+ Meer informatie

INTIMITEIT EN SEKSUALITEIT NA OVERLIJDEN HUWELIJKSPARTNER

9 minuten leestijd

Als ambtsdrager heb je in het pastoraat meer dan eens te maken met mensen die hun partner door de dood zijn kwijt geraakt. Je probeert je dan in te leven in de situatie van de betreffende weduwe of weduwnaar die ineens overal alleen voor staat. Daarbij zijn er dingen waarover hij of zij met anderen erg moeilijk kan praten, terwijl deze wel veel verdriet en eenzaamheid geven. Dan denk ik met name aan het gemis van seksueel contact in de ruime zin van het woord: intimiteit, aanrakingen, lichamelijke nabijheid. Voor een ambtsdrager is het belangrijk ermee rekening te houden dat dit aan de orde is. Dat wil niet zeggen dat het altijd tijdens een pastoraal contact uitgesproken moet worden. Veelal laat de weduwe of weduwnaar fijnzinnig in houding en uitstraling merken dat het leven ‘alleen verder’ zwaar valt, ook op dit gebied. Tact en invoelingsvermogen zijn dan van groot belang. Er zijn ambtsdragers die er existentieel weet van hebben omdat ze zelf weduwnaar zijn geworden. Voor de meeste ambtsdragers, zeker de gehuwden onder hen, is dit echter toch een onderwerp dat ver van hen af ligt. Het is dan goed zijn zich er wat meer in te verdiepen. Dit artikel wil daartoe een bescheiden aanzet leveren.

EEN VAN BEIDEN STERFT HET EERST

Voor iedereen die trouwt (en niet gaat scheiden) geldt: of je sterft zelf als eerste of je man of vrouw sterft als eerste en daarmee word je dan weduwe of weduwnaar. Bij uitzondering komt het voor dat een echtpaar samen overlijdt. Bij het begin van je huwelijk ga je er eigenlijk wel van uit dat je samen oud zult worden. Mocht je hebben meegemaakt dat je eigen vader of moeder weduwnaar dan wel weduwe werd, dan kun je toch zelf nog niet beseffen wat dat inhoudt. Pas als je het zelf ondervindt, ervaar je hoe ingrijpend het is. Ieder jaar verliezen 40.000 getrouwde vrouwen hun man en 15.000 - 18.000 mannen hun vrouw. Uit deze cijfers blijkt, zoals ook algemeen bekend is, dat er veel meer weduwen zijn dan weduwnaars.

EMOTIONELE EENZAAMHEID

In het Nederlands Dagblad van 7 april 2010 was te lezen: ‘Weduwe of weduwnaar worden heeft volgens onderzoeker Maurice Guiaux vooral een grote impact op emotionele eenzaamheid’. Deze Guiaux is gepromoveerd op onderzoek naar weduwschap. Hij schrijft: ‘Zij missen die ene persoon, met wie ze vaak een lange geschiedenis hebben. Zij missen de verbondenheid, het feit dat ze elkaar door en door kenden en aan een half woord genoeg hadden, kortom alles wat zij met die persoon deelden. Dat is iets anders dan sociale eenzaamheid na het overlijden van een partner: daarbij mist iemand sociale relaties in het algemeen’. Je mist dus als weduwe of weduwnaar juist die intieme betrokkenheid die je als echtelieden met elkaar had. Een weduwe schrijft: Het leven samen met mijn man is over, en ik moet alleen verder. En toch werkt het zo niet. Ife blijf er ouer denken of ik wil of niet. Vooral als je ’s nachts wakker ligt en met geen mogelijkheid in slaap komt. Juist dan raast het verdriet en de eenzaamheid door je heen, kun je zo intens verlangen naar iemand die naast je ligt. Naar iemand die zijn arm om je schouder legt. Dan lijkt God uer weg en heb je het gevoel dat je gebeden om hulp niet uerder komen dan het plafond. Je roept en schreeuwt het uit, en hebt geen rust. Ga ik maar weer uit bed en een poosje lezen om de gedachten te verzetten. Maar lezen lukt ook uaafe niet, dat hoor ife ook van andere weduwen en weduwnaars. Ook de aanwezigheid van kinderen die nog thuis wonen, lost de eenzaamheid niet op, al zegt de hele wereld om je heen dat het toch zo fijn is om nog kinderen thuis te hebben.

