+ Meer informatie

HEEFT HET WEL ZIN? over verkiezing en evangelisatie.

8 minuten leestijd

Verkiezing en evangelisatie: kun je dat met elkaar combineren? Sluit het één het ander juist niet uit?

Maar wat is dan verkiezing, en wat is evangelisatie?

Om met dat laatste te beginnen: evangelisatie is dat we aan de mensen om ons heen verteilen van Jezus Christus. Het is Hem aanprijzen aan de mensen. Het is Hem verkondigen als de enige door God gegeven Redder, als de unieke Middelaar tussen God en de mensen. Het is de boodschap doorgeven dat God zijn eniggeboren Zoon aan de wereld gegeven heeft opdat mensen die in zichzelf verloren zijn in Hem het leven mogen vinden.

Dat mag/moet de kerk duidelijk maken in deze wereld: dat een mens in het geloof in Jezus Christus echt redding vindt, doordat de onnoemelijk zware schuld vanwege de zonde is weggenomen in het volbrachte werk van de Here Jezus Christus. Daar gaat het om bij evangelisatie! En wie wil dat niet: een uitweg wijzen uit de diepste nood vandaan? De kerk mag als prediker van de blijde boodschap verteilen van de Here Jezus, die door God werd overgegeven tot in de dood, opdat er voor mensen hoop zou zijn, ondanks alle schuld. Zelfs door de dood heen.

Evangelisatie - wat is er mooier dan dat?

DE VRAAG OP TAFEL

Maar dan dat andere woord: de (leer van de) verkiezing! Vormt die leer niet bijna iets als een breekijzer onder alles wat we zo positief zeggen over (het werk van) de evangelisatie?

Zo wordt het wel opgevat. Alsof alle houvast weggepakt wordt. En dat precies bij het hart van het evangelie. Wanneer je net blij begint te worden omdat je echt een stuk houvast en troost en hoop mag worden aangeboden zoals dat te vinden is in de Here Jezus, functioneert dan (de leer van) de verkiezing niet als een geweldig remmende factor?

Ik herinner me heel goed een gesprek met een oude breeder die op weg was naar het einde. Hij zat echt met de vraag of hij wel geloven mocht in de liefde van God. Ik sprak met hem over de beloften van God die in Jezus Christus betrouwbaar zijn. Een aanwezige dochter zei daarop: ‘Maar er is toch ook nog zoiets als de verkiezing. En daarvan weten we nooit of het wel voor ons is.’ Daarmee pakte ze haar vader in één beweging af waar hij zo naar verlangde.

De spanning is daarmee duidelijk en de vraag komt op: hoe verhoudt zich de leer van de verkiezing tot het werk van de evangelisatie? Kunnen we wel echt en van harte evangeliseren, als ‘er ook nog zoiets als de verkiezing is!’ Heeft het wel zin om aan de mensen om ons heen het evangelie aan te prijzen, wanneer je – zoals die dochter in dat gesprek het zei – “toch nooit weet of het wel voor ons (en dus ook: voor anderen) is”?

DE SPANNING LOOPT OP

We komen ook nog op een andere manier in aanraking met deze vraag/vragen. Ik denk aan wat de Heidelbergse Catechismus onder de aandacht brengt in vraag en antwoord 20. Voorafgaand aan die vraag is er gesproken over de Here Jezus Christus, die de Middelaar is tussen God en de mensen. Hem hebben wij mensen nodig, omdat wij zelf geen genoegdoening kunnen geven (vraag en antwoord 13).

Maar Hij is, zegt antwoord 18, ons door God tot wijsheid, gerechtigheid, heiligheid en tot volkomen verlossing geschonken. Dat is allemaal gezegd. En daar zit iets in van: we hebben een Middelaar nodig, want anders redden we het niet. En – Godlof – die Middelaar is er: de Here Jezus Christus.

Maar dan komt vraag 20: ‘Worden dan alle mensen weer door Christus behouden zoals zij in Adam verloren zijn?’

Er zijn nogal wat mensen die grote moeite hebben met deze vraag. Ze krijgen het gevoel dat de catechismus wat net is aangeboden in zondag 5 en 6 – dat heerlijke van de redding die er is in de Here Jezus – weer helemaal afpakt in de eerste vraag van zondag 7. Want die vraag wordt werkelijk gesteld: geldt dat nou voor alle mensen wat Jezus gedaan heeft? En het antwoord klinkt: nee, niet alle mensen worden door Jezus gered. Daar staat het! Je houdt de adem in: het klinkt bijna scherp. En de vraag komt omhoog: waarom kan dat nou niet anders? Waarom moet dat nou gezegd worden, dat het niet voor alle mensen geldt.

WAT ZEGT GODS WOORD …?

