+ Meer informatie

9. STRIJD VOOR GERECHTIGHEID

10 minuten leestijd

A. HET GAAT OM MENSEN

De strijd voor gerechtigheid heeft altijd mensen tot inzet. Gerechtigheid is immers geen abstract begrip. Gerechtigheid wil gedaan worden. Mensen ondervinden de zegen van gerechtigheid. Ongerechtigheid raakt altijd mensen. Zij zijn er slachtoffer van.

De wet van God is gegeven met het oog op de samenleving van mensen. Gehoorzaamheid aan de wet ziet dan ook altijd op mensen ten behoeve van wie de wet gegeven is. Met gerechtigheid is dat precies zo.

Het gaat niet om een academische kwestie noch om een puur formalistische norm. Het gaat er om dat er gerechtigheid op aarde geschiedt: onder de mensen, door de mensen, ten gunste van mensen. „Gerechtigheid verhoogt een volk, maar zonde is een schandvlek der natiën”, Spreuken 14 : 34. De zonde moet in dit geval ook omschreven worden als ongerechtigheid. We hebben het in dit hoofdstuk over mensen, die de zegen van de gerechtigheid ondervinden, of de kwalijke gevolgen van ongerechtigheid dragen.

Het gaat er nu om hoe de gerechtigheid er concreet in een samenleving uitziet. Wat mag van de ene onderdaan gevraagd, genomen worden, en wat moet aan de ander gegeven worden? Gerechtigheid is een zaak die door het recht van God op de mens bepaald wordt.

Gerechtigheid nastreven in maatschappelijke verhoudingen is een zaak van de persoonlijke instelling van de onderdanen, maar ook van de structuren binnen de samenleving. Als structuren worden veranderd zonder dat de gezindheid van de mens wordt afgestemd op de liefde tot God en de naaste, is daarmee geen werkelijke verandering gegeven. Hoogstens is er bereikt, dat een andere categorie van de bevolking de macht in handen krijgt, maar nog evenzeer gericht op eigen belang, hetzij van personen, hetzij van groepen.

Maatschappijkritiek zal intussen wel nodig zijn. Structuren moeten kritisch doorgemeten worden. Juist vanuit een persoonlijke verantwoordelijkheid voor de ander zal gewerkt moeten worden aan regels en ordeningen, waarin die verantwoordelijkheid niet te kort komt, maar waarin daaraan juist ruimte gegeven wordt!

Het dragen van verantwoordelijkheid voor de naaste, en het ruimte geven aan ieder in individuele vrijheid binnen de samenleving. Beide behoren nauw bijeen; wil van verantwoordelijkheid sprake zijn, dan is daar in vrijheid ruimte voor nodig. In de bijbel wordt de mens als beeld van God gezien. Daarom is hij met verantwoordelijkheid bekleed jegens God en de naaste. Die verantwoordelijkheid strijdt niet met de vrijheid van de mens. Zij moet juist in vrijheid beleefd worden.

B. DE EIGEN WEG VAN GODS WOORD: VRIJHEID ÈN VERANTWOORDELIJKHEID

Het evangelie wijst ons een eigen weg. Dat is de weg van vrijheid èn verantwoordelijkheid. Een sociaal en politiek stelsel waarin de vrijheid van de mens niet tot haar recht kan komen, staat gelijk met onderdrukking. Het maakt geen verschil of dit een dictatuur van links of van rechts is. Vanuit de bijbel zal men in een dergelijke dictatuur geen spoor van gerechtigheid kunnen herkennen.

De vrijheid kan echter ook zo benadrukt worden, dat er van verantwoordelijkheid voor elkaar in de samenleving - nationaal en internationaal - niets terecht komt. Het is dan niet de vrijheid die triumfeert, doch de ongebondenheid, de afwijzing van elke vorm van verantwoordelijkheid voor elkaar. Deze vrijheid heeft niets te maken met de bijbelse vrijheid. In de bijbel betekent vrijheid altijd zich van zijn verantwoordelijkheid voor de naaste bewust zijn. Er is geen vrijheid als deze verantwoorde lijk heid niet in praktijk gebracht wordt. Spreekt men toch van vrijheid, zonder dat verantwoordelijk heid beleefd wordt, dan is de gerechtigheid afwezig.

En afwezigheid van de gerechtigheid maakt de vrijheid tot een ideologie. In dat geval staat de vrijheid in dienst van een bepaalde macht. Het kapitalisme is een duidelijk voorbeeld van een ideologisch gevulde vrijheidsgedachte.

De bijbel wijst ons een andere weg. Dat is de weg van het samengaan van vrijheid èn verantwoordelijk heid. Tussen deze beide moet een evenwicht gezocht worden. Dat evenwicht is kenmerkend voor en tegelijk zelf ook kenmerk van de gerechtigheid.

