+ Meer informatie

GENERALE SYNODE ’s-GRAVENHAGE 1986

40 minuten leestijd

In overleg met de scribae van de verleden jaar gehouden generale synode biedt de redactie van Ambtelijk Contact u hierbij een overdruk aan van het „Besluitenboekje” dat overeenkomstig het bepaalde bij artikel 50 K.O. sub 10 de kerkeraden werd toegezonden.

De synode van 1956 gaf voor het eerst de opdracht om „onmiddellijk na de sluiting van de synode of zo spoedig als dit mogelijk is, de kerkeraden in kennis te stellen met belangrijke besluiten” (Acta, art. 23). Ten gevolge van de verbreding van het synodale werk en de vertraging die mede daardoor was ontstaan met betrekking tot de verschijning van de Acta, was de behoefte gegroeid aan publikatie resp. kennisgeving aan de kerkeraden van die besluiten die als „belangrijk” waren aan te merken voor de directe voortgang van het kerkelijke leven, „zo spoedig als dit mogelijk is” na de synode. Hieraan werd door de scribae synodi voldaan, aanvankelijk in gestencilde vorm, later in gedrukte vorm toen er in 1966 samenwerking ontstond tussen hen en de redactie van „Ambtelijk Contact”, zodat het Besluitenboekje niet alleen als „ingekomen stuk” op de kerkeraadsvergadering terechtkwam, maar in overdruk ook in handen van elk kerke- raadslid - uiteraard voor zover op Ambtelijk Contact geabonneerd (zie Acta 1968/69, bijlage I sub A).

Dat laatste - dat elk lid van de kerkeraad zelf de beschikking krijgt over de „belangrijke besluiten” van de synode - acht de redactie nog van grote betekenis. In feite geldt dat van ieder meelevend kerklid - en, mits lezer van ons blad, kàn hij of zij er ook over beschikken. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat zonder meer elke lezer dit nummer van ons blad als boeiende lectuur zal waarderen. Moge het begrip „boeiend” - evenals het zo juist gebezigde „belangrijk” - min of meer een subjectieve zaak zijn, bindend is het gepubliceerde zonder twijfel overeenkomstig het onder ons geldende principe van artikel 31 van de Kerkorde („vast en bondig, tenzij………”). Natuurlijk kan een publikatie als deze slechts zeer ten dele informeren over motieven, argumenten en achtergronden van de genomen besluiten. Wie daarover meer wil weten zal te zijner tijd de Acta van de synode moeten raadplegen. Hopelijk zal dat dan voor niemand een probleem zijn, maar boeiend en bindend tegelijk!

Moge de beschikbaarstelling van deze overdruk van het Besluitenboekje 1986 onder de zegen van de Koning der kerk daartoe dienstbaar zijn!

A. Kerkorde

1. Artikel 4

De synode besloot onder 3.1 toe te voegen (na de woorden: „Indien het advies van deputaten in tegenstelling tot het oordeel van de classis afwijzend is, beslist de particuliere synode”):

„Wanneer een minderheid van de deputaten zich niet kan neerleggen bij het oordeel van de meerderheid, zich daarbij beroept op de Schrift, de belijdenis of de kerkorde, en tijdens de vergadering zelf te kennen geeft de zaak te zullen voorleggen aan de particuliere synode, beslist de particuliere synode, die met het oog daarop eerder kan worden samengeroepen, en zal de classis hangende dit beroep op de particuliere synode, geen effect verlenen aan een besluit om een kandidaat toe te laten tot de dienst des Woords en der sacramenten”.

2. Artikel 13

De synode besloot de volgende bepaling sub 3 d toe te voegen:

„De bovengenoemde termijn van drie maanden geldt niet bij emeritering of overlijden van een predikant die bijzondere arbeid verrichtte naar artikel 6 K.O. en zijn traktement niet ontving van zijn kerkeraad of van enig deputaatschap in onze kerken”.

3. Artikel 49

De synode besloot het volgende als richtlijnen te aanvaarden:

1. wanneer een kandidaat is afgewezen door de classis, zal hij niet binnen de termijn van een half jaar in een andere classis peremptoir examen kunnen afleggen;

2. wanneer deputaten art. 49 K.O. van een andere particuliere synode betrokken zijn bij het peremptoir examen dat een kandidaat heeft af te leggen, zullen zij van deputaten van de particuliere synode, binnen welker ressort hij is afgewezen, in een hiervoor te houden vergadering, de nodige informatie ontvangen.

B. NIEUWE REGLEMENTEN/RICHTLIJNEN

1. Concept instructie voor de zendingscommissie

Artikel 1

De zendingscommissie verricht haar werkzaamheden in opdracht van en onder verantwoording aan de kerkeraad.

Artikel 2 Benoeming

De zendingscommissie bestaat uit minstens vijf leden, die door de kerkeraad worden benoemd voor de tijd van drie jaar. De leden zijn opnieuw benoembaar voor een periode van drie jaar. Alleen in zeer bijzondere omstandigheden kan de kerkeraad van bovenvermelde regel afwijken.

Jaarlijks treedt een evenredig deel af volgens een door de commissie vastgesteld rooster.

Artikel 3 Taak

De zendingscommissie heeft tot taak:

3.1. de zendingsgedachte in de gemeente te stimuleren;

3.2. gelden bijeen te brengen voor het zendingswerk en deze te beheren in overleg met de commissie van beheer c.q. penningmeester van de kerk. De te verzamelen gelden dienen om jaarlijks te voldoen aan de door de generale synode vastgestelde totaal omslag die voor de gemeente geldt.

Artikel 4 Werkzaamheden

Voor de uitvoering van haar taak zal de zendingscommissie zich met name richten op:

4.1. het onder haar leiding organiseren van zendingssamenkomsten voor de gemeente;

4.2. het bevorderen dat er minstens eenmaal per jaar een kerkdienst wordt gehouden waarin bijzondere aandacht aan de zending wordt gegeven;

4.3. het verlenen van alle nodige medewerking aan de verspreiding van het zendingsblad UW KONINKRIJK KOME in de gemeente; daartoe zullen de namen en adressen regelmatig worden opgegeven aan het Zendingshuis;

4.4. de verkoop van de zendingskalender;

4.5. het meewerken aan de door de zendingsdeputaten ten behoeve van het zendingswerk georganiseerde acties;

4.6. het deelnemen aan de zendingsactiviteiten in classicaal of regionaal verband en het onderhouden van contact met de desbetreffende zendingscommissies;

4.7. het regelmatig innen van de zendingsbijdragen van de gemeenteleden hetzij door het (laten) rondgaan met zendingsbusjes, hetzij anderszins;

4.8. het ontvangen van giften en zendingscollecten;

4.9. het tijdig afdragen van het totaal van de voor de zending ontvangen gelden aan de generale zendingskas;

4.10. het ontwikkelen van eigen initiatieven ten bate van de zending binnen het kader van deze instructie.

Artikel 5 Werkverdeling

De zendingscommissie kiest uit haar midden een voorzitter, secretaris en penningmeester. De werkzaamheden worden verder voor zover nodig onderling verdeeld.

Artikel 6 Vergaderingen

De zendingscommissie vergadert zo dikwijls dit voor de uitvoering van haar taak nodig is.

Artikel 7 Voorstellen

De zendingscommissie, bevoegd om binnen het raam van haar instructie besluiten te nemen met inachtneming van het bepaalde in artikel 1, zal niet dan in goed overleg voorstellen die haar taak betreffen, bij de kerkeraad indienen. Namens de commissie dient de penningmeester jaarlijks een begroting in bij de kerkeraad, uiterlijk voor

Artikel 8 Planning en verantwoording

8.1. Elk jaar wordt vóór 1 september een plan aan de kerkeraad voorgelegd betreffende de activiteiten voor het komende seizoen. Dit plan wordt met de kerkeraad besproken en gezamenlijk vastgesteld.

