+ Meer informatie

Eerst de Jood en dan de Griek

4 minuten leestijd

De laatste verschijning van de opgestane Christus aan Zijn discipelen is anders geweest dan de vorige in de „veertig dagen". De vroegere verschijningen waren van korte duur en werden plotseling afgebroken, maar nu is Hij met Zijn jongeren vergaderd en Hij leidt hen buiten tot aan Bethanië (Lucas 24 : 50). De discipelen weten niet wat op de Olijfberg staat te gebeuren en ze grijpen moed; ze denken, dat het toch nog geen verloren zaak is, en wat ze voordien hebben gedacht, zal wellicht werkelijkheid worden. Ze kunnen niet laten te vragen: Heere, zult Gij in deze tijd aan Israël het koninkrijk weder oprichten? " Hun verwachtingen zijn hoog gespannen. Uit hun vraag blijkt, dat ze echte Israëlieten zijn, die een aards koninkrijk verwachten; dat ze op dit ogenblik geen notie hebben van een bovenaards koninkrijk. Zij denken dat het koninkrijk voltooid is, maar Jezus zegt wel iets anders: en eerste moet de kerk zich nooit bezig houden met tijdsberekeningen, want dan dringt ze in de dingen die des Vaders zijn; ten tweede moeten de jongeren leren, dat niet het voltooide koninkrijk komt, maar de Heilige Geest. Daarop dienen ze te wachten. Hun meester trekt zich terug in de hemel na Zijn voltooide werk. Slechts even zien ze Hem nog, terwijl Hij opvaart. En dan moeten ze naar beneden kijken en gaan naar Jeruzalem. Inplaats van dc voleinding te beleven, moeten ze opnieuw beginnen. Door de kracht van de Heilige Geest moeten ze gaan getuigen, de hele wereld door.

Ze worden gedoopt met de Heilige Geest en met vuur. Voortaan zullen zij geheel door en voor het werk van Christus in bezit genomen worden.

Het verkondigen van de grote daden van God heeft een aanvang genomen en de Heilige Geest maakt dat de verkondiging niet alleen wordt gehoord, maar ook verstaan. Er komt in Jeruzalem een totale overwinning op de spraakverwarring te Babel.

Wanneer Petrus gaat spreken in naam van de anderen, gaan de boekrollen van het Oude-Testament open, zoals dat gebeurde bij Kleopas en zijn metgezel op de weg naar Eminaüs. Petrus spreekt over de laatste dagen, de dagen der vervulling, waarin slechts één ding belangrijk is: „Een iegelijk, die de naam des Heeren zal aanroepen, zal zalig worden."

Het evangelie verovert met kracht de harten: drieduizend op één dag, en het houdt aan; straks zijn het er vijfduizend! De kerk is geboren en is een teken, dat de krachten van het Koninkrijk de wereld zijn binnen gekomen. De overmacht van de Geest is niet te stuiten: er wordt gedoopt met vuur en de evangelieprediking gaat over alle grenzen en de gemeenschap der heiligen wordt waar genomen.

Wonderlijk! Ondanks de verlichting van de Geest, komt de gedachte bij de apostelen om het evangelie te prediken onder de heidenen niet op. Ook hier moet de Heere, zoals in alle gevallen, weer de eerste zijn. Petrus zou maar in Judea gebleven zijn, als de Heere hem zelf niet door middel van een gezicht naar een heiden had gezonden. En als de Heilige Geest op allen in het huis van Cornelius valt, moet Petrus straks nog heel wat woorden gebruiken om zijn broeders te overtuigen, dat het een werk van God was.

Als er geruchten komen uit Antiochië, dat daar een groot getal geloofde en zich tot de Heere bekeerde, door het eenvoudige spreken van Cyprische en Cyrenische mannen (Handelingen 11 : 20), moet eerst Barnabas uitgezonden worden om de zaak daar te onderzoeken.

Tenslotte zondert de Heere daar, in Antiochië, Paulus en Barnabas af, om de heidenwereld in te gaan. Het werk van de Heilige Geest is dus niet iets speciaal voor de Joden, maar voor de ganse heidenwereld bestemd. Daar zullen de volgelingen van Jezus Christus ook Christenen worden genoemd.

Op de kerkvergadering te Jeruzalem (Handel. 15) treedt Petrus voor het laatst in naam van de anderen op, om de weg voor Paulus en Barnabas open te houden: „En al de menigte zweeg stil, en zij hoorden Paulus en Barnabas verhalen wat grote tekenen en wonderen God door hen onder de heidenen gedaan had."

Zo is de prediking van het Heil de hele wereld dóór gegaan en nog steeds wachten er volken om te horen de Woorden des levens. De Heere zal ook nu nog mensen afzonderen om daar het Woord te brengen waar Hij het hebben wil. De aarde zal vol worden van kennis des Heeren, tot opluistering van de deugden Gods.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.