+ Meer informatie

Ruil Nachtwacht in tegen Belsazars Feest!

Representatieve Rembrandt-tentoonstelling toont nu een vijfde van zijn schilderijen

11 minuten leestijd

Dinsdag is de lang aangekondigde Rembrandt-manifestatie in Amsterdam (en elders) van start gegaan met een grote Rembrandttentoonstelling in het Rijksmuseum. Die trok al in het Altes Museum in (Oost-)Berlijn grote scharen en zal hierna in iets gewijzigde vorm doorreizen naar Londen. Ook in het, mede voor deze expositie, grondig opgeknapte Rijksmuseum zal het naar verwachting storm lopen. De honderden (inter)nationale persmensen bij de opening wijzen al in die richting, maar ook anderen pikken hun graantje mee. Dat begint al buiten, tegenover het museum. Daar ligt het Spiegelkwartier met de Nieuwe Spiegelstraat, Spiegelen Lijnbaansgracht. Dat is de hoofdstedelijke kunst- en antiekbuurt bij uitstek: het regent er antiekzaakjes, kunsthandels en ambachtelijke ateliers, van Anneke Schat (moderne sieraden) tot Gebr. Berlijn (oude meubelen). Nu houdt deze Spiegelbuurt onder het motto "De buren van Rembrandt tegenover het Rijksmuseum" van 8 tot 15 december open huis. Van twaalf tot zes kan men dan dagelijks al die kunst- en antiekzaakjes inen uitlopen en de koffie nuttigen in bij voorbeeld café Hendrickje Stoffels...

Voorheen Rembrandt...

Wij doen dat nu niet en haasten ons naar de 'echte' Rembrandt-expositie, de vijfde in een reeks die begon in 1898 en werd voortgezet in 1932,1956 en 1969. Die laatste hielden het nu verguisde beeld in stand: de nationale cultuurheld die tevens martelaar was en met wie er veel mis ging, hoewel het einde toch weer beter was. Museumdirecteur Van Os hield ons voor, hoezeer de vrome martelaarslegenden ook op onze wereldlijke 'helden' werden toegepast. Rembrandt ontmaskerd. Het zou, dacht men toen, een werk zijn van Rembrandts Leidse vriend en collega Jan Lievens of van z'n leermeester Pieter Lastman. Latere vergelijking met onomstreden werken van Lievens, "Christus aan de geselzuil" en "Pilatus wast zijn handen", leverde op, dat ook "Het feest van Esther" door Jan Lievens is geschilderd.

Handen en ogen

Zo'n nieuwe toeschrijving houdt niet vanzelf in, dat het doek of paneel nu opeens esthetisch minder mooi zou zijn of kwalitatief prutswerk. Maar als het geen Rembrandt mag heten, daalt de (verzekerings)waarde aanzienlijk en wie heel goed kijkt, moet erkennen: meester Van Rhijn zou dit tóch beter geschilderd hebben. Op een expositiefilm en in de publikaties wordt duidelijk, wat het lekenoog niet meteen zag. Op het eerste gezicht worden tal van schilderijen met die beroemde werking van licht en schaduw gemakkelijk voor 'typisch Rembrandt' gehouden. Maar dan levert nauwkeuriger kijken de typerende verschillen op.

Het Rembrandt-onderzoekproject heeft nog zo'n 250 schilderijen als van deze meester afkomstig erkend. Omstreeks 1900 golden nog meer dan 900 stuks van hem! Vele daarvan zijn aangeleverd door de kunst- en antiekhandel, die niet verlegen zit om ontmythologiseringen. Want dat betekent prijsdalingen. Dat er via de handel ooit een 'echte' Rembrandt opduikt, lijkt uitgesloten, maar particulieren en vooral musea zitten wel opgezadeld met "ex-Rembrandts".