8.2. Jaarlijks dient de zendingscommissie vóór 1 februari een rapport in betreffende de in het voorgaande jaar verrichte werkzaamheden. In dit rapport wordt een gespecificeerd overzicht van ontvangsten en uitgaven gegeven. De penningmeester van de kerk en de penningmeester van de zendingscommissie zullen in verband met het voldoen aan de verplichte bijdrage elkaar informeren omtrent het totaal van de voor de zending ontvangen en afgedragen gelden.

Artikel 9 Financiële controle

De controle van de financiën van de zendingscommissie zal jaarlijks door of in opdracht van de kerkeraad geschieden.

Artikel 10

Deze instructie kan op voorstel van c.q. in overleg met de zendingscommissie door de kerkeraad worden aangevuld resp. gewijzigd. In gevallen waarin deze instructie niet voorziet beslist de kerkeraad in overleg met de zendingscommissie.

Aldus vastgesteld op de kerkeraadsvergadering van 19.

voorzitter:

scriba:

2. Handleiding voor de taak van de classicale zendingscorrespondent/-commissie Uitgangspunt

In het belang van de gezamenlijke roeping die de Christelijke Gereformeerde Kerken hebben voor de buitenlandse zending, is het van betekenis dat in elke classis een cor- respondent/commissie voor de zending wordt aangesteld.

De classis neme in overweging hem/haar de volgende instructie te geven:

H. Het stimuleren van activiteiten in de plaatselijke gemeenten binnen het classicaal ressort ten dienste van de zending.

Hieronder kan worden begrepen:

- het stimuleren van kerkeraden tot het instellen van een zendingscommissie waar die ontbreekt (concept-instructie beschikbaar),

- het zo nodig versterken van het besef bij de kerkeraden dat een zendingscommissie een commissie is van de kerkeraad, die namens hem een belangrijke taak in de gemeente verricht;

- het zo mogelijk beleggen van informatiebijeenkomsten voor leden van zendings- commissies, waardoor een bewuster „thuisfrontkader” gekweekt wordt;

- het attenderen van zendingscommissies op mogelijkheden voor het beleggen van zendingsavonden met zendingswerkers-op-verlof;

- het zo nodig stimuleren van zendingscommissies tot activiteit in de verspreiding van de zendingskalender e.d.;

- het ontplooien van mogelijke andere initiatieven waardoor de liefde voor en de steun aan de zending bevorderd worden.

II. Het bewaken van de offervaardigheid van de gemeenten in de classis in overeenstemming met de door de generale synode vastgestelde omslag (= basisbijdrage en overige inkomsten).

Denkbare activiteiten in dit verband:

- het contact opnemen met een kerkeraad, als een gemeente achterblijft in het afdragen van de omslag;

- het op de classisvergadering rapporteren van de stand van zaken bij de classisge- meenten.

III. Het samen met de daarvoor aangewezen commissie betrokken zijn bij de organisatie van de classicale zendingsdag(en) en hiervan mededeling te doen aan het Zendings- huis.

IV. Het erop attent zijn dat de zaak en het belang van de zending waar nodig op de vergadering van de classis aan de orde komt.

Mogelijkheden hiertoe:

- behalve de rapportage over eerder genoemde aspecten is een van de agendapunten waar de zending aan de orde kan komen, de rondvraag naar art. 41 K.O.

V. Het bijhouden van een „archief” met de feiten en gegevens over de zendingsactiviteiten in de gemeenten van de classis en deze informatie overdragen aan een eventuele opvolger.

De correspondent/commissie mag verwachten:

- regelmatige - minstens jaarlijkse - informatie van het Zendingshuis te ontvangen, zowel over de voortgang van het zendingswerk zelf als over de mate waarop de gemeenten bijdragen;

- op eigen verzoek van de penningmeester van zendingsdeputaten inzicht te krijgen in de opbrengst voor de zending van een of meer gemeenten van de classis;

- de medewerking van de zendingsdeputaten uit de particuliere synode waaronder de classis ressorteert.

C. TOEVOEGINGEN EN WIJZIGINGEN IN BIJLAGEN

1. Bijlage 7

Instructie voor deputaten voor het beheer van de algemene kas tot steun aan de kerken ten behoeve van de verzorging van emeriti predikanten, predikantsweduwen en -wezen.

In artikel 5 het percentage 135 wijzigen in 145.

Artikel 7 wordt:

„Een gehuwde of ongehuwde emeritus predikant ontvangt een zodanige uitkering uit de emeritikas dat deze, te zamen met zijn eventuele A.O.W.- of A.W.W.-uitkering, gelijk is aan de som van 70 % van de uitkeringsgrondslag en 20 % van de A.O.W.-uitkering van een gehuwde, respectievelijk ongehuwde ingezetene. Als A.O.W.-uitkering voor een gehuwde geldt tweemaal de jaarlijkse uitkering voor een gehuwde ingevolge de A.O.W.. (A.O.W.-uitkering zonder toeslag).

Bovendien worden aan emeriti predikanten beneden de leeftijd van 65 jaar de hun opgelegde aanslagen in de premieheffing voor de volksverzekeringen gerestitueerd voor zover de aanslagen betrekking hebben op de tijd, die valt na de datum waarop hun uitkering uit de emeritikas is ingegaan en voor zover de aanslagen betrekking hebben op hun uitkering uit de emeritikas”.

2. Bijlage 23

Instructie voor deputaten voor de hulpverlening in binnen- en buitenland.

Artikel 4 wordt:

„Deputaten hebben tot taak:

a. hulp te verlenen aan kerken en christelijke instellingen in binnen- en buitenland in noden van onderscheiden aard vanuit de gemeenschap met Christus en de daaruit voortvloeiende roeping;

b. de kerkeraden en in het bijzonder de diaconieën voor te lichten en toe te rusten ten aanzien van de hulpverlening der kerken en de diakenen te stimuleren om de nood van de naaste aan de gemeente voor te houden en op te wekken tot barmhartigheid en gerechtigheid;

c. bij calamiteiten de kerkleden op te wekken hun persoonlijke roeping te vervullen tegenover hun naaste in nood”.

3. Bijlage 27

Reglement op de kerkvisitatie

Aan paragraaf III. Pastoraat toevoegen:

„13. Op welke wijze besteedt de kerkeraad pastorale aandacht aan gehandicapten?” Paragraaf VI. Gemeentelijk leven:

Vraag 8 uit te breiden met:

„Indien u ten behoeve van deze activiteiten een commissie hebt ingesteld, onderhoudt u dan regelmatig contact met deze commissie en hebt u een omschreven instructie aan deze commissie gegeven?”

4. Bijlage 35

Instructie voor de deputaten tot beheer van een kerkelijk administratief bureau Artikel 4 sub B 3 wordt:

„Het desgevraagd bijhouden van archieven van deputaatschappen in overleg met deputaten kerkelijke archieven”.

