+ Meer informatie

Besprekingen van de Heilige Oorlog

7 minuten leestijd

46.

Nu zond de Vorst ook weder tot de oudsten der stad Mensziel en sprak er met hen van, een bediening onder hen op te richten. En wel zulk een die haar zou onderwijzen aangaande de zaken, die hun tegenwoordige en toekomende staat betroffen. „Want”, zo zeide Hij, „gij zijt van uzelf zonder leraars en leidslieden, niet bekwaam om de wil Mijns Vaders te kennen en zeker ook niet om die te doen”. „Ik weet o Heere”, zegt de Schrift, „dat bij de mens zijn weg niet is; het is niet bij de man die wandelt, dat hij zijn gang richte. Kastijd mij Heere, doch met mate, niet in Uw toorn, opdat Gij mij niet te niet maakt!

Mensziel heeft onderwijs nodig in de wegen en wetten des Heeren. En naar wij kunnen bemerken is de stad ook op onderwijs gesteld, weet dat onkunde doet dwalen van het rechte spoor.

Toen nu de oudsten der stad dit nieuws aan het volk brachten, liep de ganse stad tesamen, want dit was de burgers zeer aangenaam gelijk ook alles, wat de Vorst deed. Ook baden zij Hem gezamelijk en ootmoedig dat Zijne Majesteit zulk een bediening onder hen bevestigen wilde om hen in de wet, de rechten en bevelen te onderwijzen, opdat zij ervaren mochten worden in alle goede en heilzame zaken. Hij zeide dat Hij hier hun bede wilde vergunnen en dat Hij er twee onder hen wilde oprichten; één die van Zijns Vaders hof was en één van de inwoners van Mensziel. „Hij, die van Mijns Vaders hof is”, zeide Hij, „is een persoon van dezelfde kwaliteit en geen mindere waardigheid dan Mijn Vader en Ik. Hij is de Hoge Secretaris van Mijns Vaders huis, want Hij is nu en is altijd geweest de grote ingever van al Mijns Vaders wetten. Een Persoon alleszins verstandig en buitengewoon thuis in alle verborgenheden, in kennis van onbegrijpelijke dingen, zowel als Mijn Vader en Ikzelf. En waarlijk Hij is met Ons één in natuur en liefhebbend en getrouw in de eeuwige belangen van de stad Mensziel”. „Want drie zijn er die getuigen in de hemel, de Vader, het Woord en de Heilige Geest, en deze Drie zijn één”. De Heere schenkt in Zijn Woord Zijn volheerlijke heilsopenbaring door Zijn Geest: „want de Geest onderzoekt alle dingen, ook de diepten Gods”.

„Deze moet uw grote Leraar wezen, want Hij is het en Hij ook alleen die u in hoge en bovennatuurlijke dingen klaar en duidelijk kan en wil onderrichten. Hij en Hij alleen kent de wegen en wijze van doen van Mijn Vader in het hof en niemand kan zoals Hij, tonen hoe het hart van Mijn Vader te allen tijde, in alle zaken en op allerlei voorvallen vriendelijk jegens Mensziel is. Want gelijk niemand weet wat in de mens is, dan de geest des mensen die in hem is, zo weet geen mens de zaken van Mijn Vader, dan Deze hoge en machtige Secretaris. Daar is ook niemand die zoals Hij, leren kan, hoe men zichzelf kan bewaren in de liefde van de Vader. „Maar wanneer Die zal gekomen zijn, namelijk de Geest der waarheid, Hij zal u in al de waarheid leiden, want Hij zal van Zichzelf niet spreken, maar zo wat Hij zal gehoord hebben, zal Hij spreken, en de toekomende dingen zal Hij u verkondigen”.

Hij ook kan u vergeten zaken weder in gedachten brengen en u toekomende dingen leren. Deze Leraar moet derhalve noodzakelijk, zowel in uw oordeel als in uw begeren de hoogste plaats hebben. De waardigheid en voortreffelijkheid van Zijn Persoon en onderwijzingen, gelijk ook de grote wijsheid die Hij heeft, om u uw verzoekschriften te helpen opstellen zodat ze welgevallig zijn, moet u verplichten om Hem lief te hebben en te vrezen en u tevens zorg doen dragen, dat gij Hem niet bedroeft”. En bedroeft de Heilige Geest Gods niet, door Welke gij verzegeld zijt tot de dag der verlossing”.

