+ Meer informatie

Een bladzijde voor en van onze jeugd

7 minuten leestijd

Een praatje vooraf.

September is weer aangebroken en dat wil voor ons allemaal zeggen, dat het luieren afgelopen is. Voor de meesten zijn de schooldeuren weer opengegaan en wachten de leerboeken om ons met kennis te verrijken. Het was zeker wel vreemd weer in de schoolbanken te zitten; daar moet je eerst een paar dagen doorheen voor het gewend is. Verschillenden zijn naar een andere school gegaan, dat was helemaal vreemd natuurlijk met die nieuwe klasgenoten. Natuurlijk krijg je ook weer nieuwe vrienden en vriendinnen. Zeg, jullie kijken toch wel uit met wie je vriendschap sluit. Wees niet te goedgelovig, hoor, laat je niet door mooipraters om de tuin. leiden.

Nu het leven normaal is heb je ook weer tijd om aan je verenigingen te gaan denken en om „Daniël" goed te lezen. Ik verwacht veel brieven, want jullie hebben me in lange tijd niet geschreven. Ik ben reuze benieuwd hoe of jullie het maken. Jullie weten toch dat je me nog altijd opstellen en gedichten kunt sturen; het geeft niet waarover. Ik zou het erg jammer vinden als deze bladzijde niet meer door ons gevuld kon worden. Iedere jongen en ieder meisje van acht tot zestien moet meedoen en zo gauw mogelijk iets opsturen. Het spreekt vanzelf dat we ook allemaal meedoen met de vragen en raadsels waar we een volgende keer mee hopen te beginnen. Het is natuurlijk helemaal niet nodig, dat je de vorige keer ook meegedaan moet hebben. Nieuwelingen zijn van harte welkom. Ik heb een opstel ontvangen over

De plaats waar we wonen

Groningen

In het begin van de 11e eeuw, om precies te zijn in 1040, ondertekende koning Hendrik de derde een acte, waarbij hij het landgoed Groningen schonk aan de bisschop van Utrecht. Anderen zeggen dat de stad al eerder bestond n.1. in 816, toen de Noormannen er een „vuurtje" van stookten. In 1580 kwamen, door het verraad van Rennenberg, Stad en Ommelanden aan de Spaanse zijde, maar werd, na verschillende pogingen om de stad weer te heroveren, eindelijk in 1594 tot de Unie van Utrecht teruggebracht.

In 1672 ondernam de Munsterse bisschop, Eerend van Galen, bijgenaamd Bommen Berend, een tocht om de stad voor Lodewijk de veertiende te winnen. Hij stuitte evenwel op felle tegenstand onder leiding van generaal Rabenhaupt. Op 28 augustus vertrok de bisschop. Deze dag wordt, evenals 5 mei en 30 april, in Groningen als een feestdag beschouwd. Groningen heeft in de laatste wereldoorlog veel geleden, maar evenals Rotterdam en vele andere plaatsen, is men bezig de stad te herbouwen. Er worden ook grote stukken bij de stad aangebouwd.

Groningen is het middelpunt van het noorden. Men vindt er industrie en nijverheid. Er is ook een universiteit. Er zijn veel oude gebouwen, zoals het Stadhuis, het Goudkantoor, dat was vroeger het bureau voor de provinciale belasting, tegenwoordig een museum, de Martinitoren en kerk.

De toren is al meer dan 500 jaar oud. Hij werd gebouwd omstreeks 1440. In 1482 kwam er een nieuwe toren, daar de oude was afgebrand. Toen de Waalse troepen van Alva in 1577 aftrokken, hing men teertonnen in de toren.

De tonnen brandden uitstekend, maar de torenspits ook, zodat deze weer eens opgebouwd moest worden. Voor de toren stond het rechthuis uit 1509. Dit gebouwtje is er nu niet meer. De Martinikerk heeft prachtige muurschilderijen en het oudste orgel van Nederland. Men zegt wel eens, dat Groningen de schoonste stad van Nederland is.

Inderdaad besteedt men veel aandacht aan het schoonhouden van onze stad, zodat misschien daardoor de mooie aanleg van parken en plantsoenen zo opvalt.

Groningen ligt voor de meeste mensen eigenlijk te ver uit de route, om het zo maar eens met een bezoek te vereren. Als U echter de kans krijgt om er eens heen te gaan, dan moet U die beslist niet voorbij laten gaan.