D. BELANGRIJKE UITSPRAKEN VIA INSTRUCTIES EN BEZWAARSCHRIFTEN

1. Homofilie

De generale synode

kennis genomen hebbend van

instructie 8.10 van de particuliere synode van het Oosten en het daarbij behorende rapport van de commissie pastoraat met betrekking tot homofiele gemeenteleden; constaterend

a. dat de particuliere synode van het Oosten terecht stelt, dat het gesprek over en de praktijk van de homofilie ons kerkelijk leven niet voorbijgaat;

b. dat de vragen rondom homofilie/homoseksualiteit zijn toegenomen, met name als het gaat om de plaats van deze leden in de gemeente;

overtuigd

a. dat het de roeping van de kerk is ten aanzien van dit vraagstuk vanuit Schrift en belijdenis pastoraal leiding te geven;

b. dat Gods Woord ook in deze zaak, zowel in het Oude Testament als in het Nieuwe Testament niet onduidelijk is;

gelet op

a. het verzoek van de generale synode van 1983 om de in de toenmalige instructie aanhangig gemaakte materie opnieuw in overweging te nemen, gezien de niet voldoende onderbouwing ervan;

b. het feit dat deze materie een zaak van de kerken in het algemeen is; van oordeel

a. dat de intentie van de instructie van de particuliere synode van het Oosten geen kerkelijke uitspraak beoogt, maar het geven van pastorale leiding;

b. dat het bijgevoegde rapport van de commissie pastoraat met betrekking tot homofiele gemeenteleden een goed gefundeerd Studierapport is, waarin op schriftuurlijke en tevens pastorale wijze over homofilie/homoseksualiteit gesproken wordt en waarin belangrijke aanwijzingen gegeven worden voor de pastorale bearbeiding van deze leden;

besluit

dit Studierapport beschikbaar te stellen als een pastorale handreiking aan kerkera- den en kerkleden.

(Te zijner tijd zal via „Ambtelijk Contact” en „De Wekker” bekend gemaakt worden wanneer genoemd rapport beschikbaar zal zijn).

2. De zaak-Amersfoort

De synode kwam tot de volgende uitspraak:

De generale synode

kennis genomen hebbend van

a. de appelschrijvens van:

1. de kerkeraad van Amersfoort;

2. drs. P.H. Bikker te Bosch en Duin;

3. ds. H. Biesna te Apeldoorn;

4. de kerkeraad van Eindhoven;

5. ds. A. Hilbers sr. te Zwolle;

6. de kerkeraad van Veenendaal-Bethel;

7. br. H.J. Wiltink te Enschede;

b. een negental brieven, die adhesie betuigen met deze appelschrijvens;

c. het rapport van commissie VIII terzake; constaterend

a. dat de appelschrijvens wettig ter tafel zijn;

b. dat de brieven niet voor bespreking in de synode in behandeling kunnen worden genomen;

c. dat de appelschrijvens zich alle richten tegen de besluiten van de particuliere synode van het Oosten d.d. 15 januari 1986 en 5 februari 1986 inzake de appels van Amersfoort en Veenendaal-Bethel met betrekking tot abortus provocatus;

overwegend

a. dat de procedure waarin de particuliere synode van het Oosten getreden is bij de behandeling van de appels geen duidelijkheid heeft geschapen en de verstrengeling tussen het formele en het materiële heeft laten bestaan;

b. dat de particuliere synode van het Oosten ten onrechte eerst inhoudelijk uitspraak heeft gedaan om daarna zich te buigen over de formeel-procedurele gang van zaken;

c. dat de particuliere synode van het Oosten in haar besluitvorming op 5 februari 1986 ten dele onvoldoende en oneigenlijke argumenten heeft gebruikt,

d. dat de particuliere synode van het Oosten het besluit van de classis Amersfoort van 10 april 1985 had moeten afkeuren vanwege het feit dat er appel was aangetekend, waardoor verdere besluitvorming door de classis Amersfoort onwettig was en waarom het niet had mogen komen tot de, overigens ook onkerkrechtelijke, uitspraak „schorsingswaardig”;

e. dat de particuliere synode van het Oosten op grond van haar Studierapport terecht heeft uitgesproken, dat in het licht van Schrift en belijdenis abortus provocatus slechts geoorloofd is, wanneer het leven van de vrouw ermee gemoeid is en er zo een „botsing van plichten” optreedt in de bijbelse zin van het woord;

f. dat het daarom terecht is, dat de particuliere synode van het Oosten het oordeel van de classis Amersfoort over het standpunt van de predikanten alsmede over dat van de kerkeraad van Amersfoort inzake abortus provocatus niet ongegrond heeft verklaard, al was er aanmerking op te maken;

van oordeel

a. dat de behandeling van de appels procedureel niet op de juiste wijze is geschied;

b. dat de uitspraak „schorsingswaardig” in het besluit van 10 apriI 1985 een onkerkrechtelijke term is en daarom niet gebruikt had mogen worden;

c. dat het Studierapport van de particuliere synode van het Oosten, dat aan haar inhoudelijk besluit ten grondslag ligt, een verantwoord stuk is en een evenwichtige benadering geeft van deze materie;

d. dat dit Studierapport in beginsel dezelfde lijn aangeeft als de generale synode van Hoogeveen 1977 deed, toen deze de briefwisseling van de deputaten voor de correspondentie met de Hoge Overheid met het parlement uit 1975 goedkeurde en gezien kan worden als een goede onderbouwing en een nadere uitwerking van genoemde uitspraak tegen de achtergrond van de verdergaande ontwikkelingen rond abortus provocatus en de daarmee samenhangende bredere vulling van bepaalde medische termen;

e. dat dit Studierapport voor verder gesprek goede diensten kan bewijzen;

f. dat de classis Amersfoort de eerst aangewezen kerkelijke vergadering is om deze zaak onder de zegen des Heren tot een goed einde te brengen;

besluit

a. de volgende punten in de verschillende appels toe te wijzen:

1. dat de particuliere synode van het Oosten de verdere besluitvorming na 29 januari 1985 had moeten afkeuren;

2. dat de term „schorsingswaardig” niet gebruikt had mogen worden;

3. dat de particuliere synode van het Oosten ten onrechte eerst inhoudelijk uitspraak heeft gedaan en pas daarna formeel-procedureel;

4. dat de particuliere synode van het Oosten in haar besluit van 5 februari 1986 onvoldoende en oneigenlijke argumenten heeft gebruikt;

b. de volgende punten in de verschillende appels af te wijzen:

1. dat de particuliere synode van het Oosten de behandeling op de classis tot en met 29 januari 1985 had moeten afkeuren;

2. dat de particuliere synode van het Oosten het oordeel van de classis Amersfoort ten aanzien van de opvattingen van de predikanten van Amersfoort alsmede die van de kerkeraad van Amersfoort ongegrond had moeten verklaren;

3. dat de particuliere synode van het Oosten inhoudelijk een uitspraak heeft gedaan, die in strijd zou zijn met de uitspraak van de generale synode van Hoo- geveen 1977;

4. dat de particuliere synode van het Oosten geen oog zou hebben voorde vrouw in haar (psychische) nood;

c. de particuliere synode van het Oosten op te dragen de behandeling van deze zaak terug te verwijzen naar de classis Amersfoort;

d. de particuliere synode van het Oosten te verzoeken de classis Amersfoort op te dragen het gesprek met de kerkeraad van Amersfoort en zijn predikant in broederlijke geest voort te zetten, uitgaande van het classisbesluit van 29 januari 1985, waarbij de aanwezigheid van de deputaten der particuliere synode naar artikel 49 K.O. wenselijk is en waarbij het Studierapport van de particuliere synode van het Oosten inzake abortus provocatus als handreiking dient te worden genomen;

e. vier leden, alsmede de hoogleraar kerkrecht, te benoemen om haar besluiten ter classisvergadering toe te lichten, deze vergadering bij te staan en hierover aan de volgende generale synode te rapporteren;

f. van dit besluit mededeling te doen aan de appellanten, de particuliere synode van het Oosten en de classis Amersfoort;

g. de negen briefschrijvers te informeren over dit besluit.

