Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

1. Het hindoeïsme

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

1. Het hindoeïsme

26 minuten leestijd

Oorsprong

De oorsprong van het hindoeïsme ligt vermoedelijk in het Indusdal in Noordwest India. Hier zijn bij archeologische opgravingen beelden gevonden van de hindoegod Shiva. De beelden dateren uit ongeveer 3000 voor Christus. De godsdienst moet dus al heel oud zijn.

Waarschijnlijk is het begonnen als een primitieve religie rond de centrale god Shiva, waarbij elk dorp naast deze god, ook weer zijn eigen goden en godinnen had. Er werden rituele dierenoffers gebracht door priesters. De rivier de Ganges had - en heeft nog steeds - een belangrijke rol in deze godsdienst.

Deze rivier is voor de hindoes het symbool van het leven zonder einde en wordt door hen als heilig beschouwd. In de loop der eeuwen ontwikkelde het hindoeïsme zich. Er onstonden tal van regels, gezangen en gebeden. In ongeveer 1500 voor Christus vielen Arische (letterlijk 'edele') volken uit het Baltische gebied Noord-lndia binnen. Het waren nomaden die dicht bij de natuur leefden. Ze vereerden goden die de natuur vertegenwoordigden. Zo kenden ze een zonnegod, een maangod en een regengod. Hun geloof vermengde zich met dat van de hindoes. Binnen het hindoeïsme worden dan ook Arische goden vereerd, bijvoorbeeld Agni, de god van het vuur. Ook brachten deze volken heilige teksten mee, die door de hindoes werden overgenomen. 'Hindoeïsme' is de westerse naam voor deze godsdienst. Het woord 'hindoe' betekent 'Indiër'. De hindoes zelf noemen hun godsdienst sanatana dharma, wat 'eeuwige leer' of 'eeuwige wet' betekent.

Omschrijving

Er is geen korte omschrijving te geven van het hindoeïsme. De godsdienst laat een breed scala zien aan geschriften, ideeën, stromingen, goden en opvattingen, die soms zelfs tegenstrijdig zijn. Het hindoeïsme kent geen stichter en geen centrale leer of geloofsbelijdenis. Het is meer een manier van leven dan een geloof. Er zitten heel veel verschillen in de manieren waarop hindoes hun geloof vormgeven.

Sommige hindoes bidden, anderen niet. Voor sommigen hoort tempelbezoek erbij, voor anderen weer niet. Elke groep of stroming houdt er zijn eigen goden en godinnen op na en kent zijn eigen feesten. Ook verschillen de rituelen rond geboorte, huwelijk en begrafenis.

Je zou je het hindoeïsme kunnen voorstellen als een ketting, die geregen is met allemaal verschillende kralen. De samenbindende draad wordt gevormd door een aantal kernbegrippen en gezaghebbende teksten. Deze vormen voor alle (of in ieder geval de meeste) hindoegroeperingen de basis van hun religieuze opvattingen.

Heilige teksten

De heilige teksten worden onderverdeeld in twee groepen: openbaring en traditie. De eerste groep wordt beschouwd als direct van de goden ontvangen teksten. Ze bevatten de 'eeuwige waarheid'. Het lezen van deze teksten is voorbehouden aan de geestelijken, die ze bestuderen en er commentaren op schrijven. Tot deze groep teksten behoren onder andere de Veda's. Dit zijn de oudste teksten. Ze bevatten legenden (gefantaseerde verhalen met een historische kern), gebeden, regels voor offers, en lofzangen op de goden en godinnen. Deze teksten zijn een tijdlang mondeling doorgegeven en later opgeschreven.

De tweede groep teksten wordt als minder heilig beschouwd. Zij zouden niet direct van de goden zijn ontvangen. Deze teksten bestaan vooral uit commentaren op de teksten die bij de eerste groep horen.

Kernbegrippen

Brahman, vishnu en shiva

De oppergod van de hindoes heet Brahman. Hij is de goddelijke bron waarvan iedereen en alles afkomstig is. Hij is het 'zelf', of het 'eeuwige zijn'. Brahman wordt niet gezien als een persoonlijke god. De meeste hindoes vereren honderden goden en godinnen die allemaal verschillende kanten van Brahman laten zien. De hindoegoden worden vaak afgebeeld met veel hoofden en verschillende armen die allemaal een voorwerp vasthouden. Deze voorwerpen beelden de eigenschappen uit die zij van Brahman vertegenwoordigen. Een bekende hindoegod is bijvoorbeeld Ganesh. Hij is de beschermheer van de schepselen. Ganesh wordt afgebeeld met een olifantenhoofd en met vier armen en zittend op een rat. De rat was oorspronkelijk een demon, die door Ganesh werd onderworpen. Zijn grote olifantenhoofd staat voor kracht en intelligentie. Een populaire godin is Sarasvati, de godin van de wetenschap en de kunsten. Ze wordt afgebeeld met meerdere handen waarmee ze boeken of muziekinstrumenten vasthoudt.

