+ Meer informatie

Gemeentepredikant dr M.J. Paul: "Ziekenzalving is niet los verkrijgbaar, als laatste strohalm"

13 minuten leestijd

In de Bijbel vindt dr. M.J. Paul geen enkele aanwijzing dat de dienst der genezing tijdelijk van aard was. Ook de kerkhistorie weerspreekt die opvatting. Dat bracht hem tijdens zijn wetenschappelijke loopbaan al tot het stellen van vragen over de praktijk in reformatorische kring. Zijn visie kreeg een concrete invulling toen hij het docentschap verwisselde voor het predikantschap. Jakobus 5 is voor de hervormde predikant uit Dirksland even actueel als elk ander nieuwtestamentisch Schriftgedeelte.

De wijze waarop de moderne mens met ziekte omgaat, vervult dr. M.J. Paul met grote zorg. Ook onder christenen signaleert de hervormde predikant een klakkeloze acceptatie van de medische wetenschap als een zelfstandige macht, los van God. Met als tegenpool een beweging richting occulte genezers. „Voor mij hangt dat samen met de verwaarlozing van wat de Bijbel aanreikt omtrent ziekte en genezing. Hoe minder de kerk te bieden heeft, des te meer zoeken de mensen het elders."
Vóór zijn studie verdiepte Paul zich al in de oudtestamentische Schriftgegevens over ziekte en gezondheid. Later betrok hij daar het Nieuwe Testament bij. ,Je leest over tal van genezingswonderen die de Heere Jezus verricht. Dat plaatst je voor de vraag naar de actuele betekenis ervan. Ligt die enkel in het feit dat wij zo van onze geestelijke kwaal genezen moeten en kunnen worden? Daar ligt een spanningsveld voor de prediking." Ook de kerkhistorie betrok hij in zijn onderzoek. Dat resulteerde vorig jaar onder meer in een tweetal artikelen in het blad Bijbel en Wetenschap over de toepassing van de ziekenzalving in de loop der eeuwen. Een onderwerp dat hem zeer persoonlijk raakt. In Aalburg, zijn vorige gemeente, vroeg een echtpaar hem of de regel van Jakobus 5 vers 14 tot 16 bij hun ernstig epileptische dochtertje daadwerkelijk kon worden toegepast. „Dan komt alles in een stroomversnelling."

Orde van dienst
Bezinning binnen de kerkenraad leidde tot de conclusie dat er geen bijbelse argumenten waren aan te voeren om het verzoek te weigeren. Besloten werd dat de predikant een leerdienst zou houden over de bewuste passage uit de brief van Jakobus, waarna het verzoek van het echtpaar en de beslissing van de kerkenraad bekend zouden worden gemaakt. Kritiek bleef uit. „Ik denk omdat de mededeling gekoppeld was aan argumenten. Niets is erger dan een afwijkende handeling zonder argumentatie."
Voor de concrete invulling van de ziekenzalving gebruikte dr. Paul een orde van dienst die recht doet aan de drie elementen die Jakobus noemt: het gebed, de schuldbelijdenis en de zalving. De zalvingsformule ontleende hij aan de vroeg-christelijke kerk: "Ik zalf u in de Naam van de Vader, van de Zoon en van de Heilige Geest, opdat u de zalving van de Heilige Geest zult ontvangen tot heling van al uw zwakheden, naar ziel, geest en lichaam." In een ambtelijke huisdienst werd de ziekenzalving bij het meisje toegepast. Wat heeft dit alles voor uzelf betekend?
„Het zijn bijzonder zegenrijke weken geweest. In de eerste plaats al door de bezinning in de kerkenraad. Tegelijk woog de verantwoordelijkheid zwaar. Wek je geen valse verwachtingen? Stel dat het kind niet geneest? Ook tegen die leerdienst heb ik erg opgezien, maar de middag ervoor viel alles van me af In het gebed was er de overgave aan God. In volle rust heb ik m'n preek gehouden en de ziekenzalving uitgevoerd. En het kind is volkomen genezen, tot grote verbazing van de specialisten. De tweede keer dat ik de zalving heb toegepast, bij een ernstig zieke jongen, volgde een opvallend snel herstel."
Welke conclusie verbindt u daaraan?
„Dat er kennehjk zegen verbonden is aan het gaan in de wegen die de Heere wijst. Hij heeft veel meer voor ons klaar liggen dan wij denken."