Zo is de bekendste "Man met de bronzen helm" nu als Rembrandt afgeschreven. En "Anna en de blinde Tobias" is wel van Gerard Dou. En "Het feest van Esther" is in 1952 ook als een niet

Bij Rembrandt zijn de handen, vooral van oudere mensen, zeer sprekend. Ze 'léven', in al hun dooraderde broosheid, hun bijna tastbaar aan de tand des tijds onderworpen huid, de plooien en schaduwen daarvan. Bij z'n leerlingen en navolgers —hij had er velen!— is zo'n hand soms te bol, te glad, te slap ook. Bij Rembrandt zijn de ogen levencf en levendig: zelfs het oogvocht, het roze doorschijnende ooglid, de schaduwen rondom, de correcte weerkaatsing van het licht of de 'poppetjes' in de ogen: alles klopt met de realiteit. Maar bij navolgers deugen deze details vaak niet en ook daarin herkent men meester of leerling. Bovendien hebben technische onderzoeken als röntgenfotografie en handFoto's Rijksinuseum Amsterdam. Lange tijd heeft men dit "Feestmaal van Esther" uit plm. 1625 toegeschreven aan Rembrandt. Het doek van 130 hij 165 cm. is wel van de hand van]an Lievens. schriftanalyse heel wat gegevens over het 'auteurschap' opgeleverd.

Handtekening

Dat houdt ook in, dat de signering "Rembrandt fecit" (R. heeft dit gemaakt) op een doek of paneel niet zoveel zegt over de maker. Op werken die aantoonbaar niet van hem waren, staat toch Rembrandts naam. En op werken waarin men zijn hand duidelijk herkent, ontbreekt soms die aanduiding. Recent hebben schrift-geleerden ontdekt, welke van de vele varianten van Rembrandts signatuur de echte zijn en welke niet.

De vijftig "Rembrandts" die nu op de expositie hangen -buiten het vaste Rembrandt-bezit van het museum, zoals De Nachtwacht en diverse portretten— zijn door alle experts als echt erkend. Het is ongeveer een vijfde van het totale aantal schilderijen dat op zijn naam overblijft en het geeft, met de grafiek en tekeningen, een goed overzicht van het veelzijdige oeuvre van de meester. • De thema's die hem het beste lagen, waren de historie- en portretstukken, al zijn er ook wel wat stillevens en landschappen. Daarnaast zijn aparte secties ingericht met werken van leerlingen, die aanvankelijk op zijn naam stonden, zoals Dou, Lievens, Flinck, Jan Victors, Carel Fabritius en Isack Jouderville. De expositie is rustig, prettig èn chronologisch ingericht, met de zalen in zachte 'steunkleuren' witgrijs, rood en blauw en met veel ruimte tussen de doeken, die afzonderlijk bekijken goed mogelijk maken. De entourage zegt niet alles, maar wie hetzelfde schilderij in Berlijn, Amsterdam en Londen zou zien hangen, zou toch een verschillende kijk op dat ene werk krijgen.

Tito en Betsabe

De korte bijschriften houden rekening met veel buitenlandse bezoekers; ze zijn gesteld in zes talen, waaronder ook net Italiaans en Spaans, maar niet het Japans, en dat laatste ijkt me een kleine misser. Uitvoerige toelichting is er in het Nederlands en Engels. Met die meertaligheid der bijschriften zijn soms wat ei;enaardigheidjes aan de hand. Waarom leet Rembrandts "Suzanna en de ouderlingen" ("de oudsten" was een betere benaming, HHJvA) in vijf talen zó, maar in het Spaans "Suzanna in het bad"?

Het bekende oortret van de oudere vrouw Elizabeth Bas —ooit als sigarenmerk— is niet van Rembrandt, maar wellicht van Ferdinand Bol. Maar dit portret van Agatha Bas is wèl van Rembrandts hand. Dit eigendom van koningin Elizabeth U is in Amsterdam tijdelijk verenigd met de andere helft van dit dubbelportret, Agatha's echtgenoot Nicolaes van Bambeeck, die nu in Brussel hangt.