E. BETREFFENDE DEPUTAATSCHAPPEN

a. Emeritikas

De synode besloot

a. de koppeling van de uitkeringsgrondslag aan het geadviseerde minimumtraktement van een predikant met tien dienstjaren ook voor de komende drie jaren te handhaven;

b. ter bepaling van de uitkeringsgrondslag het minimumtraktement van een predikant met tien dienstjaren met ingang van 1 januari 1987 te vermenigvuldigen met de factor 1.45 in plaats van met de factor 1.35 en in artikel 5 van de instructie het percentage van 135 te wijzigen in 145;

c. tijdelijk - in elk geval voor de komende drie jaren - het in artikel 20 van de instructie genoemde percentage van 21,5 terug te brengen tot 16 en het tijdelijke van dit besluit te accentueren door artikel 20 nu niet formeel te wijzigen.

b. Theologische Hogeschool

De synode besloot

a. aan prof. dr. B.J. O osterhoff op de meest eervolle wijze emeritaat te verlenen, met ingang van 1 februari 1987;

b. ten aanzien van de opvolging van prof. dr. B.J. Oosterhoff thans geen opvolger te benoemen in deze vacature, gehoord de toelichting van het curatorium en het college van hoogleraren, maar de benoeming van een hoogleraar in deze vacature te doen plaats vinden op de synode van 1989;

c. voor de periode van drie jaren een wetenschappelijke hoofdmedewerker te doen benoemen door het curatorium, waarbij gelet dient te worden op de wetenschappelijke kwaliteiten voor het te geven onderwijs in de betreffende oudtestamentische vakken, zonder dat dit de enige overweging is, omdat zowel het vertrouwen van de kerken als de bekwaamheid om mede te werken aan de opleiding van de aanstaande dienaren des Woords eerste vereisten zijn;

d. het curatorium op te dragen, na overleg met de synode, binnen de kortst mogelijke termijn een wetenschappelijke hoofdmedewerker te benoemen, overeenkomstig artikel 6 van het Reglement van de Theologische Hogeschool en hem in alle eerlijkheid en openheid te laten weten dat deze benoeming niet inhoudt dat hij bij de vervulling van de vacature-prof. dr. Oosterhoff als eerste zal worden voorgedragen;

e. het curatorium op te dragen ten aanzien van zijn tijdelijke aanstelling in deze nieuwe taak als hoofdmedewerker zorgvuldig vast te stellen hoe zijn verhouding is tot het college van hoogleraren en tot de overige medewerkers en in samenwerking met deputaten-financieel voor de Theologische Hogeschool die financiële regelingen te treffen, die nodig zijn;

f. goedkeuring te hechten aan de benoeming van drs. H.G.L. Peels tot wetenschappelijk hoofdmedewerker aan de Theologische Hogeschool;

g. goedkeuring te hechten aan de herbenoeming van dr. T. Brienen, drs. W. van Heest en drs. J.W. Maris tot wetenschappelijke medewerkers aan de Theologische Hogeschool;

h. goedkeuring te hechten aan de herbenoeming van drs. W. Meijer tot docent aan de Theologische Hogeschool in een aantal oudtestamentische vakken;

i. goedkeuring te hechten aan de herbenoeming van drs. L. van Dijk tot docent aan de Theologische Hogeschool voor de algemene pedagogiek en didactiek in het kader van een bijvak binnen een doctorale studie;

j. goedkeuring te hechten aan de herbenoeming van prof. dr. M. Boertien tot studiebegeleider voor het bijvak judaica;

k. over te gaan tot het instellen van een stageperiode van één maand, welke stageperiode moet plaats vinden na het kandidaatsexamen en vóór de bevestiging in de gemeente; wanneer beroepbaarstelling wordt aangevraagd, kan het curatorium deze beroepbaarstelling verlenen bij het kandidaatsexamen en effectueren na een stageperiode;

l. het curatorium op te dragen een onderzoek in te stellen naar de mogelijkheid om de studietijd van de admissiale studenten weer te brengen op vijf jaar en met name het laatste half jaar geheel te wijden aan de praktische geestelijke vorming van de aanstaande dienaren des Woords in onze kerken en de resultaten van dit onderzoek met eventuele voorstellen de volgende generale synode voor te leggen.

c. Evangelieverkondiging onder Israël

De synode besloot

deputaten op te dragen ten aanzien van de deelname aan en de verzoeken van het OJEC grote voorzichtigheid te betrachten.

d. Buitenlandse Zending

De synode besloot

a. aan ds. M. Drayer op zijn verzoek eervol ontslag als zendingssecretaris te verlenen;

b. de samenwerking met de kerk van Heerde als zendende kerk goed te keuren;

c. deputaten op te dragen onder aanbieding van excuses de correspondentie met die Gereformeerde Kerke - sinode Soutpansberg alsnog te effectueren;

d. deputaten op te dragen correspondentie aan te gaan met die Gereformeerde Kerke - sinode Middellande;

e. de Akte van Ooreenkoms met die Gereformeerde Kerke - sinode Soutpansberg overeenkomstig het aangeboden concept goed te keuren,

f. de voorlopige uitspraak van de synode 1983 inzake de samenwerking met particuliere zendingsinstanties te bevestigen en de kerken erop te wijzen, dat de gestelde criteria ook van toepassing zijn ingeval plaatselijke steun aan dergelijke instanties wordt gegeven;

g. deputaten op te dragen het bezinningsstuk over de verhouding kerkelijke zending - geloofszending verder uit te werken en dit stuk vervolgens beschikbaar te stellen aan kerkeraden, zendingscommissies en andere belangstellenden;

h. in verband met het besluit van de Gereja Toraja Mamasa in 1982 de ambten voor de vrouw open te stellen deputaten voor de buitenlandse zending op te dragen aan deze zusterkerken een broederlijke brief te schrijven (gevolgd door een gesprek), waarin wordt meegedeeld dat de generale synode van de Christelijke Gereformeerde Kerken eerst nu officieel van deze ontwikkelingen in de Geraja Toraja Mamasa kennis heeft kunnen nemen, onder duidelijke uiteenzetting van het schriftuurlijke standpunt, zoals dat tot dusver functioneerde in kerken die de gereformeerde belijdenis handhaven; daarbij dient er in alle broederlijkheid op te worden aangedrongen tot herbezinning op dit besluit te komen; deputaten zullen over een en ander verslag doen aan de generale synode van 1989.

e. Evangelisatie

De synode besloot

a. de classis Middelburg te adviseren het contract met broeder J.M. de Feijter niet te verlengen;

b. een dringend beroep te doen op de kerken, vertegenwoordigd in de Stichting Evangelisatie Oost-Vlaanderen, om samen met deputaten evangelisatie zich te bezinnen op de wenselijkheid en mogelijkheid een deputaatschap voor evangelieverkondiging in België in het leven te roepen.

f. Kas onderlinge bijstand

De synode besloot

a. het draagkrachtenbesluit 1977 als volgt te wijzigen:

1. aan de gemeente die per 1 januari minder dan 250 leden telt en het gehele jaar een predikant in dienst heeft gehad, kan op aanvraag ten hoogste 60 % van de betaalde minimumbijdragen worden terug betaald;

2. deze terugbetaling zal ingaande over 1986 plaatsvinden alleen aan die kerken die een werkelijk exploitatietekort hebben en zal niet hoger zijn dan het exploitatietekort;

b. deputaten op te dragen in goed overleg met het deputaatschap voor het onderzoek naar de doelmatigheid van de werkwijze van de deputaatschappen onderzoek te doen naar de vraag op welke wijze kas onderlinge bijstand voor méér kleine gemeenten tot steun bij het beroepen van een eigen predikant zou kunnen zijn.

g. Kerkbouwaangelegenheden

De synode besloot

a. de minimumbijdragen zo vast te stellen, dat de reeds toegezegde uitkeringen voor de jaren 1987-1989 zijn gegarandeerd, rekening houdende met het feit dat het verwachte uitkeringspercentage dient te worden gesteld op 60% van de gedane toezeggingen;

b. deputaten op te dragen in de jaren 1987 - 1989 nieuwe steuntoezeggingen te beperken tot ten hoogste f. 400.000,- per jaar en daarbij rekening te houden met de „verplichte” eigen financiering van een deel van de bouwkosten door een aanvrager.