Ambtelijke handeling
Is de ziekenzalving voor u verbonden aan de gave van gezondmaking? „Veel exegeten, onder wie prof. Floor, leggen die verbinding. Naar mijn mening onterecht. De gaven van gezondmakingen, waarover 1 Korinthe 12 spreekt, zijn individuele gaven. Als het om de ziekenzalving gaat, spreekt Jakobus heel algemeen over het roepen van de ouderlingen. De ziekenzalving is blijkbaar een ambtelijke handeling, die losstaat van persoonlijke Geestesgaven. Wel was de gave van gezondmaking in de vroeg-christelijke kerk een pré bij de verkiezing tot bisschop."
In zijn commentaar opfakobus verdedigt prof. Floor de klassiek calvinistische uitleg dat de genoemde oudsten een unieke belofte en mogelijkheid ontvangen hadden vanwege hun unieke plaats in de kerk. Daarin kunt u niet met hem mee?
„Floor heeft geprobeerd een evenwichtig betoog op te zetten, maar je krijgt toch het gevoel dat hij er niet uitkomt. Exegetisch valt nergens uit op te maken dat de dienst der genezing tijdgebonden was. Een algemeen bezwaar van veel commentaren is dat ze zich beperken tot de uitleg van de tekst. De praktische vragen waar gemeenteleden mee zitten, blijven onbesproken. Verder valt me in de gereformeerde commentaren op dat de kerkgeschiedenis met de Reformatie lijkt te beginnen. Het eerste wat Floor noemt is een 16e-eeuws besluit van de RoomsKatholieke Kerk om de ziekenzalving als sacrament te erkennen. Dan ken je de voorgeschiedenis niet. De zalving is vanaf het begin van de kerkhistorie als een heilige handeling erkend."

Misbruik
Is de verdwijning van de dienst der genezing enkel te verklaren als een reactie op de verwording ervan in de Rooms-Katholieke Kerk?
„Nee, zeker zo belangrijk was de toenemende invloed van het Griekse, stoïsche denken met z'n eenzijdige concentratie op het geestelijke heil, ten koste van het lichamelijke. Die ontwikkeling zie je al in de vierde eeuw opkomen. Ziekte wordt iets dat je gelaten moet ondergaan. Waarin je moet berusten. Dan lijkt het hoogste wat bij ziekte kan worden gezegd: 'Ik ben gelukkig niet opstandig'. Terwijl de vroeg-christelijke kerk in ziekte heel nadrukkelijk een kwaad zag, dat in het geloof weerstaan mag worden.
In de Middeleeuwen werd de zalving alleen nog maar toegepast bij stervenden, vanuit de gedachte dat het sacrament genade schenkt. Genezing was allang niet meer belangrijk. Het ging erom dat de mens zo kort mogelijk in het vagevuur verkeert. Zelfs lijken werden gezalfd. Tegen dat verschrikkelijke misbruik hebben de reformatoren zich terecht verzet, maar ze zijn daarin doorgeschoten. Vooral Calvijn. Volgens hem is de inhoud van het sacrament geweken. De zalving wérkt niet meer, en daarom moeten we die ook niet meer toepassen. Anders wordt het een toneelspel, zegt hij in zijn Institutie. Dat is een gevaarlijk argument. Bijna onbegrijpelijk van een man als Calvijn. Als ons gebed niet verhoord wordt, moeten we dan maar stoppen met bidden? Als we geen zegen ontvangen aan het avondmaal, moeten we er dan mee ophouden, omdat de avondmaalsviering anders een klucht wordt? Of zou er meer aan de hand zijn?"

Kerkvaders
„Zijn eigen zwakke gezondheid heeft Calvijn beschouwd als een middel om hem te meer te richten op de overdenking van het toekomende leven. Dat deed hem berusten in zijn kwalen."
Die berusting hoeft toch niet per definitie stoïsch van aard te zijn?
„Dat zeg ik ook niet. Ik denk aan een vrouw die leukemie had. Ze was 89 jaar en verlangde om heen te gaan. In vol vertrouwen gaf ze zich over in Gods hand. Chemokuren hoefden van haar niet meer. Ik heb haar van harte gehjk gegeven. Verzet tegen ziekte is geen vereiste. Maar bij Calvijn verdwijnt de roeping van de kerk in de dienst der genezing volledig uit beeld.
Wie hem daarin volgt, moet goed beseffen dat hij tegelijk ingaat tegen de opvatting van Irenaeus, Tertullianus, Augustinus, Athanasius en ga zo maar door. Niet één kerkvader heeft de ziekenzalving beperkt tot de tijd van de apostelen. Integendeel, ze hebben die volop toegepast. Opmerkelijk is dat kerkvaders uit de vierde eeuw er in hun preken op wijzen dat de Heere Zijn genade gaat terugtrekken, vanwege de zonde, de goddeloosheid, de verachtering in de genade. Er vinden minder genezingen plaats omdat de kerk zélf ziek is. Die samenhang vind je trouwens ook bij Paulus. Velen in de gemeente van Korinthe zijn zwak, ziek en sterven vanwege de onwaardige viering van het avondmaal. Het avondmaal dat voor de vroeg-christelijke kerk tevens een maaltijd der genezing was, die ook lichamelijke uitwerking had."

