+ Meer informatie

Johannes Hus, voorloper van de Reformatie, nam geen blad voor zijn mond

9 minuten leestijd

Honderd jaar vóór Luther probeerde Johannes Hus al de kerk te hervormen. Maar zijn leven eindigde op de brandstapel. Hij woonde en werkte in wat nu (nog) Tsjechoslowakije heet. Zijn geboortehuis is een museum en de kerk in Praag waar hij preekte is nauwkeurig gereconstrueerd. Hij leverde felle kritiek op de geestelijkheid van die dagen, maar trok desondanks elke dienst duizenden hoorders.

Eind mei. En dan nog sneeuwbuien! Het voorjaar komt maar traag op gang in het zuiden van Tsjechoslowakije. Toch zie je overal in het zachtgolvende landschap al het tere groen van de nieuwe lente. Af en toe dringen flarden zonneschijn tussen de wolken door. Dan lijkt het alsof er plotseling schijnwerpers worden gericht op de witte bloesem van de uitbundig bloeiende perebomen langs de weg. Achter ons ligt het stadje Prachatice. Daar ging Johannes Hus als kind naar school. Een smalle, kronkelige weg voert naar zijn geboorteplaats Husinec. Zou de kleine Johannes elke dag deze weg gelopen hebben? Of was er een pad binnendoor, dwars door de bossen? In de oudste levensbeschrijving die van Hus bewaard gebleven is, vertelt George de Kluizenaar dat Johannes' moeder, een eenvoudige vrome vrouw, altijd hardop haar gebeden uitsprak wanneer ze haar zoontje naar school bracht. Maar erg betrouwbaar zijn die oude verhalen niet. De zaken werden nogal eens mooier voorgesteld dan ze waren.

Jan Hoes
We stoppen op het pleintje midden in het dorp Husinec. Alles ziet er uitgestorven uit. Bij de kerk is plaats genoeg om de auto te parkeren. Aan de zuidzijde staat een monument met een lange rij namen. Gevallenen in de oorlog? Slachtoffers uit het verzet? Lastig als je geen Tsjechisch begrijpt. Het is in elk geval duidelijk dat het niets met Johannes Hus te maken heeft. Wat nu? Waar zou de familie Hus nu precies gewoond hebben? Dan gaat aan de overkant een deur open en een jonge man komt naar buiten. We kunnen hem nog net aanschieten voor hij het huis ernaast binnen gaat. In mijn beste Engels vraag ik naar het geboortehuis van "John Huss". Hij kijkt me nietbegrijpend aan en haalt zijn schouders op. Dan maar eens in het Duits geprobeerd. Aanvankelijk ook zonder succes. Maar dan ineens lijkt er een vonkje over te springen: „Ah! Mister Jan Hoes!", roept hij uit. Ja, dat weet hij wel! Hij neemt mij mee naar de hoek en wijst op een groot standbeeld: Een man met een boek in zijn hand. Het kan niet missen, dat moet Johannes Hus zijn. En ik weet nu meteen dat ik voortaan niet meer Johannes Hus, maar naar Mister Jan Hoes moet vragen.

Museum
Verderop in de dorpsstraat, op nummer 36, vinden we het geboortehuis. Het is, met de woning ernaast, ingericht als museum. Jitka Charcátová zwaait er de scepter. Ze spreekt alleen maar Tsjechisch en ze lijkt zich te verontschuldigen dat ze ons niet kan uitleggen wat er allemaal te zien is. Ze duikt in een stoffige kast en haalt uit de onderste la een beduimeld stuk papier te voorschijn, waarop in het Duits het een en ander over het museum wordt verteld. Het is kennelijk al zo vaak gebruikt dat het nog maar nauwelijks leesbaar is. Vooruit maar. De meeste dingen in zo'n museum spreken voor zichzelf Oude prenten en gravures tonen een ernstig kijkende man met een puntbaard, gekleed in een wijde mantel en een baret op het hoofd. Dat is natuurlijk loan Hussus, zoals zijn naam in het Latijn geschreven werd. Op een glasplaat, meer dan levensgroot, een handtekening:}. Hus. Een muurschildering geeft een beeld van de terechtstelling van Hus op de brandstapel. Op een andere is te zien hoe een kerkelijke hoogwaardigheidsbekleder het doodvonnis over hem uitspreekt.