Bovenstaande overwegingen impliceren dat de bijbelse gedachte van gerechtigheid uitgrijpt boven socialisme en kapitalisme. In het socialisme is de vrijheid ondergeschikt aan, wijl bepaald door het primaat, of wil men de heerschappij van de gemeenschap. De verantwoordelijkheid - zo kan men stellen - is er een ten koste van de persoonlijke vrijheid. De verantwoordelijkheid wordt uitgedrukt in een politiek-sociale structuur, die over de vrijheid heerst. In het kapitalisme wordt de vrijheid benadrukt, zonder dat men de verantwoordelijkheid jegens de ander - in enkelvoud en meervoud - tot zijn recht doet komen. Deze vrijheid is niet anders dan de verabsolutering van economische gegevens en belangen. En daarmee is de vrijheid die het kapitalisme pretendeert te bevorderen, een ideologische vrijheid. Het evangelie gaat niet tussen deze beide door, alsof het van elk van beide iets heeft. Neen, het evangelie gaat boven deze beide uit, omdat het een eigen visie geeft op de relatie van vrijheid en verantwoordelijkheid. Het ideaal en tegelijk de norm voor deze verhouding is de gerechtigheid. De bijbelse gedachte van gerechtigheid heeft dan ook een eigen inhoud. Zij verschilt van elke vorm van ideologisch gehanteerde gerechtigheid. Die treffen we daar aan waar het evenwicht tussen vrijheid en verantwoordelijkheid verbroken wordt. Dit evenwicht is uitdrukking van de bijbelse gedachte dat de mens het beeld van God is.

Als zodanig is de mens in vrijheid geroepen zijn opdracht en zijn verantwoordelijkheid te vervullen. Daarin toont de mens zich het beeld van God.

Een menswaardig bestaan wordt gekenmerkt door het kunnen beleven van vrijheid en verantwoordelijkheid.

C. OVERHEID EN INDIVIDUELE VERANTWOORDELIJKHEID

De vraag naar gerechtigheid in onze samenleving komt het scherpst aan de orde bij het bepalen van de omvang van de overheidsbemoeienis met het sociale en economische leven. Die bemoeienis vindt feitelijk in ruime mate plaats. Meer dan 65 procent van het nationale inkomen wordt bestemd aan collectieve voorzieningen. In dat enorme percentage heeft de overheid de hand. Het is dan ook in het licht van deze gegevens apert onjuist om de sociaal-economische orde van ons land als kapitalistisch te bestempelen. De vraag is in hoeverre de gerechtigheid eist dat de inkomens geheel genivelleerd worden. Een totale nivellering van inkomens is blijkens de praktijk in voluit socialistische landen niet mogelijk. Immers, de kleine leidinggevende elite profiteert van voordelen, die aan de grote massa onthouden zijn.

Inkomensnivellering is bijbels gezien ook niet geboden. Wel is nodig dat de overheid corrigerend optreedt, opdat de zwakken beschermd en geholpen worden. De overheid is met name hun schild. Er zijn voor het ingrijpen van de overheid geen vaste regels te geven. Gerechtigheid is niet een begrip dat zijn vulling ontvangt los van de verhoudingen in de samenleving. Gerechtigheid in een land als India zal tot andere resultaten leiden dan in ons land. Dat komt door de totaal verschillende sociaal-economische omstandigheden van beide landen. Het principe zal echter daarin hetzelfde zijn, dat armen geholpen en zwakken ontzien worden. In ons dicht bevolkte land zijn er weer andere redenen voor overheidsingrijpen dan in een land als India. Daar moet voorkomen worden dat mensen van de honger sterven; hier moet de beperkte ruimte, waarbinnen zovelen moeten leven en handelen, eerlijk verdeeld worden.

Dat betekent niet dat we er van uit moeten gaan dat in beginsel alle bezit gemeenschappelijk eigendom is, en dat ieder burger van het collectieve bezit zijn gelijke deel krijgt. In Israël en ook in de samenleving van het Nieuwe Testament was de maatschappij heel anders ingericht.

Gerechtigheid eist niet een dirigerend, doch wel een corrigerend optreden van de overheid. Dat optreden zal de persoonlijke verantwoordelijkheid ruimte en prioriteit moeten geven. Hier ligt ook de grens naar de verzorgingsstaat. Deze draagt een duidelijk socialistisch stempel. Zij laat aan de primaire persoonlijke verantwoordelijkheid geen recht wedervaren. Dit betekent niet dat we geen oog zouden hebben voor de voordelen van de huidige situatie vergeleken met die uit de vorige of de eerste helft van deze eeuw! De verantwoordelijkheid jegens elkaar kwam toen structureel tekort. Het is een voorrecht dat er ook structurele veranderingen zijn gekomen. Men kan niet zeggen dat er in ons land structurele belemmeringen voor gerechtigheid zijn als bij voorbeeld het kastenstelsel in India of het grootgrondbezit in Zuid-Amerika. Wel moet gepleit worden voor het zoveel mogelijk spreiden van macht en verantwoordelijkheid. Dit betekent niet dat ieder in een bedrijf gelijke zeggenschap over produktie, verkoop en bedrijfsvoering moet hebben. Er moet een stuk persoonlijke inbreng zijn. Er kan structureel gezien een belemmering voor de inspraak zijn. Daarin dient verandering gebracht te worden. Niet elke werknemer kan echter de verantwoordelijkheid dragen waarmee de top van een onderneming belast is. Het is voor mensen een overbelasting als ze met verantwoordelijkheden bezwaard worden die ze op hun plaats in de onderneming niet kunnen dragen.

