+ Meer informatie

BIDDEN ‘TEGEN DE FEITEN IN’

12 minuten leestijd

Inleiding

De werktitel die de redactie bij dit onderwerp aan het papier toevertrouwde, luidde bidden als verwachting en werkelijkheid met elkaar op gespannen voet staan. Bij de definitieve titel - zie boven - heb ik een kortere formulering gezocht. De wereld van gedachten die er achter zit, vindt u echter in de bovenstaande zin terug.

Het hoeft geen betoog dat we met dit onderwerp op een geestelijk erg teer terrein komen. Dat geldt voor élk onderwerp dat met het bidden samenhangt. Bidden is immers, zo mag men zeggen, een van de intiemste onderdelen van het geestelijk leven. ‘Ga in de binnenkamer’, zo zegt de Here Jezus in Matt. 6. Daar waar niemand ons ziet, waar we ons daarom vrij kunnen en mogen voelen, dáár mogen de meest diepe dingen die ons leven beroeren aan de Here bekend worden gemaakt. Een teer werk… des te meer geldt dat echter wanneer we nadenken over de wijze waarop in de hemel onze gebeden worden opgevangen en waarop de Here God die gebeden hoort en verhoort.

Zowel in ons persoonlijk leven als in ons werk als ambtsdragers merken we de knopen op die in het leven kunnen ontstaan, wanneer ons leven - of dat van de leden van de gemeente die aan onze pastorale zorg zijn toevertrouwd - een wending neemt ‘tegen onze gebeden in’. Geweldige vragen kunnen opgeroepen worden; een crisis of dal in het geloofsleven kan er mede het gevolg van zijn.

Ik wil in dit artikel proberen enkele lijnen aan te geven om met dit zo persoonlijke onderwerp om te gaan.

Enkele bijbelse gegevens

Het is met moeilijk om in de Heilige Schnft voorbeelden aan te wijzen die met ons onderwerp samenhangen. Laat ik allereerst er enkele noemen die ons leren dat we ons niet te snel bij de gang van zaken in het leven moeten neerleggen en het gebed om verandenng, een wending ten goede, moeten nalaten.

Ik denk dan allereerst aan de geschiedenis in Num 13 en 14, waar het gaat om de twaalf verspieders die Kanaän gaan verkennen. Een tweetal, Kaleb en Jozua, roeit daar tegen de meerderheid op. De feiten zijn duidelijk: versterkte steden en sterke tegenstanders. De grootste groep legt zich bij die feiten neer en gelooft niet ‘op hoop tegen hoop’. De kleinste groep blijft het in de uitkomst van de Here venwachten. Uit de heilsgeschiedenis is ons bekend dat juist die groep, bestaande uit twee personen, de geestelijk juiste koers had uitgezet. Het in gebed vasthouden aan Gods beloften, ook als de feiten een tegengestelde kant uit wijzen, wordt gezegend!

Vervolgens is te denken aan de geschiedenis van de zieke Hizkia in Jes. 38, die in Gods naam (!!) van de profeet Jesaja te horen krijgt dat zijn dagen hier op aarde geteld zijn: tref beschikkingen voor uw huis, want gij zult sterven en met herstellen. Hizkia wendt zich dan in zijn gebed tot de Here, de Almachtige, en krijgt nog vijftien jaar aan zijn leven toegevoegd. De feiten leken anders uit te wijzen… daarbij is opvallend dat Hizkia het meest last heeft van de voor hem onverdraaglijke gedachte dat hij de HERE met zal zien, de HERE in het land der levenden (vers 11). Daarop zijn zijn gebeden dan ook geënt.

In het Nieuwe Testament denk ik aan de geschiedenis van de bloedvloeiende vrouw in Luc. 8:43-48. Al twaalf jaar ziek, bij vele dokters geweest… wat zou er nog aan haar te redden zijn? Toch kwam zij - in alle schuchterheid - bij de Heiland, en zijn kracht ging speciaal voor haar van Hem uif!

Een heel speciaal voorbeeld vindt men in Jac 5:13-20 Het ‘gelovige gebed zal de lijder gezond maken’. Het heeft al veel mensen kracht gegeven om God aanhoudend te blijven bidden, ook daar waar omstanders er geen heil meer in zagen. En dat is al heel vaak tot zegen geweest. Nauwkeunge lezing van dit gedeelte maakt tegelijk duidelijk dat er meer aan de hand is dan alleen ziekte; ook zonde en de doonwerking daarvan spelen een rol. Het ‘gezond maken’ van vers 15 heeft de diepere duiding van het ‘gered, behouden’ worden. Ook in die zin is er veel zegen voor broeders en zusters van uitgegaan, ook wanneer het leven - ondanks veel gebeden - ten einde liep… de kracht van het gebed, behoud met het oog op het Koninkrijk, ging dieper dan uiterlijke genezing!