Waarom staat er bij "Flora" liefst vijf keer gewoon die naam Flora en één keer in het Frans "Flore"? Was één keer Flora voor vijf talen niet voldoende? Waarom wordt de naam van Rembrandts zoon Titus nergens vertaald, behalve in het Italiaans? Hij heette immers geen "Tito"? En die fameuze "Staalmeesters"? De Britten lezen hier "The sampling officials", de Romaanse talen "les syndics" en varianten, maar de Duitsers zien "Die Staalmeesters". Ook hoe de vrouw van Uria, later van David, écht heette, is niet helemaal helder. We vinden hier naar keuze: Bathseba, Betsabea, Bethsabee en Betsabe. Kortom, vragen te over...

Belangrijker is uiteraard het genieten van de werken zelf. Sommige ervan waren nimmer meer in ons land te zien. Wie "Het feestmaal van Belsazar" uit plm. 1635 wilde consumeren, moest ervoor naar Londen, evenals voor "Ecce Homo" uit 1634. "Diana badend met haar nimIn de eerste dichtbundel van Joke van Sliedregt, "Mijn tijden zijn in Uw hand" (1987), stond het komen tot het geloof in God na een moeilijke tijd vol van angst en zorg centraal. In haar nu verschenen, tweede bundel, "Vruchtbaar leven", gaat het meer om de heiliging, om het vrucht dragen. Dat betekent geenszins een zondeloos leven, maar —en dat wordt door de dichteres voortdurend onderstreept— dat is een leven bij en uit het Woord.

Door drs. P. J. Vergunst
Het openingsgedicht van deze bundel benadrukt dat een kind van God het nieuwe leven ook niet in stand kan houden: „Hij doet mijn vruchten groeien / en geeft mijn leven zin!" En Joke van Sliedregt laat, met gevoel voor compositie, deze gedachte in het laatste gedicht terugkomen: „U zorgt voor mijn groei, maakt mijn vruchten gezond". In het tweede vers, "Te groot...", grijpt ze —heel mooi!- vervolgens terug op de thematiek van de vorige bundel: „Mijn tijden zijn / door U bepaald, / U weet mijn /

Tweede dichtbundel Joke van Sliedr^ stelt heiliging centraal

Een oproep om bij het Woord te leven
levensgang. / Dit alles is / voor mij te groot, / het maakt mij / klein en bang..." Beide thema's lopen later wat door elkaar: Als de vrede Gods het hart van de "ik" vervult, is het direct daarna toch moeilijk een brug naar de ander te slaan. En liggen deze twee zaken in het leven immers ook niet vlak bij elkaar?

Pastoraal

De poëzie van Joke van Sliedregt is pastoraal. Die aanduiding wordt wel gezien als een verzamelnaam voor rijmende verzen met een stichtelijk gehalte, als een opsomming van pretentieloze gedichten van ijverige dames. Hoe dat ook zij, déze gedichten komen niet gemaakt over. Wat op papier staat, is doorleefd, raakt je innerlijk, al is het waar dat ik na de regel „M'n kind, geef Mij je hart" graag een andere had gelezen dan "Toe, maak een nieuwe start...". Maar ik zeg er direct achteraan dat de inhoud van vrijwel elk vers zodanig spreekt dat bovenstaande opmerking niet doorslaggevend is.

Ook in deze bundel durft Joke van Sliedregt wat de vorm betreft vaste patronen los te laten, hetgeen mooie verzen oplevert: „De sprekende stilte / van het Heilig Avondmaal / is als een woordloze / verkondiging van de / dood des Heeren / Hij voor mij...

