+ Meer informatie

Wittenberg

De binnenstad draagt nog altijd het stempel van de Reformatietijd

13 minuten leestijd

Het ligt er nog een beetje rommelig bij, achter het vroegere IJzeren Gordijn: Gebouwen in de steigers, opgebroken straten, verweerde muren met schurftig pleisterwerk en verveloze kozijnen. Maar in het oude centrum is de laatste jaren veel vernieuwd en de restauratie is nog in volle gang. Want Wittenberg is trots op zijn verleden. En met recht: De binnenstad is niet minder dan een historisch juweeltje. Luther woonde er van 1508 tot zijn dood in 1546 en maakte het stadje tot een brandpunt van de Reformatie in Europa. Een doorgewinterde protestant krijgt er het gevoel dat hij op elke straathoek Luther nog tegen zou kunnen komen.

Zaterdagavond, acht uur. Dat is natuurlijk geen tijd om ergens aan te komen als je geen dak boven je hoofd hebt. Zéker niet in Wittenberg, dat vooral in de zomermaanden veel weekendtoeristen trekt. Als je dan toch nog een hotelkamer vindt met uitzicht op de torens van de Stadtkirche waar Luther altijd preekte, dan mag je niet mopperen; niet op het ontbreken van een parkeerplaats, niet op het gezeul met je bagage naar een derde verdieping, en ook niet op een overgordijn dat maar voor de helft dicht kan. Als men je dan bovendien nog vertelt dat Luther vroeger wel eens in ditzelfde pand beneden in de gelagkamer zat om het glas te heffen met zijn medewerker Filippus Melanchthon, of met zijn vriend Lucas Cranach de schilder, of met een van zijn talrijke gasten uit binnen- of buitenland, dan is het niet zo moeilijk je in gedachten te verplaatsen naar de tijd dat Wittenberg als centrum van de Reformatie een belangrijke rol speelde in Europa.

Hollanders en Vlamingen
Toen de 25-jarige monnik Martinus Luther in 1508 naar Wittenberg kwam, had het stadje al een geschiedenis van meer dan drie eeuwen achter de rug. De streek werd in de 12e eeuw ontgonnen door Hollandse en Vlaamse kolonisten. Zo komt het dat de plaats niet op zijn Duits Weissenbergx^ i,2Ji.VL\\tten, maar op z'n Nederlands: Wittenberg. Een zacht glooiende heuvelrug die noordwestelijk ligt, heet nog altijd "Der Flaming", waarin ons woord Vlaming duideliik te herkennen is. Hoewel de stad niet op een berg, zelfs niet op een heuvel gebouwd is, ligt zij toch wel iets hoger dan het omringende land. In oude kronieken wordt dan ook herhaaldelijk gemeld dat Wittenberg vroeger een toevluchtsoord was voor mensen die van huis en haard werden verdreven door overstromingen van de rivier de Elbe, die zuidelijk langs de stad stroomt. Aan die zelfde Elbe heeft Wittenberg ook zijn ontstaan te danken, want het was op deze plaats dat een belangrijke handelsweg de rivier kruiste. Op zo'n plek viel niet alleen veel geld te verdienen, maar er was ook alle reden om de oversteekplaats te beveiligen met een behoorlijk versterkte legerplaats. En zo werd Wittenberg een ommuurde vesting.

Frederik de Wijze
In 1180 wordt Wittenberg voor het eerst in een oorkonde genoemd en precies 700 jaar geleden, in 1293, kreeg het stadsrechten van Albrecht II, hertog van Saksen. Dat is dit jaar door de inwoners uitbundig gevierd. Wittenberg zou waarschijnlijk nooit een rol van betekenis in de geschiedenis zijn gaan spelen zonder de man die later de beschermheer van Luther zou worden: Frederik de Wijze, keurvorst van Saksen. Aanvankelijk was hij een verwoed verzamelaar van relikwieën. Hij had er heel wat: een gordel van "de zalige jonkvrouwe Maria", een stukje hout van de tafel waaraan Jezus met zijn discipelen gegeten zou hebben, een tand van Jakobus, botjes van andere apostelen en nog veel meer. In 1520 stonden er welgeteld 19013 "heilige voorwerpen" op de verzamellijst! Maar met de doorwerking van de Reformatie begon de belangstelling voor relikwieën snel te vervagen. In 1523 werd de verzameling van Frederik de Wijze voor het laatst tentoongesteld in de slotkapel. Daarna werden ze voor een deel van de hand gedaan, terwijl een ander deel bij een plaatselijke beeldenstorm verloren is gegaan. De keurvorst was niet alleen wijs en vroom, hij was ook een voortvarend mens met veel belangstelling voor kunst en cultuur. Aan het begin van zijn bewind liet hij de oude Wittenbergse burcht afbreken en begon aan de bouw van een prachtig renaissanceslot. Hij trok beroemde kunstenaars aan voor de aankleding en de verfraaiing en de kroon op het werk werd de nieuwe slotkapel. In 1502 stichtte hij tot meerdere glorie van de stad en van zichzelf de Wittenbergse universiteit, waaraan Luther later hoogleraar werd in het vak bijbeluitleg. Om over voldoende bekwame theologen te kunnen beschikken liet Frederik Augustijner monniken naar Wittenberg komen. Aan de oostkant van de stad werd voor hen een klooster gebouwd, waarin ook Luther later zijn intrek zou nemen. > Waar ga je op zondagmorgen naar de kerk als je in Wittenberg bent? Naar de Stadtkirche in het centrum van de stad of naar de beroemde slotkapel? Ik hoefde er niet lang over na te denken en koos voor het laatste. Ik wilde nu eindelijk die deur wel eens in het echt zien, de deur van de 95 stellingen, die ik mij herinnerde uit de boekjes van de lagere school met Luther in zijn zware monnikspij ervoor, in z'n ene hand een groot stuk papier, in de andere een hamer, en allemaal nieuwsgierige mensen eromheen. Ik vroeg aan de receptioniste van het hotel hoe laat de diensten begonnen. Ze wist het niet. Ze ploegde een hele stapel stencils en folders voor mij door, maar het stond er niet in. Vreemd voor een hotel in de Lutherstad Wittenberg, vond ik. Maar er had nog nooit iemand naar gevraagd, zei ze. Ze bood aan een van de plaatselijke predikanten op te bellen, maar het leek me niet zo geslaagd iemand zo laat op de zaterdagavond daar nog mee lastig te vallen. De oplossing van het probleem was even eenvoudig als doeltreffend, dacht ik: een kerkdienst begint altijd ergens tussen half tien en elf uur, dus vroeg opstaan en zorgen dat je om kwart over negen op de stoep staat. Zo gedacht, zo gedaan.

