+ Meer informatie

Veel verzet tegen uniforme hervormde beheersregeling

Synode bespreekt volgende week reacties vanuit classes

3 minuten leestijd

LEIDSCHENDAM (ANP) — In de classicale (regionale) kerkvergaderingen bestaat veel verzet tegen het besluit van de hervormde synode van vorig jaar maart om één beheersregeling in de Nederlandse Hervormde Kerk in te voeren. Slechts vijftien van de 48 reagerende classes zijn het eens met het besluit. Bijna de helft (21) kan er alleen mee instemmen, als het op (soms essentiële) punten wordt gewijzigd. Zeven classes wijzen het besluit zonder meer van de hand.

De synode bespreekt de beheersregeling volgende week in tweede lezing. Zij wil met de regeling een einde maken aan de huidige situatie waarin in de gemeenten drie vormen van financieel beheer bestaan. Ruim twee derde van de 1439 gemeenten volgt de kerkorde van 1951, die de kerkvoogden het recht geeft de begroting vast te stellen, nadat de kerkeraad is gehoord. In 185 gemeenten houdt men vast aan de kerkorde van 1815. Het belangrijkste verschil tussen beide kerkordes is dat de kerkvoogden, die belast zijn met de financiële zaken van de gemeente, geen ambtsdrager kunnen zijn en dus geen deel kunnen uitmaken van de kerkeraad. Ten slotte is er in 167 gemeenten, vooral op het platteland, maar ook in bij voorbeeld Rotterdam, sprake van "vrij beheer". De kerkvoogdij opereert hier geheel los van de kerkeraad.

Het belangrijkste van de door de synode aanvaarde beheersregeling is dat de kerkeraad een beleidsplan voor een aantal jaren moet opstellen. Het college van kerkvoogden stelt de begroting op, maar de vaststelling ervan ligt bij de kerkeraad. De kerkvoogdij moet in meerderheid uit ambtsdragers bestaan.

„Te stringent"

De vereniging van hervormde kerkvoogdijen is het in grote lijnen eens met de uniforme beheersregeling, maar vindt dat niet de kerkeraad, maar de kerkvoogdij de begroting moet vaststellen.

Ook de rechtervleugel van de Hervormde Kerk, de Gereformeerde Bond, is voor handhaving van de scheiding tussen bestuur en beheer. Bovendien vindt de Bond de eis dat minstens de helft van de kerkvoogden ambtsdrager moet zijn, te stringent. Hij vindt een verhouding van een derde ambtsdrager en twee derde niet-ambtsdrager voldoende. Ten slotte is de Bond er voorstander van dat de overgangsperiode waarin in alle gemeenten de nieuwe regeling moet worden ingevoerd niet vier, maar acht jaar moet omvatten.

Uitvloeisel SoW

Van de 21 classes die onder voorbehoud met het besluit akkoord gaan, steunen er negen de opvatting van de vereniging van de kerkvoogdijen. De opvattingen van de Gereformeerde Bond vinden bij twee classes gehoor en één baseert zich op de mening van beide. Zeven andere classes vinden ook dat de begroting en jaarrekening door de kerkvoogdij moeten worden vastgesteld.

De tegenstanders van de uniforme beheersregeling noemen als redenen onder meer dat de autonomie van de plaatselijke gemeente wordt aangetast, dat het tegen de Bijbel ingaat om kerkvoogden tot ambtsdrager te maken en dat het beheer van de kerkelijke goederen in gemeenten met vrij beheer en toezicht volgens de kerkorde van 1815 prima verloopt. Anderen vinden overigens juist dat alle kerkvoogden ambtsdrager zouden moeten zijn.

Sommigen wijzen de regeling af, omdat zij haar zien als een uitvloeisel van het Samen-op-Weg proces met de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Evangelisch-Lutherse Kerk. In de Gereformeerde Kerken stelt de kerkeraad de begroting vast, daarbij geadviseerd door een commissie van beheer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.