h. Geestelijke verzorging van de varenden

De synode besloot

deputaten op te dragen in de komende periode extra aandacht te besteden aan artikel 4f van hun instructie.

i. Geestelijke verzorging van de militairen

De synode besloot

dat de bijlage bij het rapport van deputaten getiteld „Bezinning op de Kernbewape-ningsproblematiek” een bezinningsstuk van deputaten blijft en als zodanig ook zal worden gepubliceerd.

j. Contact met de kerkjeugd

De synode besloot

deputaten op te dragen:

a. voort te gaan met het geestelijk en financieel steunen van het geheel van het jeugdwerk naar analogie van artikel 6 van hun instructie;

b. te bevorderen dat de C.G.J.O. en de landelijke commissie van jeugdcontacten der Christelijke Gereformeerde Kerken met elkaar in gesprek gaan ten einde onderlinge verwijdering tegen te gaan of zelfs - waar mogelijk - weg te nemen en daarbij zelf een brugfunctie te vervullen;

c. het onderzoek naar de leef- en denkwereld van de jeugd van onze kerken voort te zetten en toe te spitsen en de resultaten daarvan aan de volgende synode voor te leggen.

k. Kerk en onderwijs

De synode besloot

a. deputaten op te dragen ook kennis te nemen van bezinningsmateriaal vanuit het reformatorische en gereformeerde onderwijs en zich met het oog op de voorlichting van de kerken ook een oordeel te vormen over de waarde van dit onderwijs;

b. deputaten op te dragen in het verlengde van hun opdracht van de synode van 1980 regionale bijeenkomsten te (doen) organiseren;

c. deputaten op te dragen de kerkeraden te stimuleren jaarlijks een bijeenkomst te beleggen van alle gemeenteleden, die hetzij bestuurlijk, hetzij als leerkracht, bij het onderwijs betrokken zijn;

d. deputaten vrijheid te geven hun rapport ten aanzien van de islam, gehoord de bespreking en na herziening, de kerkeraden en andere belangstellenden aan te bieden;

e. deputaten op te dragen de volgende synode te dienen met een verdere bezinning ten aanzien van de samenwerkingsschool.

l. Geestelijke verzorging van gehandicapten en behartiging van het ziekenhuispastoraat

De synode besloot

a. deputaten op te dragen bij de uitvoering van hun werkzaamheden voorrang te verlenen aan een voortgaande bezinning op de abortusproblematiek en zich in het licht van hun instructie artikel 2 sub g ook te bezinnen op het vraagstuk van de euthanasie;

b. er bij deputaten op aan te dringen, in het licht van de dringende behoefte om ook ten aanzien van de verzorging van verstandelijk gehandicapten al het mogelijke te doen, contact te zoeken met de Vereniging en/of Stichting „Gehandicaptenzorg” van de Gereformeerde Gemeenten;

c. deputaten in overweging te geven de relatie met deputaten ADMA gestalte te geven in de vorm van een personele unie door middel van een waarnemer bij de respectievelijke vergaderingen en hun mandaat te geven een regeling ter zake te treffen.

m. Algemene diaconale en maatschappelijke aangelegenheden

De synode besloot

er bij deputaten op aan te dringen alles in het werk te stellen om te komen tot een goede samenwerking tussen bureau „De Poort” en de Christelijke Gereformeerde Vereniging voor Jeugdwelzijn, bureau „De Brug”, waarbij wordt uitgesproken, dat de kerken - indien nodig - voorrang zullen geven aan het steunen van het werk van „De Brug”.

n. Kerk en bedrijfsleven

De synode besloot

a. deputaten op te dragen in de komende periode nader studie te maken van het toenemend verschijnsel van arbeid op zondag, welke studie dienstig kan zijn voor de pastorale begeleiding van leden der gemeente, die met zondagsarbeid te maken hebben;

b. deputaten op te dragen te komen tot contact en indien mogelijk tot overleg met organisaties of instellingen, die zich baseren op Schrift en belijdenis (bijv. R.M.U., G.M.V., V.R.C.L.).

o. Hulpverlening in binnen- en buitenland

De synode besloot

deputaten op te dragen de hulpverlening, waar dat mogelijk is, te doen plaatsvinden in samenwerking met organisaties die zich baseren op Schrift en belijdenis.

p. De Wekker

De synode besloot

a. de redactie op te dragen uitvoering te geven aan het voornemen om artikelen te laten verschijnen over het geestelijke leven;

b. de redactiecommissie uit te breiden.

q. Uitgave van de kerkorde

De synode besloot

deputaten te verzoeken in een toekomstige uitgave van de kerkorde artikel 19 van de instructie voor de deputaten emeritikas op te nemen in de formulering, zoals reeds vastgesteld door de generale synode van 1980.

r. Kerkelijk-administratief bureau (K.A.B.)

De synode besloot

a. deputaten op te dragen te komen tot afspraken met:

1. penningmeesters inzake afdracht tegoeden;

2. deputaten ADMA inzake administratieve samenwerking;

b. deputaten op te dragen vóór 10 december 1986 samen met een collecterooster voor 1987, 1988 en 1989 de lijst van minimumbijdragen aan de kerken te zenden en voor 10 december 1987 resp. 1988 eventuele wijzigingen van de minimumbijdragen der kerken aan de kerken te melden;

c. deputaten te ontheffen van hun opdracht inzake een centraal bureau;

d. niet te participeren in het centrum voor ledenadministratie SILA;

e. een commissie te benoemen ter voorbereiding van een beslissing tot stichting van een centraal bureau door de generale synode 1989, waarin ook zitting zal hebben één lid van het deputaatschap K.A.B.

s. Financiële zaken

De synode besloot

a. de door deputaten opgestelde rechtspositieregeling te aanvaarden als richtlijn voor een dienstovereenkomst naar artikel 3, sub 8c K.O.;

b. het krediet voor accountantskosten voor de periode 1984-1986 te verhogen met f. 5.240,- en dit krediet voor de periode 1987-1989 te stellen op ten hoogste f. 62.400,-;

c. alle kashoudende deputaatschappen op te dragen de vragen van deputaten financiële zaken te beantwoorden;

d. deputaten op te dragen eventuele wijzigingen van de minimumbijdragen der kerken vóór 1 december van het voorafgaande jaar te melden aan het Kerkelijk-ad- ministratief bureau;

e. deputaten op te dragen zich te bezinnen op de financiële consequenties voor de kerkeraden van het in kort verband dienen van hun predikant, daarbij met name te bezien in hoeverre bijl. 49 K.O. art. 2 bijstelling behoeft en daarover te rapporteren aan de synode van 1989.

t. Kerkelijke archieven

De synode besloot

a. het generaal-synodale archief in bewaring te geven bij het Rijksarchief te Utrecht volgens het concept-contract;

b. ten behoeve van nieuw archief gebruik te blijven maken van de archiefruimte te Rotterdam, resp. elders geschikte archiefruimte daarvoor te zoeken;

c. opnieuw met klem de diverse deputaatschappen op te dragen hun archiefstukken - nu voor de jaren vóór 1980 - in het synodale archief te doen opnemen.