Naast Brahman zijn vooral Vishnu en Shiva belangrijke goden voor de hindoes. Veel tempels zijn aan deze drie goden gewijd. Vishnu wordt gezien als de beschermer van het heelal. Hij wordt vaak afge beeld op een adelaar of op een slang. Shiva is de vernietiger van het kwaad. Hij wordt altijd afgebeeld met een drietand in zijn hand en rijdend op een stier.

Binnen het hindoeïsme zijn stromingen die deze drie goden beschouwen als een goddelijke drieeenheid. Er zijn ook hindoes die helemaal geen goden vereren: voor hen blijft het goddelijke iets onpersoonlijks.

Vedanta

Het hoogste geluk dat de hindoe kan bereiken is de vereniging van de mens met het goddelijke. Dit wordt vedanta genoemd. Letterlijk betekent vedanta: 'het uiteindelijke weten'. Om vereniging met het goddelijke te krijgen, moet je jezelf leren kennen. Zo zul je steeds dichter bij je oorsprong komen, die goddelijk is. Belangrijke hulpmiddelen hierbij zijn gebeden, offers, meditatie en yoga.

De hoogste kennis is het kennen van het diepste van je wezen. Dit is vedanta. Als je dit bereikt hebt, ben je terug bij je goddelijke oorsprong. Het verschil tussen jouw 'zelf' en het goddelijke 'zelf' is dan opgeheven. Je ziel (afman) zal dan in het goddelijke opgaan, zoals een druppel in de oceaan.

Reïncarnatie en karma

Vedanta hangt nauw samen met reïncarnatie. Je hebt, zeggen hindoes, vele levens nodig om ervaringen op te doen die tot vedanta leiden. Om meer ervaringen op te kunnen doen, word je telkens opnieuw geboren. Bij iemands dood leeft zijn ziel verder en wordt deze in een ander lichaam herboren. De kwaliteit van je volgende leven hangt af van de manier waarop je je in in je eerdere leven hebt gedragen. Hindoes spreken van een goed of slecht karma. Dat is de optelsom van je goede en slechte daden. Een goed karma zal beloond worden met een beter leven, terwijl een slecht karma negatief zal uitpakken voor je volgende leven. Als je het er slecht vanaf brengt, kun je bijvoorbeeld herboren worden in een dier. Hoe beter iedere hergeboorte, hoe dichter je bij de verlossing komt. Maar, leer je niet van je vorige levens, dan zul je wel steeds weer in deze wereld komen.

Yoga

Yoga betekent 'juk' en heeft te maken met het in balans houden van lichaam en geest. Het bestaat binnen het hindoeisme al sinds mensenheugenis. Het zijn bepaalde technieken die geestelijke ontspanning als doel hebben. Yoga wordt gezien als het middel bij uitstek om inzicht in jezelf te krijgen en zo dichter bij je oorsprong te komen. Belangrijk bij yoga zijn de houding en de adembeheersing. Binnen het hindoeïsme wordt yoga meestal gekoppeld aan meditatie. Dit is het beheersen van de gedachten en het zich richten op het goddelijke.

Mantra

Naast yoga en meditatie wordt ook de mantra als een belangrijk hulpmiddel beschouwd om dichter bij je goddelijke oorsprong te komen. Een mantra is een gedicht, een woord, een uitspraak, of een lettergreep die het midden houdt tussen een spreuk met magisch effect en een gebed. De mantra's zijn afkomstig uit de heilige boeken (Veda's). Vaak wordt de mantra gebruikt voor meditatie. De mantra wordt dan steeds hardop of in stilte herhaald om in trance te komen en geestelijke zuivering te bereiken. In het hindoeïsme wordt de lettergreep Ohm als de basismantra beschouwd. Men gelooft dat de trilling van deze klank een verheffende werking op het lichaam heeft, waardoor een hoger bewustzijn wordt bereikt.

