+ Meer informatie

COLUMN: GEHEIMHOUDING

3 minuten leestijd

Het is in ons gezin een aantal keren voorgekomen dat onze kinderen, na een avond JV of gesprekskring of iets dergelijks, thuiskwamen met een gemeentelijk ‘nieuwtje’. Het betrof dan een min of meer precaire aangelegenheid, die inmiddels blijkbaar de openbaarheid had bereikt. Na de zaken uit de doeken gedaan te hebben, keken ze ons aan en aan onze non-verbale reactie merkten ze het al: ‘Oh, jullie weten het zeker al weer!’. Het gaf ons vervolgens midden in die precaire aangelegenheid toch een ‘goed gevoel’: onze wederzijdse afspraken over geheimhouding werkten gelukkig nog steeds. Hoe snel kan in een pastorie niet iets wat geheim behoort te zijn, ongelukkigerwijs toch door de andere bewoners opgevangen worden!

Trouwens, niet alleen in een pastorie; in álle huizen waar ambtsdragers—en leden van een zusterkring of wijkmedewerkers, of hoe ze ook maar mogen heten—wonen. Bij de aanvaarding van de pastorale taken in de gemeente worden vragen gesteld, waarop met ‘ja’ geantwoord wordt. Eén van die vragen luidt: ‘Belooft u de vereiste geheimhouding te betrachten ten aanzien van wat bij de uitoefening van uw ambt vertrouwelijk te uwer kennis wordt gebracht?’

De praktijk

Die mooie én noodzakelijke belofte maakt schuld, zoals alle beloften. In de praktijk blijkt dat er heel gevarieerd mee wordt omgegaan. Er zijn mij wel eens dingen ter ore gekomen waardoor ik in een pastoraal geheim werd betrokken, dat al vele jaren lang echt een geheim in kleine kring was. En ik heb de kenners van dat geheim bewonderd om hun geestelijke vastheid, jarenlang. Andersom is het wel gebeurd dat ik na een kerkenraadsvergadering de volgende ochtend op een bezoek precies de namen vernam van hen die door de kerkenraad benaderd zouden worden i.v.m. een mogelijke kandidatuur voor ouderling of diaken…

De beste methode om geen vertrouwelijke zaken meer toevertrouwd te krijgen, is ze door te vertellen aan anderen. Dat maakt het pastorale werk weliswaar een stuk gemakkelijker, maar het is tegelijk het breken van een belofte die voor Gods aangezicht is gegeven. Vergis ik mij als ik stel dat dit laatste in de praktijk niet altijd wordt meegewogen? Het ambtgeheim is een van de meest fundamentele zaken, waarmee het pastorale werk staat of valt. Men kan er niet zorgvuldig genoeg mee omgaan.

Ik ga nu verder voorbij aan de slordigheid die men soms tegenkomt. Er is nog iets meer te zeggen.

Delenen hoe?

Het meedragen van pastorale geheimen betekent hoe dan ook een last voor hem/haar die er in betrokken wordt. Moet deze last altijd geheel alleen gedragen worden? Ik denk dat er vele pastorale werkers zijn die ervan kunnen getuigen hoe heilzaam het kan zijn wanneer er thuis een betrouwbaar luisterend oor is in de persoon van de huwelijkspartner, waarbij het bewaard blijven van het geheim echt verzekerd is. Soms kan men ook dan nog dingen horen waarvan men zegt: ik houd het écht alleen voor mezelf; ook voor die partner zou het te zwaar zijn. Er is nog iets anders: hoe spreken die huwelijkspartners weer met anderen, die het op dezelfde manier weten? Voordat men het weet is het ‘netwerk’ groter dan gewenst. Een mogelijkheid die ik zelf nog wel eens benut heb, wanneer ik iets moest verwerken dat mij echt zwaar viel is: een gesprek met een broeder of zuster, collega-predikant of niet, volledig buiten de eigen kerkelijke kring. Je noemt geen naam, maar je deelt het probleem. Het kan bevrijdend werken en het voorkomt beschadiging binnen de eigen gemeente.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.