+ Meer informatie

Institute for Chr. Studies wijst alle verontrusting af

Fernhout: „Reformeren is dynamisch èn riskant proces"

6 minuten leestijd

TORONTO - Het Institute for Christian Studies (ICS) in Toronto lijkt qua oprichting op een soort Canadese Vrije Universiteit. Zij is ontstaan vanuit een neo-kuyperiaanse achtergrond, maar is de laatste jaren duidelijk 'open' geworden. Men streeft naar het ontwikkelen van „een christelijk perspectief op de wetenschap". „Een gesprek met de moderne tijd verstevigt tegelijkertijd de eigen traditie", zo vindt H. Hart, een van de docenten van het ICS. Die aandacht voor eerlijke confrontatie naar binnen èn buiten liet volgens hem bij de VU te lang op zich wachten, waardoor deze nu amper nog een identiteit heeft. Een gesprek met H. Hart, docent, en J. H. Fernhout, president van het ICS, over het instituut in Toronto en over de verontrusting die er in behoudende kringen heerst over de koers van het ICS.

Het ICS is in de jaren vijftig ontstaan als gevolg van de activiteit van de Association for Reformed Scientific Studies (1956), later genoemd The Advancement of Christian Scholarship. Dit alles opgezet als een parallel van de VU-Vereniging die eind vorige eeuw de Vrije Universiteit oprichtte. Emigranten van de Christian Reformed Churches, de zusterkerken van de Gereformeerde Kerken, probeerden ook in Canada een vorm van christelijk hoger onderwijs van de grond te krijgen. Men had daarbij het beeld voor ogen van een Vrije Universiteit. De instelling die toen opgericht werd heet sinds 1983 het Institute for Christian Studies.

Programma

Het ICS levert doctoraalprogramma's in filosofie, onderwijs (education) en sinds kort wereldbeschouwing. Sinds 1983 is men door het Ontario Ministry of Colleges and Universities erkend voor het eerste vakgebied, voor de twee andere vakken wacht men nog op een beslissing. Promotierecht heeft het tCS niet. Het gaat hiervoor naar de VU, waarmee ze op dit punt een contract heeft afgesloten: de voorbereiding tot de promotie geschiedt aan het ICS, terwijl de eigenlijke handeling aan de VU plaatsvind.

Het bestuur van het ICS heeft in het verleden de keuze gedaan om zich niet te ontwikkelen tot een volwaardige universiteit, maar om een christelijk perspectief te geven op de wetenschap op academisch niveau. Men is eigenlijk een onderdeel van universiteit. Het ICS kan gebruik maken van alle faciliteiten van de Universiteit van Toronto, die vlak tegenover het ICS is gehuisvest, midden in de universitaire wijk van deze Canadese miljoenenstad.

Wel moet het ICS alles zelf betalen, omdat het immers een bijzondere christelijke instelling is en dus niet valt onder de openbare onderwijsinstellingen. De totale begroting beloopt bijna 1 miljoen Canadese dollars (ongeveer 1,5 miljoen gulden), een bedrag dat voor ongeveer 70 procent uit giften opgebracht moet worden. Het aantal full-time studenten bedraagt 35 (naast 40 deeltijdstudenten), die hun onderwijs krijgen van zeven hoogleraren.

Grondslag

De grondslag van het ICS wordt onder meer omschreven als het bijbelse geloof in de schepping, de verwoestende werking van het kwaad, en de bevrijdende kracht en herschepping in Jezus Christus. Het hart van het menselijk leven is religieus, zo stelt het ICS, gericht op de dienst aan God. Een specifieke kerkelijke gebondenheid kent het instituut niet. „Onze identiteit ontlenen we aan het feit dat we een onderwijsinstelling zijn, niet aan een bepaalde doctrine die weer teruggaat op een bepaald kerklidmaatschap. De meeste studenten komen uit de Christian Reformed Church, maar er zijn er ook uit de United Church, de Anglicaanse Kerk. En mijn voorganger bij voorbeeld was een baptist", zegt Fernhout.

Ook Hart bevestigt dat het ICS niet te vereenzelvigen is met mensen als Kuyper, Dooyeweerd (de grondlegger van de calvinistische Wijsbegeerte der Wetsidee), zoals wel eens gesuggereerd wordt. „We zijn neokuyperianen, maar het is een misverstand te denken dat wij hier slechts Dooyeweerd napraten". In hoeverre lis de CS (neo-)calvinistisch? Daarover zegt Fernhout dat onder „calvinistisch" dan niet de vijf geloofspunten van het calvinisme verstaan worden. Hart merkt op dat hij zich niet kan herinneren dat 'Dordt' ooit een rol in het instituut heeft gespeeld. Volgens hem had ook Dooyeweerd bij voorbeeld een flexibele instelling ten opzichte van de confessie. „Hij heeft hier in Toronto eens gezegd dat als hij moest kiezen tussen een dode orthodoxe en een levende marxist, hij de laatste koos".

