+ Meer informatie

HET HUWELIJK

3 minuten leestijd

Het aangaan der verloving (II).

9.

Het aangaan der verloving (II).

Misschien is er nog nimmer een woord over gesproken door twee jonge mensen. En toch hebben ouders en vrienden reeds iets bemerkt. Het is onder alle omstandigheden niet even gemakkelijk erover te beginnen.

De gedachten vermenigvuldigen zich. Er zijn zoveel dingen, die overwogen moeten worden. Vooral van de zijde van de jonge man kunnen zich zoveel bezwaren opdoen. Over enige van deze dingen, die tevoren dienen overwogen te worden, alvorens de beslissende stap wordt gedaan, wensen wij later nog wel iets te zeggen. Wij zeggen, dat de jonge man het meest redeneert. Dat bij hem deze overwegingen zich het eerst voordoen, is toch van zelf' sprekend. Het eerste woord moet van hem uitgaan. Dat brengt de natuur mede. Dat meisjes zich zover vergeten, dat zij het eerste er over beginnen, verdient in het algemeen geen goedkeuring. Er'is bij meisjes soms een vragen met de ogen, met een algemeen gedrag, met allerlei gezegden, die er zo even langs gaan, met allerlei opzettelijke attenties. De wijfelende jonge man wordt zo weieens aangemoedigd, moet wel eens een duwtje hebben. Toch is het goed, dat hij zich van zijn verantwoordelijkheid bewust is. Bovendien, er moet een keuze in zijn hart vallen. Wel hem, die een plaats mag hebben aan de genadetroon met deze zaken. Die biddend onderzoeken mag, wat de weg is, die hij heeft te bewandelen.

Ons huwelijksformulier zegt, dat God nog heden ten dage aan een iegelijk zijn huisvrouw als met Zijn hand toebrengt. De Heere spreekt door de weg Zijner voorzienigheid, door omstandigheden, door Zijn Woord en wet. Die omstandigheden dienen wij nauwkeurig en biddende te overwegen, wij mogen wijsheid van de Heere vragen, want die wijsheid ontbreekt, dat hij ze van God begere. Zo mogen wij werkzaam zijn en middelen gebruiken, en gadeslaan of onze weg voorspoedig wordt gemaakt.

Zie tot een voorbeeld Eliëzer, de dienstknecht van Abraham. Al deed die man het niet voor zichzelf, hij wandelde als een getrouwe knecht in een rechte weg. Hij sloeg niet alleen biddend de weg der middelen in, maar overwoog steeds weer of hij in Gods weg was. Daarom lezen wij van hem (Gen. 24 : 21): n de man ontzette (verblijdde en verwonderde) zich over haar, stilzwijgende, om te merken, of de Heere zijn weg voorspoedig gemaakt had, of niet. Aan dit: of niet' zit heel wat vast. Niet alleen in deze zaken, ook in allerlei zaken in het leven zijn wij wel bereid om voorspoed bij de Heere te zoeken. Eerst kiezen wy en dan zoeken wij bij de Heere om het te verkrijgen, met gebeden en smekingen desnoods, wat wij tevoren hebben gekozen. Maar als het niet gaat; als de weg zich toesluit; als het afgebroken wordt, dan valt het bij ons verkeerd. Dan kunnen wij de Heere daarvoor niet erkennen. — Misschien jaren later.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.