Uit deze voorbeelden is genoegzaam duidelijk, dat er geen reden is met de Schrift in de hand om al te snel uit te gaan van onvermijdelijke wendingen in ons leven. De Here kan soms op ongedachte wijze uitkomst geven in vastgelopen situaties en Hij mag er om gebeden worden, zelfs tegen duidelijke berichten in. Het hoeft geen betoog dat het dan met alleen gaat om ziekten of andere lichamelijke moeiten, uitlopend op de dood, maar ook om andere zorgen in ons persoonlijk leven, ons huwelijksleven, ons psychisch welbevinden enz.

Andere, hieraan tegengestelde, gegevens

Soms gaat het echter in de bijbel ook anders.

Iedereen kent persoonlijk of in de pastorale praktijk de vragen van Paulus in 2 Cor. 12:7-9. Tot drie maal bad Paulus om de wegneming van een ziekte die hem zeer hinderde in zijn arbeid voor het Evangelie van Jezus Christus (hij bad dus ook nog eens in de weg van het Koninkrijk!). En toch wees de Here na die derde keer een andere weg: die van de genade die heel het leven, ook het zieke leven omspant, en waar onze zwakheid tot kracht wordt. Niet altijd kunnen we tegen de aanhoudende feiten blijven opbidden. De bovenstaande woorden staan er erg kortweg, en u leest ze in enkele seconden; ik wil wel kwijt dat de verwerking ervan soms een hele tijd in beslag kan nemen. Bidden is ook wel eens, zeker als de feiten veranderen, een hele tijd stil zijn…

Mij heeft al heel lang erg aangesproken de geschiedenis in Marcus 1:35-39. De Here Jezus, die heel veel mensen had aangeraakt en had genezen, heeft bij de opkomende dag de luwte gezocht om alleen te zijn met de Vader. Dan komen de discipelen naar Hem toe: Allen zoeken u (vers 38). Veel mensen vragen naar Jezus, bidden om zijn komst, want ook zij zoeken genezing en verlichting voor hun lichaam. En wat is de reactie van de Heiland? ‘Laten we elders heengaan, naar de naburige plaatsen…’. De gebeden brengen de Here met dichterbij, maar brengen Hem juist verder weg. Wanneer je dat op het eerste gezicht zo leest, word je er geestelijk door geschokt. Er staat echter nog iets achter, namelijk dat Jezus is uitgegaan om te prediken. Het Koninkrijk moet verkondigd worden. En de inhoud van dat Koninkrijk reikt verder dan genezing van het lichaam. Het moet naar de kern van het bestaan toe: de verontreiniging van ons bestaan door de zonde die in ons woont, en de wijze waarop de Heiland daar verandering en vernieuwing in wil aanbrengen. Dáár is zijn arbeid op gericht.

Bidden in het kader van het Koninkrijk

Het moge duidelijk zijn dat de Heilige Schrift ons geen eenduidig antwoord geeft in de vragen die samenhangen met ons onderwerp. Beide elementen worden belicht: die van het met te snel je bij feiten in het leven neerleggen en aanhoudend in geloof blijven bidden, maar ook die van het genoegen nemen op een gegeven moment met de beperktheid van het leven en zien hoe de Here ook daarin weer zijn wegen baant.

Het komt er in de praktijk van het omgaan met de gemeenteleden die de Here aan onze ambtelijke zorg heeft toevertrouwd op aan dat we waar nodig hierin geestelijk richting geven. Allereerst mogen we dan zeggen dat we in alle ruimte mógen bidden. De Here vraagt immers dat we zullen bidden? En Hij wil een God zijn die de gebeden verhoort, meer nog dan een vader hier op de aarde. Dat leert ons Matt. 7:7-11. De hemelse Vader wil het goede geven (dat is - volgens Lucas - de Heilige Geest) aan allen die Hem er om vragen. Die gebedsverhoring zal er - bij oprecht gebed - altijd zijn. Daar hoeft geen twijfel over te zijn.

En in dat kader mogen ook al onze andere wensen en vragen bekend worden bij God. In dat kader, zo schrijf ik. En ik doe dat met opzet. Bidden is altijd bidden naar het Koninkrijk toe. Het is met allereerst voor onszelf of voor hen voor wie we bidden (in een pastoraal bezoek) de oplossing knjgen van het concrete probleem dat ons bezighoudt. Ik acht dat van grote betekenis: de tweede sene gebeden van het Onze Vader hebben hun legitieme plaats, echter áchter en na de eerste serie, waar het specifiek gaat om de plaats van God in ons persoonlijk leven en in de samenleving. In de geestelijke opvoeding rond onze gebeden dienen we ons dat af te vragen en ons erdoor te laten corngeren.

Gods leiding in het leven

In dat kader, maar dat is al een hele geestelijke leerschool, mogen we vrijmoedig om heel veel dingen vragen. En wat komen we veel tegen! Plotselinge ziekte die het leven ontwricht en een gezinsleven op losse schroeven zet, plotselinge dood waardoor mensen verward en verweesd achterblijven, spanningen in een huwelijk waardoor grote praktische én geestelijke zorgen ontstaan, een moeite rond de kerkenraad van een bepaalde gemeente, die zich toespitst op het werk van de predikant van de gemeente… het is met moeilijk om de lijst langer en langer te maken. En om al die zaken wordt gebeden, soms door enkelingen, soms door heel velen.