Slotkapel
Toch verkeerd gedacht. Dat bleek meteen de volgende morgen toen ik bij de slotkapel aankwam. De dienst was al om negen uur begonnen. De koster zat op de achterste bank om nieuwsgierige toeristen tijdens de dienst tegen te houden. Maar toen ik hem duidelijk maakte dat ik juist voor de kerkdienst kwam, mocht ik achterin aanschuiven. De preek ging over Rom. 9:1-5, maar ik kon het hoofd er niet bij houden. Mijn gedachten dwaalden voortdurend afin deze historische omgeving. Ik had het gevoel dat er iets niet klopte. In het voorbijgaan had ik al gezien dat de deur van de 95 stellingen geen enkele gelijkenis vertoonde met wat ik mij uit de schoolboekjes herinnerde. Maar ook binnen vond ik niets van de sfeer die naar mijn idee hoorde bij een kasteelkerkje uit de 15e eeuw. Alles was te mooi, te helder, te glad, te gaaf om echt te kunnen zijn. Enige dagen later, bij een rondleiding door de slotkapel, vertelde de koster dat de oorspronkelijke kerk in 1760 tijdens de Zevenjarige Oorlog volledig verwoest was. De huidige kapel is honderd jaar geleden gebouwd op de fundamenten die er nog lagen. Het werd een soort van reformatiemonument. De vroegere houten voordeur, die door Spaanse troepen in elkaar geslagen en verbrand was, werd vervangen door een bronzen exemplaar, waarop in het Latijn de 95 stellingen van Luther zijn aangebracht. Het graf van Luther, onder de preekstoel, is wel echt. Het is afgedekt met een bronzen plaat, waarop in het Latijn de volgende tekst: „Hier is begraven het lichaam van de doctor in de heilige theologie Maarten Luther, die in het jaar onzes Heeren 1546 op de 18e februari in zijn geboorteplaats Eisleben stierf, nadat hij 63 jaar, 2 maanden en 10 dagen geleefd had."

Het mooiste plekje
Het mooiste plekje van Wittenberg is ongetwijfeld het Marktplein. Het wordt beheerst door de twee markante torens van de Evangelische Stadtkirche StMarien, hoewel die niet eens aan het plein staat, maar erachter. Hier klopt al zeven eeuwen lang het hart van de stad. Dit was (en is nog steeds) de ontmoetingsplaats van de burgers. Hier hadden in de herfst van 1989 de stille tochten plaats die de inleiding vormden tot de val het communisme. Hier is sindsdien de straathandel weer opgebloeid en hier strijken vermoeide toeristen neer op een terrasje. Het schilderachtige Raadhuis wedijvert met de gerestaureerde huizengevels om de aandacht van de bezoekers op zich te vestigen. Ook hier weer talrijke elementen die herinneren aan Luther en aan de Reformatietijd. En waar je ook staat op dit plein, je kunt er zeker van zijn dat Luther er ook gestaan en gelopen heeft, al was het alleen maar om in de jaren tussen 1523 en 1535 eens te kijken of het al opschoot met de bouw van het nieuwe Raadhuis. Rechts en links, onder merkwaardige bronzen baldakijnen, staan de beelden van Luther en Melanchton, naar het lijkt te schuilen voor de regen. Er had eigenlijk nog een derde monument moeten staan: dat van dominee Bugenhagen, vriend en biechtvader van Luther. Maar helaas, het ingezamelde geld was niet voldoende voor de financiering ervan. In het huis op de hoek van Schlosstrasse, waarin een apotheek is gevestigd, woonde jarenlang de beroemde schilder Lucas Cranach de Oudere, aan wie we verscheidene schilderijen van Luther en van zijn vrienden en verwanten te danken hebben.