F. Liturgica

1. Het kerklied

De synode kwam tot de volgende uitspraak:

De synode

kennis genomen hebbend

van de verzoeken tot revisie van het besluit van de generale synode 1983 inzake het kerkelijk lied van de kerkeraden van de Christelijke Gereformeerde Kerken te Leeuwarden, Zwolle, Veenendaal-Bethel, Hoogeveen, ’s-Gravenhage-West, Gouda, ’s-Gravenhage-Centrum, Amersfoort, Winschoten, Broek op Langedijk, ’s-Graven- hage-Rijswijk, Harlingen, Almere, ’s-Gravenhage-Zuid, Groningen, Emmeloord, Zaandam en Eindhoven,

overwegend

a. dat er in deze verzoeken tot revisie geen nieuwe gezichtspunten naar voren zijn gekomen;

b. dat in deze verzoeken niet is aangetoond, dat de synode van 1983 een beslissing genomen heeft, die in strijd is met Schrift, belijdenis of kerkorde;

c. dat ook niet is aangetoond dat de synode van 1983 op grond van een verkeerde beoordeling van het besluit van de synode van 1980 tot haar beslissing gekomen is;

d. dat er in de situatie waarop het beleid van de vorige synode gericht was geen verandering is gekomen;

van oordeel

a. dat het argument van de eenheid der kerken, zoals de synode van 1983 dat gehanteerd heeft, nog onverminderd van kracht is;

b. dat er in de huidige situatie geen reden is om het besluit van de synode van 1983 te herzien;

besluit

om de verzoeken tot revisie af te wijzen en de betrokken kerkeraden van dit besluit in kennis te stellen.

2. Berijmde Schriftgedeelten

De synode besloot

1. uit te spreken dat de liederen 1,2,6,8-21, 27-30, 32-38 en 40-49 uit de aangeboden bundel voldoen aan de norm van de synode van 1980;

2. over de liederen 3-5,7,22-26, 31 en 39 geen uitspraak te doen, omdat zij reeds behoren tot de door de generale synode vastgestelde berijmde Schriftgedeelten in de zin van art. 69 K.O.;

3. een honorering vast te stellen voor de dichters;

4. deputaten op te dragen

a. zo spoedig mogelijk de door de synode vastgestelde berijmde Schriftgedeelten in een proefbundel uit te geven en aan de kerken toe te zenden met het verzoek hem te beproeven en vóór 1 januari 1989 reacties aan deputaten te zenden;

b. de reacties in een rapport aan de synode van 1989 aan te bieden, opdat die synode kan uitspreken welke van de liederen, genoemd in besluit 2, behoren tot de in art. 69 K.O. bedoelde berijmde Schriftgedeelten;

c. te zoeken naar berijmde Schriftgedeelten, die de heilsfeiten bezingen en die gebruikt kunnen worden op de feestdagen, alsmede naar berijmde Schriftgedeelten, die betrekking hebben op doop en Avondmaal;

d. een goede regeling te treffen inzake auteursrechten onder nadere goedkeuring door de generale synode.

G. VERHOUDING TOT ANDERE KERKEN

1. Nederlands Gereformeerde Kerken

De generale synode

overtuigd

van de roeping om gehoor te geven aan Christus’ gebod tot eenheid en gelovend in de kracht van Christus’ gebed om eenheid, welke eenheid gezocht moet worden met allen, die in waarheid onder het gezag van Gods Woord willen buigen en naar de gereformeerde belijdenis willen leven; besloot

1. opnieuw uit te spreken, dat het zoeken naar eenheid met de Nederlands Gereformeerde Kerken roeping der kerken blijft;

2. overtuigd van de noodzaak van voortgezet gesprek over de prediking en eveneens overtuigd van de noodzaak van een goede functionering van de Gemeenschappelijke Verklaring ten aanzien van de toeëigening des heils terwille van de goede voortgang van de samensprekingen, deputaten op te dragen dit gesprek te blijven voeren en daarin steeds weer aan de orde te stellen de punten in de Gemeenschappelijke Verklaring genoemd en daarbij ook de gegevens uit de gehouden enquête te verwerken en die grondig door te spreken;

3. deputaten op te dragen zich blijvend op de hoogte te stellen van het verloop van de contacten in die kerken waar men tot samenwerking met de Nederlands Gereformeerde Kerk gekomen is, en van de verhouding tot de Nederlands Gereformeerde Kerk in die kerken waar men tot nu toe niet tot samenwerking kwam;

4. opnieuw uit te spreken, dat het zoeken naar eenheid tussen plaatselijke kerken het hele kerkverband raakt en dat het daarom belangrijk is bij het zoeken naar die eenheid de eenheid in eigen kerkverband in het oog te houden;

5. het moderamen op te dragen de brief van de landelijke vergadering te beantwoorden, met vermelding van de besluiten van de generale synode.

2. Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt)

De generale synode besloot

het moderamen op te dragen de brief van de generale synode van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) 1984 te beantwoorden.

3. Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk

De generale synode besloot

deputaten op te dragen de contacten met de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk (op een voorlopige wijze) voort te zetten, maar zich daarbij wel te bezinnen op de vraag of en hoe contacten met groeperingen die de gereformeerde belijdenis van harte onderschrijven - binnen het kader van hun instructie - dienstig kunnen zijn aan het streven naar kerkelijke eenheid en hierover te rapporteren aan de volgende synode.

4. Buitenlandse kerken

De generale synode besloot

1. deputaten toestemming te verlenen van tijd tot tijd een afgevaardigde te zenden naar de synoden van de Reformed Churches of Australia en de Reformed Churches of New Zealand;

2. deputaten opnieuw op te dragen in te gaan op het verzoek van Die Nederduitse Gereformeerde Kerk van Suid-Afrika om oriënterende gesprekken te voeren en zo vast te stellen of en hoe er een relatie kan bestaan tussen deze kerk en onze kerken, zoals besloten is op de synode van 1983 (art. 105);

3. de correspondentie met de Gereja Toraja Mamasa en met die Gereformeerde Kerke-sinode Soutpansberg en sinode Middellande om praktische redenen vooralsnog te doen onderhouden door de deputaten voor de buitenlandse zending en daarbij deputaten voor de buitenlandse zending en deputaten voor de correspondentie met buitenlandse kerken opdracht te geven met elkaar te overleggen in zaken, die beide deputaatschappen betreffen.

5. Gereformeerde Oecumenische Synode (G.O.S.)

De generale synode besloot

1. uit te spreken, dat het lidmaatschap van de Gereformeerde Kerken in Nederland onverenigbaar is geworden met de grondslag van de G.O.S. en daarom beëindigd dient te worden, tenzij zij van de ingeslagen weg terugkeren,

2. deputaten op te dragen deze uitspraak met redenen omkleed ter kennis te brengen van de Gereformeerde Kerken in Nederland en de andere lidkerken van de G.O.S. en tevens als voorstel in te dienen op de G.O.S. 1988;

3. deputaten te machtigen om na de vergadering van de G.O.S. 1988, wanneer de Gereformeerde Kerken lid zouden blijven van de G.O.S., samen met andere kerken te zoeken naar wegen om aan de oecumenische roeping van onze kerken gestalte te geven en daarover te rapporteren aan de volgende synode;

4. uit te spreken dat wijziging van de Constitutie van de G.O.S. terzake van de grondslag en de voorwaarden voor het lidmaatschap voor onze kerken onaanvaardbaar is;

5. opnieuw uit te spreken, dat het lidmaatschap van de G.O.S. en het lidmaatschap van de Wereldraad van Kerken niet met elkaar verenigbaar zijn;

6. deputaten op te dragen de relaties met kerken, waarmee onze kerken in correspondentie staan, resp. contact onderhouden, te benutten met het oog op gezamenlijke bijdragen aan de G.O.S.;

7. deputaten op te dragen de ontwikkelingen binnen de G.O.S. nauwlettend te volgen en daarover te rapporteren aan de volgende generale synode;

8. deputaten op te dragen na te gaan of het rapport van de hoogleraren Troost, Ve- lema en Versteeg, dat op de vergaderingen van de G.O.S. als antwoord diende op het rapport van de Gereformeerde Kerken „God met ons”, in het Nederlands beschikbaar kan worden gesteld aan de kerkeraden en andere belangstellenden;

9. de begroting voor de G.O.S. voor de komende jaren te volgen, zoals die vastgesteld is in 1984 voor de jaren 1987 en 1988, en de bijdrage voor 1989 afhankelijk te stellen van de nadere beslissing van de generale synode 1989.

