+ Meer informatie

De Heidelbergse Catechismus

5 minuten leestijd

(6).

Zacharias Ursinus (2) In Breslau

In deze stad werd hij door de raad benoemd als vierde docent aan de Elisabetsschool, die hij vroeger zelf bezocht had als leerling.

Deze benoeming bracht mee, dat hij o.a. het Examen ordinandorum van Melanchton moest verklaren.

Intussen was de rust in de Hervormde kerken geweken door ernstige meningsverschillen over de Sacramentsleer, ook in Breslau.

De meningen waren eerst nog zeer onbelijnd en zeer verscheiden. Men koesterde in Breslau aanvankelijk nog de hoop, dat de autoriteit van Melanchton de gemoederen tot bedaren zou brengen. Men had voor Melanchton hier nog grote eerbied. En in Ursinus begroette men immers een bekwaam leerling van hem, die tot zijn intieme vriendenkring had behoord en men meende, dat nu wel de oplossing der geschillen aanstaande was. Nu had Ursinus, evenals zijn zachtmoedige leermeester, een afkeer van twist. Hij wilde ook wel rekening houden met de nu eenmaal bestaande verschillende zienswijzen, voorzover zijn geweten hem dit vergunde. Anderzijds stuitte hem echter niets meer tegen de borst dan het verbergen of verloochenen van zijn diepe overtuiging. Hij was een vast en konsekwent denkend man. Wat zijn diepe overtuiging was geworden na ernstig en nauwgezet Schriftonderzoek en toetsing met de gevoelens van anderen, kon hij niet voor zich houden. Toen hij dan ook bij het geven van zijn colleges toegekomen was aan de leer van het H. Avondmaal, gaf hij daarbij een heldere, duidelijke verklaring van zijn gevoelens in deze, omdat deze hem alleen houdbaar en juist waren gebleken. Spoedig werd Ursinus nu door zijn tegenstanders in de stad (Lutheranen) voor een Sacramentariër gescholden. Hij had echter een diepe studie over de Sacramenten gemaakt en was thuis in de Schriften en kerkvaders als weinig anderen. Hij kon dientengevolge zijn tegenstanders dan ook op een zeer waardige en een hem kenmerkende manier antwoorden. Hij streed dan met open vizier, onbevreesd, eerlijk en gedocumenteerd. Hij ontvouwde zijn gevoelens toen in zijn „Stellingen over cle Sacramenten, over cle Doop en over het Avondmaal des Heeren." (1559). In deze stellingen legde Ursinus met cle helderheid en beslistheid, die al zijn theologische werk heeft gekenmerkt, zijn overtuiging bloot. Een overtuiging, die ook later onveranderd de zijne is gebleven. Hij bleek toen reeds een zeer zelfstandig denker te zijn.

De stellingen zond hij ook toe aan zijn leermeester Melanchton, die hem voor cleze arbeid grote lof toezwaaide en zei: „Ik heb grote verwachtingen van Ursinus gekoesterd, maar dit werk overtreft toch mijn verwachtingen verre!"

Om verder gekrakeel te voorkomen, verzocht Ursinus de raad van cle stad om te mogen vertrekken. Op 26 april 1560 kreeg hij eindelijk hiertoe vergunning. Men bedong daarbij echter, dat hij, indien dit zou worden verlangd, bereid zou zijn om naar Breslau terug te keren en zijn vaderstad opnieuw zijn diensten zou wijden.

Op cle vraag van zijn oom Rothe, waarheen hij zich nu zou begeven, antwoordde hij: „Vrijwillig verlaat ik mijn vaderland, als het de belijdenis der Waarheid, die ik met een goed geweten niet verzaken kan, vordert. Leefde mijn goede leermeester Filippus nog: zo zou ik mij nergens anders clan tot hem wenden;

maar nu hij gestorven is, wil ik mij naar de Züriehers begeven, die wel hier in geen hoge achting staan, doch die in andere gemeenten een roem hebben, die door onze leraren niet kan verdonkerd worden. Het zijn vrome, geleerde en grote mannen, bij welke ik besloten heb mijn leven door te brengen. Voor het overige zal God zorgen."

Hij vertrok dus naar Zwitserland en op 3 oktober 1560 kwam hij te Zürich aan, waar hij zich inzonderheid aansloot bij Petrus Martyr, die een grote invloed op zijn verdere vorming uitoefende. Hij vond in hem een vaderlijke vriend, iemand, die het gemis van Melanchton enigszins kon vergoeden.

Door dit besluit koos hij zeer beslist voor de Zwitserse reformatie en zei van nu af het kamp der Lutheranen vaarwel, ook der Filippisten, die een bemiddelend standpunt trachtten in te nemen. Hij zou strijden aan de zijde van Martyr en Bullinger, Calvijn en Beza. Zijn ideaal werd steeds vaster: arbeiden voor de kerken der reformatie, maar steunende alleen op Gods Woord, vrij van het juk van alle menselijke autoriteit, Luther inbegrepen, waar hij in de Avondmaalsleer een onschriftuurlijk standpunt innam.

Lang liet men hem echter niet met rust. In 1561 reeds ontving de bejaarde Martyr van Keurvorst Frederik III de vererende uitnodiging, naar Heidelberg te komen om daar als professor aan de universiteit het werk der reformatie in de Palts te helpen verstevigen. De bedaagde geleerde zag echter tegen de zware taak op, een taak, die al de krachten van een jonge man zou vorderen. In zijn antwoordschrijven vestigde hij daarom het oog van de keurvorst op de jeugdige Ursinus. Niet dan na lang aarzelen nam deze het aan, waar hij, na op 25 augustus 1562 de waardigheid van doctor verkregen te hebben, de leerstoel van Olevianus in de dogmatiek en later het leraarsambt aan het college der wijsheid verwierf. Hij was een man van groot verstand, schrander oordeel, grondige geleerdheid, ijzeren vlijt, gloeiende van ijver voor de Waarheid, teder van geweten, doorwrocht in de polemiek dier dagen, en wanneer het de verdediging van het Calvinisme gold, was hij de voornaamste woordvoerder. De keurvorst waardeerde hem hoog, droeg hem de meeste en gewichtigste bezigheden op.

Aan de beide beschreven personen, Caspar Olevianus en Zacharias Ursinus, 26 en 28 jaar oud, droeg Frederik III het gewichtige werk: het opstellen van zijn catechismus, op. Mocht het bij de eerste oogopslag vreemd schijnen, dat de keurvorst daar juist zulke jonge mannen voor gebruikte, de uitkomst heeft de juistheid van zijn oordeel en de deugdelijkheid zijner keus bevestigd.

Over het verdere leven van Ursinus willen we zeer kort zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.