Verontrusting

Wanneer het ICS opgericht is naar voorbeeld van de VU, doet dat onmiddelijk de vraag rijzen in hoeverre het ICS zijn gereformeerde verleden niet heeft verloochend, zoals dat met de VU gebeurde. Want er zijn nogal verontrustende geluiden te horen over dit instituut. Het begon al met dr. L. Praamsma, de bekende gereformeerde kerkhistoricus, die waarschuwde tegen zaken als Schriftkritiek en evolutionisme op het instituut.

Ook vanuit het meer reformatorisch georiënteerde Redeemer College, een instelling voor hoger middelbaar christelijk onderwijs, amper een uur rijden van Toronto, heeft men bezwaren. Vice-president Justin Cooper wijst daar vooral op de opvattingen van James Olthuis en Hendrik Hart. De eerste persoon ging over naar de liberale United Church en zou ooit een enigszins feministische invulling opengelaten hebben van het Godsbeeld. De tweede zou afwijkende opvattingen geëtaleerd hebben op het punt van hermeneutiek en homoseksualiteit. „Zolang het ICS geen evidente bereidheid toont om wat te doen aan de opvattingen van die docenten, zullen we geen relatie met hen aanknopen", zo klinkt het daar radicaal. Ook vanuit de verontruste achterban van de CRC heeft men het ICS eigelijk al 'laten vallen'.

„Reformerend"

Fernhout antwoordt op al deze (forse) kritiek dat reformatorisch bij ICS vooral wil zeggen: voortdurend reformerend bezig te blijven. „Er zijn altijd verschillende stromingen binnen de Reformatie geweest. Sommigen hebben gedacht dat Reformatie inhoudt het vasthouden van onveranderiijke waarheden, anderen hebben meer gewezen op het voortdurend pogen om in de geest van Christus bezig te zijn, ook in de wetenschap. Die laatste gedachte wordt vooral bij ons gevonden".

Verwatering

Dat beaamt ook H. Hart, die zegt dat het noodzakelijk is om je eigen traditie opnieuw te doordenken, namelijk waarom die zo rijk en krachtig is. „Want anders zal ze sterven door eèn reactie die alles wegneemt. Dat is. bij de VU gebeurd. Daar was men te laat om zich met de twee dingen bezig te houden, namelijk: hoe houd je je eigen traditie levend en hoe kun je relevant zijn voor deze tijd". Hij merkt op dat de directie van Redeemer College het zwart-wit-beeld van een 'goede' Redeemer en een 'slechte' ICS gebruikt als middel om het geld vooral naar hen door te sluizen. Wat de hermeneutiek betreft zegt hij dat het christelijk geloof zich niet richt op de letter van de Schrift, maar op God, Die door de Schrift tot ons spreekt. „Zonder het levend geloof en de innerlijke relatie met die sprekende God blijft de Schrift slechts een dode letter".

Fernhout erkent dat het eigenlijk op den duur niet mogelijk is twee hoger-onderwijsinstellingen. Redeemer en ICS, gescheiden te laten optrekken, men heeft elkaar nodig. De grote uitdaging van deze tijd is immers het wijd verbreide seculiere humanisme.

Daarbij is het gevaar van verwatering van het ICS zeker niet denkbeeldig. Fernhout: „Er zijn heel wat christelijk onderwijsinstellingen die christelijk begonnen maar nu geheel gelijk zijn aan seculiere universiteiten. Het doel van het ICS is de Reformatie verder te ontwikkelen op het terrein van de wetenschappen. Dat betekent dat hier in Toronto geen status quo heerst, maar een dynamisch proces van verandering. We zijn hier constant bezig met de grenzen van de menselijke kennis. Het steeds stellen van vragen en het verwerken van nieuwe ideeën blijft een riskante zaak. Steeds moeten we ons afvragen: Is hier sprake van een gelovige of van een niet-gelovige transformatie? De christelijke identiteit van de VU is zeer marginaal geworden. Er zijn duidelijk signalen van geestelijke afval. Het enige wat ik hierover vooral wil zeggen is dat ik niet hoop dat het met het ICS gaat zoals het met de VU ging".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.