+ Meer informatie

Kerkeraadswerk als teamwerk

8 minuten leestijd

Deze titel geeft wel de meest brede omschrijving van de bedoeling van dit artikel weer. Men zou het probleem ook vanuit wat beperkter gezichtspunt kunnen beschrijven. Dan wilde ik wijzen op het feit, dat er niet altijd voldoende bekendheid is met eikaars arbeid onder de ouderlingen en de diakenen. Het mankeert nog wel eens aan kommunikatie onder de ambtsdragers, die tot eenzelfde kerkeraad behoren.

Dit gezichtspunt was eigenlijk het uitgangspunt in de bespreking ter redaktie-vergadering. Toen mij gevraagd was hierover iets te willen schrijven en ik me op de feitelijke situatie bezon, kwam ik tot de ontdekking, dat het probleem eigenlijk dieper ligt dan dat het een zaak van gebrek aan kommunikatie, dat is aan uitwisseling van gedachten, is. Het gaat er om dat een kerkeraad een gemeenschap moet zijn en dat het werk als teamwerk verricht wordt. Door zo de probleemstelling te verbreden hoop ik nog iets meer stof ter overweging, en mogelijk ook ter oplossing van het vraagstuk te bieden.

Het is duidelijk, dat we de zaak van drie kanten moeten benaderen.

1. Het teamwerk van de kerkeraad in zijn geheel.

2. De samenwerking tussen de ouderlingen onderling en tussen de diakenen onderling.

3. De samenwerking tussen ouderlingen enerzijds en diakenen anderzijds.

Men zal zich afvragen waar hier de predikant een plaats krijgt. Hem zou ik voor een ogenblik (en voor het gemak) onder de ouderlingen willen rekenen. Verder is hij (in zijn kwaliteit van voorzitter van de kerkeraad) tevens degene. die het voorbeeld in de goede samenwerking tussen de ambtsdragers heeft te geven.

De kerkeraad in zijn geheel

De kerkeraad dient een werkgemeenschap te zijn. Dat is de eigenlijke bedoeling van het woord teamwerk. In een gemeenschap beseft men, dat de een voor de ander verantwoordelijk is en dat men tezamen een gemeenschappelijk doel heeft. Voor de gemeenschap der gemeente heeft Paulus het prachtige beeld van het lichaam gebruikt — 1 Cor. 12: 12-31. Men zou deze vergelijking ook voor de samenwerking van de ambtsdragers kunnen gebruiken. Het werk kan eenvoudig niet gedaan worden, als men niet beseft, dat men elkaar nodig heeft. De een zal niet over de ander heersen. Maar dat is nog erg negatief gezegd. De een kan zonder de ander zijn taak niet verrichten; omdat het een taak is. welke gemeenschappelijk vervuld moet worden. Dat is wel het allereerste, wat in dit verband opgemerkt en betracht moet worden. ,,Ik kan het alleen niet en de ander kan het alleen niet. We moeten het samen doen.” Dat zou elke ambtsdrager goed moeten overwegen, als hij tot de vervulling van zijn taak in de gemeente van Christus geroepen wordt.

Er zijn in dit verband enkele teksten, die de aandacht verdienen. Ik denk aan het feit. dat de een de ander uitnemender moet achten dan zichzelf, Filippenzen 2:3. Er zou ook te wijzen zijn op de woorden van de Heere Jezus: ”„Wie onder u groot wil worden, zal uw dienaar zijn, en wie onder u de eerste wil zijn, zal uw slaaf zijn”, Mattheus 20: 26.7. Men lette vooral op de omgeving van deze tekst. Hij staat ingeklemd tussen de derde aankondiging van het lijden en de genezing van twee blinden.

Het is duidelijk, dat de voorzitter van de kerkeraad dit besef onder de broeders heeft op te wekken en te stimuleren. Niet alleen door zijn woorden — hoewel die op zijn tijd er moeten zijn; bijvoorbeeld bij de intrede van nieuwe ambtsdragers in de kerkeraad. Maar hij moet vooral door zijn optreden, door zijn eigen manier van handelen laten zien, dat alle ambtsdragers hierbij een eigen en onmisbare plaats hebben. Laat er toch tegen gewaakt worden, dat de voorzitter met nog een of twee kerkeraadsleden de wacht uitmaken. Dat ondermijnt het vertrouwen en de aktiviteit, het verantwoordelijkheidsbesef en de toewijding der anderen. Hoe precair is hier de taak van de praeses. Hij is echt niet altijd te benijden! (Misschien zijn er wel die vinden dat hij nooit te benijden is — maar dan hebben zij nooit het echt presidiale bloed in de aderen gevoeld!).

Mochten er besluiten zijn genomen, die vanwege de urgentie niet konden wachten op beraad in de volle kerkeraad — dit zullen grote uitzonderingen zijn! —, dan is het beslist nodig de urgentie ervan aan de kerkeraad in zijn geheel duidelijk te maken en de beslissing alsnog ter beoordeling aan de kerkeraad in zijn geheel voor te leggen. Niets is funester dan dat de meeste broeders denken: er wordt toch zonder ons te raadplegen beslist; of: onze mening is eigenlijk niet van wezenlijke betekenis.