Kastenstelsel

De meeste stromingen binnen het hindoeïsme kennen ook een kastenstelsel. De hindoemaatschappij werd in India traditioneel verdeeld in vier groepen of'kasten'. De eerste groep werd gevormd door de priesters (brahmanen), de tweede groep door edelen en soldaten, de derde groep door kooplieden en de vierde groep door boeren en arbeiders. Beneden deze vier kasten stonden de onaanraakbaren. Zij behoorden tot geen enkele kaste. Deze groep bestond uit slaven, gevangenen en andere verschoppelingen. Ook weduwen behoorden tot deze groep van onaanraakbaren. De kaste waarin je werd geboren, was bepaald door je vorige leven. In de loop der tijden ontstond een steeds verder doorgevoerde onderverdeling in talrijke subkasten, die elk streng van elkaar afgezonderd leefden. Tijdens de Engelse overheersing, die begon in 1858, bleef het kastenstelsel in stand. Alleen de ergste uitwassen werden aangepakt, zoals het voorschrift dat weduwen samen met hun overleden man verbrand moesten worden. Na de onafhankelijkheid in 1947 werden er wetten aangenomen die moesten zorgen voor de opheffing van het kastenstelsel en de onaanraakbaarheid. Maar in de praktijk is er, zeker op het platteland van India, weinigveranderd.

Onaanraakbaren worden nog steeds als onrein beschouwd en met de nek aangekeken. Ze wonen afgezonderd van de anderen, mogen uit vrees voor 'besmetting' geen gebruik maken van gemeenschappelijke voorzieningen als de dorpspomp, en doen het meest nederige en vuile werk.

Hare krisjna

In het Westen is de bekendste uiting van het hindoeïsme de hare krisjnabeweging. Deze stroming binnen het hindoeïsme heeft in Europa en Amerika veel aanhangers. De officiële benaming van de hare krisjnabeweging is ISKCON: International Society for Krishna Consciousness (Internationale Gemeenschap voor Krisjna Bewustzijn). ISKCON werd opgericht in 1966 in New York door de Indiër Shrila Prabhupada.

De leer van ISKCON is gebaseerd op leringen uit een oud hindoegeschrift: de Bhagavad-gita. Deze leringen werden in de vijftiende eeuw uitgewerkt door Mahapra, een religieuze 'hervormer' binnen het hindoeïsme. Hij werd als een directe incarnatie van de god Krisjna beschouwd. Vandaar de latere naam hare krisjna ('de god Krisjna') voor deze beweging. In de hare krisjnaleer geldt het principe dat leringen onveranderd van 'goeroe' (leermeester) aan leerling worden doorgegeven. Zo ontstaat een erfopvolging van goeroes en leerlingen.

Vele leerlingen en goeroes zijn in deze lijn van Mahapra gevolgd, in de twintigste eeuw was Srila Prabhupada zo'n leerling. Hij zag het als zijn taak het hare krisjnagedachtegoed in het Westen te verspreiden. Het oude hindoegeschrift, de Bhagovod-gita, werd door hem vertaald in het Engels en van uitgebreid commentaar voorzien. Het werd de 'bijbel' van de hare krisjnavolgelingen. De activiteiten van Prabhupada liepen uit in de stichting van ISKCON.

Volgens de hare krisjnaleer is de hindoeïstische god Vishnu duizenden jaren geleden opnieuw geboren in de god Krisjna. Krisjna is een vervolmaking van Vishnu. Behalve Krisjna, de oppergod, zijn er ook nog driekwart-goden, halfgoden, éénderdegoden en zo verder.

De hare krisjna-aanhanger gelooft in reïncarnatie. Elk wezen heeft een ziel die of terugkomt op aarde of (uiteindelijk) wordt verenigd met Krisjna. Omdat ook dieren een ziel hebben, eten hare krisjnavolgelingen vegetarisch. Op welke wijze men terugkomt - als mens, dier, plant, bacterie - hangt af van de wijze waarop men zich in zijn voorgaand leven heeft gedragen. Mensen hebben het geluk over een grotere intelligentie te beschikken dan de andere wezens, en kunnen door heiliging, vasten, zang en dans voor Krisjna, ervoor zorgen dat ze in een volgend bestaan kunnen terugkeren als betere mensen of worden verenigd met Krisjna. Wie zich niet aan de vedische wetten houdt, komt terug als een lagerwezen.

Een verschil met de andere stromingen binnen het hindoeisme is dat de hare krisnabeweging een visie heeft op het einde van de wereld. Eens zal Kali, de godin van de strijd, komen. In een grote oorlog zullen alle foute levens op aarde worden weggeveegd. De kringloop van reïncarnaties zal dan ophouden.

