+ Meer informatie

BIJ HET TERUGTREDEN VAN DE BROEDERS J.C. VAN BEVEREN, H.W. VAN DEN BRINK EN PROFESSOR DR. J. VAN GENDEREN

6 minuten leestijd

In de kerk - en ook wel daarbuiten - kennen we verbanden waarin mensen op zodanig aangename en constructieve wijze met elkaar samenwerken, dat men zou wensen dat het altijd zou mogen voortduren. Dat kan zo zijn binnen een kerkeraad, een commissie van beheer, een redactieraad of een organiserend comité. Mensen kunnen zò aan elkaar gewend en zo op elkaar ingespeeld raken, zò van elkaar weten wat men aan elkaar heeft, wat van elke participant in het werk kan en mag worden verwacht, dat men elkaar eigenlijk niet wil missen en een gevoel van verdriet over zich krijgt als mensen door de dood wegvallen of vanwege hun leeftijd en hun neiging om plaats te maken voor de jonge generatie, menen te moeten terugtreden.

Van dat gevoel van verdriet ben ook ik niet helemaal vrij nu ik als voorzitter van het comité ter voorbereiding van landelijke ambtsdragersconferenties en als voorzitter van de redactieraad van Ambtelijk Contact in deze conferentie, namens u allen, enkele woorden van afscheid moet richten tot broeder J.C. van Beveren, die als lid van het comité landelijke ambtsdragersconferenties terugtreedt, en tot de broeders H.W. van den Brink en prof. dr. J. van Genderen, die de redactieraad van Ambtelijk Contact verlaten.

Ik vermoed dat ook de broeders zelf iets van dit verdriet zullen voelen. Wie zich zoveel jaren achtereen met hart en ziel voor een goede zaak, in dit geval voor de voorlichting en toerusting van ambtsdragers heeft ingezet, zal er in zekere zin moeite mee hebben zich van dat werk los te maken. Want het zal ook uw ervaring zijn geweest broeders, dat het ook in dit stukje kerkewerk niet alleen er om ging iets van u zelf te geven maar ook om iets en soms veel van en door anderen te ontvangen. De uitwisseling van gedachten, gevoelens, inzichten en ervaringen binnen de verbanden waarin wij met u mochten samenwerken, valt weg en dat zullen we - denk ik - wederzijds als een gemis voelen.

Ieder van u droeg op geheel eigen wijze aan het werk bij. Hoe u dat deed, wil ik trachten aan te duiden met enkele trefwoorden, beginnend met de eerste letter van uw achternaam.

Bij broeder Van Beveren zijn dat de woorden „bedaard” en „bedachtzaam”. Of hij zich op Schouwen-Duiveland als ambtsbroeder net zo gedraagt als in het comité dat hij nu verlaat, weet ik niet, maar onder ons heeft hij zich doen kennen als een bedaard mens, die zijn voorstellen met bedachtzaamheid en in bescheidenheid aan de broeders voorhield, zich - zo daarvan al sprake kon zijn - altijd ontvankelijk tonend voor betere en die mild was in het oordeel over anderen. Je persoon en werk, Van Beveren, zijn door ons allemaal altijd hooglijk gewaardeerd. En als ik daaraan als voorzitter nog iets persoonlijks mag toevoegen dan is het dit, dat ik je attente begeleiding van de voorzitter op weg naar de jaarlijkse conferentie altijd op hoge prijs heb gesteld. Je belde mij vóór vrijwel elke conferentie even op om, onder het motto „de Zeeuwse taal is de mooiste van allemaal”, in onvervalst Schouwens dialect aan mij te vragen of je misschien nog met iets zou kunnen helpen. Dank voor alles wat je deed. Van Beveren. Je bent onder ons bekend als een man die van geschiedenis houdt, getuige je belangrijke bijdrage aan het Zierikzeese gedenkboek „Om ’t eeuwig welbehagen”. Als herinnering aan de lange periode van goede samenwerking doe ik je straks ten geschenke het boek van dr. J. Wesseling „De afscheiding van 1934 in Zeeland, Deel I, De Bevelanden en Zeeuws-Vlaanderen”.

