+ Meer informatie

Kleine dingen, maar toch …

4 minuten leestijd

Psalmzangverenigingen. Op de Veluwe kennen wij de psalm-zangverenigingen. De leden daarvan komen voort uit wat we tegenwoordig noemen de rechts-orthodoxe groeperingen. Het zijn mensen, die iedere week een avond van hun vrije tijd afzonderen om de psalmen goed te leren zingen. En om zich daarna te verlustigen in en anderen te laten meegenieten van de schoonheid van onze kerkliederen. Dat moet men horen: zo’n psalm, vierstemmig gezongen en schrik niet: in het oorspronkelijke rhytme; zulk een psalm wordt, hoe bekend ook, volkomen nieuw.

De overgrote meerderheid van de leden dier psalmzang-verenigingen kan ’s zondags in de kerk niet kwijt, wat men in de week heeft geleerd. ’s Zondags worden in hun kerken, om met de achttiende eeuwse predikant Jozua van Iperen te spreken „de noten gerekt, in de mond gedraaid en gekouwd”. Dat is pas stichtelijk zingen volgens de kerkeraden daar …

Wie de Veluwse psalmzangers — in de week — heeft beluisterd, gaat een beetje verdrietig naar huis. Waarom toch mag in zoveel kerken het lied niet spreken in de taal, die het heeft mee-gekregen? Zeker, er zijn organisten, die menen door het plaatsen van „uitroeptekens, extra lange rusten en plotseling fluisterspel nog iets aan de gedode muziek te moeten doen, maar: Waarom toch niet gebruikt wat de melodieen van nature bevatten?

We zijn nu toch zo langzamerhand, zij het nog niet geheel, de tijd voorbij, waarin we dachten eerbied te demonstreren door zeer verlangd spreken, galmen, plechtig schrijden enzovoort. Maar waarom ons lied dan nog aan die oude kluister gebonden? Kerkeraden laat waar Uw dominees en voorlezers al meer de vrij heid daartoe verkrijgen, ook kerklied en kerk-zanger zichzelf mogen zijn!

„Salarissen en honoraria”. Onder dit hoofd staat onze financiële overzichten, die we eenmaal per jaar aan onze leden voorleggen, de dominee in een getal uitgedrukt. Wie weet, wat er in de wereld anno 1965 te koop …….. of niet te koop — is, schrikt wel eens van dat getal. Dit heeft nl. de neiging, gemakkelijk wat achter te raken bij de inkomens cijfertjes van de overige gemeenteleden, die zo prettig mee-glijden met conjunctuur, welvaart en collectieve afspraken. Die dominee glijde bijna nergens vanzelf mee, die hangt af van een kerkeraadsbesluit en het nemen van zulk een besluit schiet er gemakkelijk bij in. Ook al worden steeds enkele jaren richtlijnen gegeven met betrekking tot de minima (let wel minima). En er zijn maar weinig predikanten, die op dergelijke dingen attenderen (Is ook een vervelend werkje; een ieder denke zichzelf eens in die positie).

Een middel om deze post wat beter aan de lijn te krijgen is het volgende: Een klein comité van kerkeraadsleden houdt een oogje op die salarissen, die met dat van de predikant vergelijkbaar zijn. Telkens als een aan die salarissen iets verandert waarschuwen ze even. Dan kan het besluit genomen worden, dat de verhouding weer recht trekt. Deze handelwijze voorkomt in ieder geval verkapte verlagingen als gevolg van het uit de „trend” raken.

Men bedenke echter wel, dat aldus alleen een relatief gelijk-blijven wordt bereikt. Dat relatief gelijk blijven drukt zich wel uit in telkens een wat hoger getal, maar wezenlijke verhoging in koopkracht wordt er nauwelijks mee gerealiseerd. Ook dan moet het kleine comité uiteraard op zijn tijd aandacht aan schenken.

Kunnen zij zich geven? In een Amsterdamse kerk worden geregeld bijeenkomsten gehouden, waarvoor ieder die dat wenst zijn bijdrage kan leveren. Een groentenman brengt een bakje fruit mee, dat dan later weer naar een ziek gemeentelid gaat, een bloemist zorgt voor een passende versiering, een violist speelt iets of een zangeres zingt enzovoort. De gedachte die hier achter zit, nl. dat ieder gemeentelid zichzelf moet kunnen zijn in de gemeenschap van de kerk en iets van zichzelf, van het werk zijner handen of van zijn capaciteit aan die gemeenschap moet kunnen geven is zeker het overdenken waard, ook al zullen wij er wellicht niet zo gemakkelijk toe overgaan dit precies zo te organiseren als men dit nu ergens in Amsterdam doet.

We zouden op zijn minst eens kunnen nagaan, wie er bij ons ook met zijn door de-weekse-vermogens iets voor de gemeenschap van de kerk zou kunnen betekenen. We zijn er al aan gewend de zakenlieden, de organisatoren en de boekhouders te betrekken bij de financiële aspecten van ons kerkewerk, de onderwijzers te charteren voor de omgang met de jeugd, soms ook de huisvrouwen om de schoonmaak van kerk of pastorie, maar al die anderen? Hoe kunnen zij met hun goddelijk beroep in de kerk zijn? Laten we er eens over denken, het moet toch van een ieder mogelijk zijn zich ook in kwaliteit te geven voor enige vorm van dienst-werk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.