Men zal ook naar buiten moeten tonen, dat het kerkeraadswerk gemeenschappelijk werk is. De ene ambtsdrager mag in de gemeente niet de eer opeisen voor het er door krijgen van een bepaald voorstel; zelfs niet voor het doen van een bepaald voorstel. De andere ambtsdrager mag zich niet openlijk distantiëren van een kerkeraadsbesluit. Als lid van de kerkeraad heeft men achter de besluiten te staan, nadat men bij de meningsvorming, welke aan het nemen van het besluit vooraf gaat, het zijne heeft gezegd.

Ieder weet hoe funest het is in een gezin, wanneer de kinderen bemerken, dat vader en moeder het over een bepaalde zaak niet eens zijn. De kinderen zullen stellig proberen een wig tussen beide te drijven om hun eigen zin gedaan te krijgen. Niet minder ernstig is het, wanneer er in een kerkeraad zodanige meningsverschillen zijn, dat de gemeente voelt, dat het niet goed is. Hoe groot het gevaar van een tweespalt in de gemeente dan is, laat zich uit het voorbeeld van het gezinsleven direkt afleiden.

Het kan voorkomen, dat iemand de verantwoordelijkheid voor een bepaald besluit niet dragen kan. Dan is er een ernstige situatie ontstaan. In zulke momenten moet eigenlijk wel het meest duidelijk blijken of de kerkeraad een gemeenschap is en of men elkaar weet vast te houden; eventueel door een bepaald besluit niet uit te voeren, terwille van die ene broeder, wiens geweten er te zwaar door belast wordt.

Men diene wel op de gekozen woorden te letten. Het kan voorkomen, dat een broeder terzake van een bepaald besluit een andere mening heeft dan de meerderheid. Hij kan dat eerlijk onder woorden brengen. Wordt zijn visie niet aanvaard door de anderen, dan zal hij zich bij het besluit moeten neerleggen en zich daaraan konformeren. Daarin zit niets oneervols. Integendeel! Wanneer dit besluit echter zozeer een gewetenszaak en -belasting is van de ene broeder, zal hij dat ook duidelijk moeten stellen. Dan zal moeten blijken of de kerkeraad deswege bereid is het besluit niet uit te voeren. Voor mij is er een duidelijk verschil in zwaarte tussen een geval, dat gewetensoverlast betekent en een besluit dat men niet wijs acht, noch in het belang van de gemeente.

Voor de goede samenwerking is ook nodig, dat er belangstelling is voor eikaars persoonlijk leven. Onlangs hoorde ik van een broeder, die ergens in het land kerkeraadslid geworden was, dat hij getroffen was door de goede verhoudingen, de warme broederschap en de oprechte belangstelling voor elkaar. Wat is dat een mooie getuigenis! Mij troffen onlangs die teksten, waarin Paulus over de persoonlijke aangelegenheden van zijn medewerkers spreekt. Men ziet er 2 Thimo-theus 3 : 11, 20 en Colossenzen 4 maar eens op na. Vooral in dat laatste hoofdstuk heeft Paulus het uitvoerig over personen en hun omstandigheden. Hoe nodig is het dat er onder broeders ambtsdragers door allen en jegens allen belangstelling getoond wordt. Het vergroot de waardering en bindt samen. Laat de preses zorgen of moeiten, die hem bekend zijn en die bekend gemaakt mogen worden, ook met een enkel woord ter kennis van de broeders brengen. Wanneer dat in broederlijke sfeer geschiedt zal dit nooit verkeerd kunnen worden uitgelegd of opgenomen. De opening of de sluiting van de vergadering zijn momenten, die daarvoor het meest geschikt zijn.

Verder is nodig gemeenschappelijke bezinning op de taak en het vervullen van het ambt. Men kan hier ook denken aan het opscherpen van de liefde uit Hebreeën 10 : 24. Dit geldt voor de ambtsdragers evenzeer als voor de gemeente. Bezinning op de geestelijke opbouw van de gemeente is nodig. Het best is dat men daarover spreekt met enkele schriftgedeelten als uitgangspunt. Als men zulks gedaan heeft, kan men een der broeders vragen nu eens een kritische beschouwing over eigen gemeente te geven. In hoeverre beantwoordt die aan het bijbelse beeld? Op welke wijze kan men hierin een verandering ten goede brengen? Hoe kunnen de ambtsdragers samen daaraan iets doen? Bespreek als resultaat van de verslagen van de huisbezoeken toch vooral de zwakke plekken in het gemeentelijke leven. Let daarbij op de knelpunten. Het zal niet altijd zo eenvoudig zijn om dit te doen in elke kerkeraadsvergadering. Laat men het zich dan voornemen aanvankelijk eens per jaar te doen.

Ik denk ook aan het gebed voor elkaar. Laat toch vooral voelen, dat men aan eikaars ambtswerk denkt. Dat geldt voor de predikant in zijn gebeden temidden van de gemeente. Het heeft mij getroffen hoe vaak we dit tegenkomen in de gebeden, welke zijn opgenomen in de preken van ds Kok, uit Alphen aan de Rijn. Als een diaken het gebed in de kerkeraadskamer doet aan het eind van de dienst(en) laat hij de ouderlingen niet vergeten, en omgekeerd!

Tenslotte zou er wel meer aandacht besteed kunnen worden aan de opvang van nieuwe ambtsdragers in de kerkeraad. De manier waarop zij verwelkomd, ingeleid. ingewijd en ingewerkt worden — is voor het teamwerk van de ambtsdragers uitermate belangrijk. Elke preses zou hier zijn gedachten eens over moeten laten gaan.

Ik breek af. De beide andere punten behandel ik D.V. in een tweede artikel.

Leiden

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.