+ Meer informatie

Hei ontstaan van ons PSALMBOEK

4 minuten leestijd

VII.

Nog een ander kerkmeubel, dat betrekking heeft op ons onderwerp, en dat in sommige kerken, waarschijnlijk wel in de meeste, tot op de huidige dag is blijven bestaan, danken we aan het Convent van Wezel. Dit Convent schreef verder nl. voor: „Hierbij zal men nog andere bordekens hangen, waarop aangewezen wordt wat Psalmen en op welke dag ze gezongen zullen worden, opdat die wil tevoren overdènke, hetgeen gezongen zal worden." De geachte lezer (es) zal al wel begrepen hebben, wat hier bedoeld wordt. Het zijn nl. de borden, zodanig opgehangen, dat ze voor ieder goed zichtbaar zijn, en waar boven staat links: Psalm en rechts: Vers. Onder deze woorden bevinden zich twee kolommen, waarin tussen houten richels, passende letters en cijfers geschoven kunnen worden. Tegenwoordig is de bijwerking van deze borden een taak voor de koster, doorgaans op de dag voorafgaande aan de godsdienstoefening, nadat hij een opgave van de te zingen verzen bij den predikant heeft opgehaald. Oorspronkelijk is het niet zo geweest, anders schoten bedoelde borden hun doel, waarvoor het Wezelse Convent ze gebruikt wenste te zien, voorbij. Toen toch werden de Psalmen er op aangegeven, niet voor de eerstvolgende samenkomst der gemeente, maar voor de daaropvolgende. Zondag 12 December konden dus de mensen reeds lezen, wat er op Zondag 19 December gezongen zou worden. Men had op deze manier een week de tijd, om de aangegeven verzen thuis rustig door te lezen en, indien men muziekschrift kende, de wijzen in de week al vast te leren. Daardoor had steeds de voorzanger een vaste kern van mensen, die hem bij zijn zware taak kon helpen. Anders was het ook onmogelijk, dat één man bij massazang van honderden personen voor kon zingen. Zo'n stem bezit niemand, nu niet en toen ook niet.

Nu de voorzanger vervangen is door het kerkorgel,

vui ouidic „in zitten, op misschien een enkele onbekende na, zijn meergenoemde borden overbodig geworden. Waar ze nog zijn, worden de te zingen verzen er nog wel op aangegeven, maar slechts voor de éérstvolgende dienst en dus niet meer voor die over acht dagen. Dit. is nu een vrij overbodige werkzaamheid, die door sleur blijft bestaan. Immers we hoeven niet te zien, wat gezongen moet worden, we kunnen het horen, evenals de hele preek. De preek schrijft men toch ook niet op borden T Vandaar dan ook, dat de bewuste „bordekens" hoe langer hoe meer uit onze kerken gaan verdwijnen. Doch genöeg hierover. In hun tijd hebben ze onschatbare diensten bewezen. Wie trekken hier eerst onze

Tweede conclusie:

„In het Psalmboek van Datheen zijn de melodiën van Bourgeois en Maïtre Pierre uit Genève, precies overgenomen uit het Psalmboek van Calvijn, en de woorden zijn van Marot en Beza, door Datheen vanuit het Frans in het Hollands vertaald; feitelijk dus een Nederlandse uitgave van het Genèfse boek."

Deze bundel van Datheen heeft zich twee eeuwen staande gehouden, tot 1773 en in sommige gemeenten zelfs tot vandaag toe. Als oorzaken van deze lange levensduur wil ik noemen:

1. De onmiskenbare zegen des Heeren over dit werk.

2. De om het geloof vervolgde prediker Dathenus had het oor van het volk.

3. Uit Datheens werk slaat de rook van de brandstapel. Men moet ze lezen, nog liever zingen, om dat te kunnen aanvoelen. Woorden kunnen dit niet uitdrukken. Een ieder van mijn lezers (essen), die evenals ondergetekende tegenwoordig geweest is op de Zangerdag van het Landelijk Verband van Zangverenigingen van de Geref. Gemeenten in Nederland op 14 October j.1. in de Wilhelminakerk te Dordrecht, heeft daar iets van kunnen voelen. Zo ging het tenminste schrijver dezes. Hoe statig, majestueus, hoe vol kracht klonk daar niet Ps. 66 vers 2 en 4 vierstemmig uit misschien wel 700 kelen. Dit lied voerde ons onwillekeurig terug naar de dagen, dat de schavotten dropen van het martelaarsbloed, maar ook naar dagen van strijd, die in de mogendheid 'des Heeren gestreden zijn geworden. Zichtbaar waren velen aangedaan, toen daar geklonken had: #

Dat U dan, o mijn God geprezen, De wereld roeme met ootmoed. Uw lof moet ook gezongen wezen Alzins met stemmen klaar en zoet. Komt hier en wilt toch wel aanmerken De daden Gods des Heeren mijn, Hoe wonderlijk dat ook Zijn werken Bij der mensenkinderen zijn.

Gij volkeren, wilt U begeven Om God te prijzen bovenal. Dat Zijn naam zeer hoog zij verheven Van allen in dit aardse dal. , Hij is 't Die ons bewaart ons leven, Die voor ons zorgt tot ons behoed, Opdat wij niet vallen noch beven, Ja, dat niet slibber onze voet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.