+ Meer informatie

Zware arbeid

2 minuten leestijd

„Waar hebt gij heden opgelezen en waar hebt gij gewrocht?" Ruth 2:19

Ja waar komt het vandaan? Van Hem, Die wij niet meetellen, van Wie wij armen, ongelovigen, het niet geloven kunnen. Wij, die zo hard van hart zijn en ons nog altijd meer verharden door het in de uiterlijke omstandigheden te willen zoeken. Wij die voortdurend vergeten dat de Heere gesproken heeft: „Eer Ik u in moeders buik formeerde, heb ik u gekend". Zo eng kan de weg niet worden, of Hij zal wel weten ruimte te verschaffen. En hoe meer wij benauwd en beangst worden, des te meer vreugde smaken wij later. Hoe prangender de nood was, des te heerlijker de verlossing. Hoe zwaarder en smartelijker de zonde, des te heerlijker de genade!

„Waar hebt gij heden opgelezen?" Ruth had niet gewerkt, maar aren opgelezen. Maar dat reeds was voor haar een zware arbeid. Niet om loon had zij gewerkt, gewrocht, maar zij had genade gezocht en ook aanvankelijk verkregen. Toen wilde zij verder werken, menende zodoende meer genade te vinden. „Die man bij wie gij heden gewrocht hebt, moet wel een zeer genadig man zijn".ja, dat ishij ook!

Nu, dat mogen wij ook wel van ónze Boaz zeggen. Waar men, menende dat het zo hoort, werkt om meer genade te verkrijgen, daar ervaart men wel, dat men een genadige Heiland heeft. Die geeft ver boven bidden of denken, „ja, mijn dierbare Ruth", zal Naomi misschien gedacht hebben, „wie u zegent moet ook zelf gezegend zijn". Gods volk is gezegend voor alle eeuwigheid en tot koningen en priesters gezalfd.

Dr. H. F. Kohlbrugge (Het boek Ruth)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.