+ Meer informatie

En welsprekend prediker en tijdredenaar

Professor G. Wisse (1S73-1957)

9 minuten leestijd

Van en over Gerard Wisse zijn vele anecdotes in omloop. Ds. Jac, van Dijk haalt een van deze legendarische verhalen aan in 'Het nooit verloren vergezicht...'. Wisse had hem verteld dat hij van de dokter moest vissen voor de zenuwen. Hij zat - in de buurt van Driebergen - (pet op) te vissen. Daar komt een 'dierbare' dame aan, blijft staan en zegt: „ Professor Wisse, u moet mensen vissen../'. „Ja vrouw, dat weet ik - maar deze bijten beter."

Eens moest hij op regenachtige avond preken in Groot-Ammers. Samen met een ouderling liep hij naar het kerkgebouw. De ouderling zag het nogal somber in. Als er maar mensen komen met dit weer. Waarop Wisse antwoordde: „Waar Wisse is, daar is 'volk'." IJdelheid was hem niet vreemd, maar hij was naïef ijdel. Hij probeerde zijn ijdelheid niet te verbergen. Zo bleef hij zich professor noemen, ook toen hij dat niet meer was.

Eens preekte hij in een kerk op de Noordsingel. De verlichting was schaars. En voor hij de dienst officieel begon, zei hij: „Koster, wil je op de galerij de verlichting ook aandoen, dan kunnen die mensen me ook horen!"

Gerard Wisse werd geboren op 24 maart 1873 te Middelburg. Na zijn studie aan de Theologische school te Kampen werd hij predikant van de Gereformeerde Kerk te Gouda. Verder diende hij de gemeenten van Amsterdam-Overtoom, Leiden, Driebergen, Kampen, Bodegraven en Driebergen (tweede keer). Hier ging hij over naar de Christelijke Gereformeerde Kerk (1921). In dit kerkverband heeft hij de gemeenten van Arnhem en Utrecht gediend. Hij gaf als lector (lager docent dan hoogleraar aan een richting voor wetenschappelijk onderwijs) colleges in de apologetiek (verdediging van het christendom) en werd in 1928 hoogleraar aan de

Theologische school van de Christelijke Gereformeerde Kerken te Apeldoorn.

Zijn hoofdvak was homiletiek (predikkunde). In 1938 vroeg hij ontslag aan en diende vervolgens de gemeenten van Amsterdam-Oost en Middelburg. Tot aan zijn emeritaat in 1946 stond hij in de Walcherse gemeente.

Kanselredenaar

Zijn gaven als kanselredenaar en het houden van tijdredes zijn bijzonder bekend. Daarnaast heeft hij nog zo'n kleine honderd boeken en brochures geschreven. De theologen dr. A.

Kuyper, H. Bavinck en Bolland hebben een duidelijk stempel op zijn ontwikkeling gezet. Zijn bestrijding van allerlei geestelijke stromingen was diepgaand, praktisch, maar ook pastoraal.

Hij gaf leiding aan het maatschappelijk, sociale en politieke leven, maar niet minder wilde hij leiding geven aan het geestelijk leven. Ik noem alleen maar zijn geschriften: 'Droefheid naar God', 'Ambtelijke bediening van Christus in de gelovigen', 'Mag ik ten avondmaal gaan? ', 'Ten dis geleid', 'De zeven kruiswoorden'.

Vier jaar na het verschijnen van zijn 'Memoires' (1953) overleed hij nog vrij plotseling op 19 november 1957. Nu bijna 40 jaar later willen wij onze rubriek kerkhistorische artikelen besluiten met een korte levensschets van deze prominente figuur in de kerk van Nederland.

Wie was professor Wisse?

Gerard was de oudste uit het gezin Wisse. Hij kreeg een opvoeding, waarin zuiverheid in de leer samenging met een godzalige levenswandel. Zijn ouders hebben hem dit voorgeleefd. Vanaf zijn vierde ging hij al mee naar de kerk en op zevenjarige leeftijd bezocht hij de catechisaties.

