+ Meer informatie

DE REGELING VAN HET KERKELIJK LEVEN.

4 minuten leestijd

I.

De regeling van het kerkelijk leven wordt beheerst door het recht, dat in Christus' Kerk geldt. Dit recht is zeer nauw verbonden met de belijdenis der kerk, welke belijdenis gegrond is op het eeuwig Woord van God. In dat Woord kunnen we alle richtlijnen vinden voor dat kerkrecht, want alle recht is uit God. Hij, de Schepper van hemel en aarde, heeft Zijn ganse Schepping ordelijk ingericht. God is een God van orde en Hij haat ordeloosheid en willekeur. Daarom wil God, dat in Kerk, Staat en Maatschappij alles ordelijk zal geschieden. 1 Cor. 14:40: Laat alle dingen eerlijk en met orde geschieden".

De macht over de Staat heeft God opgedragen aan de Overheid; zij is Gods dienaresse.

Doch Christus heeft de macht over Zijn kerk, welke Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed.

Die kerk wordt geregeerd door Christus, haar Koning. Zij heeft dus een regering in hogere en bijzondere zin.

Die macht over de Nieuw-Testamentische kerk op aarde oefent Christus uit door Zijn Woord en Geest, waarbij Hij Zich bedient van de dienst van ambtsdragers. Vanzelfsprekend zijn de ambtsdragers gebonden aan Gods Woord. Nu geeft Gods Woord ons geen reglement voor Kerkregering. De Bijbel is geen wetboek, dat men bij alle voorkomende gevallen maar even heeft op te slaan, om te weten hoe men in een bepaalde zaak moet handelen. Toch heeft God in Zijn Woord wel de grondlijnen geopenbaard, welke de kerk te volgen heeft. Aan die beginselen hebben de ambtsdragers zich te houden. Zij staan in dienst van Christus en Christus alleen js Koning. Hij bestuurt Zijn Kerk. Een ieder dan ook, die de kerk naar eigen inzicht zou willen regelen, vergrijpt zich aan het gezag van Koning Jezus. (Denk aan de Herv. Kerk!). De hoogste macht in de kerk is Christus; Zijn Woord alleen heeft heerschappij. De ambtsdragers staan in Zijn dienst. Daarom zijn zij niet te vergelijken met het bestuur van een verenliging. Daar immers, heeft de algemene vergadering der leden de hoogste macht. De helft plus één beslist en het bestuur voert uit, wat de vereniging wenst. Maar zo is het niet in de kerk van Christus. De ambtsdragers hebben allereerst te vragen: „Wat is Gods wil? " Hun roeping is, „om de goede orde in de gemeente van Christus te onderhouden." Zij staan in dienst van God en niet in dienst van een vereniging, want de kerk is geen vereniging.

Zoals reeds opgemerkt, is Christus Koning der Nieuw-Testamentische kerlc door den dienst der ambten. Allereerst het ambt der Apostelen, die door Christus Zelf zijn uitverkoren en uitgezonden. Later hebben de apostelen Christus nagevolgd door van stad tot stad ouderlingen te stellen. (Titus 1:5).

Uit het ambt der apostelen heeft zich ontwikkeld:

le. het ambt der ouderlingen;

2e. het ambt der diakenen.

Wat de wijze van kerkregering betreft zijn er wel 6 stelsels. Ik zal U niet vermoeien met ze alle 6 uitvoerig te gaan beschrijven. Daar zie ik het nut niet van in; maar wil U alleen iets van de voornaamste zeggen.

I. Het roomse stelsel.

Dit stelsel gaat uit van de eenheid der zichtbare wereldkerk. Dit stelsel kent geen plaatselijke kerken, maar één grote, zichtbare kerk over de gehele wereld, waarin de paus de opperheerschappij voert. Alle gezag berust bij de geestelijken, terwijl de leden onmondig zijn verklaard. Dus er zijn 2 standen: geestelijken en leken.

Elke geestelijke is gehoorzaamheid schuldig aan den paus, den opvolger van Petrus. Hieruit volgt ook, dat de Paus de opperheerschappij over de Staat voor zich opeist.

II. Het Lutherse of territoriale stelsel.

Luther kwam fel op tegen het roomse stelsel en splitste daarom de kerk in zoveel delen als er vorstelijke territoriën (gebieden) zijn. Hij schiep in de kerk 3 standen: de regerenden, de geestelijken en de leden. De leden hebben alleen maar te gehoorzamen en zijn dus onmondig. Het gezag in de kerk berust bij de Overheid. Deze regeert dus ook over de kerk. De grenzen van de kerk vallen samen met die van het land en de landsvorst is gezagvoerder, ook over de kerk.

Koning Willem I is in 1816 ook van dit stelsel uitgegaan.

III. Het collegiale stelsel.

Romeinen 13 leert ons. dat de Overheid er is door de wille Gods en niet door de wil van het volk. Tijdens de Franse revolutie leerde men echter, dat de overheid regeert bij de gratie van het volk. Dit beginsel paste men ook toe in de kerk. Het gezag berust dus niet bij Christus, maar bij de leden. De kerk is dus wat de helft plus één beslist:

rechtzinnig of niet rechtzinnig. Dit stelsel kan men terug vinden in de Nederl. Herv. Kerk.

Een volgende keer hopen we U een uiteenzetting te geven van het gereformeerde of presbyteriale stelsel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.