+ Meer informatie

INTEGRATIE TOEN, NU EN STRAKS

6 minuten leestijd

Waarom dit artikel?

U treft in dit blad een interview aan met dhr. Baaijens. Het gesprek met hem ging, zoals u zult begrijpen, over de integratie van kleuteren gewoon lager onderwijs.

Niet alleen dit interview was de reden tot het schrijven van dit artikel. Op 29 maart jl. werd aan de Tweede Kamer ter overweging aangeboden: "Ontwerp van Wet op het Basisonderwijs". De inleidende woorden op deze wet zijn:

Alzo Wij (= koningin Juliana) in overweging genomen hebben, dat het ter bevordering van een ononderbroken ontwikkeling van de leerlingen, gewenst is de afzonderlijke onderwijsvormen kleuteronderwijs en gewoon lager onderwijs samen te voegen tot een onderwijsvorm die gericht is op een doorlopend ontwikkelingsproces van de leerlingen; zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: dan volgt de wet per hoofdstuk.

En het interview én het wetsontwerp roepen de vraag op:

Hoe kwamen we zover?

We zullen dan enkele feiten uit de onderwijsgeschiedenis op een rij moeten zetten.

In 1969 werd een nota aangeboden onder de titel ”Opstaan tegen

het zittenblijven”. Dit was een pleidooi voor het afschaffen van het jaarklassensysteem. De Lager Onderwijswet uit 1920 voldeed niet langer aan de eisen van de tijd

In februari 1970 diende staatssecretaris J.H. Grosheide zijn voorontwerp in van een wet op het basisonderwijs. Het was de bedoeling dat er over dit stuk een discussie zou ontstaan onder degenen die bij het onderwijs betrokken waren. Na verwerking van de kritiek zou dan een wetsontwerp komen.

Uit de discussie kwam niet alleen naar voren dat de ouders er niet bij betrokken waren, maar vooral dat het te betreuren was, dat kleuter-en lager onderwijs nu toch gescheiden waren. Men kon beter direct met een nieuwe opzet van deze twee als één onderwijsvorm komen.

Toen in 1971 staatssecretaris Schelfhout mr. Grosheide opvolgde, kondigde deze een wetsontwerp aan, waarin de integratie van kleuter-en lager onderwijs geregeld zou worden. Hij zou dit doen, mede aan de hand van experimenten.

In mei 1973 trad echter het kabinet-Biesheuvel af, waardoor de staatssecretaris zijn werk niet kon afmaken. Dan komt het inmiddels demissionaire kabinet-Den Uyl. In zijn regeringsverklaring zei de minister-president o.m.:

”.... In het najaar wordt een begin gemaakt met de experimenten met betrekking tot de integratie van het kleuter-en lager onderwijs”.

Minister van Kemenade heeft dit ook waar gemaakt. In zijn eerste onderwijsbegroting kende hij voorrang toe aan de integratie van k.o. en l.o.: het volledig samenvoegen van beide schooltypen tot één basisschool.

Op 20 december 1973 installeerde deze minister dan de Innovatie Commissie Basisonderwijs met als voorzitter de heer M. Baayens (Innovatie = het proces van vernieuwen).

Zie voor persoonlijke gegevens over hem het interview. Deze Innovatiecommissie (ICB) moet dan de hele operatie gaan voorbereiden en de minister adviseren in de problemen die zich voor zouden gaan doen. Zij houden hem dan tevens op de hoogte van de vorderingen van de experimenten.

De adviezen van de ICB

Van de hand van de ICB verschenen inmiddels 5 adviezen aan de minister van onderwijs en wetenschappen. Deze zijn alle vijf gepubliceerd (U kent ze wel, kleine rode boekjes, in formaat te vergelijken met dit blad):

1. juni 1974: De keuze van de scholen, waarmee in augustus 1974 voorbereidingen tot de samenwerkingsexperimenten een aanvang kunnen nemen.

2. maart 1975: Op weg naar één basisschool.

3. juni 1976: "Traditionele vernieuwingsscholen" en het innovatieproces basisschool.

4. augustus 1976: schoolwerkplanontwikkeling en de samenwerkingsexperimenten.

5. augustus 1976:

Plan voor activering van het innovatieproces basisschool.

De bespreking van de eerste twee adviezen kan ik hier achterwege laten. In no. 3 van de 4e jaargang (jan. 1976) van Criterium hebben de heren Trouwborst en Dubbeld u hierover ingelicht. We volstaan dus, wat die adviezen betreft, u naar dat artikel te verwijzen.

