+ Meer informatie

Hoefijzer

3 minuten leestijd

Deze provincie, het 'vreemde aanhangsel' van Nederland, heeft de laatste decennia ingrijpende ruimtelijke veranderingen ondergaan. Op deze pagina komt een aantal aspecten daarvan aan bod, waarbij de nadruk valt op de wijzigingen in de stedelijke structuren en op het zuidelijk deel van de provincie. Daar manifesteert de omschakeling zich namelijk het duidelijkst. Door de steenkoolwinning, ijzergieterijen en aardewerkindustrie ontwikkelde Limburg zich vanaf het begin van deze eeuw in snel tempo tot een van de meest geïndustrialiseerde en verstedelijkte provincies van Nederland. Dit gebeurde met name waar de mijnbouw tot ontwikkeling kwam, dus in het zuidelijke deel. De verstedelijking was zo sterk, dat Zuid-Limburg na de Randstad het dichtstbevolkte deel van ons land werd. ... De stedelijke structuur in ZuidLimburg kenmerkt zich door een hoefijzerachtige vorm die het nog relatief lage heuvelland omgeeft. Een drietal stadsgewesten vormt een band van steden van Maastricht via de westelijke mijnstreek naar het oostelijk mijngebied (met als centra Heerlen en Kerkrade). Hier étï daar g^Sh'al stemmen .óp* dit verstedelijkte gfebiéd "Randstad Limburg" te noemen! De grootscheepse verandering van Zuid-Limburg van een grauw, vervuild mijnbouwgebied naar een schoon en prettig leef- en werkgebied wordt vaak betiteld als de omschakeling van zwart naar groen. De kleuren spreken voor zich. Deze omschakeling heeft zich in amper een kwart eeuw voltrokken. Dozen vol plannen, nota's, studies, schema's en dergelijke zijn er bij elkaar geschreven. Door de elkaar snel opvolgende sociaal-economische ontwikkelingen zijn vele plannen al achterhaald voor ze ook maar enigszins aan uitvoering toe zijn.

Provinciale Staten maken de streekplannen. Zo verscheen er kort geleden een geheel herzien streekplan Zuid-Limburg. Wat wil de provinciale overheid met het zuidelijkste stukje Nederlatid? Voor de inrichting van de stedelijke gebieden staat als hoofdlijn geformuleerd: „Het beleid is gericht op een voortgaande concentratie van bevolking en activiteiten alsmede van de daarmee verbonden bebouwing binnen de stedelijke gebieden" (Streekplan Zuid-Limburg, 1987).

Verderop worden de instrumenten vermeld om het verstedelijkingsproces in de stedenband Maastricht-Sittard-Heerlen in goede banen te leiden: „De instrumenten voor toegespitste inrichting, herstructurering en stadsvernieuwing dienen een bijdrage te leveren aan de verhoging van de kwaliteit van de stedelijke gebieden". % Figuur 1. Verstedelijking in de oostelijke mijnstreek: Heerlen en omgeving.

Over de grenzen sluit deze stedenband aan op het agglomeratiegebied van Luik in België en dat van Aken in de BRD.

Het grootstedelijk gebied dat zo gevormd is, heeft nu zo'n 3,5 miljoen inwoners, die een gunstig draagvlak vormen voor allerlei economische activiteiten.

Het ontstaan van die stedelijke hoefijzervorm kan grotendeels verklaard worden met behulp van de relatieve ligging. De aanwezigheid van steenkool en de transportassen liggen ten grondslag aan deze stedelijke structuren.

In Zuidwest-Limburg bepaalden de van zuid naar noord lopende Maas en het latere Julianakanaal en nog weer later de autosnelweg de vestiging van de inrichtingselementen voor wonen, werken, verkeer en verzorging. De oostelijke boog van het hoefijzer is grotendeels te verklaren met behulp van de geologie:-' f

De steenkbollagëri liggen onder^ gronds gestrekt in zuidoost-noordwest-richting. Ten zuidwesten van de lijn Geleen-Aken worden echter geen bruikbare steenkoollagen aangetroffen, zodat de winning van steenkool en de groei van de mijnsteden zich concentreerden aan de noordkant van deze lijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.