Deze Persoon kan kracht en leven geven in al wat Hij zegt en ook uw hart. Hij kan u tot zieners maken en u doen zeggen wat hierna geschieden zal en leren bidden en getuigenis van de Waarheid geven in uw hart voor uw leven”. „En desgelijks komt ook de Geest onze zwakheden mede te hulp; want wij weten niet, wat wij bidden zullen, gelijk het behoort, maar de Geest Zelf bidt voor ons met onuitsprekelijke zuchtingen”.

Ziet toe, dat gij Hem geen smart aandoet, want zo gij zulks deed, zou Hij tegen u strijden en zo Hij eens in beweging raakte om Zich tegen u te wapenen, zou dat u meer benauwen dan of er twaalf legioenen van Mijns Vaders hof tegen u gezonden werden om u de oorlog aan te doen.

„Maar zij zijn wederspannig geworden en zij hebben Zijn Heilige Geest smarten aangedaan, daarom is Hij hun in een vijand verkeerd, Hij Zelf heeft tegen hen gestreden”. Let er op en neemt het ter harte. „Die oren heeft, die hore wat de Geest tot de Gemeente zegt”.

„Maar zo gij naar Hem zult horen en Hem liefhebben; zo gij u aan Zijn onderwijzingen onderwerpt en omgang en gemeenschap met Hem zoekt te houden, zal het u welgaan. Dan zal de Vader Zijn liefde in uw hart uitstorten en gij zult hope hebben voor de toekomst. En de hoop beschaamd niet, omdat de liefde Gods in onze harten uitgestort is door de Heilige Geest Die in ons woont”. Alleen door de bediening van de Heilige Geest kan de stad Mensziel tot groei en bloei in het geestelijke leven gebracht worden. Bij het leven onder de bearbeiding van de Heilige Geest is het nog niet een leven bij en uit Zijn bediening. Door Zijn onwederstandelijke werkingen is Mensziel vanuit de staat der ellende gekomen tot de staat der genade. Maar daarmee is het ambt en de bediening van de Heilige Geest de stad nog niet dierbaar geworden. Mensziel heeft de verzegeling en het getuigenis van de Heilige Geest nodig tot bevestiging in de staat der genade en tot beleving van het kindschap. De Geest der dienstbaarheid tot ontdekking aan de staat der ellende deed Mensziel komen tot de ootmoedige betekenis hel en doemwaardig te zijn. Maar nu gaat het om de Geest der aanneming tot kinderen Gods, om kinderlijk te komen tot het: „Abba, Vader”. Om als kind des lichts het met woord en daad te betuigen kind van God te zijn heeft Mensziel het getuigenis van de Heilige Geest nodig. Door de bediening van de Heilige Geest moet de stad leren leven vanuit Zijn onderwijzing en leiding. „Want zovelen als er door de Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods”. In de Schrift wordt de Heilige Geest het niet moede te getuigen van de Vader en van Zijn Zoon Jezus Christus. Te getuigen van Gods verkiezende en trekkende liefde in Christus. „Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem vóór de grondlegging der wereld, opdat wij zouden heilig en onberispelijk voor Hem zijn in de liefde”. De bediening van de Heilige Geest moet de stad Mensziel dierbaar en onmiskenbaar worden om in oprechtheid des harten te wandelen voor het aangezicht des Heeren. Het is de zalving waarmee Christus gezalfd is door Zijn God en Vader. „Gij hebt gerechtigheid lief en haat alle goddeloosheid, daarom heeft U o God! Uw God gezalfd met vreugdeolie, boven Uw medegenoten”.

Vanuit Zijn zalving in het hart is het mogelijk Zijn beeld te dragen en Zijn voetstappen te drukken, en dat met een innige vreugde in God. Gelijk Mensziel Christus Jezus de Heere heeft aangenomen als geschenk van de Vader in het binnenste des harten, moet het door Zijn zalving in Hem leren wandelen. Laat ons met deze stad bidden tot de Vader in de naam Zijns Zoons Jezus Christus om de werkingen, bediening en zalving van de Heilige Geest, want dat bindt Immanuël ons op het hart.

Nijkerk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.