Jaap Doeven.

Jammer dat de vakanties om zijn Jaap, anders waren we allemaal naar jouw schone stad gekomen. Laten we afspreken, dat we volgend jaar komen.

Bedankt voor je opstel, hoor; 't is keurig. Volgende week zal Capelle aan de IJssel er wel in staan, tenminste als ik het op tijd binnen heb. Het is me beloofd. Wie maakt er eens een opstel over Amsterdam of Rotterdam?

Een gedicht

werd me toegestuurd door Dinie en Maarten ten Voorde uit Teuge. Het is wel lang, maar erg mooi. Ik zal liet in stukken delen en dan iedere keer een stukje plaatsen. Hier komt het eerste deel.

De verborgen schat

Teunis was een arm'lijk boertje Met een kleine boerensteê. Hij kreeg op een goede avond Huisbezoek van dominee. Deze gaf hem toen een Bijbel Met het welgemeend verzoek Om toch dagelijks te lezen In dit kostbaar Bijbelboek. , , 't Mocht je tot een zegen wezen En een licht zijn op je pad, En wie weet, je mocht bij 't lezen Vinden een verborgen schat." Teunis nam die raad ter harte Zette zich tot lezen aan En las meermaal in zijn Bijbel, 'n Tijdje is dat goed gegaan Maar zijn ijver ging verflauwen, Nu geen zin en dan geen tijd En tenslotte werd het lezen Zelfs een grote zeldzaamheid.

(wordt vervolgd)

Een lange brief

ki*eeg ik van Adri den Hollander. Jammer dat deze brier net in de vakantie kwam, want zodoende is hij lang blijven liggen. Teen Adri deze brief schreef was hij ziek. Hij had n.1. geelzucht en jullie weten wel dat je dan voor verschillende weken op bed moet blijven. Ik hoop Adri dat je intussen beter bent geworden en dat je weer naar school kunt. Op je ziekbed heb je een mooi plan bedacht. Ik hoop dat de anderen meewerken. Adri is een zendingsvriend en die wil mee doen met de kaartenactie van de zending. Willen jullie hem een mooie kaart sturen van een stads-of dorpsgezicht? Hij geeft ze dan door aan de zending. Hij is nu waarschijnlijk wel beter, maar dan sturen we hem een kaart als troost omdat hij ziek geweest is. Zijn adres is: Sluisjesdijk 56 Piershil.

Als er nu van onze lezers of lezeressen lange tijd ziek zijn, stuurt U dan even uw adres naar mij, dan stuurt iedere gezonde lezer hem of haar een kaart. Dit is nu eens niet alleen voor mijn jonge vrienden maar voor alle lezers van „Daniël". Laten we allemaal meedoen!

Uit de natuur

Zoals beloofd komt nu het opstel van Mien Slabbekoorn uit Wolphaartsdijk.

Eenden

Dichtbij ons huis staat een boerderij. Op het erf is een put waar de beesten uit drinken. In die put zitten ook dikwijls eenden. Eerst was er een wilde gekortwiekte bruine eend met jonge Bergeendjes. Van die jonge eendjes is er nu nog maar één over, de andere zijn weggevlogen. Dit jaar heeft die bruine eend al voor de tweede maal haar eigen eieren uitgebroed. De eerste keer waren er 9, die zijn al bijna volwassen en de tweede keer waren er 7. Er zijn hier bij ons in de buurt veel wilde eenden. Zij komen dikwijls in de wei naast ons huis. Maar niet alleen eenden, ook fazanten en patrijzen zijn er veel. Ze komen ook wel in onze tuin, dat vind ik prachtig. Het gebeurt wel dat er zoveel soorten vogels in de tuin zijn, dat je ze niet op de vingers van één hand tellen kunt. Fijn is het zo in de natuur. We wonen lekker midden in de polder, waar het altijd rustig is en gelukkig geen geraas van het verkeer.

Goed zo Mien. Dat was een klein opstel. Jij denkt natuurlijk „wel klein, maar fijn". Hoe oud ben jij? En ten slotte

moet ik weer gaan eindigen. De vraag over de gebedshouding hopen we ook de volgende keer af te maken.

Ontvangt allen de hartelijke groeten en tot D.V. over veertien dagen.

C. DE BODE.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.