+ Meer informatie

COMMUNICATIE VAN HET EVANGELIE ONDER MOSLIMS

16 minuten leestijd

Voortbouwend op wat in de eerste lezing reeds opgemerkt is over het hoe en wat van de ontmoeting met moslimse medelanders, mag ik verder ingaan op de communicatie van het evangelie in die ontmoeting. We ontmoeten moslims immers niet vrijblijvend en met onverschilligheid, maar zijn geroepen te getuigen van Jezus Christus, onze Heiland, en te wijzen op de enige weg ter verlossing die God door Jezus geopend heeft. Kenneth Cragg, een Anglicaanse bisschop en islamkenner, zegt het zo: Wij verkondigen Christus om de enige toereikende reden, namelijk dat Hij verdient om verkondigd te worden! En daarbij gaat het er ons niet om de landkaart christelijker te maken, maar om Christus in een wijdere kring bekend te maken.

Het is mijn ervaring dat moslims dikwijls eerder een gesprek over geloof beginnen dan wij christenen, en dat zij het op prijs stellen herkenbare christenen te ontmoeten, mensen die voor hun geloof uitkomen, beter gezegd voor lemand uitkomen. In feite verwachten zij van christenen dat zij de naam van Jezus belijden. Zij hebben vervolgens ook onmiddellijk een reactie: wat christenen belijden aangaande God en Jezus Christus kan niet waar zijn. Een Drieëenheid is voor hen een absurditeit. Moslims hebben met het christelijke belijden grote moeite, sterker noch, verwerpen het kernbelijden van Gods zelfopenbaring in Jezus Christus als blasfemie, evenals de Joden.

In de ruim twaalf jaar dat ik nu werkzaam ben bij de stichting Evangelie en Moslims, ben ik meer en meer gaan ontdekken waardoor moslims in net getuigenis van christenen aangesproken worden. Wij westerlingen denken bij de communicatie van het evangelie dikwijls aan een activiteit van de hersenen: het verstand van de ander dient overtuigd te worden. De ander moet zicht krijgen op het evangelie d.w.z. hij of zij moet het gaan begrijpen. We doen ons best om materiaal te produceren dat de bijbelse boodschap uitlegt op een manier dat een moslim het kan begrijpen. We gaan in gesprek en trachten de ander rationeel te overtuigen.

Er zijn moslims die op die manier aangesproken worden. Ik denk aan allochtone studenten op de universiteiten die wel houden van een stevige discussie. Ik denk aan vluchtelingen onder ons die in hun thuisland al een gedegen opleiding genoten hebben. Maar de praktijk leert dat veel migranten in onze samenleving de gedachtengang vaak niet kunnen volgen en geen behoefte hebben aan een voor hen ingewikkeld gesprek. Daarbij speelt ook een rol dat christenen vaak antwoorden geven op vragen die zij helemaal niet stellen. Er wordt niet echt ingegaan op hùn vragen en noden.

De praktijk van het evangelisatiewerk leert dat moslims die christen zijn geworden, gewoonlijk niet overtuigd werden door schone redenaties, maar door bepaalde ervaringen. Het non-verbale ging vooraf aan het verbale. Daar wil ik puntsgewijze kort op ingaan.

1. Dromen en visioenen, wonderen of wonderlijke gebeurtenissen
Steeds weer hoor ik van hen die christen zijn geworden, verhalen over hoe God persoonlijk tot hen sprak door een droom of een visioen. Misschien dat zij ook christenen ontmoet hebben die hun het evangelie verkondigd hebben, maar zij spreken over een bijzondere ervaring met God.

Zo ontmoette ik een man die een belangrijke positie had gehad als een islamitische sjeik. Hij was een moslimgeleerde die gespecialiseerd was in de hadieth, de overleveringen van de profeet Mohammed. Ruim tien jaar geleden maakte hij iets bijzonders mee tijdens de pelgrimage.

