+ Meer informatie

OP HUISBEZOEK

3 minuten leestijd

Ouderling X haast zich van zijn dagelijkse werk naar huis. Het was een drukke, enerverende dag. Enkele besprekingen en daarbij steeds het gebeuren van het werk in het oog houden; vragen van de afdelingschef beantwoorden, uitgaande orders controleren, een vervelend „ontslag op staande voet” uitvoeren. Is het een wonder, dat hij met een hoofd vol zorgen thuis komt, waar moeder en de kinderen reeds met de maaltijd wachten.

Nu oppassen, dat de problemen van de dag niet afgereageerd worden op een misschien wat lastig kind of op moeder de vrouw, die graag wat kwijt wil over hetgeen zij die dag heeft meegemaakt. Intussen denkt hij: eigenlijk moest je dat bezoek nu af kunnen zeggen, want er ligt maar anderhalf uur tussen het verlaten van het werk en de afspraak van het bezoek, d.w.z. één uur thuis. Maar ja, dan kan hij wel bijna nooit op bezoek gaan, want het leven is nu eenmaal gejaagd en..… hij heeft bij de bevestiging toch ook uit volle overtuiging meegezongen: „Mijn hart o Hemelmajesteit, is tot Uw dienst en lof bereid”.

Na tafel toch maar even naar de slaapkamer om persoonlijk de Here om hulp te vragen voor deze avond. Moeder begrijpt het en zorgt dat er niet gestoord wordt.

En dan…. op bezoek. Zijn „maat” gaat voor ’t eerst mee en heeft al gezegd: „Ik zie er erg tegenop, ’k zal eerst maar eens luisteren”. Enfin, ’t zal niet al te moeilijk zijn. Een moeder en een dochter van middelbare leeftijd, trouwe kerkgangsters, maar wat erg gesloten. Nu was al meermalen door gemeenteleden gezegd: wat fijn dat „zus” werk heeft en ten dele voor moeder kan zorgen; en dat ze zo bovendien nog gezelschap aan haar moeder gaf.

Op een vraag of zij het met haar levensloop nogal eens was, was het even stil. Daarna kwam er enigszins bits uit: „U gaat toch ook niet zeggen, dat het toch zo fijn is, dat ik nog bij moeder thuis kan zijn”. Ons antwoord was „Neen, daarom juist de vraag of je ’t eens bent met deze positie, nl. als ongetrouwde dochter bij moeder thuis zijn”. Weer was het stil, maar toen kwamen de tranen en de woorden: „Natuurlijk houd ik van mijn moeder, maar m’n broers en zussen zijn getrouwd, evenals mijn vriendin en ik had ook graag willen trouwen en kinderen krijgen en daarom kan ik opstandig worden als de mensen het zo vanzelfsprekend vinden, dat het gaat zoals het gaat. Toch ben ik blij, dat het nu eens ter sprake is gekomen, want dat is nog nooit eerder gebeurd”.

Natuurlijk is er toen nog wat doorgepraat en hebben we met elkaar de zorgen van deze zuster aan de Here voorgelegd.

Het werd met recht „een goed bezoek” na een toch wel drukke dag.

Even nog napraten samen en op de vraag van mijn medebroeder „hoe toch dit onderwerp ineens ter sprake werd gebracht?” moest ik zeggen dit niet tevoren overdacht te hebben, maar dat het mijns inziens gebedsverhoring genoemd mocht worden. De Here had het zo geleid en zo ooit, dan was nu ook weer duidelijk uitgekomen hoe belangrijk het is Gods zegen te vragen over het werk dat wij in Zijn naam mogen doen.

Dit artikel werd, met de hand geschreven, in de nalatenschap van br. Geleynse gevonden. Door bemiddeling van de kinderen kreeg de redactie het ter beschikking. Als blijk van erkentelijkheid voor alles wat hij in ons blad heeft geschreven, geven we het juist in dit nummer graag een plaats.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.