+ Meer informatie

Leer en Leven

7 minuten leestijd

(27.)

I. Het Woord Gods (Z.)

Ook de ironie voorkomt. is een spreekwijze, die in de Bijbel

Ironie is een wijze van spreken, waarbij men, met de bedoeling om iemand schertsend of spottend terecht te wijzen of op fijne wijze iets te laten gevoelen, het tegendeel zegt, van wat men bedoelt. Zo kan men op ironische wijze tegen een langzame en trage jongen zeggen: Wat ben je toch vlug! Of tegen iemand, die zijn uiterlijk verwaarloost: Je ziet er bepaald netjes uit! De ironie kunnen we dus wel noemen: fijn bedekte scherts, of soms ook wel heilige spot, zoals in Gods Woord. Let slechts op hetgeen Elia tot de Baaüspriesters op de Karmel zegt: Hij roept hun toe: „Roept met luider stem, want hij is een god: omdat hij in gepeins is, of omdat hij wat te doen heeft, of omdat hij een reis heeft; misschien slaapt hij en zal wakker worden." (1 Kon. 18 vers 27.)

Ieder begrijpt, dat het geen ernst was bij Elia, waarom er ook staat: „Elia spotte met hen", want de profeet wist maar al te goed, dat Baal geen God was, die horen, slapen of reizen kon, maar hij zegt het op een ironische wijze; het is heilige spottaal.

Behalve deze ironische spreekwijze treffen we ook nog de parallel in de Schrift aan. Het woord parallel betekent: evenwijdig lopend! Wie opmerkzaam de Bijbel leest heeft al dikwijls van deze parallellen ontdekt. Tal van verzen in de Heilige Schrift lopen parallel, d.w.z. twee of driemaal achtereen wordt hetzelfde gezegd, hoewel met andere bewoordingen en soms

de tweede of derde maal iets krachtiger dan de eerste keer. Een eenvoudig voorbeeld! „Bidt, en u zal gegeven worden!" Of met andere woorden herhaald: Zoekt, en gij zult vinden!" En tenslotte nog eens opnieuw aangedrongen met: Klopt, en u zal opengedaan worden!" (Matth. 7:7.)

Honderden van dergelijke voorbeelden kunt ge in Gods Woord vinden. Johannes de Doper werd door Jesaja aangekondigd als de stem des roependen in de woestijn. Hij riep er van uit: ereidt de weg des Heeren; maakt recht in de wildernis een baan voor onze God. Alle dalen zullen verhoogd worden, en alle bergen en heuvelen zullen vernederd worden; en wat krom is, dat zal recht en wat hobbelachtig is, dat zal tot een vallei gemaakt worden. (Jes. 40 : 3, 4) Mattheiis zegt het iets anders: ereidt de weg des Heeren; maakt Zijne paden recht! Dus twee gelijke vermaningen in geheel andere bewoordingen!

Lees Psalm 114 eens rustig na en ge staat verbaasd van de telkens nieuwe omschrijvingen, waarin de dichter zijn gedachten weet uit te drukken. Het geheel is één samenvatting van parallellen.

En in Ps. 22 : 24 hebt ge tweemaal drie parallellen, die telkens op andere wijze toch hetzelfde herhalen: Gij, die de Heere vreest! Prijst Hem; al gij zaad van Jacob! vereert Hem; en ontziet u voor Hem, al gij zaad van Israël!"

Hieruit blijkt weer overduidelijk, dat de Bijbel een Oosters Boek is, waarmede we bij het lezen dan ook terdege rekening hebben te houden. Niettemin is deze spreekwijze van diepe betekenis voor het zieleleven van hen, die door Gods Geest onderricht worden, omdat dat Woord van God in welke vorm ook precies passend en genoegzaam is voor de ziel, die dorst naar het heil in Christus. En dan moet daarbij zowel de letterlijke, als de symbolische en typische zegswijze medewerken ten goede. Laat ons daarom tenslotte nog bezien, wat we hebben te verstaan onder de geestelijke zin der Heilige Schrift, want daar gaat het tenslotte in de allereerste plaats om.

Nu moet u echter niet menen, dat deze geestelijke zin, een nieuwe, dus een vierde zin is, naast de reeds genoemde drie (letterlijke, symbolische en typische!) want dan bent u er precies naast! Die geestelijke zin zit verborgen zowel in de letterlijke, typische als in dc symbolische zin.

