Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

5. De gemeente en pastoraat

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

5. De gemeente en pastoraat

11 minuten leestijd

Naast Woordverkondiging is pastoraat een belangrijk aspect van het gemeentezijn. Het woord 'pastoraat' hangt samen met het Latijnse woord 'pastor' of herder.

Het wordt vaak in de Bijbel genoemd. De Heere Jezus zegt van Zichzelf: Ik ben de goede Herder (johannes 10:11). Het pastoraat is de herderlijke zorg, die de ambtsdragers van de gemeente in de naam van de grote Herder der schapen aan de gemeente als kudde besteden. God gebruikt mensen om de kudde te weiden, te leiden en te verzorgen (Handelingen 20: 28, Efeze 4: 11). In de brieven van de apostelen aan de herders van de gemeenten krijgt de pastorale zorg veel aandacht. De jonge gemeenten hebben deze zorg hard nodig. Ze leven in een heidense wereld, waarin het moeilijk is om staande te blijven.

Pastorale zorg is veelomvattend. De herderlijke zorg is gericht op de gemeente als geheel en op elk gemeentelid in het bijzonder. In de ruimste zin van het woord hoort hier ook de prediking van Gods Woord bij. Maar ook catechese heeft een pastorale kant. Het is niet alleen een toelichting op de bijbelse leer. Immers achter vragen van catechisanten kan veel schuilgaan wat pastorale aandacht vraagt. De herderlijke zorg krijgt verder een bijzondere toespitsing in het pastorale gesprek, tijdens het huisbezoek, het ziekenbezoek, bij geboorte en sterven en bij gemeenteleden met bijzondere zorgen. Het pastoraat is ervoor jongeren en ouderen. Pastoraat heeft niet alleen betrekking op geestelijke vragen van gemeenteleden. Wat belangrijk is in het pastoraat is bewogenheid, ook de Heere Jezus was innerlijk bewogen met de schare. Hij had oog voor de totale mens. Hij genas zieken, vergaf zonden en hielp in materiële nood zoals bij de bruiloft te Kana.

Ambt aller gelovigen

Het is duidelijk dat ambtsdragers een bijzondere verantwoordelijkheid hebben met betrekking tot het pastoraat in de gemeente. Zo hebben predikanten de taak om te preken, de sacramenten te bedienen, opzicht en kerkelijke tucht uit te oefenen. Ouderlingen regeren de gemeente, oefenen ook opzicht en kerkelijke tucht uit en volbrengen huisbezoeken. Diakenen tenslotte verzamelen gaven en delen die uit en bezoeken en troosten armen. Er zijn vanuit de Bijbel gezien echter meer vormen van pastoraat dan alleen het ambtelijke werk in de gemeente. Naast het ambtelijke pastoraat is er ook een onderling pastoraat. Dit betreft de onderlinge verhouding van de gemeenteleden. Dit onderlinge pastoraat behoort eigenlijk tot het ambt ('de plicht') aller gelovigen. De betekenis van dit onderlinge pastoraat wordt helaas wel eens te weinig gezien. Als we in het Nieuwe Testament lezen, is er geen sprake van onderwaardering. Met name in de slothoofdstukken van de brieven van Paulus wordt telkens opgeroepen tot zorg voor elkaar. Iedere keer laat de apostel de oproep horen ten aanzien van het onderling verlenen van herderlijke zorg: ...vermaant de ongeregelder1, vertroost de kleinmoedigen, ondersteunt de zwakken... (1 Thessalonicensen 5: 14). Maar jaagt allen tijd het goede na, zo jegens elkander als jegens allen (1 Thessalonicensen 5:15). Draagt elkanders lasten... (Galaten 6: 2). Dit wordt niet speciaal tot ambtsdragers gesproken, maar het is gericht tot de hele gemeente. Bid voor elkander... (jakobus 5:16) is geen opdracht die allereerst tot ambtsdragers komt, maar het is een opdracht aan alle gemeenteleden. Een opdracht die bijdraagt tot een goed gemeente-zijn.

In de gemeente is er, als het goed is, onderling pastoraat dat betrekking heeft op de gehele mens. Denk bijvoorbeeld aan gemeenteleden bij wie je terecht kunt met vragen en bij wie je vanuit de Bijbel onderwijs ontvangt. Het is daarom niet juist wanneer er geen oog is voor het onderling pastoraat, het ambt aller gelovigen, de gemeenschap der heiligen die er in de gemeente hoort te zijn. De Catechismus verwoordt het in zondag 21 als volgt: "...elk moet zich schuldig weten zijn gaven ten nutte en ter zaligheid der andere lidmaten gewilliglijk en met vreugde aan te wenden." Het ambtelijk pastoraat en het onderlinge pastoraat staan niet in concurrentieverhouding tot elkaar, ze vullen elkaar aan, ze kunnen niet zonder elkaar.

Pastoraat en hulpverlening

In pastoraat ligt ook de basis van het werk, dat door instellingen op het terrein van psycho-sociale en psychiatrische hulp wordt verricht. Pastorale zorg en hulpverlening vormen geen tegenstelling. Gemeenteleden die deskundige begeleiding krijgen, hebben juist behoefte aan ambtelijke begeleiding door middel van een pastoraal gesprek. De predikant en de ouderling worden allereerst geroepen tot het gesprek over de vragen van het hart. De andere vragen vallen daarmee niet buiten hun opdracht, maar voor het spreken over geloofsvragen zijn zij primair geroepen, daar ligt de eerste opdracht. Het gesprek over de vragen in de relatie tot de Heere en de persoonlijke levensvragen te zien in het licht van de Bijbel.

De gemeente: een pastorale gemeenschap?

Veel pastorale nood kan worden verminderd door het bieden van een luisterend oor en het geven van persoonlijke, liefdevolle aandacht en praktische raad. Dat geldt niet voor alle, maar wel voor vele hulpvragen. Dat betekent dus dat wij niet alles moeten verwachten van de dominee en de ouderling, maar oog moeten hebben voor het onderlinge pastoraat in de gemeente. Daarom is het ook zo nodig om als gemeente te bidden om de Geest van Christus.

Hoe meer de gemeente een geméénschap is, des te minder wordt het aantal hulpvragen dat bij de predikant, ouderling of hulpverlener terechtkomt. Alleen vragen die specifieke aandacht nodig hebben, blijven dan over. Het is goed om ons als kerkelijke gemeenschap de vraag te stellen: Hoe komt het toch dat het aantal hulpvragen zo toeneemt? Dan moeten we niet in de eerste plaats wijzen op factoren van buitenaf zoals ontkerstening, materialisme, moderne media, het hoge levenstempo en emancipatie. Natuurlijk zijn die van invloed, maar ze moeten niet gebruikt worden om een gebrek aan liefdevolle aandacht voor elkaar te bedekken. We moeten als gemeenteleden de hand in eigen boezem steken. Is onze gemeente wel een geméénschap?

Volmaakte gemeenten zijn er niet. Alle gemeenten zijn gemeenten van zondaren. Maar het zijn ook gemeenten waarin de Geest van Christus werken wil en waarin Hij uit enkel genade helend en genezend Zijn Woord toepast. Laat het je verlangen zijn elkaar tot een hand en een voet te zijn. Zo dan, terwijl wij tijd hebben, laat ons goed doen aan allen, maar meest aan de huisgenoten des geloofs! (Galaten 6:10).

Dit artikel werd u aangeboden door: Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 2006

AanZet | 70 Pagina's

5. De gemeente en pastoraat

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 2006

AanZet | 70 Pagina's

PDF Bekijken