Het laatste Avondmaal
In de Stadtkirche hangt een merkwaardig schilderij. Er staan haast altijd mensen voor. Geen wonder, want er is zoveel op te zien. Het werd een jaar na Luthers dood geschilderd door Luthers vriend en plaatsgenoot Lucas Cranach. Misschien heeft deze het niet helemaal zelfgemaakt, maar het komt in elk geval uit zijn atelier. Het maakt deel uit van een groter geheel, dat boven het altaar geplaatst is. Het hoofdpaneel geeft een bekend bijbels tafereel weer: het laatste Avondmaal van de Heere Jezus met zijn discipelen. Bij dit onderwerp denken wij al gauw aan het beroemde schilderij van Leonardo da Vinci, waar alle aandacht geconcentreerd is op Jezus in het midden. Maar het Wittenbergse kunstwerk lijkt daar helemaal niet op. Het laat een ronde tafel zien met Jezus helemaal links, terwijl hij een stuk brood geeft aan Judas, die zijn hand stevig op de geldbuidel houdt. Judas is op het kleurige schilderij de enige die in het geel is weergegeven, en dat was in de middeleeuwen de kleur van het verraad. Maar tegelijkertijd speelt zich aan de andere kant van de tafel iets heel anders af: Een van de aanzittende discipelen geeft de drinkbeker aan een jonge man die helemaal geen deel uitmaakt van de kring. Volgens kenners is dit Luther in zijn vermomming van jonker Jorg in de tijd dat hij zich op de Wartburg verborgen hield. De schilder bedoelde daarmee dat het ambt en de waardigheid van het apostelschap ook op Luther was overgegaan, hoewel hij met de officiële kerk gebroken had.

Museum
Een bezoek aan Wittenberg is niet compleet zonder bezichtiging van het Lutherhaus, waar Luther van zijn aankomst in Wittenberg tot zijn dood bijna onafgebroken heeft gewoond, eerst als monnik en later als professor en predikant. Het werd door Frederik de Wijze gebouwd als klooster, maar het moest tegelijk ruimte bieden aan de pas opgerichte universiteit. Beneden was onder andere de grote eetzaal voor de monniken, op de eerste verdieping een collegezaal voor de studenten met ernaast een aantal studeervertrekken, en op de derde verdieping, onder de pannen, bevonden zich de kloostercellen voor de monniken. Onder de naam Lutherhalle biedt het gebouw nu onderdak aan een van de mooiste en best gedocumenteerde Reformatiemuseums van Europa. Er zijn originele drukken en handschriften uit de zestiende eeuw te zien, echt iets voor fijnproevers; maar ook voor de geïnteresseerde leek valt er veel te genieten en te leren. Men bewaart er bij voorbeeld de kansel -althans een groot deel ervanwaarop Luther in de Stadtkirche stond te preken en waarop heel kunstig de evangelisten staan afgebeeld in prachtig houtsnijwerk. Trouwens, het hele gebouw op zichzelf is een museum, waarin Luthers werkkamer met zijn tafelkast en de imposante kacheloven zo veel mogelijk in de oude staat is teruggebracht.

Luther vandaag
Luther had niet zo'n hoge dunk van zijn Wittenbergse plaatsgenoten. Hij beklaagde zich er wel eens over dat ze zo slecht luisterden naar zijn preken en zijn boodschap niet ter harte namen. „Zelfs als men hier goede en eerzame mensen zou zaaien", heeft hij zich een keer laten ontvalen, „dan zouden er slechts lompe Saksen uit opgroeien." Omgekeerd was ook lang niet iedereen in Wittenberg erg ingenomen met het doen en laten van Luther. En dat is heel begrijpelijk, want hij heeft in zijn tijd de mensen heel wat zekerheden ontnomen en heel wat heilige huisjes in elkaar getrapt. Zoals hij door de één bewonderd werd, zo werd hij door de ander verguisd. Hoe denken de mensen in de voormalige DDR vandaag over Luther? Ik heb deze vraag aan enige willekeurige Wittenbergers voorgehouden. Het viel mij op dat ze precies wisten wie Luther was en dat ze zijn levensloop, vanaf zijn geboorte in Eisleben tot en met zijn begrafenis in Wittenberg, zo goed kenden. Verder liepen de antwoorden nogal uiteen. Maar er zat wel een gemeenschappelijk element in. Men vond dat Luther de mensen geleerd had zelf na te denken en beslissingen te nemen zonder anderen klakkeloos na te volgen. En ook, dat iedereen zelf verantwoordelijk is voor zijn eigen geloof In geen van de antwoorden hoorde ik echter iets van de kern van Luthers prediking: hoe een zondaar, door het geloof alleen, genade kan vinden bij God. Maar dat is, na ruim tien jaar Hitler-bewind en meer dan veertig jaar communisme, misschien ook niet verwonderlijk. Triest is het wel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.