Opkamertje
Glanspunt van het museum is het opkamertje, het domein van de jonge Hus. Door het kleine raam valt maar weinig licht naar binnen. In het midden een werktafel met een kandelaar en een boeket droogbloemen. Verder een bankje, een boekenplank, een staande lamp en rechts, ingebouwd in de muur, een boekenkast. Of is het een bedstee? Zó klein? Zou de jonge Hus hier echt zijn huiswerk hebben zitten maken? Latijnse woordjes leren? De Bijbel lezen? Of de geschriften van de oude kerkvaders? Zeshonderd jaar geleden! Het lijkt te mooi om waar te zijn.

Even later vragen we het aan de man van Jitka Chávatová, die net thuisgekomen is van zijn werk. Hij spreekt goed Engels en vertelt ons over de geschiedenis van het huis. Omstreeks 1800 was er een jeneverstokerij in gevestigd. Daarna oefende een zekere André Jilecek er het beroep van zeepzieder uit. In 1869 werd het hele dorp door brand verwoest. Ook het geboortehuis van Hus ging in vlammen op. Alleen het opkamertje bleef grotendeels gespaard. Het huis is daarna herbouwd en in later tijd in oude stijl gerestaureerd. Na de Tweede Wereldoorlog is het eigendom geworden van de Staat en in het begin van de jaren vijftig is het helemaal ingericht als museum.

Studie in Praag
Van Husinec naar Praag is voor onze begrippen niet zo ver. Maar toen de jonge Hus, nog maar nauwelijks volwassen, van zijn geboortedorp naar de hoofdstad trok om daar zijn studies voort te zetten, moet hij wel het gevoel gehad hebben dat hij in een volkomen andere wereld terechtkwam.
Onder keizer Karel IV was Praag in de 14e eeuw niet alleen een van de mooiste, maar ook een van de belangrijkste steden van Europa geworden.
De Kareiuniversiteit, waaraan Hus eerst studeerde en waaraan hij later tot hoogleraar werd benoemd, was, na Oxford en Parijs, de derde van Europa. De jonge student maakte in Praag kennis met de pracht en praal van koning en kerk en hij genoot met volle teugen van zijn nieuwe bestaan. Hij vertelt later dat hij graag liep te pronken met zijn modieuze kleuren, dat hij zijn tijd vaak verdeed met allerlei beuzelingen en dat hij zelfs schaak speelde, een spel dat in die tijd een even slechte naam had als later het kaartspel.
Hoe Johannes Hus tot het inzicht kwam dat het goud dat hij overal om zich heen zag schitteren alleen maar klatergoud was en dat de kerk niet anders deed dan „haar schapen kaal scheren, waarna de regering ze nog eens het vel over de oren trok", is niet bekend. Wel weten we dat de Engelse "ketter" Wycliff veel invloed op hem heeft gehad en dat hij steeds meer in de Bijbel op zoek ging naar de waarheid.

Zondag
We hadden ons er lang van te voren al op verheugd: een kerkdienst bijwonen in de Bethlehemkapel, de kerk waarin zes eeuwen geleden, elke week opnieuw, duizenden mensen ademloos luisterden naar de preken van Johannes Hus. Om er zeker van te zijn dat we niet te laat zouden komen, waren we al vroeg van huis gegaan. Het was niet zo ver uit het centrum, waar we de vorige dag een kamer hadden gevonden. Het regende. Een koude, miezerige voorjaarsregen. Toch waren er nog meer mensen op straat. Maar wij waren kennelijk de enigen die op weg waren naar de Bethlehemkapel, want hoe verder we kwamen, hoe stiller het werd. Pas toen we het Bethlehemplein bereikten zagen we hoe dat kwam. Rond de kerk was een meer dan manshoog hekwerk van ijzeren golfplaten opgetrokken: herstelwerkzaamheden. Geen deur, geen opening, zelfs geen kiertje om door te kijken. Misschien aan de andere kant? Door een andere straat?
Geen schijn van kans. We ontdekten dat de kerk aan de andere kant helemaal door de bebouwing is ingesloten.