Daar in de heilige moskee van de heilige stad Mekka, terwijl hij met vele andere pelgrims de omgang om de Ka’ba maakte, zag hij plotseling aan de hemel duidelijk Jezus Christus. Hij wist zeker dat het om “de profeet” van de christenen ging, ook al sprak deze Persoon niet tot hem. Dit maakte zoveel indruk op hem dat hij, toen hij terug was in zijn land, naar christenen ging om van hen meer te weten te komen over het leven en werk van de Here Jezus. Zo leerde hij Christus kennen. Het onderwijs ging niet vooraf aan zijn christen zijn, maar volgde op een bijzondere ontmoeting met Christus.

2. Liederen en muziek
Het tweede waarop ik kom, is de impact van liederen en muziek. Het treft mij steeds weer hoe men kan genieten van muziek en liederen. Christenen zijn rijk aan liederen en psalmen. Er kan naar hartelust gezongen worden in de diensten. In de moskee wordt niet gezongen en is geen muziek. Hier klinkt de recitatie van de korantekst, iets dat trouwens ook mooi kan klinken. Ik wil beslist niet negatief doen over het reciteren van teksten of over de oproep tot gebed die soms ontroerend mooi kan klinken. Maar ik ben mij ervan bewust dat wij bevoorrecht zijn met muziekinstrumenten die ingeschakeld mogen worden, en met de vele liederen en de velerlei wijzen waarop wij Gods grootheid en goedheid kunnen bezingen.

Moslims die een samenkomst met christenen meemaken, worden daar dikwijls door aangesproken. Op onze bijeenkomsten voor Arabische christenen wordt veel en enthousiast gezongen. In het contact met moslims gebruiken wij cassettes met mooie Arabische en Turkse liederen met oosterse en westerse wijzen.

Ook hier dus weer het gegeven dat velen niet allereerst door een rationele uiteenzetting van de christelijke leer worden aangesproken, maar door iets dat een gevoelige snaar in hen kan raken.

3. Gebed voor en bidden met moslims
Als iets van wezenlijk belang is in het getuigenis onder moslims, dan is dat het gebed voor hen en het bidden met hen.

a. Bij velen in ons land is een diepe aversie tegen de islam en tegen moshms.

Gevoelens bedreigd te worden door de opkomende islam en de gedachte dat Nederland veranderd is door de komst van buitenlanders, maakt dat mensen erg negatief tegen buitenlanders aankijken. Men heeft het niet over Ahmed of Fatima, iemand die men persoonlijk heeft leren kennen, maar over “de buitenlander” of “die moslim”. Helaas is dat ook onder veel christenen het geval. Juist zij zouden moeten weten dat het gaat om mensen met een naam, gekend en bemind door God. Wat is het een antigetuigenis als ons denken over hen niet mild en “gezouten” is. Wat komt er over van de boodschap van Gods liefde voor mensen als woorden niet gepaard gaan met daden van liefde?

Ik zou christenen die zich bedreigd voelen door allerlei ontwikkelingen en negatief denken over moslims, willen oproepen om voor hen te bidden. Dan is er sprake van een driehoeksrelatie en zien we de dingen en zien we de ander in Gods licht. Anders gezegd: we worden er meer bij bepaald hoe God hen ziet en hoe God ons ziet en dat er voor ons geen reden is ons te verheffen boven de ander. Als we zo naar hen leren kijken, a.h.w. met de ogen van Christus, zullen we ook in Christus’ naam iets voor hen kunnen betekenen.

b. Niet alleen het gebed vóór moslims is belangrijk. Het is belangrijk en dikwijls ook mogelijk mét moslims te bidden. Een predikant uit Amstelveen zei onlangs: Ik bid meer met buitenlanders dan met Nederlanders. We bedoelen nu geen interreligieuze diensten als een hoogstandje van tolerantie en ruimdenkendheid, maar het uitspreken van een gebed als bij moslimse vrienden noden en moeiten zijn. Soms worden christenen gevraagd om te bidden. Moslims kunnen getroffen worden door de wijze waarop christenen God eenvoudig vragen om genezing of uitkomst.