H. Financiele Zaken

1. Algemeen financieel beleid en vaststelling minimum-bijdragen

De synode besloot

a. alle kashoudende deputaatschappen decharge te verlenen voor hun financieel beheer in de periode 1983-1985;

b. de kerken te adviseren de financiële band met predikanten naar artikel 6 K.O., behoudens de verplichtingen naar artikel 13 K.O., los te maken;

c. bij de vaststelling van de minimumbijdragen de door alle particuliere synoden geuite wens tot beperking te honoreren;

d. de begroting van de kashoudende deputaatschappen voor de periode 1987-1989 vast te stellen met inachtneming van de aangebrachte correcties;

e. deze deputaatschappen te machtigen tot het doen van uitgaven binnen het raam van deze begrotingen;

f. de bijdrage uit de generale kas aan de deputaten Kerkelijk-administratief bureau voor 1986 op f. 24.000,- en voor 1987 -1989 op f. 100.000,- te stellen;

g. de begroting van de quaestor voor de periode 1986-1989 vast te stellen, overeenkomstig zijn voorstel (totaal f. 486.400,-);

h. deputaatschappen wier uitgaven bij de quaestor worden gedeclareerd te machtigen tot het doen van uitgaven binnen het raam van de in de begroting van de quaestor voor hun werk opgenomen bedragen;

i. voor de jaren 1987-1989 de minimumbijdragen per lid/dooplid vastte stellen

2. Afdracht aan kerkelijke kassen

De synode besloot

a. uit te spreken dat de kerkeraden die aan hun financiële verplichtingen niet voldoen, in feite op dit punt het kerkverband buiten werking stellen;

b. deze kerkeraden dringend op te wekken alsnog aan hun financiële verplichtingen te voldoen;

c. deze kerkeraden erop te wijzen, dat zij hun eventuele bezwaren in de kerkelijke weg aan de orde dienen te stellen;

d. dit besluit ter kennis te brengen van deze kerkeraden.

3. Deputaatschap voor het onderzoek naar de doelmatigheid van de werkwijze der deputaatschappen

De synode besloot

a. een deputaatschap van vijf personen te benoemen, met als taak:

1. een onderzoek in te stellen naar de doelmatigheid van werkwijze, financieel beleid en prioriteitstelling van alle deputaatschappen;

2. de begrotingen van alle deputaatschappen voor de periode 1990-1992 te beoordelen;

3. aan de generale synode 1989 aanbevelingen te doen tot mogelijke verbetering in de werkwijze van deputaatschappen;

4. aan de generale synode 1989 voorlopige voorstellen te doen met betrekking tot de begrotingen van alle deputaatschappen en de daaruit voortvloeiende besluiten over de minimumbijdragen der kerken en het krediet van de quaestor;

b. alle deputaatschappen op te dragen:

1. de door het onder a. bedoelde deputaatschap gevraagde informatie zo spoedig mogelijk te verstrekken;

2. de begrotingen voor de periode 1990-1992 met de daarbij nodige toelichting vóór 1 mei 1989 en de daarna gevraagde toelichting zo spoedig mogelijk aan het onder a. bedoelde deputaatschap te doen toekomen.

I. BENOEMINGEN

De synode benoemde tot leden

A. van de deputaatschappen waarin tevens gedeputeerden benoemd door de particuliere synode zitting hebben voor

1. het beheer van de algemene kas tot steun aan de kerken ten behoeve van de verzorging van emeriti predikanten, predikantsweduwen en -wezen naar artikel 13 K.O. (bijlage 7 van de Kerkorde):

P. Zuidema, Utrecht, 1e penningmeester; drs. L.W. Bil, Maarssenbroek, actuaris.

D. Lokhorst, Nunspeet, 2e penningmeester;

2. de Theologische Hogeschool (bijlage 10):

ds. B. Bijleveld, Heerde, primus-secretaris, ds. J. Brons, Urk, secundus-secretaris.

3. deputaten-financieel voor de Theologische Hogeschool (bijlage 12):

primi:

drs. H. Schuurhuis, R.A., Leidschendam;

I.L. Stolk, Rotterdam;

mr. P. van Zwieten, Utrecht;

secundi:

drs. G. van Westrienen, Amsterdam;

H. Bos, Sliedrecht;

not. J. Herweijer, Kampen;

als adviseur voor de toekenning van studietoelagen aan studenten (bijlage 9):

drs. W.J. Quist, Apeldoorn.

4. de evangelieverkondiging onder Israël (bijlage 20):

drs. G.C. den Hertog, Leiden, 1e secretaris; P. Vree, Veenendaal, 2e penningmr.;

ds. B. de Graaf, Zierikzee, 2e secretaris; dr. T. Brienen, Gorinchem, adviseur. D.J. Doolaard, Hillegom, 1e penningmeester;

5. de buitenlandse zending (bijlage 22):

ds. K.J. Velema, Groningen, voorzitter; P.J. Postdijk, Maarssen, 1e penningmr.;

ds. J.H. Carlier, Hilversum, secretaris; J. Sikma, Hilversum, 2e penningmr.

6. de evangelisatie (bijlage 19):

P. de Korte, Capelle aan den IJssel, penningmeester

C.J. Verschoor, Rotterdam, secundus-penningmeester;

ds. H. van Mulligen, Utrecht; ds. J. Vogel, Eindhoven;

secundi: drs. J.W. Maris, Hilversum;

drs. W. Steenbergen, ’s-Gravenhage-Rijswijk.

7. de steunverlening aan de kerken in de polders rond het IJsselmeer (bijlage 5):

C. Visser, ’s-Gravendeel, voorzitter; resp. secundi:

ds. H.J. Th. Velema, Dokkum, secretaris; H. van den Herik, Leerdam;

G. Verhoef, Veenendaal, penningmeester; ds. C.J. van den Boogert, Emmeloord;

W. Duyst, Bunschoten.

8. de onderlinge bijstand (bijlage 4):

A. de Geus, Harlingen, voorzitter; resp. secundi:

J.C. de Jong, Limmen (NH), 2e voorzitter; T. van Dieren, Middelharnis;

N. Haazebroek, ’s-Gravenhage, J. Zuidema, Groningen;

penningmeester; H. Slabbekoorn, Wassenaar.

9. de kerkbouwaangelegenheden (bijlage 6):

ir. G. de Boer, Amersfoort; W.R. Groenendijk, Vleuten;

C. van Drieënhuizen, Zeist; G. Ploeg, Dordrecht.

A. de Geus, Harlingen;

B. van de generale deputaatschappen voor:

10. de radio-kerkdienstuitzendingen:

ds. R. van Beek, Veenendaal; prof. dr. J.P. Versteeg, Apeldoorn;

ds. H. de Graaf, Drogeham; secundus:

drs. W.J. Quist, Apeldoorn; ds. J. van Mulligen, Amsterdam.

11. de geestelijke verzorging van de varenden (bijlage 1):

ds. C.J. van den Boogert, Emmeloord; ds. Th. Rutters, Steenwijk;

H. Bor, Gent; ds. A. van der Veer, Zwolle;

ds. A. van Heteren, Werkendam; ds. M. Vlietstra, Zeist.

H. Huygen, Baarn;

12. de geestelijke verzorging van de militairen (bijlage 3):

ds. G. Bijkerk, Enschede; ds. H. van der Schaaf, Dordrecht;

A.C. Floor, It. kol. b.d., Leusden; W.H. van Schaik, Ltz. ll b.d., Ede;

D. van der Galiën, serg.maj. Lu., Almelo; drs. J.C.L. Starreveld, Kampen.

ds. H. van den Heuvel, Biezelinge;

13. het contact met de kerkjeugd (bijlage 31):

ds. K. Boersma, Rotterdam; ds. H.H. Klomp, Nunspeet;

W.M. Bouterse, Amersfoort; ds. G.P.M. van der Linden, Doetinchem;

ds. G. Bijkerk, Enschede; drs. J. van der Wal, Dordrecht;

ds. H. de Graaf, Drogeham; ds. A.K. Wallet, Sliedrecht.