Het derde advies

Dit advies geeft de plaats aan van de zgn. traditionele vernieuwingsscholen binnen het hele innovatieproces. Zulke scholen zijn dan: Jenaplan-, Montessori-, en Vrije scholen. Van deze scholen wordt ook een bijdrage verwacht. Niet dat deze scholen moeten vernieuwen, maar zij kunnen op gtond van hun ervaringen, veel informatie opleveren. Om deze ervaringen toegankelijk te maken, zal er een landelijk onderzoek op deze scholen gedaan worden. De commissie die hiermee belast is, zou nog dit jaar een eindrapport kunnen opstellen. Het is de bedoeling later over deze materie een vervolgadvies te doen verschijnen.

Het vierde advies

Dit advies handelt over het ontwikkelen van schoolwerkplannen. Dit is geen kwestie van het aan elkaar lijmen van speelwerkplan van de kleuterschool en leerplan van de lagere school. Er moet een geheel nieuw schoolwerkplan ontstaan, waar ook anderen gebruik van kunnen maken.

De SLO (Stichting Leerplan Ontwikkeling) zal hierin een voorname rol gaan spelen. De leerplannen dienen wel te ontstaan vanuit een concrete schoolsituatie. De scholen worden daarbij geholpen door de Schoolbegeleidingsdiensten, de SLO en onderzoekinstituten.

De richtlijnen ten aanzien van inhoud en vorm ontleent elke school aan zijn onderwijsleerplan. Dit bevat algemene uitspraken over de doelstellingen en organisatie van deze school.

Er wordt een verschuiving geconstateerd van gesloten naar open werkplan: andere organisatie van leren en de inhouden, een minder overheersende rol van de intellectuele ontwikkeling. De rol van de leerling en de leerkracht verandert.

Het vijfde advies

Dit advies laat een belangrijke verbreding zien van het innovatieproces. Steeds meer scholen worden actief betrokken bij het vernieuwingsproces. Het aankomende cursusjaar ('77-'78) zal een proefjaar voor ongeveer 100 combinaties van scholen zijn. Daarna komt er jaarlijks een toename met 500 scholencombinaties tegelijk. Ook scholen van het buitengewoon onderwijs zullen hieraan meewerken. Verder gaat dit advies in op het waarom van de basisschool, de onderlinge communicatie van de deelnemende scholen, het juridisch-administratief aspect van de zaak en de toewijzing van verschillende faciliteiten (kostenvergoedingen enz.).

Na enkele voorwaarden voor de deelnemende scholen, besluit dit advies met de organisatieopzet van dit activeringsplan: een beschrijving van het verloop van het hele plan. Voor 1 januari 1978 volgt dan het eerste voortgangsadvies.

Het buitengewoon onderwijs

In het bestek van dit artikel heb ik het buitengewoon onderwijs buiten beschouwing gelaten. Een speciale commissie uit de ICB heeft zich daarmee bezig gehouden. Het resultaat waren twee discussiestukken, verschenen in december '75 en mei '76.

Wat staat ons te doen?

De basisschool ligt in de nabije toekomst. Wij zullen ook met onze scholen aan moeten passen, of we willen of niet.

Daaruit blijkt weer eens de noodzaak van een combinatie van eigen kleuterschool en eigen lagere school.

Als Werkgroep Integratie K.B.O. volgen we de ontwikkelingen hierboven beschreven op de voet. Bovendien zijn we zoveel mogelijk praktisch bezig aan leerplanstudie en - ontwikkeling. De werkgroep zal verder verschillende suggesties die de heer Baayens ons deed, uit gaan werken. Voor ons waren zijn opmerkingen waardevol. Als het enigszins mogelijk is zullen we nu al mee moeten doen met het proces wat gaande is. We zullen een vorm moeten vinden waarin we met behoud van eigen identiteit, toch basisschool zullen zijn om aan de wet te voldoen. Ons overleg met de voorzitter van de Innovatiecommissie hierover is nog niet beëindigd. Gediend door zijn

adviezen hopen we zo'n vorm te vinden. Het geheel vraagt tijd en kracht. We hopen die te mogen ontvangen in het besef dat het niet voor ons is, maar voor onze kinderen in de school van straks. Een basisschool die ook dan als basis Gods Woord, de daarop gegronde belijdenis en levensbeschouwing zal moeten hebben.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.