Ik bedoel met “eenvoudig” zonder hocus-pocus en omhaal van woorden. Eens bezocht een Marokkaanse man mij met de vraag of ik wilde bidden voor een zieke neef en een bezeten nicht. In het gezin van zijn broer waren grote “problemen” en men was al naar een fqie, een Marokkaanse koranleraar en wonderdokter, en naar een joodse wonderdokter geweest, maar er was nog geen oplossing voor de problemen. Ik weet dat de man van mij als een soort christelijke wonderdokter magische handelingen verwachtte, maar ik heb hem uitgelegd wat bidden voor christenen inhoudt en eenvoudig hebben we de noden in gebed bij God gebracht.

Het gebeurt natuurlijk niet zo vaak dat moslims gebed vragen, want moslims hebben wel grote bezwaren tegen het al te vertrouwelijk spreken over God. Bij het verrichten van de islamitische gebeden wordt onderstreept dat God de totaal andere is en dat de mens slechts een abdallah, een dienaar van God is.

Maar als zij ontdekken dat christenen vertrouwelijk èn tegelijk vol eerbied en ontzag bidden tot hun hemelse Vader en Hem danken voor zijn gunstbewijzen, kan een negatief beeld van de christenen veranderen.

4. Het leven van christenen
Het evangelie dat handen en voeten krijgt in levens van christenen, is dikwijls het eerste wat zij vernemen van het evangelie. Het is de eerste “bijbel die zij lezen”. Christenen die de ander tegemoet komen en bereid zijn met hem of haar óm te gaan en iets van zijn cultuur willen leren, misschien zelfs iets van zijn taal, bereiken het hart van de ander. Het valt mij op dat diegenen die zo toegewijd bezig zijn en trouw blijven in het contact met de ander, die dat niet als een last maar als iets ontspannends en verrijkends ervaren, de ander ook het meest te zeggen hebben. Woord en daad komen dan bij elkaar. Soms kan er meer gezegd worden door daden dan door woorden. Het opent vaak een deur voor het horen of lezen van de bijbelse boodschap.

Niet alleen het leven van de individuele christenen, maar ook de wijze waarop christenen als gemeenschap met elkaar omgaan is van belang. Tweestrijd en onenigheid onder christenen is een antigetuigenis. Maar van christenen die een eenheid vormen en aandacht en liefde voor elkaar hebben als broeders en zusters gaat een krachtig getuigenis uit. Het gebeurt nogal eens dat moslims opgenomen worden in een nieuwe gemeenschap en ontdekken wàt mensen hier samenbindt. De islamitische eenheid is gebaseerd op de gezamenlijke onderwerping (de betekenis van het woord islam). Zij beleven dat in het bijzonder wanneer zij in de moskee de gebeden verrichten, wanneer zij als gemeenschap de plicht van het vasten volbrengen in de maand Ramadan, wanneer ze massaal de bedevaart naar Mekka maken. De eenheid van christenen is in haar ene Hoofd Jezus Christus en in wat de kerk als kinderen Gods ontvangt van Hem. Die eenheid wordt beleefd in de erediensten en wel in net bijzonder wanneer het Avondmaal gevierd wordt. Die eenheid, nogmaals, wordt geschonken, is aanwezig waar Christus als Hoofd van zijn gemeente erkend wordt. Soms komen moslims in contact met zo’n gemeente en worden christen vóór zij weten waar het om gaat in het christelijke geloof. Het onderwijs volgt op de keuze om bij een christengemeenschap te behoren. Ze hebben ontdekt dat wat Jezus zegt over nederigheid en het willen dienen waar blijkt te zijn onder zijn volgelingen. Zij hebben ontdekt dat hier geen geroddel en jaloezie is, maar juist vertrouwen, iets wat voor hen zeer veel kan betekenen.

5. Verhalen, namen en begrippen van de bijbel
“Last but not least” de bijbel als evangelisatiemiddel. Want in de communicatie van het evangelie is de bijbel het boek bij uitstek. De stijl, taal, wijze van denken en de cultuur van de bijbel zijn zeer herkenbaar voor moslims die uit een leef- en denkwereld komen die daarmee te vergelijken is. Hun cultuur stemt in ieder geval meer dan onze westerse cultuur overeen met de cultuur waarin de bijbel ontstond. Het Hebreeuwse beeidende denken van de bijbel sluit nauw aan bij hun denken.

