Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

1. Begrippen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

1. Begrippen

14 minuten leestijd

Rondom de verhouding tussen het Oude en Nieuwe Testament komen veel begrippen naar voren. Allereerst zijn 'Oude Testament' en 'Nieuwe Testament' al woorden die uitleg nodig hebben. Ook woorden als 'werkverbond en genadeverbond', 'belofte en vervulling' en 'Wet en Evangelie' spelen een belangrijke rol. Wat betekenen deze begrippen voor de verhouding tussen het Oude en Nieuwe Testament?

'Werkverbond en genadeverbond'

De Bijbel wordt door sommigen het Verbondsboek of Boek des Verbonds genoemd. Dit komt omdat we in de Bijbel lezen over de verbonden die God met de mens sloot. De hele Bijbel is in feite een uitwerking van deze verbonden. Allereerst lezen we over het werkverbond, dat God met Adam sloot. Toen dit verbond door Adams ongehoorzaamheid werd verbroken, richtte God, uit genade, het genadeverbond op.

Het werkverbond is de overeenkomst die God met Adam, als vertegenwoordiger van alle mensen, sloot. Bij gehoorzaamheid belooft God aan Adam en heel zijn nageslacht het eeuwige leven, bij ongehoorzaamheid straft God Adam en heel zijn nageslacht met de dood. Adam moest gehoorzamen aan het proefgebod: hij mocht niet eten van de de boom der kennis des goeds en des kwaads (Genesis 2: 17). Adam heeft echter wel gegeten (Genesis 3) waardoor Adam, en wij met hem, geen recht meer hebben op het eeuwige leven. Adam en wij liggen onder Gods straf: de dood.

God laat de mens echter niet in zijn val liggen. Hij zoekt de mens op en richt een nieuw verbond op: het genadeverbond. Dit verbond heeft God opgericht met Christus, als hoofd van alle uitverkorenen. In de tijd wordt dit verbond geopenbaard, eerst aan Adam (Genesis 3: 15) en later aan Abraham (Genesis 17). God trekt een scheidslijn in de wereld. Deze scheiding wordt getrokken door de besnijdenis, het teken van het verbond. Later is de doop in plaats van de besnijdenis gekomen, ledereen die gedoopt is, is binnen de kring waarin God werkt. Aan hen maakt God de belofte van het Evangelie bekend: ieder die gelooft in Christus zal zalig worden. Dit wordt de bediening van het genadeverbond genoemd. De bediening vond in het Oude Testament plaats door de tempeldienst, na de dood van Christus aan het kruis vindt de bediening plaats door de prediking van het Evangelie. Degenen die gedoopt zijn horen echter niet op grond van hun doop bij het wezen van het genadeverbond. Alleen door de wedergeboorte (Dordtse Leerregels, hoofdstuk 3/4, paragraaf 12) krijgt een mens deel aan de beloften van het genadeverbond, namelijk de vergeving van zonden door het offer van Christus en het recht op het eeuwige leven. Deze mensen, die wedergeboren zijn, vormen het wezen van het genadeverbond.

Oude bedeling - Nieuwe bedeling

In de bediening van het genadeverbond worden twee perioden onderscheiden. De eerste periode loopt van Adam totdat het voorhangsel in de tempel scheurt (o.a. Markus 15:38). In deze periode zijn alle offers en ceremoniën van kracht. Met Christus' dood aan het kruis zijn deze offers en ceremoniën vervuld. Deze eerste periode, die de oude bedeling wordt genoemd, is met Christus' dood voorbij. Wij en alle andere mensen die na Christus' dood leven, leven in de periode die de nieuwe bedeling wordt genoemd. De oudtestamentische offers en ceremoniën hebben in de nieuwe bedeling hun functie verloren. Het éénmalige offer van Christus maakt een einde aan alle oudtestamentische offers en ceremoniën (Hebreeën 7: 27).

