+ Meer informatie

Beleid in de kerk: wat is de kern?

10 minuten leestijd

Enige tijd geleden kreeg ik het verzoek om een artikel te schrijven voor Ambtelijk Contact over beleidsvorming in de kerk. Vanuit mijn achtergrond heb ik de nodige affiniteit met strategie en beleidsvorming, dus zei ik dapper “ja”. Maar al schrijvend kwam ik al snel in verlegenheid: de kerk is toch echt iets anders dan de organisaties waar ik me in de regel mee bezig houd. Daardoor vormt dit artikel de weerslag van een persoonlijke, niet afgeronde zoektocht.

U vraagt misschien: we hebben het toch al druk genoeg met elkaar en met alle activiteiten in de gemeente? U zit vast ook niet te wachten op nog meer werk, laat staan op dikke beleidsdocumenten. Dat is mijn bedoeling ook niet. In dit artikel wil ik met u stilstaan bij het belang van positiekeuze: wat komt er op ons af, waar staan we als kerkenraad en welke beleidslijnen passen daarbij. Het belang van zo’n bezinning is op zijn plaats in een tijd waarin niets meer is wat het lijkt. Een tijd ook waarin het meer dan ooit van belang is om op onze post te blijven en daarbij uiterst transparant, consistent, integer te zijn.

Hoort beleid wel in de kerk?

Een vraag die u vooraf zou kunnen stellen is: hoort beleid eigenlijk wel thuis in de kerk? Ik denk dat er drie redenen zijn om die vraag met “ja” te beantwoorden.

In de eerste plaats helpt beleid bij het scheppen van orde in de gemeente. In veel gevallen ligt beleid in het verlengde van de kerkorde, vraagt die kerkorde ook om plaatselijke regelingen. In de kerk moet alles met orde plaatsvinden, omdat we te maken met een God van orde.

In de tweede plaats vraagt het werk in de gemeente om kaders die de ruimte bepalen voor de uitvoering van dat werk. Beleid is noodzakelijk als middel om bepaalde doelen te realiseren, bijvoorbeeld het beheer van de kerkelijke gebouwen of de verkiezing van ambtsdragers. In de omgang met elkaar is het goed om zaken helder te hebben: hoe ligt de rolverdeling en hoe informeren we elkaar?

In de derde plaats, en daarop wil ik in deze bijdrage de nadruk leggen, is beleid noodzakelijk voor het communiceren waar we als kerkenraad voor staan, om vooraf en achteraf verantwoording te kunnen afleggen over ons handelen. Maar ook om het onderling gesprek binnen de kerkenraad gaande te houden.

Van buiten naar binnen kijken

Om na te denken over beleid, moeten we bij het begin beginnen. De start ligt in onze visie: hoe zien we de wereld om ons heen? En hoe is onze missie daarin? Anders gezegd: hoe willen we in de wereld staan en vanuit welke identiteit doen we dat? Dat laatste is weliswaar niet het onderwerp van deze bijdrage, maar is bezinning (en wellicht zelfs herbronning!) meer dan waard: zijn we nog écht gereformeerd?

Als we deze “wat”-vragen hebben beantwoord, kunnen we ons gaan buigen over de “hoe”-vragen: welke dingen gaan we doen; daarover gaat het bij beleid. Beleid staat als het goed is nooit op zichzelf, maar dient een doel. En doelen bereiken doe je niet zonder naar buiten te kijken. Daar moeten we beginnen: wat is er buiten gaande?

De wereld om ons heen verandert

Onze samenleving verandert. Dat is niets nieuws. Om de veranderingen te duiden onderscheid ik drie grote sociaal-maatschappelijke tendensen:

Horizontalisering: verticale lijnen verdwijnen. Daarmee bedoel ik dat hiërarchische verhoudingen steeds minder vanzelfsprekend zijn en gezag afbrokkelt;

Ontgrenzing: de ontzuiling zet door, we zien een sterke nadruk op netwerken en ketens die steeds meer in elkaar grijpen, de wereld wordt steeds meer een dorp;

Virtualisering met als uitingsvormen onder meer beeldcultuur (in plaats van leescultuur) en de groei van virtuele netwerken. Deze tendensen staan niet los van elkaar, ze beinvloeden elkaar. De virtualisering versnelt de horizontalisering; in virtuele netwerken is iedereen gelijk. Netwerken bestaan bij de gratie van gelijkwaardigheid en hebben daarmee een horizontalistisch karakter. Ook in de manier waarop we organiseren, kiezen we steeds meer woorden die een horizontaal karakter dragen, bijvoorbeeld “ketens”.