Allerlei situaties en gedachtengangen, vooral ook gelijkenissen en spreuken, spreken hen aan en prikkelen tot een verder lezen. Begrippen als gastvrijheid, de bruidsschat, de besnijdenis, zegeningen en vervloekingen, om er slechts enkele te noemen, zijn hun vertrouwd. De tekst over “het boze oog” in Mat. 20:15 heeft geen toelichting nodig. Zij weten dat het boze oog het oog is van iemand die op het bezit van een ander uit is, de jaloerse blik die kwade machten losmaakt.

Niet alleen dit aspect van de overeenstemmende cultuurelementen doet moslims soms geboeid de bijbel lezen. Ook het feit dat veel bijbelse namen, begrippen en verhalen hun (oppervlakkig gezien) vertrouwd zijn. Sporen van het bijbelse getuigenis zijn terug te vinden in de koran. Moslims lezen in hun boek over Adam, Abraham, David en Jezus. Een aantal bijbelse verhalen keert fragmentarisch terug in de koran. Ze lezen herhaaldelijk dat God de Barmhartige, de Genadevolle, de Vergevende is. In de bijbel kunnen zij meer lezen over deze namen, verhalen en begrippen.

Voordat ik daar meer over zeg, moet ik eerst iets zeggen over een obstakel dat er ligt, namelijk de zogenaamde “vervalsing van de bijbel”. De bijbel is in de ogen van moslims een onbetrouwbaar boek. De oorspronkelijke geschritten van joden en christenen zou-den wel goddelijk gezag gehad hebben, maar mensen hebben aan die origineel goede tekst gesleuteld door er van alles aan toe te voegen en weg te laten en te veranderen. Deze visie op onze Schrift belemmert moslims om de bijbel te gaan lezen.

Ik herinner mij dat mijn vriend Moestafa met zijn broer Ahmed, die net uit Marokko was gekomen, mij bezocht. Moestafa had hem verteld dat ik een koran in huis had en dat ik ook wist wat erin stond. Ahmed vroeg mij al gauw de koran te laten zien. Toen ik hem mijn exemplaar toonde, vroeg ik hem of hij wel eens een bijbel gelezen had. Ja, ja, zei hij mij. Maar toen ik hem daar meer over vroeg, verklaarde hij mij: ja ik heb de bijbel gelezen, want ik heb de koran gelezen. Dat was een wat wonderlijk antwoord, maar vanuit zijn visie klopte dat. Want alles wat in de bijbel staat en ook echt van God komt, staat ook in de koran. De koran is feilloos, van kaft tot kaft boek van God, en de bijbel bevat delen die daar mee overeenstemmen, maar ook delen die niet kloppen. Ahmed had zich gehouden aan wat islamitische leermeesters hun leerlingen adviseren: hou het bij de koran, die is algenoegzaam, om een term uit onze christelijke dogmatiek te gebruiken; bij de bijbel begeef je je op glad ijs. Toch heb ik Ahmed uitgenodigd te lezen in het boek van de christenen.

Ik zie het steeds weer als een uitdaging om moslims tot een daadwerkelijk lezen van de bijbel te brengen. Want ik weet dat velen, als zij eenmaal over de drempel van de zgn. “vervalsing van de bijbel” heen zijn gekomen, enorm geboeid kunnen worden door wat ze erin lezen. En door de kracht van Gods Geest en Zijn Woord krijgen ook moslims zicht op wie God is in de Here Jezus Christus.

Jezus in koran en bijbel

Tenslotte iets over de persoon van Jezus in de koran en de bijbel. Over Jezus wordt in de koran gesproken als nabi ‘Isa, ibn Marjam, de profeet Jezus, de zoon van Maria. Zo’n 90 teksten van de koran zijn aan hem gewijd. Maar hij is een profeet, niet meer dan dat. En hij is zoon van Maria, niet de Zoon van God.

Eén van de kernverzen is soera 4:157. Daar wordt nadrukkelijk ontkent dat Hij gekruisigd zou zijn. Er staat: (de joden zeggen) wij hebben de Masieh (de Messias) ‘Isa, de zoon van Marjam, Gods gezant gedood. (Maar) zij hebben hem niet gedood en zij hebben hem niet gekruisigd; het werd hun gesuggereerd.

