Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

2. Het ontstaan van de gemeente

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

2. Het ontstaan van de gemeente

13 minuten leestijd

Al vanaf het begin van de wereldgeschiedenis hebben mensen de Heere gezamenlijk gediend. In Genesis 4 staat van de tijd waarin Seth een zoon kreeg: Toen begon men de Naam des Heeren aan te roepen. Niet dat men dat daarvoor nooit gedaan had, maar vanaf dat moment ging men zich afzonderen van de kinderen van Kaïn en begon men in familieverband tot de Heere te bidden.

Na de uittocht uit Egypte gaf de Heere het bevel om de tabernakel te bouwen. Deze tent der samenkomst werd tot centrum van het godsdienstige leven. Ook werd in die tijd de wet van de Tien Geboden gegeven met daarin de opdracht tot het heiligen (afzonderen) van de sabbat. Toen het volk zich in Kanaan gevestigd had, was het praktisch niet meer mogelijk om elke week naar de tabernakel te gaan. Het volk trok wel drie keer per jaar bij de grote feesten op naar de tabernakel. De rest van het jaar bracht men de sabatten thuis door. Na de bouw van de tempel door Salomo werd het godsdienstige leven verplaatst van de tabernakel naar deze tempel.

Eeuwen later werd het tweestammenrijk weggevoerd naar Babel en werd de tempel verwoest. De samenbindende factor van het toenmalige kerkelijk leven was door deze verwoesting verdwenen. Men leefde in een vreemd land, met andere gewoontes en andere goden. Om te voorkomen dat ze hun godsdienst en cultuur zouden vergeten, gingen de Joden op de sabbat bijeenkomsten beleggen. Tijdens deze bijeenkomsten werd gelezen uit de geschriften en werd het gelezene uitgelegd. Uit deze bijeenkomsten zijn waarschijnlijk de eerste synagogen voortgekomen.

Na de terugkeer naar Israël bleef het gebruik van de synagogen bestaan. In de tijd van het Nieuwe Testament had vrijwel elke Joodse plaats een eigen synagoge. Ook de Joden die in andere landen woonden, hadden daar vaak een eigen synagoge. Hier mocht elke man die daartoe bekwaam was de Schriften uitleggen. Het is daarom ook niet vreemd dat de Heere Jezus, die eigenlijk timmerman was, ook in de synagoge mocht preken.

Ontwikkelingen in de tijd van het nieuwe testament

De Heere Jezus was een Jood, Zijn discipelen waren Joden en de eerste christelijke gemeenten in Jeruzalem en Palestina bestonden in hoofdzaak uit Joden en proselieten. Nadat zij Jezus als Messias en Zoon van God aanvaard hadden bleven zij de tempel en de synagoge bezoeken. We lezen van de discipelen die in de bijgebouwen van de tempel op de uitstorting van de Heilige Geest wachtten. We lezen ook van Paulus die op zijn zendingsreizen altijd eerst in de synagoge ging preken. Jezus zelf had hun dit voorbeeld gegeven. Op de sabbat ging Hij naar de synagoge, wat Zijn gewoonte was (Lukas 4:16).

Het tempelplein was de plaats waar de apostelen tot het volk predikten en de bekeerden verder onderwezen. De nieuw-bekeerden vormden een hechte gemeenschap. Ze hadden gezamenlijke liefdemaaltijden, gebeden, Avondmaalsvieringen, onderricht in de christelijke leer en gemeenschap van goederen. Daardoor vormden zij een aparte groep binnen de Joodse gemeenschap, vergelijkbaar met andere religieuze groepen zoals de Farizeeën, de Sadduceeën en de Essenen. De eerste Joodse christenen bleven trouw aan de Joodse gewoonten en gebruiken. Tegelijk geloofden ze in Jezus, Die zij beleden als de Zoon van God en de beloofde Messias.

De synagogen waren voor de christenen toegankelijk, zowel in Jeruzalem als in vele andere plaatsen. Langzamerhand werd de tegenstelling tussen de Joodse en de christelijke leer duidelijker. Eerst werden de volgelingen van Jezus beschouwd als een sekte, zoals er meerdere Joodse sekten waren. Maar steeds meer gingen de joden hen zien als een sekte met gevaarlijke ontsporingen in de leer, die bestreden moesten worden. Het grote breekpunt tussen de Joodse synagoge en de discipelen van Jezus was de persoon van Jezus. De belijdenis dat Jezus is de Christus, de Zoon van de levende God, was het grote geschilpunt tussen de Joden en de Joodse christenen. Als gevolg daarvan was er voor de Joodse christenen al snel geen plaats meer in de synagoge. Zij gingen hun eigen bijeenkomsten beleggen. Ze kwamen dan samen op de eerste dag van de week, om de opstanding van hun Heere te herdenken. Zo ontstond een groep belijders van Jezus uit Joden en niet-Joden. In Antiochië werden ze voor het eerst christenen genoemd. Het christendom werd een nieuwe gemeenschap, los van het Jodendom.