EÉ N VLEES

Er staat niet voor niets in de Bijbel: ‘Die twee zullen tot één vlees zijn’. Daarmee is veel meer bedoeld dan lichamelijke intimiteit, maar het is er wel een belangrijke component van. In de loop van het leven vergroei je meer en meer met elkaar. Je kent elkaar door en door. Je bent vertrouwd met elkaars lichaam, de aanrakingen en wat niet al. En als de ander komt te overlijden, heb je het gevoel alsof je zelf ook voor een deel bent overleden. Mensen zeggen: ‘Ik ben voor de helft gestorven, voel me geamputeerd, ben losgescheurd’. Je hebt het gevoel dat je als een aangeslagen dier verder door het leven moet. Je mist gezelligheid, aanspraak, zorg voor elkaar, bij elkaar zijn, samen kunnen overleggen, je verhaal kwijt kunnen. En je mist zeker ook het lichaam van de ander: de intimiteit, het aanraken van elkaar, de seksualiteit. Dingen die zo wezenlijk bij een huwelijk horen, zijn er dan niet meer.

AANGERAAKT WORDEN

Ik zou het missen van aanrakingen voorop willen stellen. Dit kan zwaar vallen. Als man en vrouw raak je elkaar ongemerkt vaak aan. ’s Nachts lig je tegen elkaar aan. Ineens mis je dat en dat wordt ervaren als een leegte. Dat maakt het gewoon letterlijk koud. Een masseuse uit Utrecht vertelt: “Onlangs nog beide een dame die weduwe is. Na de dood van haar man miste ze het aangeraakt worden. Dat kwam ze bij mij ‘halen’“.

Het is mooi in de Bijbel herhaaldelijk te lezen dat de Here Jezus tijdens zijn omwandeling op aarde mensen aanraakt. Je leest er gauw over heen, maar het is zo belangrijk.

Een reactie van een weduwe / weduwnaar: Het blijft voor mij moeilijk om mensen te zien die zichtbaar van elfeaar houden, en opgaan in elkaar. Ik ben daarin niet jaloers, gun het ze van harte, maar ervaar juist dan het gemis. Ook het niet meer ( liefdeuol) aangeraakt worden, het missen van lichamelijk contact is en blijft moeilijk. Het hoeft hierbij niet eens om seksueel contact te gaan. Naar anderen wordt je ook heel voorzichtig met lichamelijk contact, het wordt snel verfeeerd uitgelegd, is het niet door de persoon zelf, dan wel door de mensen er om heen.

EERSTE LEVENSBEHOEFTEN

Eten, drinken en slapen behoren tot de allereerste levensbehoeften. Deze worden echter al gauw gevolgd door het lichamelijke verlangen en de seksuele behoefte. Als de gemeenschap goed heeft kunnen plaatsvinden, geeft dat een sterk gevoel van verbondenheid met elkaar. Zo van: ‘Wij horen bij elkaar en wij zijn van elkaar’. Maar als dat verlangen niet meer vervuld kan worden door ziekte en zelfs de dood, kan dat heel moeilijk zijn. Het verlangen is natuurlijk niet zomaar weg. Integendeel. Als je weet dat je man/vrouw een tijdje naar Amerika is, kun je er naar uitkijken. Maar nu weet je gewoon dat het onherroepelijk is. Het is toch logisch dat dit spanning in je lijf geeft en in je gedachtewereld. Daarnaast geeft het veel verdriet.