Aisha, dochter van een Noordafrikaanse marabout, leerde van jongs af aan teksten van de koran uit haar hoofd. Als tiener al kon zij het hele boek in de Arabische taal memoriseren, uit haar hoofd reciteren. Maar iedere keer als zij bij dit vers kwam snapte zij iets niet. Hoe is het mogelijk dat er staat: het werd hun gesuggereerd? In het Arabisch gaat het slechts om twee woorden: shoebiha lahoem. Het passivum (werd gesuggereerd) geeft aan dat God het deed. God deed het de joden voorkomen alsof Jezus gekruisigd was, terwijl dat niet het geval was. Dat snapte Aisha niet. Waarom bedroog God mensen? Wat was het doel hiervan? Met die vraag heeft zij lange tijd geworsteld, totdat zij christenen ontmoette en de bijbel las en ontdekte dat Jezus wel gekruisigd is, en ook weer is opgestaan uit de dood. Hieruit blijkt dat moslims soms door het lezen van de koran op zoek gaan naar het boek en de profeet van de christenen.

Toch is het vers voor veruit de meeste moslims het bewijs dat Jezus niet gekruisigd is. De opstanding van Jezus Christus komt niet in het vizier. Het is opvallend dat de koran verder niets vermeldt over Gethsemane, Golgotha en het lege graf. In de evangeliën gaat het uitvoerig om de lijdensverhalen. In de koran gaat het, als het om Jezus gaat, vooral om zijn wonderlijke geboorte en de wonderen die hij als staaltjes van machtsvertoon verrichtte. Er worden mirakelen vermeld die ten dele uit de apocriefe evangeliën komen. In de koran treffen we geen locatie van gebeurtenissen aan. Alleen een vage aanduiding waar de geboorte van Jezus plaats gevonden zou hebben, namelijk onder de palmboom. Maar dit verschilt geheel en al met de plaats en tijdsaanduidingen in de bijbel: daar komen plaatsaanduidingen als Bethlehem, Galilea, Jeruzalem, Gethsemane en Golgotha naar voren en namen als Herodes, Kajafas en Pilatus om de tijd waarin dit alles gebeurde aan te geven.

In de bijbel lezen we voortdurend “en het geschiedde”. Het gaat om heilsgeschiedenis. Wat toen en daar gebeurde is van belang. Maar in de koran is nauwelijks aandacht voor de historie. Het accent ligt op het vrome voorbeeld van de profeten dat navolging verdient. Dat zijn wezenlijke verschillen. Voor moslims zal daarom pas duidelijk worden wie Jezus Christus werkelijk is als die Naam, die zij kennen vanuit de koran, voor hen gaat leven als de Jezus van Nazareth in wie God Zelf tot ons is gekomen. Woorden, namen en verhalen hebben in Mekka een andere betekenis dan in Jeruzalem. Als christenen iets duidelijk willen maken van de woorden van Jezus zullen zij zich in moeten zetten om moslims de geestelijke reis van Mekka naar Jeruzalem te laten maken, zo benadrukt Cragg. Woorden die moslims vertrouwd zijn en in een islamitische context staan, dienen verstaan te worden in de bijbelse context.

Communicatie van het evangelie is geen afvuren van christelijke opvattingen in de richting van moslims. Het is geen gebeuren op afstand, maar vraagt ontmoeting met en oprechte belangstelling voor deze naaste en bereidheid te luisteren; en zo met het evangelie bij de ander zijn en ontdekken hoe God tot de ander, maar ook opnieuw tot ons, spreekt door zijn Woord en in Jezus Christus, het vleesgeworden Woord.

Literatuur

K. Cragg, Jesus and the Muslim, London, 1985

S. Syrjänen, In search of Meaning and Identity - Conversion to Christianity in Pakistani Muslim Culture, Helsinki, 1984

Themanummer van Kerk en Theologie: Kerk, moskee en theologie, okt. 1993

Brochure 3 “Getuigen onder moslims” en 4 “de koran” van Evangelie en Moslims, Amersfoort (033-611949)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.