+ Meer informatie

DE KERK EN DE NIEUWE AANDACHT VOOR HET GEZIN

8 minuten leestijd

Als kerk leven we niet op een eiland. We ondergaan allemaal de nodige invloeden vanuit de samenleving. Het komt langs diverse wegen tot ons. Het meest in oog lopend is de beïnvloeding via de media. Die kunnen we proberen buiten de deur te houden, al wordt het - sinds vrijwel ieder huis op internet is aangesloten - steeds moeilijker dat te doen. Op huisbezoek komt - als het goed is - de vraag aan de orde, hoe we met al die nieuwe mogelijkheden van informatievoorziening en opinievorming omgaan. Dat hoeft niet in een sfeer van argwaan plaats te vinden, maar in de vorm van een open gesprek. Voor deze zaken hebben we wel oog, dunkt me. Er is echter ook sprake van bemvloeding langs meer verborgen wegen. De invloed die daarvan uitgaat, gaat echter misschien wel verder. Bij die ‘verborgen wegen’ kan men denken aan technische ontwikkelingen. Zo wordt nog wel eens de stelling verdedigd dat de uitvinding van de voorbehoedsmiddelen gezorgd hebben voor de bevrijding van de seksualiteit, met alle gevolgen van dien. Of die verandering in denken over relaties en seksualiteit nu helemaal aan de introductie van voorbehoedsmiddelen toegeschreven moet worden, is de vraag. De individualisering, die de mens tot middelpunt van zijn eigen wereld maakt, zat helemaal in de lucht. De hang naar vrijheid, vooral vrijheid-van-wetten-en-regels en vrijheid om je eigen levensproject vorm te geven, zat toch al in de lucht. Maar het is wel zeker dat ‘de pil’ ertoe heeft bijgedragen dat zich op dit gebied ingrijpende veranderingen konden doorzetten. Hoe dan ook, sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw zijn alle samenlevingsvormen resoluut naar het tweede plan gegaan. De mens moet zelf kunnen kiezen, wat zijn of haar leven verrijkt. Goed is, wat daaraan bijdraagt. De leuze, dat het gezin de ‘hoeksteen’ van de samenleving zou zijn, werd weggehoond. Die leuze was een - verwerpelijke - poging van mensen om de bevrijding van het individu te remmen en aan banden te leggen.

De gedachten die in de media werden uitgedragen hebben ons in de kerk - als ik goed zie - nog niet het meest beïnvloed. Veel meer uitwerking hebben regeringsmaatregelen gehad, zoals de regeling dat gescheiden vrouwen recht hebben op woonruimte en uitkering. Je hoeft geen groot profeet te zijn om met enige stelligheid te kunnen beweren, dat diverse stellen nog eens achter de oren gekrabd zouden hebben alvorens uiteen te gaan, als die mogelijkheden er niet waren geweest. Niet te onderschatten is ook de invloed van uitgekookte reclamecampagnes van allerlei instanties en bedrijven, die van het nieuwe levensgevoel uitgingen en een appel deden op de Verlangens van mensen. Ze propageerden de nieuwe visie niet rechtstreeks, maar indirect. En die weg van de stille verleiding was - en is - zeer effectief.

De effecten van de veranderingen in het zicht op gezin en huwelijk in onze samenleving zijn immens. Sluipend-geleidelijk is het spreken over ‘partner’ en ‘relatie’ - in plaats van over ‘man’, ‘vrouw’ en ‘huwelijk’ - ingeburgerd geraakt. Daarin komt uit, dat we denken vanuit het individu, dat weliswaar in verbanden leeft, maar daarin voortdurend zich de vraag stelt, of een relatie wel voldoende oplevert en uitdaagt. Dat de uitdrukking ‘het kind van de rekening’ daardoor een vaak heel schrijnend-letterlijke betekenis krijgt hoeft geen betoog.

Er is dus alle reden om als kerk in prediking en pastoraat de culturele situatie te peilen en de vinger aan de pois te houden. Als jongeren op school worden aangespoord om keuzes te maken en vooral om de eigen loopbaan te denken, stuurt dat hun denken, voelen en willen. Dat geldt vooral, als het bedrijfsleven in advertenties zulke mensen vraagt.

DE WAL EN HET SCHIP

Inmiddels gaan er hier en daar ogen open bij mensen die niet vanuit een principieel-christelijke achtergrond denken. De Engelse psychiater Theodore Dalrymple heeft een boekje open gedaan over wat hij tijdens zijn werk in de gevangenis en in achterstandswijken in Engeland tegenkwam. Mannen konden kinderen verwekken, zonder ooit enige verantwoordelijkheid op zich te nemen. Dankzij overheidsbeleid van zowel conservatieven als socialisten moeten vrouwen zich na mishandeling maar zien te redden, terwijl bovendien hun inboedel kort en klein was geslagen, terwijl de dader door de sociale dienst werd ‘gepamperd’. Om over de kinderen nog maar te zwijgen...

