+ Meer informatie

Invulling Euro-defensie blijft moeilijk

Ter Beek houdt vast aan rol Atlantisch Bondgenootschap

3 minuten leestijd

SCHEVENINGEN - „De contouren van een gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid inclusief defensie zijn in Europa duidelijk te zien. Toch zal het verdrag inzake de Europese Politieke Unie (EPU) dat volgende maand in Maastricht goedgekeurd zal worden niet het laatste woord bevatten over een Europees buitenlands beleid". Dit zei minister van defensie A. L. ter Beek gisteravond in Scheveningen tijdens zijn lezing, die de veelzeggende titel "De open einden van het veiligheidsbeleid" had.

Ter Beek, die sprak op een bijeenkomst van de Atlantische Commissie, benadrukte in zijn referaat de rol van de NAVO. Hij noemde de aanwezigheid van de internationale verdediggingsorganisatie onmisbaar. Wel had •hij moeite met de juiste omvang van 'deze defensiemacht. In het verleden werd hiervoor gekeken naar de bedreigende Sowjetmacht. „Nu dit gevaar is verdwenen, zijn maten moeilijk aan te geven", zo gaf hij te kennen.

.Eigen gezicht
Het gemeenschappelijk buitenlands [en veiligheidsbeleid is voortdurend 'aan de orde in onderhandelingen over de Europese Politieke Unie. De grote vraag is en blijft hier wat een Europees veiligheidsbeleid zal inhouden en welke relatie de VS hierin zulTER BEEK len hebben, zo vroeg de bewindsman zich af.

Ter Beek noemde de twee verschillende antwoorden op deze vraag. Ten eerste de Brits-Italiaanse benadering, die pleit voor een gemeenschappelijk defensiebeleid in overeenstemming met datgene wat nu in de NAVO gebeurt. Van onderschikking van de defensie aan de Politieke Unie is hier geen sprake. Vervolgens noemde hij de Duits-Franse gedachte, die meer nadruk legt op de rechtstreekse ontferming van Europa over het defensiebeleid. Hij vond de ideeën hierover van bondskanselier Kohl en president Mitterrand absoluut „niet uitgekristalliseerd" en had moeite hierop serieus te reageren.

„Toch zijn er overeenkomsten in beide denkbeelden", zo voegde de minister eraan toe. Al vanaf het begin van het debat over een Europese Politieke Unie was er eenheid over Foto RD het eigen gezicht dat deze Unie zou moeten hebben en de daaruit voortvloeiende handelingsbekwaamheid. Ook de idee dat defensie niet los kan worden gezien van een gemeenschappelijk veiligheidsbeleid komt in de beide benaderingen naar voren. Als derde punt noemde Ter Beek de overeenstemming over het blijvende nut van de NAVO. „Bij de versterking van de Europese pijler in het bondgenootschap zullen beginselen van transparantie van en aanvulling op de NAVO leidraad zijn".

Optimistisch

Ter Beek liet met dit alles een optimistisch geluid over de eenheid horen. Hij roemde de bijeenkomst van regeringsleiders van de NAVO, die deze week in Rome plaats heeft „om te constateren dat de vorig jaar ingezette transformatie van het bondgenootschap goede vorderingen maakt". fV:

Vervolgens gaf hij blijk van waardering voor de verdergaande onderhandelingen in de Intergouvernementele Conferentie, die plaatsvindt op 12 en 13 november. Tijdens deze conferentie zal gesproken worden over besluitvorming bij unanimiteit of meerderheid van stemmen in een Europese defensiemacht. Vervolgens zal de reikwijdte van de defensie van de WEU en de EPU in een toekomstig samenwerkingsverband besproken worden. Ter Beek verwacht over deze punten veel discussie.

Knopen zullen in december in Maastricht doorgehakt moeten worden. De Europese Raad zal dan een EPU-verdrag moeten ondertekenen. Hiermee zullen volgens Ter Beek de open einden van het Europese veiligheidsbeleid worden dichtgeschroeid. Hoewel sommige landen beweren niet akkoord te gaan met het verdrag zolang de tekst ervan nog niet vaststaat.

Ter Beek zette vervolgens uiteen hoe naar zijn idee een Europese defensiemacht zou kunnen functioneren. Hij pleitte voor „strijdkrachten met een dubbele pet". Dit houdt in een defensiemacht binnen de NAVO die in speciale crisessituaties ook binnen de WEU of de VN kan optreden. Het optreden van de defensiemacht van bij voorbeeld de WEU moet echter pas plaatsvinden wanneer geen sprake kan zijn van NAVO-optreden. Dit betekent dat de WEU alleen buiten het geografisch gebied van de NAVO-landen als strijdkracht kan fungeren.

Onenigheid over de collectieve veiligheidsmacht maakt verdere besprekingen noodzakelijk. De vraag die Ter Beek in zijn referaat centraal stelde, werd hiermee met een open antwoord afgesloten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.