Bij broeder Van den Brink vielen mij de trefwoorden „belijndheid” en „bezonkenheid” in. In zijn bijdragen aan het redactionele werk voor Ambtelijk Contact was altijd iets herkenbaar van de magistraat, die de regels kent en zich daaraan ook strikt houdt. Als broeder Van den Brink in de vergadering sprak, dan had dat altijd een beetje de toonzetting van de burgemeester, die in de raadsvergadering de raadsleden aangeeft binnen welke marges het bestuurlijk beleid zich dient te voltrekken. De bijdragen van broeder Van den Brink waren in die zin magistraal, dat hij altijd weloverwogen voorstellen ter tafel bracht, doordachte bijdragen voor Ambtelijk Contact schreef, recentelijk nog een over het ambtsgeheim, en die zich een fijne broeder onder de broeders toonde. Voor broeder Van den Brink geen boek. Niet dat hij niet leest of alle boeken al gelezen zou hebben, maar zijn vrouw vertrouwde mij toe dat zij niet zou weten met welk boek hij direct gelukkig te maken zou zijn. Voor u, broeder Van den Brink, daarom straks een cadeaubon, die u naar eigen keuze kunt besteden, onder veel dank voor wat u vanaf het begin van ons blad tot nu toe hebt gedaan.

En dan zal de vergadering tenslotte benieuwd zijn welke trefwoorden ik heb kunnen bedenken voor professor Van Genderen. Niet vanwege zijn hoge ambt en ook niet ter duidelijke onderscheiding van de andere broeders, maar voor professor Van Genderen vond ik er drie toepasselijk, te weten „gedegen”, „gefundeerd” en „gelijkmatig”.

Ik licht deze verdeling in drie punten graag kort toe. Met het woord „gedegen” wil uitgedrukt zijn dat alle bijdragen van professor Van Genderen in de redactievergade-ingen zowel als in de kolommen van ons blad, altijd de indruk wekten zeer zorgvuldig gewogen, dat is op aanvaardbaarheid getoetst te zijn. Vanuit grote waardering voor de soliditeit en kwaliteit van zijn werk, schijnt iemand professor Van Genderen eens te hebben toegevoegd: u zegt en u schrijft pas iets als u voor u zelf de overtuiging hebt dat u het niet zult hoeven te herroepen. Zo hebben we hem ook in de redactieraad van Ambtelijk Contact ervaren. Met het vorengaande heeft natuurlijk dat tweede trefwoord „gefundeerd” te maken. Wat professor Van Genderen inbracht was onderbouwd met deugdelijke argumenten. Dat betekende dat hij gedachten en voorstellen van anderen met dezelfde criteria toetste die hij voor zichzelf hanteerde. Daarbij kon het dan toegaan op dezelfde manier als waarop het in het verleden op de vergadering van de generale synode kon gebeuren, namelijk dat iedereen met overtuiging een mening of voorstel op tafel had gelegd, genoeg om tot besluitvorming te komen, maar dat het hooggeleerde redactielid op bescheiden maar besliste toon liet weten dat de broeders aan één heel wezenlijk ding hadden voorbijgezien en dat het nuttig kon zijn de zaak nog eens nader te overwegen. We zullen uw broederlijke en dikwijls terechte correcties en wijze aanbevelingen in onze vergaderingen missen. U was onder alles - en dat is het laatste trefwoord - altijd „gelijkmatig”. Emotionele uitschieters naar boven of beneden waren u vreemd, althans uiterlijk niet waarneembaar. Het was een weldaad en voorrecht met u te hebben mogen samenwerken. Ook voor u een cadeaubon als onderstreping van de welmenendheid van de geuite waardering.

De God van alle genade en vertroosting moge u, broeders en uw echtgenotes en allen die in liefde om u heen zijn, onder zijn veilige hoede nemen en houden, tot op het moment waarop u ten volle gewaar zult mogen worden wat het betekende dienstbaar te hebben mogen zijn aan het Koninkrijk van God in deze wereld.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.