Drieduizend kerkgangers
In 1402 werd Johannes Hus benoemd tot prediker van de Bethlehemkapel. Door de week bleef hij les geven aan de Kareluniversiteit, maar 's zondags richtte hij zich tot het gewone volk. In de andere Praagse kerken werden dan prachtige missen opgedragen in het Latijn. Maar in de Bethlehemkapel werd gepreekt in de volkstaal, in het Tsjechisch. Een rijke koopman had, samen met een vriend, deze kerk daar speciaal laten bouwen. In zijn eigen achtertuin nog wel!
Er was daar eigenlijk wel te weinig ruimte geweest voor zo'n groot gebouw, maar vooruit, een stukje van een meelpakhuis erbij, de ene muur een beetje scheef, de andere net even over een hoek van de naburige begraafplaats, dan paste het allemaal precies. Een kerk hoeft per slot van rekening niet altijd mooi vierkant te zijn. Toch konden er drieduizend mensen in! Niet zitten natuurlijk. Dat vond men in die tijd niet nodig.
Een paar uren staan voor een goede preek was helemaal geen probleem.

Wantoestanden
Sommige preken die Hus in de Bethlehemkerk heeft gehouden, zijn bewaard gebleven. Hij hekelde daarin de wantoestanden in de samenleving, de onchristelijke levenswandel van de geestelijken en de losbandigheid van de hoge heren: „Onze tegenwoordige bisschoppen en priesters kunnen helaas nauwelijks het eind van de kerkdienst afwachten en snellen de kerk uit, de één naar de dranklokalen, de ander naar de danshuizen. Velen van onze priesters lopen als wilde dieren weg van het lichaam van Christus (na de bediening van de mis), de één naar de Mammon, de ander om op jacht te gaan. En zo zijn zelfs zij, die in de navolging van Christus de eersten zouden moeten zijn, de grootste vijanden van onze Heere Jezus Christus..."
Hus deinsde er niet voor terug de ondeugden van de geestelijken met name te noemen: geldgierigheid, de verkoop van ambten voor geld, ontucht en drinkgelagen. Maar het ergst ging hij tekeer tegen de verkoop van aflaten. Vergeving van zonden kun je niet kopen voor geld, waarschuwde Hus.
Je hebt er geen priester, geen bisschop en zelfs geen paus voor nodig.
De Bijbel leert dat alleen Christus je voor God kan rechtvaardigen.

Veroordeeld
De kritiek die Hus in woord en geschrift uitoefende op kerk en samenleving werd hem niet door iedereen in dank afgenomen. In 1410 beval de aartsbisschop van Praag dat al zijn geschriften verbrand moesten worden. Later werd hij zelfs in de ban gedaan en uit Praag verdreven. Hij week uit naar het kasteel van een van zijn beschermers. Daar ging hij door met schrijven en met preken. En hoewel officieel niemand hem mocht aanhoren en het zelfs verboden was hem voedsel en onderdak te verschaffen, stroomden de mensen bij duizenden toe om naar zijn hagepreken te luisteren. Toch moest hij op den duur het onderspit delven. In 1411 werd in Konstanz een concilie bijeengeroepen. De bedoeling was orde op zaken te stellen te midden van de verwarring en de verdeeldheid van de kerk.
Jan Hus werd op deze hoogste kerkelijke vergadering uitgenodigd om verantwoording af te leggen van zijn woorden en daden. Veel vrienden raadden hem ten stelligste af op de uitnodiging in te gaan. Maar Hus dacht dat hij met een beroep op de bijbelse waarheid zijn tegenstanders wel zou kunnen overtuigen. Hij vergiste zich. Men was er alleen maar op uit om hem in het nauw te drijven. En toen hij weigerde te herroepen wat hij gezegd en geschreven had, kreeg hij de zwaarste straf die een ketter kon krijgen: de brandstapel. Op 6 juli 1415 werd hij in een weiland buiten de stad Konstanz levend verbrand. Het zou nog meer dan honderd jaar duren voor zijn ideeën ook door anderen verbreid werden en de kerk en de wereld blijvend veranderden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.