Verlossing

Bijbels vertolkt de schrijfster wat heilig leven is, hoe we vruchten voor de Heere voortbrengen. Dat vruchtbaar zijn is geen toestand, geen voldongen feit; de "ik" is immers een „onheilige, / in de wereld levende, / van de wereld houdende" en heeft daarom dagelijks genade nodig: „En elke dag kom ik weer als een bedelaar, / met lege handen en m'n hart naar U gekeerd". Een heilig leven doet ook verlangen naar de volkomen verlossing: „Verlost te zijn van al mijn zonden! / Van al mijn dwarsheid tegen God. / Al heb ik veel gena gevonden, / toch blijft die strijd mijn daag'lijks lot".

Hier en daar zou je de schrijfster willen vragen nog eens naar een vers te kijken, wanneer rijmdwang of metrum leiden tot minder fraaie woorden als "peuren", "ondank" of wanneer ze vulwoorden nodig heeft om de regel vol te krijgen.

Hebreen

Deze persoonlijke bundel is een warme aanbeveling waard. Dit is poëzie vanuit en dicht bij het Woord. Vaak ;eeft Joke een bijbeltekst als motto, waarjij ze met name veel uit de Hebreenbrief citeert. Ik moet daarbij denken aan een vorig jaar gehouden vraaggesprek waarin ze vertelde hoe de eerste drie hoofdstukken van dit boek voor haar betekenis kregen. Dat Woord, niet te vermijden, geeft troost, geeft zekerheid, geeft kracht om te leven. Dat is het hart

Het "Feestmaal van Belsazar" van Rembrandt is een olieverf op doek van 167 bij 209 cm. uit de National Gallery in Londen. Verbazing en doodsangst staan op de gezichten van dit meesterwerk te lezen. fen en de verhalen van Actaeon en Callisto" hangt in normaal de Wasserburg Anholt en was en is niet in Berlijn en Londen uitgestald. En voor "De figuur van een oosterling" (alias "De edele slaaf") moest men naar New York. Dat is wel een van Rembrandts eerste werken op doek; in zijn vroegere Leidse periode schilderde hij vooral op paneel.

Belsazars gastmaal

Ik zal niet alle werken opsommen die diepe indruk op me maakten. Maar één daarvan acht ik zeker dat "Feestmaal van Belsazar", met de hand die op de muur de dreigende woorden "Mene Mene Tekel Ufarsin" schrijft. Pas nu viel mij op, dat Rembrandt deze woorden in Hebreeuws kwadraatschrift van rechts naar links (correct) èn van boven naar beneden (zeer ongebruikelijk!) weergeeft. Een rabbijn uit de Jodenbreestraat, waar de schilder woonde, leerde hem die letters.

Of in Daniels tijd het kwadraatschrift het oude Phoenicische 'beeldschrift' al had vervangen, is volgens mij nog een vraag. Op een ander werk, waar Mozes toornig de berg afdaalt en de stenen Wetstafelen za verbrijzelen, hanteert Rembrandt eveneens het kwadraatschrift, dan wel juist van rechts naar links. In beide gevallen gaat het echter niet om het historisch juiste, maar om de intense spanning die de schilderijen uitstralen. Voeg daar ook "De profeet Jeremia treurend over de verwoesting van Jeruzalem" uit 1630 maar aan toe. In al die werken zijn emoties als schrik, woede, verdriet op weergaloze wijze weergegeven. Deze "Jeremia" vergeleek ik later met Rembrandts vroege tekening "Zittende oude man" uit de collectie van Alain Delon. Dit zijn kunstwerken die de eeuwen verduren, en waarlijk niet omdat ze zo herkenbaar of natuurgetrouw zouden zijn. Van mij mag het Rijksmuseum best "De Nachtwacht" verkopen of ruilen om "Het feestmaal van Belsazar" te verwerven! JOKE VAN SLIEDREGT van de zaak, zoals de omslag treffend weergeeft. Dan komen er in ons doodse bestaan vruchten. N.a.v. Vruchtbaar leven", door Joke van Sliedregt; uitg. Den Hertog, Houten, 1991; 54 blz.; prijs 9,75 gulden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.