Eenzijdig
Hoe kijkt u zelf tegen ziekte aan?
„Daar kan ik geen eenduidig antwoord op geven. In een aantal gevallen is satan de veroorzaker. De Evangeliën zijn daar duidelijk in. Denk aan de maanzieke knaap en de gekromde vrouw uit Lukas 13, van wie Jezus zegt dat de satan haar achttien jaar gebonden had. In andere gevallen laat God ziekte toe, als oordeel of tot tuchtiging. Daarnaast zijn er bepaalde wetmatigheden die je niet straffeloos kunt negeren. Als iemand rookt en daardoor longkanker krijgt, kun je die ziekte niet direct aan God of aan satan toeschrijven."
Wat doet u dan met de belijdenis van Zondag 10 van de Heidelberger Catechismus?
„Die roept door de eenzijdigheid ervan in de praktijk misverstanden op. Gods almachtige hand bepaalt hoe ver het kwaad kan gaan, maar je kunt niet zeggen dat de ziekte van Job hem uit Gods Vaderhand toekwam. De formulering uit het doopformulier vind ik veel evenwichtiger. De Heere belooft dat Hij "alle kwaad van ons weren, óf ten onzen beste keren wil". Dat Hij het kwaad van ons wil weren, komt overeen met Schriftgedeelten uit onder meer Exodus en Deuteronomium. Wanneer Israël in Gods wegen gaat, zullen de Egyptische kwalen hen niet treffen. Toch kan het zijn dat de Heere ziekte in ons leven laat komen, om welke reden dan ook. Maar dat betekent niet dat ziekte en gezondheid, voorspoed en tegenspoed gelijkwaardige elementen zijn, zoals Zondag 10 lijkt te suggereren. Laat ik het zo zeggen, ik vind het erg jammer dat satan er niet in wordt genoemd. De bedoeling van Zondag 10 is heel goed, maar de beknoptheid is te betreuren en werkt verwarring in de hand."

Laatste strohalm
Hoe geeft u uw opvatting over de dienst der genezing concreet gestalte?
„Ik stel het onderwerp in z'n algemeenheid aan de orde. Vervolgens moet de vraag van de gemeenteleden komen en is het ter beoordeling van de kerkenraad hoe geestelijk zo'n vraag is. In de praktijk is de drempel zeer hoog. Men ervaart ziekenzalving als iets zeer bijzonders. Terwijl Jakobus er heel gewoon over schrijft, als een onderdeel van het gemeenteleven.
Het is ook niet zo dat Jakobus lichamelijke genezing garandeert. Het woord 'oprichten dat hij gebruikt, heeft een veel bredere betekenis. Ik heb mensen ontmoet die door de zalving geestelijke kracht mochten ontvangen om hun ziekte te dragen. De zalfolie is symbool van de Heilige Geest. Wat de zalving uitwerkt is afhankelijk van Zijn soevereine wil. Maar als Hij nabij is, dan is het goed, wat de uitkomst ook mag zijn.
Het belangrijkst is voor Jakobus het gebed. Dat wordt zes keer genoemd. Dan komt de schuldenbelijdenis. Pas als laatste de ziekenzalving. Die is niet los verkrijgbaar, als laatste strohalm. Wanneer iemand ziek is, is het goed om na te gaan of er wellicht een oorzaak is. Er kan een onbeleden zonde aan ten grondslag liggen. Wij beperken het 'censura morum' tot het avondmaal, maar die is evenzeer van betekenis bij het ziekbed."

Geen automatisme
In Markus 16 wordt zeer algemeen van hen die zullen geloven gezegd: "Op kranken zullen zij de handen leggen, en zij zullen gezond worden". Hoe is te verklaren dat dergelijke teksten onder ons nauwelijks aandacht krijgen?
"Als exegeet moet ik keer op keer vaststellen dat onze Bijbel in de praktijk bijzonder dun is. De genoemde belofte is verbonden aan het zendingsbevel. Ook dat is eeuwenlang genegeerd. Pas in de negentiende eeuw begon men het weer te verstaan. Hopelijk ontdekken we in de toekomst ook opnieuw de betekenis van de dienst der genezing."
Betekent de belofte uit Markus dat in principe elke gelovige de gave van gezondmaking bezit?
„Dat denk ik niet. Paulus spreekt er in 1 Korinthe 12 over als een specifieke gave, die de Heilige Geest aan sommigen wil schenken, ten dienste van de hele gemeente. Niet als een automatisme. Trofymus moest vanwege ziekte in Milete achterblijven. Dat geeft al aan dat we van de dienst der genezing nooit een systeem kunnen maken. Maar dat neemt niet weg dat als deze gave in geloof wordt beoefend, er tekenen van genezing zullen volgen. Naar mijn gevoel zijn de gaven uit 1 Korinthe 12 weinig in onze gemeenten aanwezig, vanwege de veronderstelling dat ze opgehouden hebben te bestaan. Paulus zegt: ijvert naar de beste gaven. Dat ijveren komt nauwelijks meer voor."