Belangrijk in de hare krisjnaleer is de overgave aan Krisjna. Een belangrijk middel om dit te bereiken is het ononderbroken herhalen van zijn naam. Dit gebeurt door middel van de volgende mantra: Hare Krisjna, Hare Krisjna, Krisna Krisjna, Hare Hare, Hare Rama, Hare Rama, Rama Rama, Hare Hare. Wie een hare krisjnavolgeling wil worden, moet een gelofte afleggen waarin hij of zij belooft zich geheel te zullen onthouden van buitenechtelijke seksuele relaties, het vergiftigen van het eigen lichaam (door drugs of alcohol) en het eten van vlees, vis of eieren. Ook belooft men dagelijks een voorgeschreven aantal mantra's op te zeggen. Sommige leden wonen in communes bij de tempels. Zij zijn ongetrouwd en leiden een eenvoudig bestaan. Ze wijden zich aan de zorg voor de armen en aan de verbreiding van de hare krisjnaboodschap. De meeste hare krisjnavolgelingen leven echter als gewone burgers. Velen zijn wel gehuld in de opvallende oranje kledij die bij de vedische traditie hoort. Ook bezoeken ze regelmatig de tempel.

Hare krisjnavolgelingen werven leden in de grote steden door grootschalige projecten als 'Food For Life' (gratis maaltijden voor minderbedeelden), door kleurrijke optochten, en door verkoop van boeken en video's die allemaal betrekking hebben op de figuur van de stichter. Ook worden geïnteresseerden uitgenodigd om gratis een vegetarische maaltijd te komen nuttigen en de gebedsdiensten bij te wonen. Wereldwijd zijn er inmiddels 350 centra en tempels van ISCKON. In Nederland zijn dit er twee.

De hare krisjnareligie is in trek bij mensen die geloven in 'iets hogers' en die religie zien als iets dat je leven prettiger kan maken. Er wordt dan een eigentijdse invulling gegeven aan deze Oosterse religie. Hun uiteindelijke doel is het ontwikkelen van een liefdevolle relatie met een 'Allerhoogste Persoon', waarbij men dan zegt dat die in plaats van Krisjna ook best God, Boeddha of Allah kan heten.

De kern van het hindoeïsme

Het hindoeïsme is een godsdienst waarbij de mens zichzelf moet verlossen en dit ook kan. De mens heeft een deeltje van de godheid in zich en dat is wat naar boven moet komen tijdens het leven van de hindoe. De boodschap is: goed je best doen, een goed karma zien te krijgen. Zo kun je jezelf verlossen uit de ellendige situatie (kaste) waarin je werd geboren. Zo kun je het in een volgend leven beter krijgen. En vooral: veel oefenen en mediteren. Om jezelf te verlossen uit de kringloop van steeds weer geboren worden en sterven, en vereniging met het goddelijke te bereiken. En dit goddelijke moet je in jezelf zien te vinden. Brahman is een onpersoonlijke godheid. Eigenschappen als liefde, barmhartigheid en goedheid worden niet aan hem toegeschreven. Omdat je zelf verantwoordelijk bent voor je lage geboorte, is er in het hindoeïsme ook weinig plaats voor liefde tot de arme naaste.


Yoga: alleen voor de ontspanning?

Yoga is in. Je hebt zwangerschapsyoga, bedrijfsyoga, kinderyoga en niemand kijkt er meer vreemd van op als hij van zijn huisarts de tip krijgt om aan yoga te doen.

Kan je als christen meedoen aan yoga? Ofwel: Kan het beoefenen van yoga los van het geestelijke worden gezien? Ondanks het feit dat verschillende yogabeoefenaars misschien 'ja' zeggen, is dit eigenlijk niet waar.

Twee opvallende dingen: Ten eerste zeggen yogaexperts zelf dat het lichamelijke onlosmakelijk verbonden is met het geestelijke. En ten tweede: In India zijn de christenen er zeker van dat ze niet aan yoga mee kunnen doen en ervaren ze zelfs sterke tegenwerking vanuit de hindoegodsdienst.

Yoga heeft een oorsprong die niet alleen gymnastiek (puur lichamelijk) is. Er komt een hele gedachtewereld (religie) bij kijken. Die gedachtewereld zit door de hele (opbouw van de) gymnastiek heen. Het is namelijk aan de hand van de combinatie geestelijk-lichamelijk opgebouwd. En toen het bedacht werd, was de Bijbel helaas niet de bron.

Hoe goed bepaalde lichamelijke oefeningen van yoga ook kunnen zijn, het is heel moeilijk los te maken van de sfeer, denkbeelden en omgang met ingewijde beoefenaars van de yoga. Het is niet los te zien van het geestelijke aspect dat yoga ook heeft. Daarom is het af te raden om aan yoga te doen.

Dit artikel werd u aangeboden door: Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 oktober 2006

AanZet | 72 Pagina's

1. Het hindoeïsme

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 oktober 2006

AanZet | 72 Pagina's