Het is een opmerkelijk gegeven dat de Here Jezus de verkiezing ter sprake brengt aan het eind van de bekende gelijkenis van het bruiloftsmaal in Matteüs 22: een geweidig missionair geladen gelijkenis. Het is duidelijk wat Jezus bedoelt: het gaat om het heil dat God aanbiedt voor nu en voor straks aan het einde. Het gaat om wat God geeft in de vergeving van de zonden, dat je zekerheid mag hebben voor leven en sterven, blijdschap, houvast, troost, vrede met God. Al die dingen waarvoor Jezus zijn leven gaf. Daarover gaat het in de gelijkenis. En in de gelijkenis zie je het gebeuren: al die mensen die uitgenodigd worden, al die mensen aan wie het wordt aangeboden. Want dat klinkt toch mee in de uitnodiging die al die mensen hebben gekregen, dat ze – zomaar – krijgen kunnen wat de koning voor hen heeft laten klaarmaken, dat grote en grootse feest.

ZO GAAT HET

Maar wat gebeurt er? Je kijkt er van op als je ziet hoe de mensen die waren uitgenodigd stuk voor stuk de uitnodiging naast zich neer leggen en allemaal hun eigen ding gaan doen.

Hoe kan het? Want kijk nog eens goed: al die mensen waren echt, serieus, welgemeend en van harte uitgenodigd. Niemand van hen kon zeggen: ik kreeg die uitnodiging niet, de koning had mij kennelijk niet op het oog. Nee, allemaal mochten ze komen, waren ze welkom. Maar ze wilden niet …!

Hier wordt meteen iets zichtbaar van wat er gebeurt. Onder de prediking in de kerk, en in de evangelisatie. Daar klinkt die uitnodiging, hartelijk en welgemeend. Christus biedt zijn weldaden aan, serieus, heel persoonlijk aan mensen zoals u en ik. En niemand kan zeggen: maar Hij heeft mij niet op het oog. Alle mensen die het horen worden uitgenodigd. Om het heil in Jezus te ontvangen, echt en helemaal. Alles wat Hij volbracht heeft, mag je zo maar ontvangen. Hij biedt het allemaal aan …

Het is best spannend om zo naar die gelijkenis te kijken. Want wat gebeurt er als je niet aanneemt wat jou wordt aangeboden? Wat gebeurt er als je het laat liggen? Dan kun je nooit, maar dan ook nooit je hand opsteken tegen de Here God om te zeggen: maar U wilde het mij niet geven. Nee, zegt God dan, het is echt anders: jij wilde het niet aannemen.

RAADSELACHTIG

Het blijft een raadsel als je naar die gelijkenis kijkt, waarom het gaat zoals het gaat. Waarom laten al die mensen die – nota bene – uitgenodigd waren de uitnodiging liggen?

Je krijgt een aanwijzing als je kijkt naar het eindtafereel van de gelijkenis. Dan is de bruiloftszaal toch vol gekomen, met allerlei mensen. En overal vandaan: ze komen zo van de straat, van de toegangswegen van de stad en je hebt er mensen bij van alle lagen van de bevolking, van elk voorstelbaar allooi, goeden en siechten. Maar één ding hebben ze gemeenschappelijk: ze wilden zich laten geven wat de Koning hen aanbood. Ze kwamen met lege handen. Ze hadden zelf niks en daarom kwamen ze graag, om te ontvangen. En daar ligt het kenmerkende van de verkiezing! De verkiezing en de genade horen helemaal bij elkaar. En daar botst het bij de mensen die met een wijde boog heenliepen om wat Jezus hen aanbood. Daar botst het bij heel veel mensen tot op de dag van vandaag die – ook vandaag – met een wijde boog om Jezus heenlopen.

Zoals je dat ook ziet bij die ene man aan het eind, die zich niet in bruiloftskleren wilde steken. Hij wilde wel naar binnen, maar hij wilde zich niet aanpassen aan de huisstijl van de Koning. De Koning moest hem maar nemen zoals hij was. Daarom weigerde hij het feestkleed dat hem werd aangeboden. Hij wilde zijn oude leven niet loslaten. En zo gooide ook hij weg wat hem werd aangeboden. Hij verwierp het, en werd verworpen. Want verworpen wordt wie Hem (God) verwerpt!

EN DUS …!

Ik kom terug bij de vraag die ons bezig houdt: heeft het wel zin te evangeliseren? Want worden alle mensen behouden? Staat de (leer van de) verkiezing het werk van de evangelisatie niet in de weg?

De Bijbel laat zien: nee! Zo is het niet! De gelijkenis laat zien: het ligt niet aan God dat mensen niet komen. Nee, de uitnodiging is er, van harte gemeend. Het evangelie mag (moet zelfs) voluit gepreekt worden. Zonder onderscheid, zegt onze belijdenis, en met het gebod om zich te bekeren en te geloven (Dordtse Leerregeis II,5). Daarom blijft de kerk evangeliseren. Blijft ze de blijde boodschap verkondigen. Omdat ze daartoe geroepen is. En omdat ze niets liever doet. Ja toch? Want wat je zelf ontving, dat geef je toch graag door aan anderen. In de hoop, en erom biddend, dat ze het niet zullen laten liggen!

Ds. J. van’t Spijker (1960), is behalve predikant van Hoogeveen verbonden aan de TUA voor de vakken evangelistiek, missiologie en urban mission.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.