+ Meer informatie

Een gezel van die de Heere vrezen en Zijn bevelen onderhouden

6 minuten leestijd

Dat is een mens van nature niet. Dan moet hij niets van God hebben en ook niet van Gods kinderen, die inwaarheid en oprechtheid de Heere vrezen. Dan zijn al zijn genegenheden, lust en vermaak in de dingen van deze wereld. De mens staat met zijn rug naar God toe, met zijn aangezicht naar de zonde, de duivelende hel.

Het is daarom vrije genade, als een mensenkind wordt opgekeerd, op weg naar de hel door God te worden omgekeerd en alzo een reiziger te worden naar een anderestadenvaderland, ingelijfd te worden in de strijdende kerk op aarde. Ja, dan wordt men vreemdeling hier op aarde. Niet, dat men vreemde dingen gaat doen, verre vandaar, maar men heeft hier en zoekt hier zijn thuis niet meer. Dan kan men alleen de ware blijdschap in God vinden en daar ligt alleen hun heilen vermaak.

In de oprechte keus komt de ziel aan de zijde Gods te staan en alzo ook aan de zijde van Gods volk en kinderen. Zij gaven zich eerst aan de Heere en daarna aan ons. De innige vereniging uit God is door de werking van Zijn dierbare Geest, zodat ze worden een in keus, een in weg, in droefheid in gemis, in uitzien, in verlangen, in duisternis, in verlichting, inverbergingenin verlating. Onderscheiden zielestanden worden er gekend.

Nu was de dichter uit Psalm 119 een gezel van alien, die de Heere vrezen, van groot en klein, van bekommerd of bevestigd.

In Adam is men alles kwijt geraakt en verloren, maar in Christus, de tweede Adam, krijgt men weer terug, wat in de eerste Adam verloren is. Aanvankelijk, want de allerheiligste heeft in dit leven maar een klein beginsel van die gehoorzaamheid. In de weg van genade wordt men een twee-mens, met een oud en een nieuw deel, de oudeende nieuwe mens. Nu zal de oude mens nooit vermaak vinden indewet Gods. Dit vermaak heeft men alleen naar de nieuwe mens, daar die wet ingeschreven is in hun harten, want: Ik zal Mijn wet in hun hart schrijven, hen enerlei weg geven om Mij te vrezen, om Mijn rechten te bewaren en te doen. Dat worden hun gezangen ten dage hunner vreemdelingschappen.

Wat een onuitsprekelijk wonder van een vijand een vriend te worden, van een verlater van Gods wet in Adam, met erfen dadelijke zonde, weer terug gebracht te worden en te leren vragen: Heere, wat wilt Gij, dat ik doen zal?

Dat zou nu nooit kunnep, dat God gemeenschap zou hebben met een doodgevallen Adamskind, maar dit grote geheimen wonder wordt hierin verklaard, dat Christus een Gezel is willen worden van dit geslacht, zodat Hij hun vlees en bloed heeft aangenomen, in hun vlees en bloed geleden, gestreden en voleind heeft. Het is de ziel een aangename, vermakelijke overdenking, wanneer zijwordtopen ingeleid in het werk en de arbeid van die dierbare Middelaar, dat Hij, Die Gezel, nl Christus, de wet in Adam geschonden nu volkomen heeft vervuld, in lijdelijke en dadelijke gehoorzaamheid, zodat volkomen aan alle eisen door God aan Adam gesteld gehoorzaamd is.

Daartoe is Hij gekomen van de Boezem des Vaders, hier in detijdgewordenuiteenvrouw, geworden onder de wet. Het is tot verwondering der ziel, nooit uit te spreken, gewrocht voor de tijden der eeuwen. In de Raadslag Gods tot zaligheid van Gods uitverkoren schare, in de vrederaad heeft Hij Zich gepresenteerd als vertegenwoordigende Zijn ganse uitverkoren gemeente. Ik heb lust om Uw welbehagen te doen en Uw wet is in het midden Mijns ingewands, om hun schuld te voldoen, alles te betalen, wat er te verrekenen was. En toen die ure kwam heeft Hij de losprijs opgewogen in de hand van Zijn lieve Vader, uit liefde tot de ere Zijns Vaders, tot het recht Zijns Vaders. Hij zeide: Vader Ik heb Uw Naam verheerlijkt op de aarde. Met blijdschap heeft Hij voldaan. Toen zij de lofzang gezongen hadden ging Hij uit naar Getsemane, naar het Rechthuis, naar Golgotha.

Nedergedaald ter helle. Dit was de ganse tijd zijns levens op aarde. Dit alles was voor Christus een hellevaart, hier te midden van een krom en verdraaid geslacht, dat walgelijke mensengeslacht, gans verdorven en verfoeilijk, die dag bij dag Hem bespiedden en verzochten en gadesloegen om iets uit Zijnmond te bejagen om Hem te beschuldigen. Wat moet dit geweest zijn voor de reine Jezus, in Wiens mond nooit bedrog is gevonden. Hij deed al dit werk uit liefde tot Zijn Vader en uit liefde tot de Zijnen, welke Hij uit de hand Zijns Vaders ontvangen had als loon op Zijn arbeid. Hij nam hen alien mee, betaalde al hun schuld op het kruis, nam hen mee in het graf, stond op ten derde dage, nam hen mee uit het graf en bracht hun vlees en bloed in de hemel. Hij is die medelijdende Hogepriester, die in alles verzocht is geweest, doch zonder zonde. Geen weg zo duister, geen pad zo moeilijk of de voetstappen van die grote Herder der schapen staan er. Dit kan tot troost en blijdschap der metgezellen zijn in moeilijke en duistere wegen, als het aanschouwd mag worden met een weinigje verlichte ogen. Want het geldt van hen: In de wereld zult gij verdrukking hebben, een dienstknecht isnietmeerdan zijn Heere, noch een gezant dan die hem gezonden heeft.

Het is de grote vraag voor ieder persoonlijk: zijn we ooit op die weg gebracht, iser een tijd in ons leven aangebroken, dat we aangeslagen zijn door Gods dierbare Geest, dat we de zonde, de wereld en de dienst der duivels hebben verlaten, de Heere hebben leren aanklevenbij dagen en bij nachten, die God en Koninghebben gekozen in oprechtheid: Uw volk is mijn volk, Uw God mijn God. Een mens kan wel een tijd ljng van leger veranderen. Daar staan voorbeelden van in Gods Woord: Demas, Judas enz. Die waren wel van leger, maar nooit van koning veranderd. Neen, wanneer men van koning verandert is dat door hartvernieuwende genade door de Heilige Geest. Nu ligt de eenheid en vriendschap van alien, die Hem vrezen, alleen in de allernauwste vereniging met Christus, de ware Wijnstok. Uit de vereniging met Hem vloeit de vereniging met elkander als leden van hetzelfde huisgezin. Dan is het met recht: Ik ben een gezel van alien, die U vrezen.

Zij hebben een weg, een doel, hetzelfde Vaderland. Eens zal die ganse schare worden toevergaderd tot de eeuwige heerlijkheid. Dan wordt het reiskleed afgelegd en verwisseldmet een bruiloftskleed, de reisstaf wordt neergezet en ontvangen wordt de palmtak van eeuwige overwinning. Dan geen treurzangen meer, maar daar zal de verheffing Gods in hun kelen zijn.

Door U, door U alleen, om’teeuwigwelbehagen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.