Het is er mee als met de zintuigen van de mens. Wanneer ze gezond mogen zijn, zonder lichamelijke gebreken, dan hebben we 5 zintuigen: gehcor, gezicht, gevoel, smaak en reuk. Maar nu zal er iemand wezen, die beweert, dat het „leven" ons zesde zintuig is, wat moet men dan zo iemand antwoorden? Inderdaad bezit de mens, voor zover God Hem dat verleent, het 1 e-v e n, maar dat is geen apart zintuig, want het zit in alle vijf zintuigen. Als de mens het leven mist, m.a.w. als hij gestorven is, dan is ook zijn gehoor, zijn gezicht, enz. weg; maar zolang hij mag leven, hoort, ziet, gevoelt, proeft en ruikt hij.

Zo is het nu ook met de geestelijke zin in Gods Woord. Zonder die geestelijke zin is alle andere zin dood, dor en zielloos. Maar de geestelijke zin is geen apart iets, dat er nog eeng extra bijkomt, maar het zit in de letterlijke, de typische en de symbolische zin. Die geestelijke zin is die bevruchtende en levenwekkende kracht Gods, die door heel de Schrift heenvloeit en leven en betekenis geeft aan elk deel der Schrift. Maar, vraagt ge, hoe is nu die geestelijke zin en betekenis in de Schrift te ontdekken?

In de eerste plaats dient ge er dan van uit te gaan, dat de hele Schrift de Zelfopenbaring Gods is. Alles, wat ge in Gods Woord leest, dient om U de juiste verhouding van God tot Zijn schepsel en van de mens tot de Schepper, uit te beelden. Houden we dat dus in het oog, dat alle Bijbelhistorie ons niet medegedeeld wordt, om ons iets van die mensen te vertellen, maar alleen om God op de rechte wijze te leren kennen in al Zijn deugden en volmaaktheden, welnu, dan hebt ge daarin alreeds de geestelijke zin der H. Schrift. Met andere woorden gezegd: Als. de geschiedenis van Adam en Eva, Abraham, Izak of Jacob ons dienen moge om de Heere zowel in Zijn recht als in Zijn genade aan ons hart te ontdekken, wel dan verstaan we iets van de geestelijke zin.

Bovendien dienen we er wel op te letten, dat elke zegswijze, in het voorgaande behandeld, zijn eigen uitleg verlangt. De letterlijke spreekwijze moet ook werkelijk letterlijk opgevat worden en niet anders. En de symbolische zegswijzen moeten we symbolisch d.w.z. tegen de geestelijke achtergrond bezien.

Met gepaste schroom dienen we daarom het terrein van Gods Woord te betreden, want onze voeten staan dan op heilig land. We moeten er ons voor wachten om zelf geestelijke bedoelingen te gaan zoeken achter historische mededelingen, waar de Schrift hiervoor niet de minste grond geeft. Gods Woord gaat er ons zelf in voor, in hoeverre we achter een Schriftwoord een diepere, geestelijke zin hebben te zoeken. En dan zal ieder, bij ernstig onderzoek bemerken, dat de typische en symbolische gezegden op een geestelijke zaak doelen; maar dat de letterlijke gezegden, de historische gebeurtenissen niet beschreven staan om ze te vergeestelijken, maar om de hand des Heeren met zulk een persoon of geslacht of volk er in op te merken. Als de Schrift dus ergens een geestelijke betekenis en strekking aan toekent, dan mogen, ja dan moeten we dat aannemen, zoals de Schrift dat zegt. Wie gaat vergeestelijken waar de Bijbel zelf het niet doet, die laat wel zijn vernuft spelen, maar handelt in strijd met de heilige bedoeling Gods, die God zelf in Zijn Woord geopenbaard heeft.

Geve de Heere ons allen de heilige eerbied en het diepe ontzag voor Zijn Woord, en vooral een hart, dat aandachtig luistert naar wat dat Woord zegt. Want daar in alleen is het leven des geestes van elke wedergeboren ziel, die er dan van zingt:

Uw Woord is mij een lamp voor mijnen voet. Mijn pad ten licht, om 't donker op te klaren. Ik zwoer, en zal dit met een blij gemoed Bevestigen in al mijn levensjaren, Dat ik Uw Wet, die heilig is en goed, Door Uw gen& bestendig zal bewaren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.