Hij kerkte bij de 'kruisdominee' M. Keulemans. Deze predikant heeft een stempel op zijn jeugdleven gezet en Wisse sprak later met grote waardering en eerbied over hem. Zelfs gebruikte hij nog weieens zinnen, die hij van hem gehoord had. Deze eenvoudige predikant was het middel in Gods hand om hem te overtuigen van zonde en schuld, maar ook om hem de toevlucht te doen nemen tot Christus. We ontdekken sporen van een verborgen omgang met de HEERE!

Jeugd en studie

Na de lagere school moest Wisse bij zijn vader in de winkel helpen. Dit

waren lange dagen: van zeven uur 's morgens tot tien uur 's avonds. Toch vond hij in de late avonduren nog tijd om zich te verdiepen in de kerkgeschiedenis, terwijl 'oude schrijvers' ook zijn belangstelling hadden. De begeerte om predikant te worden, was reeds lang bij hem aanwezig. Hij was actief in het zondagsschoolwerk en verspreidde ook traktaatjes als evangelisatie-arbeid. Een enkele keer lukte het hem om onkerkelijke jeugd mee naar het catechisatielokaal te trekken.

Maar... theologie studeren? Dat kon niet, want deze studie was voor vader en moeder Wisse onbetaalbaar. Het was onmogelijk dat de deuren van de Theologische School van de Gereformeerde Kerken ooit voor hem zouden opengaan! Toch kwam er op het alleronverwachts uitkomst en werd er een weg gebaand naar Kampen.

Hoe dat in z'n werk ging? Een rijke mevrouw uit Oostkapelle had kennis gemaakt met de jonge Wisse en zij wilde de studie financieel bekostigen.

In zijn 'Memoires' schreef Wisse daar het volgende over: „Al werd ik duizend jaren oud, deze bladzijde uit mijn leven is mij altijd een herinnering ook als aan een huis Gods, een poort des Hemels".

Eerst moet hij privélessen nemen om Latijn en Grieks onder de knie te krijgen. Na zes maanden, in 1892, werd hij ingeschreven aan de Theologische School te Kampen. Twee keer mocht hij een klas overslaan: e eerste en de vijfde. Zijn studie verliep dus voorspoedig. Zes jaar later op 5 april deed hij kandidaatsexamen en was hij beroepbaar. Het beroep naar Gouda nam hij aan. Ds. P. J. Baaij bevestigde hem op 11 september 1898 met de tekst uit 2 Timotheüs 2:1. Zelf deed hij intrede uit 1 Korinthe 2:2 „ Want ik heb niet voorgenomen iets te weten onder u, dan jezus Christus en Dien gekruisigd" en Handelingen 18:9 en 10 „...Ik heb veel volks in deze stad".

Bijna zestig jaar

Professor Wisse heeft bijna zestig jaar in het ambt gestaan en op 84-jarige leeftijd preekte hij 's zondags nog één keer. Zondag 17 november 1957 heeft hij voor het laatst gepreekt over jesaja 6. Een preek over de zingende serafijnen (engelen) en het aanraken van de lippen van de profeet Jesaja met een kool van het altaar der verzoening. In het licht van de verzoening stond ook de hele ambtsperiode van ds. G. Wisse. Voor zover het in zijn vermogen lag, heeft hij de diepte van de verzoening door het bloed van Christus gepeild en doorgegeven op de hem eigen wijze.

Hij preekte ook trinitarisch, dat wil zeggen dat Vader, Zoon en Heilige Geest op onderscheiden manier de eer kregen. Hij preekte zowel het gekomen Koninkrijk, als ook dat het in volle glorie nog komende was. Sommigen noemden zijn preken mystiek van aard en dat is juist, maar dan wel de mystiek in de meest zuivere vorm: eerst de uitleg van de Schrift en daarna de pastorale bewogenheid, waarin hij diep afdaalde om de ziel van de mens bloot te leggen in al zijn zonden en ongerechtigheid. Maar ook hoe het nu vanuit God mogelijk was om zondaren met God door God te verzoenen in dat alles reinigende bloed van de Zalig-maker. De 'oude schrijvers' waren hem vanuit zijn jeugd bekend en zo heeft hij in die trant tot aan zijn dood gesproken naar het hart van Jeruzalem (Gods kinderen). De Heilige Geest laat de heilsfeiten functioneren in het hart van een zondaar. Zo heeft hij gepreekt: schriftuurlijk (dat voorop) en bevindelijk (naar het hart toe): „Hoort wat mij God deed ondervinden, wat Hij gedaan heeft aan mijn ziel!" „Ik heb het zelf uit Zijnen mond gehoord!" „ Geen leed zal dat ooit uit mijn geheugen wissen!"

