Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

1. Feesten voor de Heere

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

1. Feesten voor de Heere

6 minuten leestijd

In de Bijbel kun je lezen over de instelling van feesten door de Heere. Naast de wekelijkse sabbat zijn er zeven jaarlijkse feesten. Deze feesten worden 'hoogtijden' of 'gezette tijden' genoemd. In Leviticus 23 en in Numeri 28 en 29 worden deze hoogtijden beschreven. Op verschillende plaatsen in de Bijbel staat dat de Heere het volk Israël de opdracht geeft de hoogtijden te vieren. Het was niet zo dat Israël zelf kon kiezen of het de feesten vierde. De viering was een inzetting van God, waarbij het ging om Zijn eer. De Heere zegt dat het Zijn hoogtijden zijn (Leviticus 23: 2). Het zijn heilige samenroepingen. In Leviticus 23 staat telkens de uitdrukking de Heere. Dat wil zeggen: 'voor de Heere'. Bijvoorbeeld in vers 34: Op de vijftiende dag van deze zevende maand zal het feest der loofhutten zeven dagen de Heere zijn. In Numeri 28 en 29 ligt de nadruk eveneens op de eer van God. Let op de herhaling van Mijn in vers 2: Mijn offerande, Mijn spijze voor Mijn vuuroffers, Mijn lieflijke reuk zult gij waarnemen.

De feesten zijn in de eerste plaats 'bid- en dankdagen voor het gewas'. Het gewas behoort tot de zegeningen die God Zijn volk belooft als loon voor hun gehoorzaamheid aan Hem. Wanneer het volk Zijn geboden zal houden, dan belooft God de regens op hun tijd te geven zodat het land zijn inkomst zal geven. In de tweede plaats zijn de feesten ingezet om de grote daden van God te gedenken. Zo is Pasen het feest ter herinnering aan de uittocht uit Egypte en wordt op het Loofhuttenfeest de woestijnreis en de intocht in Kanaan herdacht. De feesten zijn er dus ook om Gods daden te gedenken.

Tenslotte hebben de feesten een belangrijke geestelijke betekenis. De feesten wezen heen naar de zegeningen die Christus verwerven zou. Paulus wijst erop dat de sabbat en de feestdagen een schaduw zijn van wat zou komen (Kolossenzen 3: 16 en 17). Zo wees het Paasfeest heen naar het sterven van Christus, het Lam van God. De feesten waren ook offerfeesten, en alleen al daarom verwezen zij steeds weer naar Christus en Zijn offer.

Overzicht van de feesten

1. Pascha (Pesach 'voorbijgaan') op 14 Nisan. Dit feest is ingesteld ter herdenking van de uittocht uit Egypte. Het belangrijkste onderdeel van het pascha is het Sedermaal: de maaltijd waarbij een lam wordt gegeten.

2. Feest der ongezuurde broden (Matsot; 'ongezuurde broden') van 15 tot 21 Nisan. Later werd deze hele week ook Pesach genoemd. Tijdens dit feest wordt een week lang ongezuurd brood gegeten. Ook dit feest herinnert aan de uittocht uit Egypte. Ook luidde dit feest het begin van een nieuw oogstjaar in.

3. Eerstelingen (Jom haBikkoerim; 'dag van de eerstelingen') op 22 Nisan. Op deze dag werd de eerste oogst van het land gehaald en in de tempel geofferd.

4. Pinkster- of Wekenfeest (Sjavoe'ot; 'weken') op 6 en 7 Siwan. Met dit feest wordt het einde van de graanoogst gevierd en ook de wetgeving op de Sinaï herdacht.

5- Nieuwjaarsdag (Rosj haSjanah; 'begin van het jaar') op 1 Tisjri. Dit is in het burgerlijk jaar de eerste dag van de eerste maand. Israël kent naast het burgerlijk jaar ook een godsdienstig jaar. Bij de uittocht uit Egypte riep God de zevende maand Aviv, uit tot eerste maand. Deze maand wordt sinds de ballingschap aangeduid met de naam Nisan. In het godsdienstig jaar valt Nieuwjaarsdag dus op de eerste dag van de zevende maand.

6. Grote Verzoendag (Jom Kippoer) op 10 Tisjri, een vastendag.

7. Loofhuttenfeest (Soekkot; 'loofhutten') van 15 tot 22 Tisjri. Soms wordt het Loofhuttenfeest kortweg 'het feest' genoemd. Dit feest vormt het einde van zowel de hele graanoogst als van de wijnoogst. Ook wordt op dit feest de intocht in Kanaan herdacht. Het Feest der ongezuurde broden, het Pinksterfeest en het Loofhuttenfeest zijn zogenoemde pelgrims- of bedevaartsfeesten. Voor deze feesten moest de pelgrimstocht naar Jeruzalem gemaakt worden.

De plaats van de feesten

In Deuteronomium wordt de plaats genoemd waar de feesten gevierd moeten worden: de plaats die de Heere verkiezen zal om Zijn naam aldaar te doen wonen. De feesten mogen niet op een willekeurige plaats gevierd worden, maar op de plaats waar Hij woont. Dit betekent ook: samen met alle andere gelovigen. Tijdens de woestijnreis werden de feesten rond de tabernakel gevierd, op de plaats waar Israël op dat moment was. Aangekomen in het beloofde land en in de tijd van de richters en van Samuël tot aan de bouw van de tempel onder koning Salomo werden de feesten gevierd in de plaatsen waar de tabernakel toen achtereenvolgens stond. Maar tijdens de woestijnreis lezen we telkens dat er in het beloofde land een een plaats zal zijn waar de Heere Zijn Naam zal doen wonen. Daar zou het volk Israël voortaan de offers brengen en de drie pelgrimsfeesten vieren. Als onder koning Salomo de tempel gebouwd is, wordt Jeruzalem de plaats waar de feesten gevierd worden. Op veel plaatsen in de Bijbel vinden we verwijzingen naar Jeruzalem als de stad waar de feesten gevierd worden. Zo spreekt Jesaja 33:20 van Sion, de stad onzer bijeenkomsten.


De Joodse kalender

De indeling van de tijd in jaren, maanden, dagen, uren, minuten en seconden is geregeld naar de stand van de zon ten opzichte van de aarde. De oude Egyptenaren hebben de tijd op deze manier ingedeeld. Een zonnejaar telt 365 dagen. In het oude Israël deelde men de tijd in naar de standen van de maan. De joodse kalender is zo ingericht dat elke nieuwe maand met nieuwe maan begint. Elke maand duurt afwisselend 29 of 30 dagen. Een maanjaar telt 354 dagen. Een maanjaar is dus korter dan een zonnejaar. In Israël wordt deze tijdsindeling volgens de maanstand dan ook van tijd tot tijd rechtgetrokken. Op welke wijze dit vroeger gebeurde, is niet bekend. In onze tijd doen de Joden dat door zeven keer in de negentien jaar een schrikkelmaand toe te voegen. Een kalender is van belang voor de landbouw. Voorjaar, zomer, herfst en winter hebben daarin een telkens terugkerende vaste plaats. Maar voor het volk Israël is het hebben van een kalender ook altijd belangrijk geweest om op vaste tijden de door de Heere ingestelde feesten te vieren. De landbouwkalender is tegelijk ook de godsdienstige kalender.

Dit artikel werd u aangeboden door: Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 2005

AanZet | 72 Pagina's

1. Feesten voor de Heere

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 2005

AanZet | 72 Pagina's

PDF Bekijken