Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

2. Inhoud

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

2. Inhoud

14 minuten leestijd

Om duidelijk te maken waar het om gaat in de twee delen van de Schrift wordt in dit hoofdstuk kort de inhoud van de Bijbel weergegeven. Vervolgens worden enkele belangrijke overeenkomsten en verschillen tussen het Oude en Nieuwe Testament op een rij gezet.

Het Oude Testament

Met het Oude Testament worden de boeken Genesis tot en met Maleachi (in de Joodse Bijbel: Genesis tot en met 2 Kronieken; zie kader) bedoeld. Deze boeken zijn in het Hebreeuws (en enkele delen in het Aramees) geschreven. Dit deel van de Bijbel gaat over de periode van de schepping tot de terugkeer uit de ballingschap. Het begint met de beschrijving hoe God de wereld uit niets geschapen heeft (Genesis 1 en 2). In Genesis 3 lezen we hoe de mens in opstand komt tegen God en het werkverbond verbreekt. God laat de mens echter niet in de steek maar komt naar hem toe en belooft dat er verlossing zal komen (Genesis 3:15). Hierna lezen we hoe de mens steeds opnieuw door gaat met zondigen en hoe God een nieuw begin maakt. Denk bijvoorbeeld aan de zondvloed en hoe de Heere met Noach en zijn zonen verder gaat.

God vernieuwt met Abraham, geroepen uit Ur, het genadeverbond. Hij belooft dat uit zijn nageslacht de Messias geboren zal worden. God werkt Zijn heilsplan verder uit in Izak, Jakob en Juda. Na de jaren van slavernij in Egypte leidt God Israël, door de hand van Mozes en Aaron, uit Egypte naar Kanaan. In de woestijn geeft God voorschriften voor hoe Israël Hem moet dienen (Leviticus en Deuteronomium). Na de verovering van Kanaan (Jozua) kunnen we lezen hoe God richters aanstelt (Richteren). Het volk wil echtereen koningen krijgt een koning. Saul wordt gezalfd, maar later verworpen. In David gaat God verder met Zijn plan: Hij belooft dat uit Davids nageslacht de Verlosser geboren zal worden en dat Sion Gods woonplaats zal zijn (Psalm 132). De lijnen van David en Sion zijn hoofdlijnen in het Oude Testament en wijzen heen naar de komst van Christus. Na de scheuring van het rijk gaat God verder met Zijn werk in het geslacht van David, denk aan Asa, Hizkia en Josia. Toch blijven Israël en Juda God verlaten. Daarom worden beide delen van het rijk in ballingschap weggevoerd (Kronieken). Na zeventig jaar keren ze terug naar Israël (Ezra en Nehemia).

Naast deze geschiedenis staan er ook veel profetieën in het Oude Testament. Telkens weer roept God profeten (onder andere Elia, Jesaja en Micha) om Zijn volk terecht te wijzen, maar ook om naast het oordeel het heil van de komst van de Messias bekend te maken. Naast de profeten zijn er ook dichterlijke boeken als Psalmen en Spreuken, waarin de schrijvers van deze boeken ons vertellen over Gods handelen in het leven en hoe je God in heel je leven moet dienen. Ook het lijden (Job) en de klacht (onder andere Klaagliederen) vinden een plaats in het Oude Testament. Heel het Oude Testament vertelt ons van Gods trouw aan de mens, die ontrouw is aan God. God blijft trouw aan Zijn belofte.

Het Nieuwe Testament

In het Nieuwe Testament (de boeken Mattheüs tot en met Openbaring) is beschreven hoe God verder gaat met Zijn heilsplan. Johannes predikt en doopt, om zo de weg vrij te maken voor de Heere Jezus, de Zaligmaker. In Lukas 2 staat beschreven hoe Jezus mens geworden is. In de vier Evangeliën wordt het leven van Jezus getekend. Ze bevatten het onderwijs dat Hij Zelf gegeven heeft. Elk van de Evangeliën benadrukt een eigen kant van het werk van de Heere Jezus. Zo legt bijv. Mattheüs veel nadruk op het feit dat het Oude Testament in Christus vervuld is, let maar eens op hoe vaak er geschreven staat 'opdat vervuld zou worden' (o.a. Mattheüs 2: 15, 4: 14 en 8: 17). Ook de Heere Jezus Zelf verwijst naar het Oude Testament en laat zien dat Hij de verwachte Messias is (bijvoorbeeld Lukas 4: 17-21). Centraal staat de prediking van Jezus, waarbij vergeving en genezing een belangrijke plaats innemen. Alle Evangeliën eindigen met het lijden, sterven en de opstanding van Christus. Mattheüs, Marcus, Lucas en Johannes geven allemaal een eigen verslag van het leven van Jezus, de Messias.

