+ Meer informatie

Zending in Rhodesia

De weg gebaand

5 minuten leestijd

De bijbelcursus, door Van Woerden gevolgd, stond onder leiding van een oud-zendeling. Een zoon van die leider werkte als arts voor de North Africa Mission in het noorden van Afrika. Zodoende hoorde Van Woerden veel over de zending in dit gebied en de gedachte kwain bij hem op, met dit genootschap samen te kunnen werken. De grondslag van hun leer was het onfeilbare Woord van God. Zo scheen het tenminste, maar bij nadere kennismaking bleek, dat het genootschap remonstrants gezind was en dat de predestinatie in wezen werd geloochend.

• Vele zendelingen brengen een leer, die riekt naar Arminius' opvattingen. Er kan van de mens nog wel wat bij en daardoor wordt een evangelie gebracht, dat in strijd is met Gods Woord, dat toch leert, dat Christus de enige Zaligmaker is:

niets uit ons, maar alles uit Hem! Het is jammer, dat zulk een leer wordt gebracht, maar aan de andere zijde vloeit men door, als men redeneert: de uitverkorenen uit de heidenen zullen wel toegebracht worden; daar zal de Heere wel voor zorgen. En door zo te spreken is er een lauwheid gekomen betreffende het werk der zending. Zeker, de uitverkorenen zullen wel toegebracht worden op Gods tijd, maar de Heere werkt middellijk en Hij gebruikt mensen tot dit werk. Het zaad van Gods Woord zal uitgestrooid moeten worden over de gehele wereld: de akker is de wereld en de grote Landman zal doen wat Hem behaagt. Wij moeten de weg bewandelen, die God ons aangeeft. De Heere heeft gezegd: „Predikt het evangelie aan alle volken." Ook met andere stromingen kwam Van Woerden in aanraking. Enige tijd was hij in contact gekomen met de Plymouth Brothern, die in gemeenschap van goederen leven. Door de ingetogenheid, de eenvoud en de gespeendheid aan de wereld van deze mensen werd hij aanvankelijk bekoord. Gelukkig liet de Heere hem zien, dat deze mensen de mond wel vol hadden van de verdiensten van Christus, maar dat ze bezig waren een eigenwillige godsdienst op te richten met eigengerechtigheid als grondslag.

Een andere stroming was de Strict Baptist, die de kinderdoop verwerpt. Met zon overtuigingskracht spraken de Baptisten over de doop aan volwassenen, dat Van Woerden enige tijd in verwarring werd gebracht. Een innerlijke strijd werd gestreden om tot klaarheid te mogen komen en de Heere beschaamde hem niet. Al deze ontmoetingen moesten medewerken om te geraken tot een welgegronde, bijbelse leer, die alleen vastheid kan geven.

alleen vastheid kan geven. In het ziekenhuis te Northwood behaalde Van Woerden zijn diploma. Toen moest hij naar Londen vertrekken om daar de lessen te volgen op de „Mission School for medicine". Die lessen zijn er op gericht om medici een speciale opleiding te geven als zendeling voor de tropen. Hier werd de student ook weer gewaar, dat er vele geesten zijn uitgegaan, die de uitverkorenen zouden verleiden, indien dit mogelijk zou zijn. Deze studie kostte veel geld en Van Woerden was zonder bron van inkomsten, zodat de nood vaak heel hoog steeg. Langs wonderlijke wegen gaf de Heere uitkomst. Voor het vlees zijn tijden van druk niet aangenaam, maar veelal zijn tijden van nood vruchtbaar voor de ziel. Al het goud en zilver, zowel het vee op duizend bergen, zijn van de Heere. Zou Hij dan geen uitkomst geven aan hen, die Hem aanroepen in de nood?

Toen deze studie ten einde liep, was er nog geen enkel uitzicht om de vurige begeerte, naar de heidenen uitgezonden te worden, verwezenlijkt te zien. Zou hij nog beschaamd uitkomen? Zou hij een ander beroep moeten kiezen?

In deze studietijd zat hij niet stil, om in zijn omgeving, in alle eenvoud de Boodschap des heils te brengen. Zo bezocht hij ook een ziekenhuis in Londen, sprak dan met de patiënten en liet een tractaatje over het eeuwige leven achter. In dat ziekenhuis lag ook een tienjarig meisje met een ongeneselijke kwaal. Het kind zou moeten sterven. Ook zij had het geschriftje gelezen en de woorden van Van Woerden gehoord. Het kind, dat thuis nooit over godsdienst gehoord had, kwam door Gods genade tot de overtuiging, dat ze dat eeuwige leven, want dat moet ik hebben". Verscheidene makrijgen om niet verloren te gaan. Het meisje kwam zó in de nood, dat ze aan iedereen vroeg: „Hoe kom ik aan het eeuwige leven, want dat moet ik hebben'" Verscheidene malen werd dit meisje in deze ellendige toestand aangetroffen, zonder verandering te zien. Maar op zekere morgen, toen ze weer werd bezocht, lag de glans op haar gezichtje en ze riep uit: „Ik ben gewassen in Jezus' bloed en nu heb ik eeuwig leven!" Niet lang daarna stierf ze aan haar ongeneselijke ziekte.

Zulke dingen waren zeer verblijdend voor Van Woerden en gaven hem moed, maar ze gaven hem geen oplossing voor het verdere van zijn levenstaak. De Presbyterian Church in Schotland had in haar zendingsgebied in Rhodesia dringend een medisch zendeling nodig, maar gebrek aan middelen weerhield haar om een besluit te nemen. Daardoor hoorde Van Woerden ook niets van die Kerk. Alle hoop scheen vervlogen te zijn, totdat, geheel op het onverwachts, bericht kwam dat de Synode in Schotland besloten had hem uit te zenden naar Rhodesia. Dadelijk moest hij naar Schotland komen om de nodige instructies te ontvangen.

De weg zou eindelijk worden gebaand.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.