+ Meer informatie

Jaarboek 1972

5 minuten leestijd

Het nieuwe jaarboek van de Christelijke Gereformeerde kerken in Nederland is er. Er wordt altijd verlangend naar uitgezien door hen, die het voortdurend om een of andere reden moeten raadplegen. Het bevat de nieuwste gegevens, die echter al spoedig verouderen en telkens correctie behoeven. Er zitten uiteraard ook foutieve opgaven in. Dat is bij menselijke arbeid niet te vermijden. Het is wel noodzakelijk, dat de redactie van het jaarboek alle opmerkingen, die hier en daar gemaakt worden, in een nieuw jaarboek verwerkt. We krijgen de indruk, dat dit niet helemaal gebeurt.

We mogen de redactie dankbaar zijn voor het vele werk, dat door haar voor dit jaarboek is verricht. De redactie is ongewijzigd gebleven. Elk der leden zal het zijne er toe hebben bijgedragen om de belangstellenden en de belanghebbenden een schat van gegevens te verschaffen.

Er komen in het boek uiteraard vele kerkelijke opgaven voor, die ons de nodige informatie verstrekken. Ook mengelwerk. Heel anders dan vroeger. Die bijdragen van voorheen missen we. Die gingen nogal eens over het leven van kinderen Gods. Daar grijpen eenvoudige mensen het eerste naar. De bijdragen, die we wel in het jaarboek aantreffen, zijn lezenswaardig. De eerste gaat over het jaar 1971. Vele predikanten jubileerden. Anderen gingen heen. Over hen wordt geschreven. Onder hen zijn er verschillende, die onder de lezers van Bewaar het Pand bekend zijn of waren. Het artikel 1892–1972 is ook van belang. De tachtig jaren, die in ons kerkelijk leven voorbijgingen, worden ons voor ogen gesteld. De schrijver onderscheidt vier fasen: opbouw, consolidatie, confrontatie en concentratie.

We zouden geen bijzondere redenen hebben om hier van deze artikelen melding te maken, wanneer op een juiste wijze over Bewaar het Pand was gesproken. Er zijn ook overigens wel zaken, die van belang zijn en in de bijdragen aan de orde gesteld worden, maar we willen de verschijning van het jaarboek niet gebruiken als een gelegenheid om al die zaken van onze zijde te belichten. We worden echter gedrongen iets recht te zetten, wanneer het gaat over Bewaar het Pand. Met dankbaarheid kunnen we constateren, dat men aan ons bestaan niet voorbij gaat. Dat bevestigt ons in de gedachte, dat onze gezamenlijke arbeid als vrienden van Bewaar het Pand de kerken ten zegen is. Daardoor komen de oude gereformeerde beginselen meer naar voren. Dat kan ons bemoedigen om in biddend opzien tot de Heere met deze arbeid voort te gaan.

Nu onze eerste opmerking. In het artikel: Het jaar 1971, blz. 192, lezen we: „Er zou gewag gemaakt kurmen worden van de C.G.S.-conferenties; de conferentie van jeugdleiders; de conferenties onder auspiciën van „Bewaar het Pand”, het werk van de bezinningsgroepen enz.” Wij geven een blad uit en houden ontmoetingsdagen. Conferenties houden we niet. Daarbij denk je allereerst aan vergaderingen, waarop wordt geconfereerd, beraadslaagd. In ons blad willen we de handhaving van de oude gereformeerde beginselen bevorderen. Op onze ontmoetingsdagen komen we bij elkaar om samen te luisteren naar wat de sprekers in overeenstemming met en uit Gods Woord hebben te zeggen. We ontmoeten elkaar als vrienden en dat doet ons allen goed. We gevoelen, dat we bij elkaar behoren. Dus geen conferenties, maar ontmoetingsdagen.

We hebben nog een tweede opmerking. In het artikel: 1892–1972, blz. 230, staat te lezen: „We spreken ook in onze kerken reeds van vleugels. Het is begrijpelijk. Een blad als „Bewaar het Pand” brengt in een andere sfeer dan de Amersfoortse nota. Een tegenstelling behoeft dit nog niet te zijn, als ieder zich maar wil concentreren op het eigenlijke en het wezenlijke.”

Hieruit maken we op, dat de schrijver bedoelt, dat de vrienden van Bewaar het Pand tot een vleugel van de kerk behoren. In elk geval schakelt hij ons gelijk met hen, die achter de Amersfoortse nota staan. Daar moeten we wel zeer ernstig bezwaar tegen maken.

De Amersfoortse nota verwekte officieel kerkelijk verzet en kwam via een kerkeraad op classis en P.S. Of het daarmee àf is, kan nog niet gezegd worden op het ogenblik, dat we dit schrijven. Maar hoe dit verder ook afgehandeld wordt, er blijkt uit, dat er van kerkelijke zijde geformuleerde bezwaren zijn. Het is ons bekend, dat er zijn in het kerkelijke leven, die ons minder welgezind zijn. Zij zouden Bewaar het Pand het liefst zo spoedig mogelijk zien verdwijnen. Maar we mogen ook vaststellen, dat we in een kerkelijke weg nimmer enige tegenkanting hebben ontmoet. Daar is ook niet de minste reden voor. Wij willen blijven bij de oude beginselen, de beginselen van 1834 en 1892. Wij willen een dam opwerpen tegen allerlei verval. We kunnen daarvoor verwijzen naar het eerste nummer van ons blad en naar de kop van elk nummer. En ook naar de inhoud van het blad, dat nu al in de 7e jaargang is. We vormen geen vleugel van de kerk. We willen het pand bewaren, dat de Heere ons heeft toebetrouwd.

Het artikel 1892–1972 laat duidelijk uitkomen, dat de oude koers gewijzigd is. De prediking is anders, de beschouwing over het verbond is anders, de verhouding tot andere kerken is anders. Enz. Velen zijn het daar niet mee eens. Zij willen de oude koers bewaren. Het gaat niet om de vorm, maar om het wezen.

Hierbij willen we het laten. Het ging er niet om – dat stellen we nog even uitdrukkelijk vast – de artikelen helemaal te bespreken. We hebben waardering voor de pogingen een beeld te geven van verleden en heden. Maar dit moesten we zeggen. Het gaat uiteindelijk om ons bestaansrecht. We zoeken te luisteren naar de waarheid van Gods Woord. Dat is de roeping van de kerk. Niet van een vleugel van de kerk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.