In Handelingen wordt de hemelvaart en de uitstorting van de Heilige Geest (Pinksteren) beschreven. Na Pinksteren verschuift het accent van Israël en Jeruzalem naar de wereld. De apostelen gaan op zendingsreis en het Evangelie gaat over de hele wereld. In de brieven kunnen we lezen hoe het Evangelie van Jezus verder gaat en gepredikt wordt in de gemeenten. Ook worden zowel problemen en vragen (1 Korinthe 10) als blijde dingen (Filippenzen 1) beschreven. In de brief aan de Hebreeën wordt het Oude Testament heel duidelijk in het licht van het Nieuwe gezien (Hebreeën 8, 9 en 11). Christus heeft door Zijn lijden en sterven het geheie Oude Testament vervuld. Het Nieuwe Testament eindigt, na de algemene zendbrieven (onder andere van Judas en Jakobus) met de Openbaring aan Johannes, waarin Johannes geschreven heeft wat hij gezien heeft, wat is en wat gebeuren zal (Openbaring 1:19). In dit laatste Bijbelboek wordt iets geschetst van de eindstrijd tussen Christus en satan, die eindigt in een definitieve nederlaag van de duivel en een overwinning van Christus.

Overeenkomsten

In de Bijbeldelen, die beide geïnspireerd zijn door de Heilige Geest, gaat het over de ene God, die Zijn ene heilsplan openbaart in de geschiedenis. Deze lijn, die begint in Genesis 3, loopt door in het Nieuwe Testament en eindigt bij de wederkomst (Openbaring). Het Nieuwe Testament laat zelf ook zien dat het bij het Oude Testament hoort. Er wordt veel geciteerd uit het Oude Testament (bijvoorbeeld Hebreeën 6:2), er wordt vaak op gewezen dat het Oude Testament vervuld is en dat het Oude Testament van Christus getuigt. Denk aan de verschijning van de Heere Jezus aan de Emmaüsgangers: en begonnen hebbende van Mozes en van al de Profeten (dat is: vanuit het hele Oude Testament), legde Hij (Jezus) hun uit in al de Schriften hetgeen van Hem geschreven was. Heel de Bijbel gaat over het ene Evangelie, dat Christus in de wereld gekomen is om zondaren zalig te maken. Daarom gaat het in de boeken van Mozes om hetzelfde als bijvoorbeeld in de brieven van Paulus.

Verschillen

Tussen het Oude en Nieuwe Testament bestaan ook veel verschillen. Het Oude Testament is in het Hebreeuws (en een paar stukken in het Aramees) geschreven, terwijl het Nieuwe Testament in het Grieks geschreven is. Het Nieuwe Testament is later geschreven dan het Oude Testament (dat ten tijde van het Nieuwe Testament al op schrift was gesteld), en gaat over een veel kleinere periode uit de geschiedenis. Het belangrijkste verschil is wel dat het Oude Testament gaat over de periode voor de komst van Christus, waarin alle offers en ceremoniën een plaats innemen, en het Nieuwe Testament over de periode (tijdens en) na de komst van Christus. In het Nieuwe Testament wordt het volle Evangelie ook aan de heidenen verkondigd zo heeft dan God ook de heidenen de bekering gegeven ten leven! (Handelingen 11:28), terwijl in het Oude Testament slechts enkele heidenen tot het geloof komen, zoals Naaman, de Syriër.


'DeTenach'

De loden noemen hun Bijbel (alleen het OT) de Tenach. Zij delen het Oude Testament in drie delen in, waarvan de eerste letters het woord 'TeNaCh' vormen.

Het eerste deel heet Thoro (Wet) en bevat de boeken Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium.

Het tweede deel heet Nebiim (profeten) en bevat de boeken Jozua, Richteren, 1-2 Samuël, 1-2 Koningen (de zgn. vroege profeten) en Jesaja, leremia, Ezechiel, Hosea, )oël, Arnos, Obadja, |ona, Micha, Nahum, Habakuk, Zefanja, Haggaï, Zacharia en Maleachi (de zgn. late profeten).

Het derde deel heet Chetuvim (geschriften) en bevat de boeken Psalmen, job. Spreuken, Ruth, Hooglied, Prediker, Klaagliederen, Esther, Daniël, Ezra, Nehemia en 1-2 Kronieken.

Een gedeelte van de geschriften wordt de vijf zogenaamde rollen (Megillot) genoemd, die op bepaalde tijden gelezen worden: Ruth (Pinksterfeest), Hooglied (Paasfeest), Prediker (Loofhuttenfeest), Klaagliederen (gedenkdag van de verwoesting van de tempel)en Esther (Purimfeest).

De loden hebben hun Tenach geordend naar het soort boeken (Wet, profeten en geschriften), terwijl de boeken van ons Oude Testament de volgorde hebben dat ze uitlopen op de komst van Christus, beginnend met Genesis en eindigend met Maleachi, die het laatst geprofeteerd heeft voor de komst van Christus.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 2005

AanZet | 72 Pagina's

2. Inhoud

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 2005

AanZet | 72 Pagina's

PDF Bekijken