Teken
Aan de andere kant valt op dat dezelfde Paulus de zwakheid van Timotheüs niet onder handoplegging wegneemt, maar hem heel nuchter adviseert om in plaats van water ook eens wat wijn te drinken.
„Dat is zo. Nogmaals, ik bepleit geen systeem en zeker geen automatisme. Het een vult het ander aan en we doen onszelf tekort als we een van beide elementen verwaarlozen."
De kerkhistorie toont dat een pleidooi voor de actuele betekenis van de bijzondere Geestesgaven bijna altijd uitmondt in sectarisme. Wat doet u daarmee?
„Omdat de kerk er geen raad mee weet, gaan extreme figuren aan de rand of zelfs buiten de kerk ermee aan de haal. Waarbij de bijbelse kaders ontbreken en van controle geen sprake meer is. Dat wordt dan vervolgens gebruikt als argument om de gaven zelf onder kritiek te stellen. Zo keren we de zaken om. Het probleem is dat ze in de kerk zelf niet de plaats hebben die ze behoren te hebben. Voor kerkvaders als Irenaeus en TertuUianus was het ontbreken van de gaven der genezing een kenmerk van, let wel, de sekten. Genezing van zieken was voor de vroegchristelijke kerk hèt teken dat God nabij was."

Koninkrijk Gods
Voor Andrew Murray waren genezingen nog meer dan een teken. Op grond van het feit dat Mattheüs Jesaje 53 vers 4 vervuld ziet in de genezing van zieken stelde hij vast dat lichamelijke genezing een wezenlijk bestanddeel is van het verlossingswerk van Christus. Hoe ziet u dat?
„Inderdaad heeft Christus de genezing verworven. Dat is het fundament. Maar Murray gaat mij wat te ver in zijn conclusies. Zo had hij zeer veel moeite met het gebruik van medicijnen. Maar Murray heeft gelijk als hij erop wijst dat genezingen meer zijn dan begeleidende verschijnselen bij de verkondiging, in cruciale perioden. Het zijn ook tekenen van het koninkrijk Gods. Als het in het Oude Testament tot de zegeningen van het verbond hoorde dat God de krankheden zou weren als Israël in Zijn wegen zou gaan, zouden die voorrechten dan in het Nieuwe Testament niet meer gelden? Dan zou het Nieuwe Verbond op dat punt armer zijn dan het Oude Verbond. De Handelingen van de apostelen en de brieven van Paulus bewijzen het tegendeel. Ik ben nog nooit iemand tegengekomen die vanuit de Bijbel kon aantonen dat de dienst der genezing heeft afgedaan."

Autonome macht
Op de zomerconferentie van de CSFR waarschuwde uw collega Van den Brink uit Lelystad voor een herleving van het wondergeloof nu zaken als ziekenzalving en gebedsgenezing weer in de belangstelling komen. Dat gevaar ziet u niet?
„Wel als ze worden losgemaakt uit hun context. Niet als we ze preken en praktiseren in hun bijbelse samenhang. Persoonlijk zie ik veel sterker het gevaar dat de kerk bij ziekte aan de zijlijn staat. De praktijk is vaak dat je als predikant pas werkelijk bij een ziekte betrokken wordt, als de medische wetenschap er niets meer aan kan doen. De reguliere geneeskunde is in onze tijd een autonome macht, die totaal losstaat van de geestelijke verzorging. In tegenstelling tot in de Middeleeuwen, toen er een nauwe samenhang bestond tussen gezondheidszorg en geestelijkheid. Wat mij bijzonder aanspreekt zijn de tehuizen van de Anglicaanse Kerk in Engeland, waar artsen, psychiaters, psychologen en geestelijk verzorgers gezamenlijk patiënten begeleiden. Elk met hun eigen inbreng.
Dan krijg je een geïntegreerde benadering, vanuit het totale mensbeeld. Wanneer je als christen belijdt dat de mens als eenheid van ziel, geest en hchaam functioneert binnen alle verbanden in deze wereld, dan is een christelijke visie op gezondheidszorg méér dan het afwijzen van abortus en euthanasie."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.