Ik aarzel met om voor dat aanhoudend gebed een lans te breken. Kwam Petrus niet door het gebed van de gemeente vrij uit de gevangenis (Hand 125-8)? Nog onlangs heb ik in mijn eigen pastorale praktijk een situatie meegemaakt van een zeer ernstige bedreiging van een nog maar heel jong leven. En wat is er gebeden in de gemeente waar e.e.a. zich afspeelde! En wat heb ik zelf gemerkt op de momenten dat ik er voorging en dat ik geroepen werd tot de voorbede (én in de pastorale bezoeken) dat er woorden uit je mond komen waann je heel indringend de nood aan de Here voorlegde… En wat een zegen voor het gezin én en voor de gemeente toen hier duidelijk sprake mocht zijn van een gebedsverhoring. We hoeven met klem van de Here te denken! En ook niet van zijn ongedachte leiding door nood en dood heen.

Soms worden de dingen anders gewezen…

Tegelijk mogen we er de ogen met voor sluiten dat de Here soms in de tijd waann zich de vragen m het leven vermenigvuldigen andere wegen wijst. Daarbij mag voorop blijven staan dat onze gebeden (mits eerlijk en oprecht) altijd op de een of andere wijze bij de Here aankomen en door Hem verwerkt worden. Als ik dit zeg, bedoel ik met een geestelijke ‘dooddoener’ neer te leggen. Daarvoor is het ondenwerp immers veel te teer? Maar we kunnen er met onderuit dat we soms moeten merken dat de Here anders met ons verder gaat dan we graag zouden willen en dan we van Hem gebeden hebben. De voorbeelden uit de Schrift hierboven spreken voor zich en die moeten we geestelijk ook venwerken. Een bekend gezegde luidt daarbij: ‘wanneer de Here een deur sluit, opent HIJ aan de andere kant een venster.’ En dat is waar. Het hoort bij een open leven met de Here God dat we letten op de weg die Hij met ons gaat. Daarin speelt zijn antwoord op onze gebeden altijd een belangrijke rol. Zijn weg is in het heiligdom. soms zien wij pas na vele jaren waarom een bepaalde weg werd bijgebogen en waarom onze gebeden anders moesten worden. Het hoort bij een oprecht omgaan met de Here God, dat we daann volgen. Soms met veel (letterlijk of figuurlijk) pijn en moeite.

Soms merk je in het omgaan met mensen die met bijzondere moeiten te kampen hebben ook, dat na verloop van enkele weken of maanden de inhoud van het pastorale gesprek anders wordt en dat die verandenng doorwerkt in de inhoud van de gebeden. Zo wijst de Heilige Geest zelf de weg daann, en het is - opnieuw - heel teer om dat op te mogen merken. Het maakt de gebeden rijker, voller en de wijze waarop de Here er op antwoordt duidelijker.

Bekering wil Ik…

Eén bepaald aspect wil ik daarbij nog naar voren halen. Het kan zijn (let u op de formulenng) dat de kracht van onze gebeden verhinderd wordt doordat er iets speciaals, iets negatiefs, tussen ons en de Here in ligt. Niet altijd is dat gelukkig het geval. In de bijbel denk ik aan de geschiedenis uit Joz. 7, waar Jozua in gebed tot God gaat na de nederlaag bij Al. God hoort dat gebed, maar geeft er tegelijk een heel radicaal antwoord op: de zonde ligt tussen u en mij, en die zonde dient eerst te worden opgeruimd. Het is een bijzondere toespitsing van wat ik eerder het bidden ‘gencht op het Koninknjk’ noemde. In het pastoraat moet ook ruimte zijn voor dit aspect van de verwerking van onze gebeden. En als ambtsdragers dienen we er op te letten of iets dergelijks meespeelt in de praktijk. Wanneer u in een gezin komt waar geweldige spanningen zijn tussen ouders en kinderen, en u hebt signalen opgevangen van kindermishandeling (op welke wijze dan ook), dan moge het duidelijk zijn dat onze gebeden - en daarvoor onze gesprekken - eerst een heel concrete richting op zullen moeten gaan!

Let op welk antwoord God u geeft

De Here Jezus heeft ons geleerd dat wij zullen bidden ‘in zijn naam’. Dat verleent aan het gebed kracht: we mogen zijn kracht inroepen bij onze onmacht, en we mogen weten dat de hemelse Vader op zijn kracht let bij het horen van onze gebeden. Dat geeft heel veel rust…

Tegelijk maakt het ons in onze gebeden ook voorzichtig: we zullen zó bidden (in alle gebrekkigheid) dat we er de naam en de kracht van de Heiland aan kúnnen verbinden. Dat vraagt om zuiverheid van onze woorden en gedachten. Ook hierin komt weer de teerheid van het onderwerp naar voren. In de balans die door deze twee gedachten bij het ‘in Jezus’ naam bidden’ in stand wordt gehouden, mag ons gebedsleven tot ontplooiing komen. En mogen we in vol vertrouwen leven dat we, levend tot de eer van God, altijd bij Hem mogen schuilen en ons mogen laten leiden door zijn Geest, met name in ons gebedsleven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.