14. kerk en onderwijs (bijlage 38):

mevr. M.H. Bikker-van Neuren, Bosch en Duin;

ds. D. Quant, Hoogeveen; prof.dr. L. Strengholt, Heiloo;

drs. J.J.F. Scheper, Wezep; ds. D. Visser, Nieuw-Vennep.

15. de geestelijke verzorging van gehandicapten en behartiging van het ziekenhuispastoraat (bijlage 2):

mr. W. Bijleveld, Zeist; A. van der Kruk, ’s-Gravenhage-Rijswijk;

mevr. M. de Graaf-Floor, Linschoten; B.R. Steenbergen, Zoetermeer;

ds. J.W. van de Gronden, dr. J. Trommel, Veenwouden;

Broek op Langedijk ds. A. van der Veer, Zwolle.

mevr. C.C. Hakkenberg-van Kooten Niekerk, Zeist;

16. de algemene diaconale en maatschappelijke aangelegenheden (bijlage 24):

ds. J. Plantinga, Leeuwarden, voorzitter; ir. H. Moret, Valkenswaard;

ds. J. Brons, Urk, secretaris; drs. W. Steenbergen, ’s-Gravenhage-Rijsw.

A. van der Heiden, Veendam, penningmr.; mevr. S.P. Strijbis, Maassluis;

mevr. G.C.van Balen-Zandbergen, Kampen; ds. C. Westerink, Den Helder;

H. Kazen, Sliedrecht; prof. dr. W.H. Velema, Apeldoorn, advis.;

G.H. Kuylenburg, Nunspeet; secundus: ds. J. Jonkman, Enschede.

17. kerk en bedrijfsleven (bijlage 25):

D. de Boer, Leiderdorp; ds. J. Vogel, Eindhoven (evangelisatiedeputaat);

mevr. drs. T. Drenth, Veldhoven;

mr. A.J. de Geus, Nieuwegein; secundi: C.N. Hardeman, Veenendaal;

drs. W.P. de Groot, ’s-Gravenhage; A. Langstraat, Amersfoort.

H. Kazen, Sliedrecht, penningmeester (ADMA-deputaat);

18. de hulpverlening in binnen- en buitenland (bijlage 23):

drs. W.C. Moerdijk, Rozenburg, voorzitter; ir. H. Moret, Valkenswaard (vanuit het deputaatschap ADMA);

H. Medema, Bilthoven, secr.-penningmr.;

mevr. J. Brandsma-de Jager, Middelburg; ds. K.J. Velema, Groningen (vanuit het deputaatschap buitenlandse zending),

drs. C.W. Buijs, Veenendaal;

J. Hoefnagel, Urk; mevr. T. Witzier-van ’t Hof, ’s-Gravenhage.

19. de redactie van „De Wekker” (bijlage 18):

prof.dr. W. van ’t Spijker, Apeldoorn, hoofdredacteur; ds. J. Brons, Urk;

D. Koole, ’s-Gravenhage;

ds. K. Boersma, Rotterdam, redactie-secretaris; ds. P.N. Ribbers, Boskoop;

P.Th. Versteeg, Hoofddorp.

20. de redactie van het Jaarboek:

ds. M. Drayer, Hilversum; ds. J.H. Velema, Nunspeet;

ds. H. van der Schaaf, Dordrecht; secundus: drs. J.C.L. Starreveld, Kampen.

21. de uitgave van de kerkorde:

ds. M. Drayer, Hilversum, secretaris; prof. dr. W. van ’t Spijker, Apeldoorn;

drs. J.C.L. Starreveld, Kampen.

22. de correspondentie met de Hoge Overheid (bijlage 26):

prof.dr. W. van ’t Spijker, Apeldoorn, voorzitter,

mr. dr. C.J. Verplanke, Ridderkerk, secretaris (tevens gedelegeerde in het C.I.O.),

C. N. van Dis, ’s-Gravenhage; prof. dr. W.H. Velema, Apeldoorn;

ds. J. van Mulligen, Amsterdam (tevens ds. J. Westerink, Urk; plaatsvervangend gedelegeerde in het CIO); secundus: ds. H. van der Schaaf, Dordrecht

23. de eenheid van gereformeerde belijders in Nederland en de correspondentie met buitenlandse kerken (bijlage 32):

drs. L.W. Bilkes, Ermelo; G. van Malkenhorst, Ermelo;

ds. K. Boersma, Rotterdam; drs. J.W. Maris, Hilversum;

ds. P. den Butter, Middelharnis; ds. D. Slagboom, Katwijk aan Zee;

A. van Hattem, Elburg; drs. J.C.L. Starreveld, Kampen;

drs. A.G. Knevel, Bussum; ds. J. Westerink, Urk;

ds. B. Witzier, ’s-Gravenhage.

24. de vertegenwoordiging der kerken (artikel 50 sub 11 K.O.):

ds. J.H. Velema, Nunspeet, voorzitter; drs. J.C.L. Starreveld, Kampen;

ds. P. den Butter, Middelharnis, secretaris; ds. M.C. Tanis, Sliedrecht.

25. de financiële zaken (bijlage 34):

D. Blom, R.A., Barendrecht; C. Kleinjan, Barendrecht,

J. Bijleveld, Heemstede; A.H.J. Schwartz, R.A., Rijswijk (ZH),

G.P. Groeneveld, Vlaardingen; alg. secundus: mevr. J. de Jong, Ridderkerk

26. het kerkelijk-administratief bureau (bijlage 35):

J.W. Bargeman, Veenendaal; J. van der Keur, Capelle aan den IJssel,

G.L. Bouwman, Bennekom; J.W. van Westrienen, R.A., Leiden;

C. Groeneveld, Ridderkerk; L. van der Zwaag, Harlingen.

27. het quaestoraat van de generale synode (met ingang van 1 januari 1987):

D. Lokhorst, Nunspeet, 1e quaestor; F. van Holten, Rotterdam, 2e quaestor.

28. de kerkelijke archieven (bijlage 28):

prof.dr. W. van ’t Spijker, Apeldoorn, voorzitter; F. van der Hart, Krimpen aan den IJssel, archivaris;

ds. M. Drayer, Hilversum, secretaris, mr. J.C. van Heel, Hattem, archivaris, P. Sluimer, Hilversum.

29. het onderzoek naar de doelmatigheid van de werkwijze der deputaatschappen:

S. Pieper, Noordwijkerhout, voorzitter; J. Bijleveld, Heemstede;

D. C. van de Kreeke, Aerdenhout, secretaris; T. van Dieren, Middelharnis;

J.M.J. Kieviet, Middelharnis.

30. de voorbereiding van een besluit inzake het Centraal Bureau:

mr. J.S. van Balen, Kampen; C. Groeneveld, Ridderkerk (deputaat

E. B. de Vin, Putten. Kerkelijk-administratief bureau);

31. berijmde Schriftgedeelten:

ds. J. van Amstel, Ede, voorzitter; ds. B. de Graaf, Zierikzee;

ds. T.M. Hofman, Ouderkerk aan de J. Groeneveld, Krimpen aan den IJssel;

Amstel, secretaris; ds. A. HiIbers jr., Emmen;

A. Pietersma, Leeuwarden.

C. diversen:

a. commissie „Amersfoort”:

ds. B. de Graaf, Zierikzee; ds. M.C. Tanis, Sliedrecht;

prof. dr. W. van ’t Spijker, Apeldoorn; ds. A. van der Veer, Zwolle;

oud. H. Vreman, Amsterdam.

b. roepende kerk voor de generale synode van 1989: Groningen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.