In het begin leken die nieuwe christelijke gemeenschappen in de landen rond de Middellandse Zee op de algemeen bekende samenkomsten van de Joden, die op zaterdag in de synagogen gehouden werden. Overal ontstonden kleine, van de Joden afgescheiden groepjes, waarin ook heidenen welkom waren. De Joden zelf lieten er geen twijfel over bestaan dat het bij deze afgescheiden groepjes niet om Joden ging. De vijandschap tegen de christenen ontstond dan ook vaak vanuit de synagoge. Vrijwel vanaf het begin hebben de Joodse christenen bloot gestaan aan felle vervolgingen van de kant van hun eigen volksgenoten.

Van synagoge naar christelijke gemeente

Door bovenstaande ontwikkeling ontstonden dus aparte samenkomsten van de christenen. Zij richtten die samenkomsten echter wel in naar de gebruiken van de Joodse synagoge.

Basiselementen uit de liturgie van de synagoge, zoals het gebed, de geloofsbelijdenis, het lezen van de Schrift, een uitleg of preek, het zingen van de psalmen en de zegen voor de gemeente aan het einde van de dienst zijn allemaal terug te vinden in de samenkomsten van de eerste christenen. Deze zijn ook in de loop van de eeuwen bewaard gebleven in de liturgie van de christelijke gemeente. Veel elementen uit de liturgie tijdens de erediensten in onze gemeenten vinden daarom hun oorsprong in de synagogen.


Proseliet komt van een Griekse woord dat 'bijgekomene' of 'overgetredene' betekent. Het is het woord, dat in de Septuaginta gebruikt wordt als vertaling van het Hebreeuwse woord 'gër': vreemdeling of bijwoner. In het Nieuwe Testament komt het woord viermaal voor: in Mattheüs 23 115; Handelingen 2: io; 6 :5 en 13: 43. In de Statenvertaling is dat steeds vertaald als 'Jodengenoot'.

Het is de naam voor heidenen, die tot de joden overkwamen of geestelijk aansluiting bij hen zochten. Proselieten kunnen in twee categorieën ingedeeld worden. Heidenen die tot het Jodendom overgingen zonder de joodse leefwijze helemaal te aanvaarden en heidenen die geheel tot het jodendom overkwamen. Deze laatsten werden 'proselieten der gerechtigheid' genoemd. Met groot ceremonieel werden ze in het jodendom opgenomen. Dit vond plaats na streng onderzoek naar de beweegredenen voor het overgaan en na een periode van onderwijs. De ceremonie voor de opname bestond uit de besnijdenis, een reinigingsbad (doop) en een offer. De proselieten kregen bij de besnijdenis een nieuwe naam. Zij moesten van hun vroegere leven afstand doen. Onderhen zijn er velen geweest die zeer fanatiek Joods werden.

Juist zij waren vaak fanatiek in hun optreden tegen de christenen in de eerste tijd van de christelijke kerk. Zo wordt de vervolging van de christenen door Nero toegeschreven aan de invloed van zijn vrouw Poppaea, die een proseliet was.

Heel anders waren de proselieten die zich niet geheel in het Jodendom lieten opnemen, maar alleen geestelijk aansluiting zochten. Deze waren veel groter in aantal. Deze Joden waren al voor Jezus' omwandeling op aarde in alle landen van de Griekse cultuur verspreid. Veel heidenen bezochten hun synagogen, hoorden er de Schriftlezing en de prediking en werden aangetrokken door het strenge monotheïsme van Israël. Zij hielden ook dikwijls een deel van de Joodse wetten. De kamerling van Candace en Cornelius, de hoofdman over honderd uit Cesarea behoorden tot hen. Veel van deze proselieten in ruimere zin zijn bij de christelijke kerk gekomen. Zij leerden in Jezus de vervulling zien van de Messias die komen zou.

Dit artikel werd u aangeboden door: Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 2006

AanZet | 70 Pagina's

2. Het ontstaan van de gemeente

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 2006

AanZet | 70 Pagina's