Door vergaande vernetwerking vervagen grenzen tussen groepen razendsnel en moeten we niet de illusie hebben dat onze gemeente nog een afgebakende gemeenschap is. Doordat de “theologische verzuiling” al jaren sterk afneemt, heeft een plaatselijke gemeente, kerkenraad of predikant al lang niet meer het monopolie op de waarheid; daardoor verwatert onder meer de grens tussen gereformeerd en evangelisch steeds meer. Gezag hangt ook niet meer af van positie je kunt hooguit respect verdienen. Dat alles stelt ons voor vragen als het gaat om het geestelijk leiding geven aan de gemeente en ook aan de daarmee samenhangende beleidsvorming.

De ambtsopvatting verschuift

De hiervoor geschetste ontwikkelingen hebben natuurlijk ook gevolgen voor de manier waarop we als ambtsdragers worden bekeken, in welk ambt we ook staan. Een opvatting die ik nogal eens tegenkom, is dat de ledenvergadering het beslissende orgaan binnen de gemeente zou zijn. De kerkenraad vormt slechts het kerkbestuur, verantwoordelijk voor de uitvoering van de kaders die de ledenvergadering stelt. Ik noem dat de democratisering van de kerk, democratisering als uitingsvorm van horizontalisering. Zo is de kerk echter niet bedoeld. In de kerk gaat het om gehoorzaamheid aan het Woord en aan de God van het Woord.

En in die context bestaan ook de ambten, waarbij een belangrijk verband bestaat tussen de ambten en de ten hemel gevaren Christus, lees het maar na in Efeze 4 vers 11. De gaven uit Psalm 68 vers 19 worden er in verband gebracht met de ambten. Dat is dus nadrukkelijk wat anders dan dat we slechts de kerk besturen. We zijn geroepen om als vertegenwoordigers van de Koning in Zijn Koninkrijk werkzaam te zijn; Christus regeert Zijn Kerk immers door middel van de ambten.

Bijbelse sociale verbanden brokkelen af

Daar komt nog iets bij. Behalve dat het gezag van de ambten afbrokkelt, brokkelen ook andere Bijbelse sociale verbanden af. Ik doel daarbij onder meer op familieverbanden, met als belangrijkste het gezin. Ook de daarin gelegen verticale lijnen door generaties heen, met als het goed is binnen het huwelijk ook een verticale lijn die doorloopt tot voor Gods troon, lijken aan kracht in te boeten. Het is de vraag of in familieverband het echte geestelijke gesprek nog plaatsvindt en of de doopbelofte nog praktisch functioneert. De virtualisering speelt hierbij een belangrijke rol: het ontkoppelt generaties en ondersteunt daarmee intensieve, horizontale communicatie.

Duiding en betekenisgeving

Het bovenstaande kan moedeloos maken. Dat is niet de bedoeling en mag ook niet. De vraag is hoe we als ambtsdragers in de wijzigende omstandigheden moeten gaan staan, zonder de illusie te hebben dat we aan de omstandigheden op zich iets zouden kunnen veranderen. Ontkennen is geen optie, sterker: de Heere Jezus heeft veel van het hiervoor beschrevene al voorspeld, zie bijvoorbeeld Mattheüs 24. Het gaat om het volharden onder de opdracht en de belofte van Mattheüs 28 vers 19 en 20: er gaat een andere Ambtsdrager voorop, die trouw blijft en met Zijn Kerk zal zijn tot in eeuwigheid.

Laten we dus nuchter zijn: de context waarin we ons ambt mogen dragen, kunnen we niet sturen, maar onze roeping ligt juist binnen de geschetste context. Dat vraagt om betekenisgeving: horizontalisering vraagt meer dan ooit dat we in (en niet boven) onze gemeente staan, dat we naast onze gemeenteleden staan. Het vraagt dus om een antwoord op de vraag hoe we in verbinding zijn met onze gemeente.

De kernvraag: hoe geven we geestelijk leiding aan de gemeente?

En daar ligt wat mij betreft een eerste belangrijke kernpunt voor beleidsvorming: de bezinning op het leggen van verbindingen binnen de gemeente vanuit de kerkenraad. Het doel bij dat alles is dat we geroepen zijn geestelijk leiding te geven aan de gemeente. Daarbij moeten we ons voor alles realiseren dat de kern van het gemeente-zijn ligt in het Woord. De prediking van het Woord moet te allen tijde de kern, het kloppend hart van de gemeente blijven. De trouw aan de gereformeerde belijdenis hoort daar voluit bij. Als we daaraan concessies doen, is dat het begin van het einde. Het geestelijk gesprek daarover binnen de kerkenraad met de predikant is essentieel en zal een plaats moeten hebben in het beleid van de kerkenraad.

