+ Meer informatie

UIT DE PRAKTIJK

7 minuten leestijd

Tegenwoordig gaat alles maar gemakkelijk. De mensen geloven maar als zij willen en alles kan er mee door. Als men ’s zondags maar een zware predikatie gehoord heeft, waarin de weg des levens als een nauwe weg wordt voorgesteld, dan kan er voor de rest bijna alles mee door: de radio en de televisie hebben een plaats in de woningen, met Gods dag wordt het niet zo nauw genomen. Met dat alles is men belijdend lidmaat en gaat ten Doop en ook ten Avondmaal. Ja, sommigen staan ten Doop met afgeknipteharen, alsofdit niet tegen het Woord is. Wat is alles toch ver weg. Kan dat nu met vreze Gods gepaard gaan?

Deze dingen hebben wij menigmaalvernomen op huisbezoeken, en dat geeft wel eens stof tot spreken. Dan wordt verhaald hoe hetervoorheen heel anders naar toe ging, en dan werd ons wel gevraagd: wat moeten we er nu van geloven, hadden de ouden gelijk, of weet men het tegenwoordig beter? Het gaat toch met alles zo de vlakte op.

Ja mensen, als we daarop mogen letten, worden we wel bang voor de tijd. Wat u daar gezegd hebt, is wel erg, en wie ziet het hoe- ver we reeds van de oude paden zijn afgeweken? Hoe menigmaal hoort men als het over de handelingen van God met een zondaar gaat: maar het kan toch zo ook wel, het behoeft er toch altijd niet zo zwaar door te gaan? *

Ja, dat wil een mens wel om zalig te worden op zijn eigen manier, maar dat wil God juist niet; de Heere schrijft in Zijn Woord ons voor hoe Hij geeerd en gevreesd wil worden, en dat gaat tegen de gedachtenenoverleggingenvan de mens in. De Heere breekt dat af en begint bij het begin. Als we lezen van de instelling van de eredienst in Israel dan moesten alle vaten en klederen gemaakt worden zoals de Heere geboden had, ook de dienst in detempel moest verricht worden naar Gods bevel; de Heere wilde zo gediend worden en met anders. En gebeurde het toch anders dan volgde het ongenoegen en de straf. Zie dat maar in het gouden kalf en de kalveren te Dan en Bethel. En zou dat nu in onze tijd anders kunnen? Is de eis des Heeren nu anders? Geldt niet, zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament, dat we ons moeten bekeren tot de Heere? En werd men in de oude tijden anders bekeerd als nu in onze tijd?

Het gaat zowel nu als toen in de weg van boetvaardigheid als een doodschuldig en verloren zondaar voor God te worden, en door de onmogelijkheid aan onze zijde om ooit weer in die gemeenschap en gunst van onze Schepper te kunnen delen. Zulken kunnen maar niet zo een Jezus aangrijpen, want die zien geen weg ter ontkoming; daar maakt de Heere plaats voor in het hart, dat er een weg is, en daar wordt men toe overgebogen, want we staan tegen zolang wij kunnen. Maar als de ogen eens geopend worden voor die weg, en dat er ook voor mij nogmogelijkheid is, wat wordt dat een wonder, en wat beginnen dan de zielsgenegenheden uit te gaan om Hem te leren kennen, Die de Weg, de Waarheid en het Leven is. Dan wordt de Heere Jezus niet alleen dierbaar en gepast, maar ookzonoodzakelijk, dan gaat men geweld doen op dat Koninkrijk, en wordt het praktijk: Geef mij Jezus of ik sterf, buiten Jezus is geen leven, maar een eeuwig zielsverderf.

Maar nu wilde ik wel eens vragen: wat dunkt u er van, mensen, als nu een mens in deze dingen leeft en verkeert, zou hij dan nog lust hebben in die dingen, die u zoeven ons voorgesteld hebt? Welneen man, daar is geen plaats voor, de zaken liggen dan zo teer, zo’n ziel is het om God te doen, en die vindt in alles buiten Hem de dood, die kan in die tijd bij wijze van spreken niet over een strohalmpje heenstappen. Daar kan wel eens wat wettisch tussen zitten, maar dat belieft de Heere op Zijn tijd wel weg te nemen. ’t Was toch een dierbaar leven, daar kon niets mee door. Als ik daaraan terug mag denken, wat kan er tegenwoordig veel mee door en wat gaan ook vele kerkleden ver met de wereld mee. Ja vriend, maar weet je wat ik zo erg vind? Men praat zo graag over godsdienst en men doet nog aardig aan vroomheid, maar vraag niet naar het binnenwerk, want dan staat de wagen veelal stil, en daar komt het toch op aan, want met een praatgodsdienst gaan we verloren, het zal waarheid moeten zijn in ons binnenste, want daar ziet de Heere naar, en dan wordt het een persoonlijke zaak enhoudt het vragen en zoeken wel op: „hoever kan ik wel gaan en toch een christen blijven?”

Wij weten het zo goed. Toen Paulus als een ijveraar de levende kerk vervolgde, wist hij wel wat hij wilde, maar toen de Heere hem tegenkwam ging hij vragen: wat wilt Gij dat ik doen zal? En ik denk, dat ditniemand van het levende volk vreemd is, en wat ligt dat dan teer in het hart als men naar de wegen des Heeren mag vragen, want buiten die wegen is er niets veilig, en is alles de dood. Later mag wel eens teruggezien worden op die eerste tijden en wordt wel gezegd: mochtikdie teerheid van toen nog eens ervaren, maar de weg ligt voorwaarts, en dan moet men bij eigen waarneming wel eens zeggen: wat kan er toch nu veel mee door, het is geen wonder, dat het zo schraal is van binnen, want de schuld ligt niet bij de Heere, maar bij mij; ’t is een voorrecht als men daarmede onder de Heere mag komen en ook in deze weer naar de wil en de weg des Heeren mag vragen.

Ja man, dat zijn geen onbekende zaken. Hoe nodig dat ook onze kinderen uit het Woord worden onderwezen. Als ik terugdenk aan mijn jeugd en de opvoeding die ik van mijn ouders gehad heb, dan moet ik zeggen: waar zijn we toch gebleven? Als het zondag was, dan was het zondag, tweemaal naar de kerk en geen buitennissigheden, want dat was er niet bij, en dat werd ons niet als een knellend juk opgelegd. Als je er tegenwoordig over praat dan wordt er al gauw gezegd: wat een vroom en wettisch gedoe, maar zo was het niet hoor. Toen was er meer eerbied voor Gods volk dan tegenwoordig, want er ging nog wat van dat volk uit in hun handel en wandel, en hoe nuttig is het dat men jong onderwezen wordt om ook voor het uitwendige in de wegen des Heeren te wandelen, en dattemeeralsmen mag overtuigd worden van de noodzakelijkheid der bekering. Dan houdt de rust op, want dan leer je jezelf kennen als een verloren zondaar; dan leer je het wel, dat het niet zo gaat als men het tegenwoordig zo graag wil, want de Heere bekeert Zijn volk door Zijn Woord en Geest en het is zulk een ziel te doen om op de rechte wijze zalig te worden.

Mijn vader zeide eens: er wordt er niet een in de hemel gesmokkeld.

Nu mensen, laten wij het hier dan bij houden, gelijk we lezen in Gods Woord, dat alle wegen des Heeren goedertierenheid en waarheid zijn, en welgelukzalig die in die wegen mogen wandelen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.