk nog verwerven. Dit vraagt om tact, geduld en een open sfeer.

5. Hij moet zorgvuldig luisteren naar geluiden uit het veld, zeker als het gaat om mensen die meer ervaring hebben. Ook dit hoort bij het onderkennen van de gaven!

6. En als er geen evangelisatiecommissie is? Voor alles moet de evangelisatie-ambtsdrager voorkomen dat hij een afgesloofde en gefrustreerde eenling wordt, die plaatsvervangend het werk voor de gemeente opknapt. Doelstelling 1 is dus: verzamel een team!

Dr. S. Paas is evangelisatieconsulent.

1) Acta GS 1962, art. 74.

2) J.H. Velema, “De Evangelisatie-Ouderling”, Ambtelijk Contact 18 (1963), 173.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.