Een sprekend voorbeeld:

Ik ben nu een aantal jaren weduwe en was nog vrij jong toen mijn man overleed. Ik heb periodes gehad dat je zo intens naar iemand verlangde, gewoon een arm om je schouder of soms oofe gewoon naar gemeenschap. Ik weet nog dat ik iemand sprak die zei: ‘Dat herken ik, als er op dat moment een man bij mij aan de deur gefeomen was, had ife hem het bed in gesleurd’. Nu, zo was het bij mij niet, maar u snapt wel tuat er mee bedoeld wordt. Ife heb oofe aan de Here gevraagd of hij dat intense verlangen bij mij wilde wegnemen en dat heeft Hij oofe gedaan. Want je bent bezet met onreine gedachten, iets wat je niet wilt maar je zo maar ouerkomt.

Ik hoop duidelijk te hebben kunnen maken dat dit gemis aan intimiteit en ook seksualiteit een gewoon menselijk verschijnsel is. Het is toch logisch dat dit onvervulde verlangen pijn doet. Daarvoor hoeft men zich ook niet te schamen of zich zondig te voelen. Anders is het natuurlijk als je in gedachten met iedereen het bed zou willen delen, of wanneer je in je gemis jezelf bezighoudt met verkeerde lectuur, films of wat dan ook. Dan ben je verkeerd bezig. Maar de genoemde gevoelens van gemis en verlangen zijn alleen maar gezond. God heeft dit zelf zo in zijn schepping gelegd. Je legt met de dood van je partner je man-zijn of vrouw-zijn niet zomaar weg. Je bent en blijft man of vrouw en daar horen die seksuele gevoelens en verlangens bij. En dan doet het echt pijn als dat niet vervuld kan worden.

PASTORAAL NIET BESPREEKBAAR

Het zijn zulke tere gevoelens dat ze vaak in het pastoraat niet te bespreken zijn. Iemand schreef: Het voorleggen van deze nood in het gebed geeft mij rust, de wetenschap dat de Here weet wat deze gevoelens zijn. Hij heeft ons immers geschapen. In de weg van het gebed neemt de Here deze gevoelens weg op de momenten dat het je weer aanvliegt. Pastoraal is dit echter niet bespreekbaar. Ik zou het niet durven! Ook al omdat in onze gemeente weduwen door twee broeders tegelijk bezocht worden om praatjes te voorkomen. Ik ervaar dit zelf als heel krenkend. Je mist je man en nu ben je ook nog een geuaarlijke vrouw!

Ik kan me goed voorstellen dat deze weduwe zich opgelaten voelt. In zo’n geval zou het fijn zijn als in overleg met de kerkenraad een zuster uit de gemeente haar eens komt bezoeken. Uiteraard moet zij zich dan ook aan het beroepsgeheim houden. Zeker als het gaat over seksualiteit ligt dat nu eenmaal bijzonder gevoelig. Het is begrijpelijk dat het voor een weduwe niet gemakkelijk valt dit met een mannelijke ambtsdrager te moeten bespreken en zeker niet om wanneer je als vrouw alleen een tweetal ambtsdragers op bezoek krijgt.

KRING

Het kan goed zijn om in een gemeente voor weduwen en weduwnaars een ‘rouwverwerkingskring’ te hebben. Het is belangrijk om die gevoelens met elkaar te kunnen bespreken en delen. Het zal dan blijken dat veelal pas na een aantal bijeenkomsten voorzichtig deze gevoelens van gemis aan intimiteit, lichamelijke aanrakingen en seksueel contact kunnen worden besproken. Maar dan betekent het wel een grote steun. Misschien ligt hier een mooie taak voor ambtsdragers die zelf in deze situatie staan om dit op te pakken.

Mevr. drs. A.B.F. Hoek-van Kooten, arts en werkzaam bij Eleos, is bekend door haar publicaties en lezingen o.a. over dit onderwerp.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.