+ Meer informatie

Joegoslaven na dood van Tito in woelig vaarwater geraakt

5 minuten leestijd

BELGRADO — Een jaar na de dood van zijn grote leider jkt Joegoslavië door de onrust in de autonome provincie osovo in ernstige problemen te zijn geraakt. Of het land, it zovele nationaliteiten herbergt erin zal slagen een verde! verspreiding van de beroering te voorkomen, is de vraag.

'Jaast de noodzaak het tere evenAt in het binnenland te handhaven, at Joegoslavië voor de zware taak a economie weer in het goede spoor te leten leiden. Dat dat op zijn beurt itralistische tendenzen versterkt en afzonderlijke republieken in hun jheid van handelen beperkt, maakt ; er voor de regering in Belgrado niét nakkelijker op.

Onrust Kosovo
De onrust in Kosovo begon begin lart toen studenten aan de universit van de hoofdstad Pristina, actie ;rden tegen het slechte eten in de insa. Dat leidde tot ingrijpen van de litie. Twee weken later braken rellen , opnieuw tengevolge van acties van identen die hun Albanese nationalische gevoelens niet onder tafels of nken staken. Pristina maar ook anre kleinere plaatsen in de provincie rmdén in de dagen daarna het toneel u heftige botsingen tussen demonanten en politie. Bij een betoging op 1 ril waarbij circa 10.000 mensen op de jn zouden zijn geweest van wie somgen gewapend, vielen negen doden ruim 200 gewonden. Dit zijn officiële fers, andere bronnen schatten het iental veel hoger.

De bestuurlijke autoriteiten namen daarna scherpe maatregelen en besloten de noodtoestand af te kondigen en het gebied onder militaire controle te stellen. De verbindingen met de rest van het land werden verbroken en buitenlandse journalisten werd verzocht het gebied te verlaten omdat hun veiligheid niet meer kon worden gegarandeerd. Het onderwijs lag helemaal stil. Na twee weken was de toestand weer enigszins normaal, zo verklaarde de partijleider van Kosovo, Mahmut Bakali. De rust was daarmee echter niet definitief hersteld blijkens berichten over opnieuw ongeregeldheden in Kosovo aan de vooravond van de 1-meifeesten. Het officiële persbureau meldde daarbij het provocerende gebruik van nationale kledij door mensen van Albanese afkomst.

Analfabetisme

Josip Broz Tito was de grondlegger van het hedendaagse „Joegoslavië dat bestaat uit zes deelrepublieken met verregaande bevoegdheden en twee autonome provincies, het aan Albanië grenzende Kosovo en het noordelijker gelegen Vojvodina. Bestuurlijk vallen zij beide onder de deelrepubliek Servië. Kosovo telt 1,24 miljoen inwoners van wie tachtig procent van Albanese afkomst is. Kosovo is een van de slechtst ontwikkelde gebieden in Joegoslavië. Ondanks omvangrijke investeringen door Belgrado en de afzonderlijke republieken ligt het werkloosheidscijfer er hoog. Zeker een kwart van de bevolking is ook nog analfabeet. De onrust had daarom ook een economische achtergrond en mag worden beschouwd als een uiting van ontevredenheid over het economisch beleid van het provinciaal bestuur. Bekend is namelijk dat de financiële injecties veelal zijn besteed aan prestigeprojecten in plaats van werkverschaffende industrieën. Daarmee bleef het gebied in welvaart achter bij onder meer het rijke Slovenië en Vokjvodina, de korenschuur van Joegoslavië. Dat hoeft niet gezien de grote rijkdom aan mineralen, zoals kolen, lood, zink, nikkel en magnesium. De autonome provincies worden bestuurd vanuit Servië, tot groot ongenoegen van de inwoners van Kosovo. Het botert niet tussen hen en de Serviërs.

Krant gehekeld

Volgens Stane Dolanc uit het partijbestuur van Slovenië hebben de demonstranten het oog gericht op de oprichting van de republiek Kosovo binnen de staat Joegoslavië. Fadilj Hodza, de vertegenwoordiger van Kosovo in het collectieve leiderschap van Joegoslavië, viel echter Albanese nationalisten aan die met hun acties het centrale gezag in Belgrado trachtten te ondermijnen. Hij viel uit naar Albanië dat in het officiële partijblad „Zeri I Popullit" de kant koos van de „Irredentisten" (voorstanders van hereniging). Dergelijke agressieve krachten kunnen volgens hem de Balkan veranderen in een kruitvat en ook onder andere nationaliteiten onrust aanwakkeren met alle gevolgen van dien voor het gebied. Hodza waarschuwde Albanië er voor dat het met die steun zijn eigen bestaan op het spel zet. Ook volgens voorzitter Lazar Mojsov van het centrale comité van de Joegoslavië communistische partij zit Albanië achter de onrust in Kosovo via een zogeheten Albanese communistische marxistisch-leninistische partij in Joegoslavië. Deze partij, aldus Mojzov, heeft zich verantwoordelijk gesteld voor de onlusten.

Staatspresidium

Joegoslavië wordt na de dood van Tito op 4 mei vorig jaar geleid door het staatspresidium van acht man, die de zes deelrepublieken en de twee autonome provincies vertegenwoordigen. De onrust komt dit collectief evenmin goed uit en er bestaat grote kans dat het tot zuiveringen in het partijbestuur in Kosovo zal besluiten. Mahmut Bakali, de partijchef, stak begin mei al de hand in eigen boezem door tijdens een partijvergadering zijn ontslag aan te bieden. Het kan zijn dat meer leden hem zullen volgen, al dan niet vrijwillig. Voorzitter Mojzov legde namelijk de verantwoordelijkheid voor de rellen bij het provinciale bestuur en kondigde zuiveringen aan in de partijleiding van zowel Kosovo als Servië. Daarbij stelde hij dat het nationalisme de grootste bedreiging is voor Joegoslavië en zijn wortels heeft in de slechte economische toestand van het land (Joegoslavië kampt met een inflatie tegen de veertig procent).

Mojzov zal met de eventuele zuiveringen het voorbeeld volgen van Tito die in het begin van de jaren zeventig schoonmaak hield in de Kroatische partijgelederen na de eveneens nationalistische beroering daar. Daarmee beoogde Tito het overslaan van de orirust naar de andere deelrepublieken die ook talrijke nationaliteiten tellen, te voorkomen. Of de huidige leiders ermee zullen bereiken dat de onrust onder de één miljoen Albanezen in Kosovo de kop wordt ingedrukt, staat echter nog te bezien.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.