Ook de huisbezoeken moeten in dat licht plaatsvinden: zien we vruchten die de toets van het Woord kunnen doorstaan? Hebben we zicht op de vruchten (en de gaven) binnen de gemeente en hoe delen we dat binnen de kerkenraad? En welke plaats neemt de catechese in, wie verzorgt de catechese, welke methode wordt gebruikt? De jeugd, de komende generatie verdient daarbij bijzondere aandacht.

Daarnaast zijn zowel pastoraat als diaconaat van groot belang in het gemeentelijke leven. Hoe is dat georganiseerd? Welke kaders geven we mee en welke afstemming vindt plaats? Datzelfde geldt voor de wijze waarop het evangelisatiewerk gestalte krijgt.

Een tweede kernpunt voor de beleidsontwikkeling vormt de vraag hoe zaken buiten de directe invloedssfeer van de kerkenraad gestalte wordt gegeven. Een belangrijk deel daarvan vormt de organisatie van het verenigings- en clubwerk. Welke eisen stellen we aan de leiding en hoe stellen we ons op richting de leiding? Als kerkenraad kunnen we niet alles zelf, maar durven we los te laten? En hoe blijven we in verbinding met de leiding? Vragen waarop een kerkenraad zich heeft te bezinnen en waarvan het goed is de antwoorden vast te leggen.

Andere punten van beleid

Het bovengenoemde raakt het geestelijke aspect van beleidsvorming rondom binnengemeentelijke thema’s. Daarnaast zien we plaatselijk steeds meer dat er contacten tussen kerken ontstaan en is het steeds breder mogelijk kansels over en weer open te stellen. Hoe gaan we daarmee om? En zijn we ons bewust van de effecten die onze keuzen teweeg brengen?

Maar er is meer. Denk bijvoorbeeld aan het beleid rondom kerkelijke gebouwen, bijvoorbeeld onderhoud en verhuur ervan. Hoe organiseren we dat? Welke (financiële) kaders geven we mee? Hoe verlopen inkoop en aanbesteding en hoe betrekken we daar eigen gemeenteleden in?

Juist in zaken waarin we ook de “buitenwereld” ontmoeten, is het van groot belang duidelijk en transparant te zijn. Daarin kan beleid een belangrijke ondersteunende rol vervullen. Het geeft houvast en helpt in sommige gevallen ook om schijn te vermijden, bijvoorbeeld rondom inkoop en aanbesteding.

Ten slotte raak ik nog één zaak aan, namelijk het gebruik van sociale media. Ook op dat punt is het goed om met elkaar af te spreken hoe ermee wordt omgegaan, hoe we in ons gebruik ervan een voorbeeldrol vervullen en hoe we bijvoorbeeld de relatie zien met ons ambtsgeheim.

Beleid als communicatiemiddel

U merkt: ik heb geen recept hoe het beleid op de genoemde punten er concreet uit zou moeten zien binnen uw gemeente. Niet voor niets staan in de voorgaande paragrafen veel vragen. Het belangrijkste is namelijk de dialoog, allereerst binnen de kerkenraad. Investeer in elkaar en zoek elkaar in de eerste plaats geestelijk te verstaan. Wij hebben als kerkenraad goede ervaringen met kerkenraadsbijeenkomsten waarin we bovenstaande thematiek op onderdelen met elkaar, soms samen met een externe spreker, uitdiepen en daaruit lijnen proberen te trekken.

Vervolgens is er het belang van communicatie met de gemeente: het duidelijk maken van de keuzen die de kerkenraad heeft gemaakt en het open staan voor vragen over de gemaakte keuzen. Openheid en transparantie zijn van groot belang. Maar ook consistentie in onze manier van werken, integer zijn in ons handelen, zijn essentieel. In onze beleidsvorming worden we geroepen om de eenheid binnen de gemeente - en tussen de gemeente en haar Hoofd - te dienen en Psalm 133 in praktijk te brengen. Daarbij moeten we ons voortdurend bewust zijn dat we een ambt dragen en daarin een beelddrager moeten zijn van de grote Ambtsdrager, Jezus Christus.

Drs. Erik-Jan van Genderen RA MPM (1972) is ouderling in de Christelijke Gereformeerde Kerk Sliedrecht “Beth-El”. Hij is werkzaam als organisatieadviseur in de (semi-)publieke sector en is daarnaast toezichthouder bij een zorginstelling.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.