+ Meer informatie

ATTENTIE EERBIED VOOR DE NAAM DES HEEREN

5 minuten leestijd

In „Standvastig”, het kontaktorgaan van de Stichting tot handhaving van de Statenvertaling, schrijft de heer L. M. P. Scholten te Krimpen aan de IJssel een artikel. getiteld „Geen eerbied meer”.

De schrijver wijst erop, dat volgens de voorstellen voor een nieuwe spelling van de Nederlandse taal de voornaamwoorden, waarmee God bedoeld wordt. niet meer met een hoofdletter worden geschreven. en vervolgt dan: „Wij voelen wel dat dit eenzeer diep ingrijpende spellingswijziging is. Evenals toen in 1934 besloten werd tot een nieuwe spelling, waarin de naam Heere voortaan met e6n e minder zou worden geschret^en.

Men moet er ons niet op wijzen, dat bijvoorbeeld in de Duitse taal het ook niet de gewoonte is om in deze gevallen hoofdletters te gebruiken, want wij zouden daar onmiddellijk de Engelse en Franse taal tegenover kunnen stellen. Men moet ook niet tegenwerpen, dat deze hoofdletters in onze Nederlandse taal in de 17e en 18e eeuw ook niet algemeen gebruikelijk waren. Want daarom gaat het niet. Feit is dat thans het in de Nederlandse spelling zo is, dat hoofdletters gebruikt worden bij voornaamwoorden, die op God betrekking hebben. En dat wordt niet gedaan uittraditie, maar uit eerbied voor God. Een ieder ga het zelf maar bij zichzelf na.

Als men nu een officieel afschaffingsbesluit gaat nemen, geeft men daarmee in een officieel besluit te kennen: Wij willen deze eerbied voor God drieenig niet meer opbrengen!

Was deze verandering noodzakelijk?

Wij menen van niet.

Niemand heeft er om gevraagd. Immers, niemand wordt gedwongen dehuidige spelling na te volgen. Ieder wordt in zijn conscience vrij gelaten.

Het is al lang gebruikelijk, dat schrijvers, die God loochenen, over Hem schrijvenmetkleine letters.

Maar nu wil men dat officieel gaan maken! Dat betekent, dat wat nu alleen door godloochenaars gedaan wordt, door de overheid in haar officiele stukken overgenomen wordt. En dat dit ook aan de kinderen op school geleerd zal worden.

Vanzelf zal men ons vrij laten om met hoofdletters te blijven schrijven. Zoals het ons ook vrij staat om de naam Heere nog metdrie e’s te schrijven. Maar de eerbied voor Gods Naam gedoogt niet, dat deze aalmoes ons genoeg zal zijn. Devrijspraak van de schrijver Van het Reve heeft aangetoond, dat men vandaag ongestraft de grofste godslastering kan neerschrijven. Maar een gebruik, dat nog stamt uit een tijd, dat het geloof in God nog beslag legde op het grootste deel van ons volk, de publieke erkentenis van eerbied, moet worden afgeschaft.

Een krachtig protest, voordat dit voorstel aangenomen wordt, lijkt op zijn plaats. Men moet er ook niet aan denken, wat hiervan de gevolgen zouden zijn voor de Heilige Schrift. Een voorbeeld slechts: Van vrijzinnige zijde wordt altijd beweerd met beroep op Exodus 34 : 28, dat niet de Heere, maar Mozes de tien geboden op de stenen tafelen heeft geschreven. Andere getuigenissen in Gods Woord, die dit weerspreken, laten zij dan liggen. Maar hun beroep op Exodus 34 : 28 heeft geen enkele grond, als we daar Hij (met een hoofdletter) lezen. Ook de nieuwe vertaling doet dat gelukkig nog. Maar in devoorgestelde nieuwe spelling zou op dit punt verwarring ontstaan. Zo zouden we veel meer voorbeelden kunnen noemen.

Ik dacht, dit is toch wel zeer belangrijkom er eens over na te denken. Het bewijs is hier weer gegeven dat allerlei middelengehanteerd kunnen worden om de mens van God en Zijn Woord af te brengen. ’t Kan niet alleen door een nieuwe vertaling, maar ook zelfs door een nieuwe spelling.

Eerbied voor het Woord des Heeren.

Daar is gelukkig onder ons volk nog veel liefde tot het Woord des Heeren, gelijk dat in de Statenvertaling tot ons komt. In deze vertaling klinkt de eerbied tot God en Zijn Woord ons op iedere bladzijde tegen. Geen platvloerse alledaagse wereldse taal beluisteren wij daarin, maar een taal, die ons spreekt over gewijde ernst en diepeeerbied, want „alzo spreekt de Heere Heere!”

Nu is aan deze Statenvertaling in de loop der eeuwen al heel wat veranderd. Daar zijn zetfoutjes ingeslopen, en..... de uitgevers hebben ook, vooral in de jaren 1945 tot 1955, zelf nogal wat veranderingen aangebracht.

Het woord „getrouwelijk volgens het besluit van de Dordtse Synode overgezet”, gelijk ge dat op het titelblad kunt lezen, riep nog wel eens bedenkingen op.

De uitgevers hebben dat trouwens zelferkend, dat zij op eigen initiatief wel eens wat veranderden.

Uit eerbied voor het Woord des Heeren, gelijk dat door onze vaderen werd overgeleverd in de vorm van de Statenvertaling, wil men nu ook trachten deze vertaling van allerlei fouten te zuiveren, en de oorspronkelijke vertaling straks opnieuw te doen verschijnen.

Een lofwaardig pogen, waarbij de firma A. Jonkbloed zijn voile medewerking heeft toegezegd.

Eerbied voor onze Psalmberijming.

O zeker, wij weten wel, de psalmberijming is een menselijk werk.

Laten wij oppassen daar niet dezelfdewaarde aan toe te kennen als die wij toekennen aan het Woord des Heeren.

Toch moet, zo enigszins mogelijk, ook in onze psalmberijming doorklinken het Woord des Heeren. Bij dat Woordkunnenwealleenleven, en kunnen wij alleen sterven. Dat de nieuwe vertaling de grondslag is geworden van de nieuwe psalmberijming zal ons wel duideliik zijn. Vandaar de begrijpelijke huivering ook voor de nieuwe berijming.

In het reeds genoemde blad "Standvastig” lazen wij een stukje van de hand van A.T.B. te R. over Ps. 45.

In de zevende regel, oude berijming, wordt gezegd: „Gena is op uw lippen uitgestort”. doch in de nieuwe berijming wordt gesproken: „Van hem wiens gratie ik niet waardig ben”. Gewezen wordt dan op het grote verschil — en terecht — tussen genade en gratie. Genade verleent God met handhaving van het recht, maar gratie verleent een staatsboofd met verzaking, met loslating van het recht! "Wanneer onze zaligheid”, zo lezen wij, „aan gratie zou worden toegeschreven, is genade geen genade meer. Dan zouden Gods deugden niet verheerlijkt worden. God leert Zijn volk een volledig aanvaarden vandewelverdiende straf; leert hen met David belijden: Uwvonnis is gans rechtvaardig; maar ook pleiten: Gena, o God, gena. Want God heeft lust tot waarheid. Niet om enige verdienst onzerzijds, doch om Zijns Naams wil alleen, dat is genadeengeen gratie”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.