Wet - Evangelie

Ook de begrippen 'Wet en Evangelie' worden gebruikt om de verhouding tussen beide Bijbeldelen aan te geven. Het Oude Testament is voor sommigen de 'Wet', met alle geboden en regels. Het Nieuwe Testament is dan het 'Evangelie'. Calvijn gebruikt de woorden 'Wet en Evangelie' om de verschillen in accenten tussen beide delen van de Schrift aan te geven. Deze beide delen vallen bij hem samen onder het woord 'verbond'. Het zijn de twee delen van het Boek van het verbond. Toch spreekt volgens Calvijn ook in het Oude Testament reeds het volle Evangelie, terwijl in het Nieuwe Testament de Wet niet buiten werking is gesteld. Waar de Wet is, is ook het Evangelie, en omgekeerd waar het Evangelie is, is ook de Wet. De woorden 'Wet en Evangelie' geven alleen aan dat er bepaalde accenten liggen in de beide Testamenten. Zo schrijft ds. G.H. Kersten in De Gereformeerde Dogmatiek dat de genade in de bolster van de Wet besloten is (pag. 35). De genade is er wel, maar het accent valt op de Wet, waardoor de genade minder zichtbaar is. Zo is ook in het Evangelie van johannes te lezen: 'de Wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid is door Jezus Christus geworden' (Johannes 1: 17). Als belofte is de hele Schrift Evangelie, als eis ' s c ' e Schrift Wet. Dat wil zeggen: in alle beloften klinkt het 'Evangelie' door, in alle eisen en Wetten klinkt de 'Wet' door.

Belofte-Vervulling

Een ander begrippenpaar dat gebruikt wordt om de verhouding tussen de beide delen van de Schrift aan te geven is 'belofte en vervulling'. Hierbij wordt in de Bijbel de nadruk gelegd op wat voorzegd is over de komst van Christus (belofte) en wat in Hem vervuld is (vervulling). In het gehele Oude Testament is de aankondiging van Christus te vinden. Deze aankondiging wordt vervuld in het Nieuwe Testament.

Het is echter niet zo dat het in het Oude Testament alleen om de belofte zou gaan, en dat de vervulling beperkt is tot het Nieuwe Testament. Het is inderdaad zo dat de grote belofte van het Oude Testament, de komst van de Heere jezus, vervuld is in het Nieuwe. Er zijn echter ook beloften die in het Oude Testament vervuld worden (bijvoorbeeld de terugkeer uit de ballingschap) en in het Nieuwe Testament zijn er beloften, die nog niet vervuld zijn (bijvoorbeeld de wederkomst van de Heere Jezus Christus).

Oude Testament - Nieuwe Testament

'Oude en Nieuwe Testament'is de gebruikelijke naam om de twee delen van de Bijbel aan te duiden. Het woord 'testament' komt van het Latijnse woord testamentum, dat ook wel met 'verbond' vertaald wordt. Het gaat in heel de Schrift om één en hetzelfde verbond gaat, het genadeverbond. Het werkverbond, waarover het in de eerste hoofdstukken van Genesis gaat is niet meer van kracht. Zowel in de naam Oude Testament als in de naam Nieuwe Testament, wordt met 'testament' naar dit verbond verwezen. De naam 'Oude Testament' duidt op het deel van de Bijbel, dat over de periode voor de dood van Christus gaat, de periode van de oude bedeling. De naam 'Nieuwe Testament' duidt op dat deel van de Bijbel dat over de periode na de komst van Christus gaat, de nieuwe bedeling. Er zijn mensen die het woord 'oud' misleidend vinden, omdat sommigen hierdoor zouden kunnen denken dat dat deel van de Bijbel verouderd is. Een gevolg hiervan is dat men zou denken dat alleen het 'nieuwe' deel van kracht is. Deze mensen pleiten ervoor het eerste deel van de Bijbel de naam 'Eerste Verbond' te geven en het tweede deel 'Tweede Verbond'. Het nadeel van deze 'vondst' is dat het lijkt alsof het in de Bijbel over twee verbonden gaat. Het eerste wordt vervangen door het tweede. Het gaat in de Bijbel echter om één verbond, in twee bedelingen: voor en na Christus. De naam 'Eerste en Tweede Verbond' lost niets op.

De naam 'Oude en Nieuwe Testament' is goed te gebruiken voor de twee delen van de Bijbel: het gaat om het ene testament (verbond), die bestaat uit een oude en een nieuwe bedeling.


2 Korinthe 3

In 2 Korinthe 3: 6 en 14 komt het woord 'testament' voor, samen met de woorden 'oud' en 'nieuw*. Met het Oude Testament worden hier niet in de eerste plaats de boeken Genesis tot en met Maleachi bedoeld. Het gaat om de bediening, zoals die in het Oude Testament plaats vond, door de offers en andere ceremoniën. Deze bediening is in Christus vervuld. Met het Nieuwe Testament wordt de bediening bedoeld die is ingegaan met Christus' lijden en sterven, en niet zozeer de boeken Mattheüs tot en met Openbaring. Het Nieuwe Testament komt voort uit het Oude Testament: wat in de oude bedeling beloofd is, wordt in de nieuwe bedeling vervuld. De scheiding tussen de beide delen ligt bij de komst van Christus.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 2005

AanZet | 72 Pagina's

1. Begrippen

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 2005

AanZet | 72 Pagina's

PDF Bekijken