In ons land kennen we ‘Savanne’ en het ‘meisje van Nulde’. En nog altijd zijn er mensen die op hun achterste benen gaan staan, als gezegd wordt dat je in zulke situaties achter de voordeur moet kunnen kijken en indien nodig ingrijpen. De vrijheid van de persoonlijke levenssfeer is haast heilig. Nu is het inderdaad een belangrijk goed, dat de overheid zich niet mag mengen in wat de eigen verantwoordelijkheid van de ouders is: de opvoeding, met name ook de godsdienstige kant ervan. Maar dat is heel iets anders dan de verantwoordelijkheid voor het lichamelijk en geestelijk welzijn van een kind.

Er zijn tekenen, dat de wal het schip keert. De niet-belijdend-christelijke rechtsfilosoof Andreas Kinneging en de moslima Naema Tahir hebben in de Volfesferant een briefwisseling gevoerd over de verhouding van man en vrouw, seksualiteit en verantwoording voor kinderen die tien jaar geleden ondenkbaar was. De seksuele revolutie met de idee, dat driften er zijn om aan toe te geven, is op een ramp uitgelopen, zegt Kinneging. Elders heeft hij onder verwijzing naar de schadelijke gevolgen van echtscheiding voor kinderen het pleit gevoerd voor het ‘kerngezin’ van ouders en kinderen en provocerend gesteld, dat één van de ouders thuis hoort te zijn, zolang de kinderen jong zijn. En: kinderen zijn het best af, als ze bij hun eigen ouders opgroeien.

Wat zullen we ervan zeggen? ‘Horen we het ook eens van een ander...’?

DE FAMILIE

Graag vraag ik aandacht voor bezinning op deze vragen door christelijke ethici uit Duitsland, Engeland en ons land. Vier van hen hebben recentelijk een gezamenlijk document, De vrijheid van de familie geheten, gepubliceerd, waarin ze een nieuwe lijn bepleiten. Het is vorig jaar in Duitsland uitgekomen en is ook - enigszins ingekort - te lezen in de bundel Meer dan een optelsom. De bekende Engelse theoloog Oliver O’Donovan en onze landgenoot prof. G.G. de Kruijf behoren tot de auteurs (G.G. de Kruijf & P. Schaafsma, Meer dan een optelsom. Kanttekeningen bij de waarde van het gezin, Uitg.Ten Have, Kampen 2008, 205 blz., € 17,50).

Twee elementen uit dit document licht ik eruit. Het eerste is, dat de ‘familie’ het uitgangspunt vormt. Niet het individu staat centraal, eventueel in de relaties die hij of zij vrijwillig aangaat. Als een mens geboren wordt, heeft hij of zij niet alleen ouders en broers of zussen, maar ook grootouders en ooms en tantes en neven en nichten. Nee, niet ieder kind heeft zijn grootouders gekend, of zelfs zijn ouders.

Maar ook als ze overleden zijn, zijn ze er niet alleen maar niet. Joden die als enige van hun familie de oorlog overleefd hebben en nun familie zelfs helemaal niet gekend hebben, willen toch weten wie die mensen allemaal waren. We komen ter wereld in verbanden, die er al zijn, voordat wij beginnen te ademen. En bij het opgroeien leren wij al die verschillende verbanden kennen en worden we erdoor gevormd.

Dat brengt me bij het tweede: we vormen ons leven niet zelf, we vinden ons ‘ik’, onze identiteit, niet zelf uit. Dat is niet het diepste geheim van mens-zijn. Als we zo onszelf willen maken, is de mislukking ingebouwd. Maar ook waar de betekenis van het gezin als piek van overdracht van waarden en normen wordt onderstreept, is de toonzetting idealistisch. In het EU-handvest voor grondrechten valt volgens hen een ‘tragische ironie’ te constateren. De betoogtrant is namelijk gebaseerd op individuele mensenrechten, die dan in het gezin geleerd behoren te worden. Het uitgangspunt van O’Donovan en zijn collega’s is anders. Ze verwijzen naar Luther, die stelde, dat de mens in bepaalde verbanden geboren werd, en dat God ons in en door die verbanden roept tot ver-antwoord-elijkheid. Een mens mag zich in en door de ‘levensvorm’ van de familie laten vormen. Daar wordt hij of zij niet minder mens van. Integendeel. De familie is een ‘eerste bemiddelaar’ van onze identiteit, ze is de bedding waarin God ons plaatst, een plaats waar we ‘ervaring van menselijk bestaan tussen verleden en toekomst opdoen’.

EN DE KERK?

Het document van de vier ethici bevat naar mijn gedachte belangrijke elementen. Het kan ons helpen de eigen tijd te verstaan en de geesten te onderscheiden. De aandacht voor de plaats waar we leven als een piek tussen verleden en toekomst acht ik van grote waarde. Als we bijvoorbeeld Psalm 78 lezen, zien we datzelfde. En Paulus herinnert Timotheüs aan wie zijn moeder en grootmoeder zijn, van wie hij het geloof geleerd heeft. Toekomst heeft uiteindelijk alleen die mens en die samenleving, die de lijnen naar het verleden niet doorsnijdt, maar in echte wijsheid erkent. De inzet bij het eigen ‘ik’ leidt niet tot geluk, maar laat een mens uiteindelijk eenzaam achter. De geboden van God zijn niet wereldvreemd, maar wegwijzers naar echte vrijheid, naar leven in gemeenschap met God en de mensen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.