+ Meer informatie

Het paard Bles

OPSTEL VAN DË WEEK

4 minuten leestijd

Oplossing wirwar-puzzel vorige week

Maar ijzerdraad gaat ook best. Desnoods rol je er wat groen crêpepapier om. Hoeveel je er maken wilt mag je natuurlijk weer zelf weten. Drie staat erg mooi in een grote fles of kruik. Een oneven aantal staat beter dan een even. Er komt de volgende keer nog een bloemenaflevering. Bewaar daarom deze rubriek. Misschien heb je hem nog nodig. Veel succest

Je zag natuurlijk al gauw dat het door elkaar heen getekende letters waren, die uit cijfertjes bestonden. Welnu, als je eerst de letter nam, die door de 1-tjes gevormd werd, daarna de letter van de 2-tjes gemaakt, enzovoort, luidde het antwoord op de vraag „Wat stelt dit voor?": NIETS

Ik ben een paard. Een heel mooi paard. Weet je wel zo'n mooi bruin paard, met zo'n glanzende rug. Die zo glimt dat je je er haast in kan bekijken, zo glimmend. Met een hele lange staart. Hij hangt haast op de grond. Ik ben er heel trots op.

Maar het is weleens gebeurd, dat het jongetje van de boer er aan kwam met een schaar. Het is een

DOOR W. G. VAN DE HULST
815. Eerst nog even de gordijntjes voor de ramen goed dichtschuiven, dat 't geflakker van het licht der teertonnen en van de feeststoeten — met flambouwen, die voorbijkomen, niet zo onrustig naar binnen komt.... Ze is klaar. Ze stapt in bed met haar ene voet. ....Ligt er iets kouds in bed? Och, dat verbeeldt ze zich maar: ze is zo onrustig. Ze heeft zich zeker vergist. Ook haar Andere voet gaat naar binnen. En nu zit ze keurig rechtop en strijkt nog eens, vóór ze liggen gaat, zorgzaam de dekens en het laken glad en net.

Dto....? Bah! Wat is dat nou? Wéér dat koude aan haar voet? Ze strekt zich uit. O, ook aan haar endere teen dat koude....

Ze' voelt met haar hand, ze grijpt... ze grijpt: een — vinger.

Met plaatjes van Willem O. van de Hulst jr.
816. Oeil Oei! Een ijskou huivert door haar lijf.

Gillend vliegt ze haar bed uit; de glad gestreken dekens en lakens slieren haar na. „Oei....! Oei....! O, o Driekus! Driekus!" Maar Driekus is zo ver. Louw! Louw dan....! Maar hoe zal hij haar, door het feestrumoer heen, horen in de andere wagen? Haar rug gedrukt tegen de deur staat ze in grote angst naar de donkere bedstee te staren, de bedstee met de vinger; — alsof daar zo dadelijk iets vreselijks uit te voorschijn zal springen. Maar — ze grijpt moed! Drie, vier moedige stappen vooruit: ze heeft al wat kleren weggegrist van de stoel, ze ijlings aangeschoten. Dan vliegt ze weg, vergetend al haar netheid, langs- het feestgewoel heen naar het luikje van Louw. Ze bonst, bonst.... erg lief jongetje, dus bleef ik staan en liep niet weg. Hij klom over het hek en opeens hoorde ik a,ohter me knip, knip. Nog steeds had ik nergens geen erg in. Het jongetje ging weg. En ik ging rustig door met grazen. Het was warm weer en dan komen er altijd van die vieze dieren op m'n rug zitten ze prikken en kriebelen heel erg. Ik dacht: „Nou dan sla ik met mijn staart".

Ik wilde hup, mijn staart in de lucht gooien. Maar o wee dat ging niet meer, want hij was afgeknipt. Ik schrok heel erg en had erge kriebel van al die vliegen. Ik voelde me erg verdrietig, want o m'n staart was er af. Je begrijpt, ik voelde me maar een half paard meer, zo zonder die pracht van een staart. Later toen ik verder liep te grazen zag ik een bos haar liggen en ja hoor het was mijn staart.

Gelukkig voor mij was hij weer gauw aangegroeid. Maar ik heb toch een paar weken er maar raar bij gelopen. Maar eens, dat was heel fijn kwam op een morgen het jongetje weer aanlopen. Hij kwam heel vriendelijk naar me toe. En hij zei: „Ik zal jou eens heel mooi maken". Hij haalde een rode strik uit zijn broekzak en bond die heel voorzichtig om mijn staart. Ik was zo trots als een pauw, je weet wel dat zijn van die mooie vogels die altijd hun veren uitzetten. En ik voelde me de hele dag mooi. 's Avonds heeft de boer hem er weer afgehaald. Hij zei: „Bles, je verjaardag is nu voorbij dus de strik wordt voor het volgende jaar opgeborgen".. Nu ja, ik vond dat ook wel goed, want ik heb Merza het paard van de buren nooit met een strik rond zien lopen. Dus het zal wel iets bijzonders geweest zijn. Je hebt vast wel begrepen, dat ik ; al ben ik ook maar een paard, toch heel wat mee kan maken.

Nelleke Wander, Sperwer straat 37, Dordrecht (13 Jaar)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.