Tijdredes

De tijdredes hebben Wisse overbekend gemaakt. Een paar titels: 'De zangers aan de glazen zee', 'Eén nacht in het logement der duivelen'. Zelfs enkele weken voor zijn sterven (7 november 1957) sprak hij in de Koninginnekerk te Rotterdam voor meer dan tweeduizend hoorders over De Russische kunstmaan en het woord uit het Hooglied 'schoon als de maan'. Hier sprak hij een rijk evangelie tot velen, die dit nog nooit hadden gehoord: Zelf schreef hij enkele dagen daarna: „Die maan heeft mij geen goed gedaan". Hij was oververmoeid door de vele inspanningen, niet alleen het schrijven van deze tijdrede, maar ook het uitspreken en tenslotte de vertaling in het Engels, die juist een dag voor zijn sterven klaar kwam. Het was de bedoeling dat deze rede in Amerika verspreid zou worden.

Professor

Veel van zijn krachten heeft hij ook gegeven aan de Theologische School van de Christelijke Gereformeerde Kerken te Apeldoorn. Zijn leerlingen voelden, dat ze bij hem niet in het spoor konden staan, maar zagen hem wel als hun grote voorbeeld. Zijn kritiek op de preekschetsen van de studenten was raak, maar wel vaderlijk en doortrokken van de christelijke liefde. En de studenten zijn er goed mee geweest. Zijn manier van doceren, vooral als het

om predikkunde ging, was stimulerend. Vaak liet hij de studenten preken over een onbekend gedeelte om zo eigen originaliteit en oorspronkelijkheid te vormen. Als hij de studenten had bekritiseerd, gaf hij zelf een korte schets van de preek. Zijn leerlingen schreven later: het waren onvergetelijke uren.

Niet slechts om de uitleg, maar bovenal om de ware zielszorg, die hieruit sprak. Ds. L. S. den Boer, een van zijn eerste leerlingen herinnert nog de geschiedenis van de Heere Jezus in de hof van Gethsemané. „Nooit zal ik vergeten de blik die Wisse ons toen gaf, in dat zielelijden van Christus, maar ook in ons menselijk hart en leven." Wisse zei: „En als wij dan een blik werpen op dat aflekkende bloed daar in die hof, zullen wij dan toch voor de zonde kiezen? Ja! Hij lijdt niet alleen voor mensen, die de bioscoop bezoeken enzovoort, enzovoort, maar ook voor vrome kerkmensen, die slapen op het gezicht van een bloedende Borg..."

Ook een mens...

Aan het leven van ds. G. Wisse is ook een einde gekomen. Zijn prestaties brachten hem niet in de hemel. Ook zijn boeken, tijdredes, zijn uitzonderlijke gaven, die God hem geschonken had, baatten niet. Goed doet geen nut ten dage der verbolgenheid, alleen gerechtigheid redt van de dood.

Christus geschonken gerechtigheid doen hem de eeuwige zaligheid beërven. Het was ook vrije genade, die eeuwig God bewoog. Wisse had gebreken, zoals ieder mens die heeft.

Maar daar in de hemelse gewesten zijn die gebreken niet meer: geen inwoner zal zeggen, ik ben ziek. We mogen Wisse eren in hetgeen de Heere in hem geschonken heeft. Dan komt ook alleen God de lof toe, zoals Calvijn het zegt: „God verwaardigt nietige mensjes, ergens uit het stof opgedoken, tot dienaar des Goddelijken woords". Alle roem is uitgesloten, 'k Roem in vrije gunst alleen.

(Voor meer leesstof verwijs ik graag naar de Memoires van Wisse zelf en de boeken die verschenen zijn over Wisse van ds. H. van der Ham en Joh. de Rijke en anderen)

H.l. Ambacht

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.