+ Meer informatie

Ds. Gezelle Meerburg De boeteprediker van het land van Altena

5 minuten leestijd

Deelde Gezelle Meerburg in de liefde van het volk, dat hongerde naar de zuivere verkondiging van Gods Woord, aan de andere kant heeft hij ook de openbare vijandschap moeten ondervinden van de zijde van hen, die zich tegen de prediking der vrije genade keerden. Hiermee zijn we toegekomen aan één van de moeilijkste gedeelten uit het leven van Gezelle Meerburg, namelijk de vervolging, die hij heeft moeten ondergaan zowel van de kerkelijke besturen als van de burgerlijke overheid. Met recht is gesproken over zwarte bladzijden in de geschiedenis van de kerk en ons land, als het gaat over de haat en vijandschap, die de Afgescheidenen vooral in de beginperiode te verduren hadden. Heel erg is het echter wel geweest dat deze haat en vijandschap ook tegen hem gericht waren, die zo zachtmoedig was en zo mogelijk de vrede zocht. De vijandschap van de voorstanders der zgn. Evangelische verlichting is wel diep geworteld geweest, dat zij het aangedurfd hebben om deze getrouwe prediker af te zetten van zijn ambtsbediening, en na die tijd de waarneming van zijn ambt zo moeilijk mogelijk te maken. Nu gaan we niet breedvoerig in deze artikelen de kerkelijke procedure volgen en een overzicht geven van de vervolging. Dit vall buiten de opzet. 't Is meer de bedoeling om te laten zien, waarom het de vijanden ten diepste ging. En zeker ook, hoe de Heere Zelf getrouwmakende genade heeft gegeven aan Ds. Gezelle Meerburg en Zijn bewarende hand over hem heeft uitgestrekt.

Eén en ander ontlenen we niet alleen aan officiële stukken uit die tijd, maar ook aan aantekeningen van iemand uit het land van Altena, die uit de mond van zijn ouders verschillende voorvallen uit die tijd gehoord en later opgetekend heeft. Door vriendelijke bemiddeling zijn deze aantekeningen in mijn bezit gekomen.

De vijandschap is maar niet plotseling tijdens het verblijf in de gemeente van Almkerk en Emmichoven openbaar gekomen. Vóór de komst van Gezelle Meerburg was deze al overduidelijk gebleken. De eenvoudigen waren over ’t algemeen erg op zijn komst gesteld. De meer welgestelden — op een enkele uitzondering na — niet. ’t Gerucht ging dan ook door de gemeente, dat dezen van plan waren te komen tot het beroep van een andere predikant. Op een wonderlijke wijze hebben toen enkele leden van de gemeente hun begeerte naar Gezelle Meerburg te kennen gegeven. Zij schreven met grote letters op de kerkdeur: „Meerburg alleen en anders geen”, ’t Zullen de besten niet geweest zijn, die dit gedaan hebben, maar toch vertolkten zij de wens ook van de oprechten.

En ook de scriba van het classicaal bestuur, wiens brieven vaak op een sarcastische toon getuigen van de afkeer tegen de vrije genadeleer, schrijft aan de sekretaris en adviseur bij het departement van de Hervormde en andere erediensten al 1 1/2 maand vóór Meerburgs komst: „Gaat mijn vermoeden door, dan hebben wij reeds een duo — bedoeld het tweetal: Scholte en van Rhee — en met Almkerk waarschijnlijk een trio van predikanten, die zich openlijk tegen de gezangen verzetten.....” Mede uit andere stukken blijkt, dat Gezelle Meerburg met groot wantrouwen tegemoet werd gezien. Hij komt nu eenmaal uit de „verkeerde hoek”. En later komt het zo goed uit, dat deze vijanden ondanks hun verdraagzaamheid alles zullen weren, wat hun „verlichte” godsdienst in de weg staat.

Niet lang is daarom Ds. Meerburg op de kansel geduld. In de gemeente van Almkerk hadden velen een afkeer van het zingen van gezangen. Zodra er een gezang opgegeven werd, zetten de bezwaarden hun pet op en zongen niet mee. Aanvankelijk gaf Gezelle Meerburg wel gezangen op, later alleen aan het eind van de dienst één vers en tenslotte hield hij er in ’t geheel mee op. Hij wist toen, dat hij tegen de kerkelijke bepalingen in handelde, maar kon niet anders vanwege de eer van God en de stichting der gemeente.

Dit werd mede oorzaak, dat hij voor een commissie van het classicaal bestuur van Heusden ter verantwoording geroepen werd. De tegenstanders in eigen gemeente hadden er wel voor gezorgd, dat het classicaal bestuur er weet van kreeg. Ze kwamen trouwens weinig of niet bij hun predikant naar de kerk. En dat niet alleen omdat zij zich ergerden aan het niet-opgeven van gezangen, maar het meest omdat ze niets moesten hebben van de prediking van dood en leven.

De man, die spottend door de scriba van het classicaal bestuur „hoogst rechtzinnig” en een „ellendige dweper” genoemd wordt, moet zo spoedig mogelijk aangepakt worden. In augustus 1835 verschijnt hij voor het classicaal bestuur. Reeds in november volgt zijn afzetting zonder voorafgaande schorsing. Hij kon en mocht niet voldoen aan de eis om de gezangen weer te laten zingen.

De vraag kan en is hier wel gesteld of dan Gezelle Meerburg de Afscheiding niet gezocht heeft door het nalaten van het opgeven van een gezang. Deze vraag is niet moeilijk te beantwoorden als we naast elkaar lezen een brief van Ds. C. W. Pape van Heusden — de secretaris van het classicaal bestuur — geschreven 15 augustus 1835 kort voor zijn verschijnen voor de commissie, en een preek van hemzelf over Ezechiël 33 : 30.

In de brief van Ds. C. W. Pape lezen we o.m.: „Tegen de Almkerker — Gezelle Meerburg — is een adres ingekomen van 20 notabelen van zijn gemeente getekend, beklag inhoudende wegens het niet-laten-zingen van de Evangelische gezangen en verzoek om hand-having van dit stichtelijk gebruik en der wetten op hetzelve. Ik ben er recht mede in mijn schik.....” De secretaris van een kerkelijk bestuur is dus echt in z’n schik met het bezwaarschrift tegen Gezelle Meerburg. In de zelfde brief wordt ook al rustig gezegd, dat — zo de predikant van Almkerk zich niet onderwerpt — men direkt om zijn afzetting zal vragen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.