D. GERECHTIGHEID IN INTERNATIONALE VERHOUDINGEN

Wat de ontwikkelingshulp betreft - er is een verantwoordelijkheid van het rijke voor het arme deel van de wereld.

De volgende criteria worden daarbij gehanteerd voor het bepalen van wat een ontwikkelingsland is:

a. de graad van ontwikkeldheid, geletterdheid, e.d.,

b. de graad van industrialisatie,

c. het inkomen per bewoner.

Ook politieke factoren spelen een rol, b.v. de verschillen tussen rijk en arm. ?n het algemeen bemoeit men zich echter niet met het politieke systeem. Zeer veel landen noemen zich socialistisch, maar zijn daarin onbeperkt gevarieerd.

De hulp moet wel aan de armsten ten goede komen.

Ook de mensenrechten spelen een rol.

De verlangde zekerheden zijn nooit volledig te geven. We moeten zo goed mogelijk doen wat onze hand vindt om te doen. Ons land doet daarbij meer dan de meesten, al is het nog niet meer dan een druppel op een gloeiende plaat.

De ontwikkelingshulp in directe zin is echter slechts een klein onderdeel in het geheel van internationale economische verhoudingen. De handelspolitiek (invoerbeperkingen etc.) heeft ook zeer grote consequenties.

Is juist vanuit de gedachte van de verantwoordelijkheid een bilaterale vorm van ontwikkelingshulp niet te verkiezen boven een multilaterale? Of zal het gevaar van bevoogding misschien problemen oproepen? Zijn die er bij hulp via internationale organen minder?

Het dragen van verantwoordelijkheid voor een ander, ook voor een ander land, impliceert ook de bereidheid in eigen vlees te snijden. Dit zal consequenties hebben voor verlaging c.q. opheffing van importbarrières bij de rijke landen.

De bedoeling zal moeten zijn de ontwikkelingslanden te helpen zichzelf te ontwikkelen en ze daarbij niet vanuit onze monopolieposities ook weer dwars te zitten.

De vraag aangaande inmenging in binnenlandse zaken van een ontwikkelingsland kan wel klemmend zijn, wanneer de verleende hulp wordt besteed aan de opbouw van een politiek systeem, dat - rechts of links - gerechtigheid in de maatschappelijke verhoudingen meer schaadt dan dient.

Gespreksvragen:

1. Welke zijn de bijbelse uitgangspunten voor sociale gerechtigheid?

2. Waarom wijzen deze uitgangspunten een weg tussen kapitalisme en communisme?

3. Bereiken we met verandering van de structuren ook een veranderde maatschappij?

4. Is inkomensnivellering bijbels gezien geboden?

5. Wat betekent het doorvoeren van gerechtigheid voor het spreiden van macht en verantwoordelijkheid?

6. Welke criteria moeten er gesteld worden aan het verstrekken van ontwikkelingshulp?

7. Heeft het hulpverlenende land het recht zich met het politieke systeem van het hulpontvangende land te bemoeien? Heel concreet: moet ontwikkelingshulp ook gegeven worden aan een communistisch geregeerd ontwikkelingsland?

Voor verdere studie:

Revolutie en gerechtigheid, Nota van de raad voor de zaken van overheid en samenleving van de Ned. Herv. Kerk. ’s-Gravenhage 1969. Deze nota voert, zij het wat ingehouden, het pleidooi voor de revolutie!

Gerechtigheid en barmhartigheid, uitgave Alg. Diakonaal Bureau der Geref. Kerken. Leusden, 1969.

Zoekend naar gerechtigheid, uitgave van het secretariaat voor ontwikkelingssamenwerking van het Alg. Diakonaal Bureau der Geref. Kerken. Hierin is een reeks uitspraken van de Geref. Synode over ontwikkelingssamenwerking verzameld.

J. van der Graaf e.a., Bezinning op bevrijding in de oecumene. Amsterdam, 1975. In de drie hoofdstukken komt het onderwerp van terzijde steeds ter sprake. Achter elk hoofdstuk vindt men tamelijk uitvoerige literatuurverwijzingen.

W.H. Velema, Sociale aspecten van het nieuwtestamentisch ethos, in: Christen-zijn in de wereld. Kampen, 19783, 117–128.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.